← België

ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20081210.11

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 10 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20081210.11 Rolnummer: 2007/AR/1957 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-11-06 Raadplegingen: 115 - laatst gezien 2026-07-02 18:29 Fiche Een minnelijke beëindiging van een overeenkomst veronderstelt het tot stand komen van een nieuwe overeenkomst met als voorwerp de beëindiging van de voorgaande overeenkomst. Hierop zijn de gemeenrechterlijke bewijsregels van toepassing alsook de soepeler bewijsregeling in handelszaken wanneer het een handelsgeschil betreft. Wanneer een verkoper zijn onderzoeks- en informatieplicht omtrent de noden en de behoeften van de koper niet of onvoldoende naleeft en dit tot een nutteloze aankoop leidt, kan dit dwaling in hoofde van de koper meebrengen. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Geldigheidsvereisten overeenkomst - Toestemming - Dwaling Vrije woorden: Overeenkomst - Minnelijke beëindiging - Wilsgebrek - Dwaling - Begrip. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 12 Kamer ________ Terechtzitting van 10 december 2008 EINDARREST - In de zaak met het rolnummer 2007/AR/1957 van: bvba PTV ORDIS, met zetel te 8900 Ieper, Industrielaan 31, met ondernemingsnr.: 0466.421.134, appellante tegen het vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, op tegenspraak gewezen door de vierde kamer dd. 23-4-2007, oorspronkelijk eisende partij op hoofdeis en verwerende partij op tegeneis, hebbende als raadsman mr. LEYSEN Jan, advocaat te 8500 Kortrijk, Koning Albertstraat 24 bus 1 tegen : nv W.N.F. CARDS, met zetel te 9190 Stekene, Nieuwstraat 115 A, met ondernemingsnr.: 0412.483.788, geïntimeerde, oorspronkelijk verwerende partij op hoofdeis en eisende partij op tegeneis, hebbende als raadsman mr. DE RIECK Jan, advocaat te 3000 Leuven, Vaartstraat 70 velt het hof het volgend arrest. Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof op 30 juli 2007 tekende de B.V.B.A. PTV ORDIS (hierna "PTV Ordis" genoemd) hoger beroep aan tegen het vonnis op tegenspraak gewezen op 23 april 2007 door de rechtbank van koophandel te Dendermonde, vierde kamer, tussen PTV Ordis en de N.V. W.N.F. CARDS (hierna "WNF Cards" genoemd) in de zaak met A.R. nr. 06/2249. Aangezien geen betekeningsexploot wordt overgelegd en geen der partijen gewag maakt van de betekening van het bestreden vonnis, is het hoger beroep tijdig ingesteld. Het is eveneens regelmatig naar de vorm. De partijen werden ter openbare terechtzitting gehoord in hun middelen en conclusies. De overgelegde stukken werden ingezien. Antecedenten PTV Ordis is een softwarebedrijf gespecialiseerd in rittenplanningssoftware. WNF Cards is een bedrijf dat (wens)kaarten distribueert in eigen beheer aan o.m. supermarkten. Haar klantenbestand bestaat uit een 800-tal klanten, die twee-, drie- dan wel vijfwekelijks door WNF Cards beleverd (moeten) worden. Oorzaak van het tussen de partijen gerezen geschil is een overeenkomst, "Opdrachtbevestiging" genoemd, door hen afgesloten en ondertekend op 31/8/2005 m.b.t. de levering en de implementatie van planningssoftware in het bedrijf van WNF Cards. De omvang van de overeenkomst wordt hierin onder punt 1 als volgt omschreven : "Deze overeenkomst betreft de te leveren planningssoftware Intertour-Windows compact, de wegennetwerk(

  1. en)en overige diensten door PTV-Ordis BVBA, Albert Dehemlaan 31, 8900 Ieper aan W.N.F. Cards NV, Nieuwstraat 115a, b-9190 STEKENE. W.N.F. CARDS NV gaat gebruik maken van 1 gebruikerslicentie van zowel Intertour Windows als het(
  2. de)daarbij horende wegennetwerk(en)." Het betreft inzonderheid 1 licentie Intertour-compact (beperkt tot 1 depot en 10 voertuigen) als planningssoftware t.b.v. euro 10.000, 1 licentie Wegennetwerk Belux op basis van 4 positie postcode en straatniveau en 1 licentie (IKONA) postcodetabel Belux 4 ppc en straatnamenlabel, beide samen t.b.v. euro 2.250. Onder punt 6 ressorteren volgende facturatie- en betalingsvoor-waarden : "PTV-Ordis BVBA hanteert de volgende voorwaarden : Licentie standaard software en onderhoud en implementatie - Het totale bedrag van euro 14.750 wordt in 1 factuur opgemaakt. - De BTW wordt onmiddellijk voldaan bij ontvangst factuur. - Het bedrag van euro 14.750 wordt betaald over een termijn van 12 maanden. Op de 1ste werkdag van de maand wordt er vanaf 1-9-2005 t.e.m. 1-8-2006 euro 1.229,17 betaald. - Betalingstermijn : contant. Alle genoemde bedragen in deze brief zijn exclusief BTW" Een passage m.b.t. de reiskosten werd doorstreept met schriftelijk aangebrachte vermelding "niet afgesproken" De partijen betwisten niet dat deze overeenkomst het resultaat was van diverse voorafgaande besprekingen en onderhandelingen, waarbij tevens een demo werd vertoond. Volgens PTV Ordis vonden deze besprekingen plaats op 24/6/2005, 18/8/2005 en op 23/8/2005, hetgeen WNF Cards niet tegenspreekt. Het wordt evenmin betwist dat de implementatie werd aangevat op 2/9/2005 Op 14/9/2005 wordt volgend faxbericht door S. D., manager van WNF Cards, verstuurd aan dhr. L. H. van PTV Ordis : "Na een grondige analyse zijn we tot de conclusie gekomen dat het aangeboden routeplanningssoftware PTV intertour niet aan onze behoeften en doelstellingen beantwoordt. Uw routeplanningssoftware die eventueel wel deze behoeften zou kunnen dekken, past niet in onze budgettaire mogelijkheden. We zien er dan ook van af om van uw diensten en software gebruik te maken. De gepresteerde uren van uw consultants kan u in rekening brengen, volgens het uurloon dat overeengekomen is." Deze fax wordt verzonden om 15:37 uur, waarop om 16:45 uur door L. H. van PTV Ordis vrijwel onmiddellijk wordt geantwoord via volgend e-mailbericht : "Dag S., Ik heb je fax ontvangen en naar aanleiding daarvan heb ik eventjes gebeld met E. en hebben we een afspraak gemaakt samen met D. en mezelf op donderdag 22 september om 9u. Mocht je de tijd hebben om erbij te zijn zou dat heel fijn zijn. We zouden gezamenlijk het nodige eens doorlopen om te zien waar eventueel het misverstand zit en als we het kunnen oplossen zonder bijkomende kosten (...)". Op 23/9/2005 volgt dan volgende e-mailbericht uitgaande van L. H. (PTV Ordis) aan S. D. (WNF Cars) : "Dag S. en E., Na onze positieve vergadering van gisteren heb ik hierbij een oplossing voor jullie. 1. cyclische planning euro 2.500 2. aanpassing onderhoud van euro 2.250 naar euro 2.500 3. 2 dagen extra implementatie geeft een totaal van 5 dagen aan de basis voor euro 4.150 ivp 3 dagen voor euro 2.500 Dit geeft een totale verhoging van 2500 + 250 + 1650 = 4.400. Verder sta ik ervoor open als jullie bijvoorbeeld de betaling over meer dan 12 maanden willen spreiden. Graag jullie voorstel hieromtrent dan. Hou er wel rekening mee dat indien u meer dan 12 maanden neemt het onderhoud voor de bijkomende maanden ook moet pro rata berekend worden. Verder sta ik ook open voor het startmoment van de betalingen gezien er pas in februari kan gestart worden met de effectieve implementatie (...)". Bij e-mail van 20 oktober 2005 antwoordde S. D. (WNF Cards) hierop als volgt : "L. goede morgen, Na rijp overleg en beraad - afweging kosten/baten - zijn we tot de conclusie gekomen dat het voorstel buiten onze budgettaire mogelijkheden valt en wij hierop niet kunnen ingaan. Wil jij de uren van de consultants laten factureren aan het overeengekomen tarief aub ? Niets sluit uit dat we in de toekomst wel met elkaar kunnen samenwerken. (...)". Daarna gebeurde er gedurende maanden niets meer, volgens PTV Ordis om reden dat de persoon genaamd "E." van WNF Cards tot maart 2006 in zwangerschapsverlof was, waarna door PTV Ordis opnieuw contacten werden gelegd welke door WNF Cards andermaal werden afgewezen hetgeen blijkt uit volgende e-mail dd. 14/4/2006 van "E." (WNF Cards) aan L. H. (PTV Ordis): "Dag L., Jammer genoeg moet ik onze afspraak voor dinsdag 18/4/06 afzeggen. Er zijn dringendere dingen tussengekomen die eerst moeten worden opgelost. Ik heb met S. even overlegd en de routeplanning zoals we ze nu doen, volstaat momenteel. Wij zijn er nog niet uit wat jullie programma ons kan bijbrengen. Daar we onze klanten toch allemaal gaan herverdelen, over meerdere rgjobbers en kleinere maar intensere regio's lijkt het ons nu niet opportuun om over te schakelen naar een software programma. We moeten er eerst zelf uit zijn. Misschien in veel later stadium (...)." PTV Ordis dringt evenwel verder aan, gelet op volgend e-mailbericht van 24/4/2006 van L. H. aan "E." : "Gezien jullie een herverdeling gaan doen van jullie klanten in kleinere regio's kunnen we juist een grote toegevoegde waarde bieden. Ik wil daarom dit nog eventjes overleggen met jullie hoe intertour kan ingezet worden (met of zonder cyclische module (eventueel zonder extra licentiekosten) voor de herverdeling van de regio's. Ondertussen is er tevens een nieuwe extra functionaliteit binnen intertour gekomen die klanten kan verdelen over medewerkers niet enkel op basis van regio maar ook werktijd en rijtijd. Graag zou ik dan van jullie een voorstel krijgen om bij jullie langs te komen en te kijken hoe we alsnog verder kunnen." Deze opdringerige houding wordt bij WNF Cards kennelijk niet geapprecieerd aangezien op 9/5/2006 door S. D. aan L. H. het volgende werd gemaild : "Blijkbaar komt onze boodschap die wij per fax onmiddellijk na ontvangst van een demo-versie en herhaalde malen telefonisch hebben doorgegeven niet goed door : het pakket dat jullie voorstellen beantwoordt niet aan onze behoeften en daarom herhalen wij onze vraag om de gepresteerde uren van voorstudie ons in rekening te brengen. Nogmaals herhalen wij dat wij geen gebruik wensen te maken van het aangeboden pakket en afzien van verdere samenwerking. De afspraak gaat dan ook niet door. Gelieve ons ASAP de factuur voor de gepresteerde uren van voorstudie met verantwoordingsstaat op te sturen. Deze factuur zal dan zo snel mogelijk betaald worden." PTV Ordis blijft aandringen en stuurt op 15/5/2006 een nieuwe offerte met de "voorwaarden en het kostenoverzicht voor aankoop van Intertour-Windows". Hierin wordt verwezen naar "ons aangenaam onderhoud van vrijdag 24 juni ll.", doch specificaties hieromtrent worden niet verstrekt. Wel staat vast dat hierop door WNF Cards niet werd gereageerd, waarop PTV Ordis haar wederpartij bij aangetekend schrijven dd. 31/5/2006 van haar raadsman in gebreke stelde om de overeenkomst uit te voeren door "een datum mee te delen, zich situerend voor 30 juni 2006, waarop mijn cliënte tot verdere implementatie kan overgaan." Aangezien hierop evenmin reactie volgde, ging PTV Ordis bij exploot dd. 3/10/2006 over tot dagvaarding van WNF Cards strekkende tot de veroordeling van deze laatste tot de inontvangstname van de in de overeenkomst omschreven licentie planningssoftware Intertour-compact, de licentie Wegennetwerk Belux op basis van 4 positie postcode en straatniveau en 1 licentie Ikona postcodetabel Belux ppc en straatnamentabel, en dit onder de verbeurte van een dwangsom van 1.000 Eur per dag vanaf de betekening van het tussen te komen vonnis. Tevens werd de veroordeling van WNF Cards gevorderd tot betaling van 17.847,50 Eur meer de gerechtelijke rente en de gedingkosten. In een aanvullende conclusie neergelegd op 15/1/2007 vorderde PTV Ordis ondergeschikt de ontbinding, minstens de verbreking, van de overeenkomst lastens WNF Cards en de veroordeling van deze laatste tot een schadevergoeding geraamd op 17.847,50 Eur meer de gerechtelijke rente vanaf 3/10/2006 en de gedingkosten. WNF Cards betwistte de gegrondheid van deze vordering voorhoudende dat er tussen partijen geen overeenkomst (meer) bestond waarvan de uitvoering in natura kan gevorderd worden, dat het onmogelijke wordt gevorderd en dat PTV Ordis zelf tekort is geschoten aan haar onderzoeks- en informatieplicht waardoor er sprake is van bedrog, minstens van dwaling in haren hoofde. Zij betwistte verder de feitelijke versie van het gebeurde, zoals weergegeven in de inleidende dagvaarding en formuleerde ondergeschikt een tegenvordering strekkende tot de aanstelling van een gerechtsdeskundige met de opdracht zoals in haar conclusies omschreven. WNF Cards vorderde dus zelf géén ontbinding noch nietigverklaring van de overeenkomst. Ervan uitgaande dat de overeenkomst in gemeen overleg - minstens impliciet - tussen de partijen werd beëindigd, verklaarde de eerste rechter de oorspronkelijke hoofdvordering ontvankelijk doch ongegrond en de oorspronkelijke tegenvordering zonder voorwerp, met veroordeling van de eisende partij tot de gedingkosten. Met haar hoger beroep beoogt PTV Ordis de vernietiging van het bestreden vonnis en de toekenning van haar oorspronkelijke hoofdvordering met de verwijzing van WNF Cards in de gedingkosten van beide instanties. WNF Cards van haar kant besluit tot de ongegrondheid van het hoger beroep en de bevestiging van het bestreden vonnis. Ondergeschikt herneemt zij bij wege van een incidenteel beroep haar oorspronkelijke tegenvordering in aanstelling van een deskundige. Tevens vordert zij de veroordeling van PTV Ordis tot betaling van een schadevergoeding van 2.500 Euro wegens tergend en roekeloos geding, alsook de veroordeling van deze laatste tot de gedingkosten. Beoordeling 1. Beide partijen hebben hun middelen en argumenten, zoals uiteengezet in hun voor de eerste rechter neergelegde besluiten, in graad van hoger beroep herhaald. Deze zullen in de mate deze dienstig zijn, hierna worden ontmoet. 2. Geen der partijen roept middelen van onontvankelijkheid van het hoger beroep in. Aangezien er evenmin ambtshalve middelen van onontvankelijkheid opgeworpen worden, is het hoger beroep ontvankelijk. Om dezelfde reden is het incidenteel beroep eveneens ontvankelijk. In zover WNF Cards voor het eerst in graad van hoger beroep een schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding t.b.v. 2.500 euro vordert, is zulks te aanzien als een nieuwe tegenvordering in hoger beroep die weliswaar ontvankelijk is doch verkeerdelijk onder de noemer van het incidenteel beroep werd ingesteld. 3. De hoofdvordering van PTV Ordis strekt in hoofdorde tot de uitvoering in natura van de overeenkomst van 31/8/2005, ondergeschikt tot de ontbinding ervan met schadevergoeding. Zij maakt toepassing van het keuzerecht haar geboden door artikel 1184 B.W. en beroept zich hierbij op een contractuele wanprestatie in hoofde van WNF Cards bestaande in een eenzijdige contractbreuk. De eerste rechter, hierin gevolgd door WNF Cards, wees deze vordering af overwegende dat de overeenkomst - minstens impliciet - in gemeen overleg beëindigd was. WNF Cards voegt hieraan toe dat er na de beëindiging geen nieuwe overeenkomst is tot stand gekomen, bij gebrek aan overeenstemming omtrent het voorwerp en de prijs, derwijze dat er geen overeenkomst (meer) is waarvan de uitvoering kan gevorderd worden. Een en ander kan op grond van navolgende overwegingen niet bijgetreden worden. Uit het tussen de partijen gevoerde elektronisch mailverkeer, zoals hoger weergegeven, kan géén minnelijke beëindiging van de overeenkomst van 31/8/2005 afgeleid worden. Een minnelijke beëindiging veronderstelt immers het tot stand komen van een nieuwe overeenkomst met als voorwerp de beëindiging van de voorgaande overeenkomst. Het bestaan van een dergelijke nieuwe overeenkomst wordt niet bewezen, ook al geldt tussen de partijen de soepeler bewijsregeling in handelszaken. Het gegeven dat PTV Ordis voor de implementatie van de software een hogere prijs (4.400 euro) vroeg waarop de wederpartij niet alleen niet inging doch evenmin aandrong op de uitvoering van de (oorspronkelijke) overeenkomst, valt niet als een overeenkomst tot beëindiging van de voorgaande overeenkomst aan te merken, evenmin als dat het opsturen van een offerte door PTV Ordis als zodanig te aanzien is. Uit het e-mailverkeer blijkt integendeel dat PTV Ordis steeds met klem heeft aangedrongen op de uitvoering van de overeenkomst van 31/8/2005, zo nodig mits het aanbrengen van de nodige aanpassingen. Haar in haar e-mail van 23/9/2005 geformuleerd voorstel tot installatie van bijkomende software (de zgn. "cyclische planning") tegen een bijkomende prijs evenals haar offerte overgemaakt per brief van 15/5/2006 zijn noch min noch meer pogingen om de wederpartij tot de inontvangstneming en de implementatie van het softwarepakket, en dienvolgens tot de uitvoering van de bestaande overeenkomst te overhalen. De handelswijze van PTV Ordis is dan ook steeds gericht geweest op de uitvoering van de overeenkomst, nooit op de beëindiging ervan, ook al weigerde haar wederpartij deze uitvoering. Van een beëindiging in "gemeen overleg" is zodoende geen sprake. Nu er géén minnelijke beëindiging van de overeenkomst van 31/8/2005 te weerhouden valt, is de argumentatie van WNF Cards in zover gesteund op het gegeven dat er nà de beëindiging geen nieuwe overeenkomst is tot stand gekomen, niet (meer) dienend. 4. Nu PTV Ordis zich - weliswaar impliciet doch duidelijk - enkel op de gemeenrechtelijke sanctieregeling van artikel 1184, tweede lid, B.W. beroept, is de vraag naar de aard van de tussen partijen afgesloten overeenkomst (koop, aanneming of gemengde overeenkomst), in wezen niet relevant. Een vordering op grond van artikel 1184, tweede lid, B.W. vereist weliswaar het bewijs van een contractuele wanprestatie in hoofde van de wederpartij. Het verweer van WNF Cards is daarentegen gebaseerd op bedrog, minstens dwaling omtrent de mogelijkheden van de aangekochte software als gevolg van het niet naleven van haar onderzoek- en informatieplicht door haar wederpartij. Zelf vordert zij de nietigverklaring van de overeenkomst niet. 4.1. Bedrog is hier niet aan de orde, nu in hoofde van PTV Ordis geen enkel bewijs van een list of kunstgreep geleverd wordt. 4.2. Dwaling is een wilsgebrek in de toestemming bij de totstandkoming van de overeenkomst, dat onder bepaalde voorwaarden de nietigheid van de overeenkomst tot gevolg heeft. Uit de voorliggende briefwisseling en het gevoerd e-mailverkeer blijkt dat WNF Cards zich tot viermaal toe heeft verzet tegen de uitvoering van de overeenkomst van 31/8/2005 nl. bij faxbericht dd. 14/9/2005 en bij e-mails van 20/10/2005, 14/4/2006 en 9/5/2006. Hieruit blijkt ook dat deze weigeringen stelselmatig werden ingegeven door het feit dat het softwarepakket, waaromtrent de overeenkomst was afgesloten, niet voldeed aan de behoeften van het bedrijf en dat de voorgestelde meerprijs om budgettaire redenen niet haalbaar was. De visies van de partijen omtrent de reden van deze weigering van WNF Cards lopen uiteen : volgens PTV Ordis lag de oorzaak bij de wederpartij zelf die aanvankelijk zou gekozen hebben voor een eenvoudig (standaard) Intertour systeem om later te kunnen overschakelen op een meer gesofistikeerd pakket, met alle problemen van dien. WNF Cards van haar kant spreekt dit tegen. Zij houdt formeel staande dat zij tijdens de voorafgaande besprekingen, PTV Ordis van meetaf aan gewezen heeft op de noden en de behoeften waaraan de routeplanningssoftware moest voldoen, zodat haar vertrouwen in de te installeren software bijgevolg rechtmatig was. Dat dit vertrouwen ernstig werd beschaamd, bewijst het feit dat de analisten van PTV Ordis reeds na een halve dag tot het besluit gekomen waren dat de implementatie van de aangekochte routeplanning onmogelijk was zonder bijpassende software. De argumentatie dat WNF Cards aanvankelijk zou gekozen hebben voor een gewoon standaardpakket en nadien voor een gesofistikeerd pakket, blijkt nergens uit en vindt geen steun in de overeenkomst noch in de briefwisseling en het navolgend intensief mailverkeer tussen de partijen. Daarentegen vindt de bewering van WNF Cards dat het aangekochte softwarepakket niet voldeed aan haar behoeften wel steun in de voorliggende gegevens en wel in het feit dat PTV Ordis, na ontvangst van de fax dd. 14/9/2005 van WNF Cards en nà een bijeenkomst met de afgevaardigden van deze laatste op 22/9/2005, zelf tot de vaststelling kwam dat bijkomende software (een cyclische planning), noodzakelijk was om het systeem te kunnen implementeren op een wijze dat het voldeed aan de behoeften van de klant. Het voorstel van PTV Ordis, zoals geformuleerd bij e-mail van 23/9/2005, kan in ieder geval niet in enige andere zin geïnterpreteerd worden. Het staat bijgevolg vast dat de door PTV Ordis aan WNF Cards verkochte softwarepakketten in gene mate voldeden aan de behoeften van deze laatste en dus in wezen onbruikbaar waren. Het is zonder meer duidelijk dat WNF Cards, indien zij hiervan op de hoogte was geweest, de overeenkomst nooit had afgesloten, minstens aan andere voorwaarden zou gecontracteerd hebben. Geen enkel bedrijf zal zich software aanschaffen waarvan zij op voorhand weet dat deze niet bruikbaar zal zijn. Als leek was WNF Cards nochtans volledig aangewezen op de kennis en de ervaring van PTV Ordis die als softwarebedrijf immers gespecialiseerd was in rittenplannensoftware. Het behoorde dan ook aan deze laatste om niet énkel haar klant vooraf in te lichten over de meest aangepaste software maar tevens over de implementatiemogelijkheden van deze software. Indien PTV Ordis haar onderzoek- en informatieplicht degelijk had uitgevoerd, was onmiddellijk duidelijk geweest dat de installatie van het bijkomend softwarepakket "cyclische planning" noodzakelijk was en was WNF Cards bijgevolg voldoende ingelicht geweest om met kennis van zaken al dan niet een overeenkomst af te sluiten. Waar WNF Cards over deze bijkomende inlichtingen niet beschikte en dienvolgens een onbruikbaar softwarepakket aankocht, dwaalde zij omtrent het voorwerp van de overeenkomst. Deze dwaling in de zin van artikel 1110 B.W. voldoet aan alle voorwaarden : de dwaling betreft immers de zelfstandigheid van de zaak, die het voorwerp van de overeenkomst uitmaakt, en zonder dewelke de overeenkomst hetzij niet was afgesloten, hetzij aan andere voorwaarden was afgesloten. De dwaling bestond reeds ten tijde van de contractsluiting én is verschoonbaar, nu WNF Cards als leek de mogelijkheden van het aangekochte softwarepakket niet zelf kon noch moest inschatten. Deze dwaling, veroorzaakt door een onderzoek- en informatiefout vanwege PTV Ordis, brengt mee dat deze laatste niet meer kan aandringen op de uitvoering van de overeenkomst, en evenmin ondergeschikt, de ontbinding ervan lastens WNF Cards kan benaarstigen. Enige contractuele wanprestatie valt in hoofde van WNF Cards in dit verband overigens niet te weerhouden. In haar besluiten voor de eerste rechter verwijst PTV Ordis in dit verband weliswaar naar artikel 2 van de overeenkomst krachtens hetwelk "De software, netwerken en aanpassingen zullen geleverd worden door PTV-Ordis BVBA" , doch het is zonder meer duidelijk dat hiermee wordt bedoeld de "software, netwerken en aanpassingen" binnen het kader van de overeengekomen prijs. Terzake waren bijkomende software en aanpassingen tot beloop van een meerprijs van 4.400 euro, hetzij 30% van de oorspronkelijk overeengekomen prijs, noodzakelijk om het geheel functioneel te maken. Het is dan ook geen contractuele wanprestatie vanwege WNF Cards om dit te weigeren. De oorspronkelijke hoofdvordering werd door de eerste rechter dan ook terecht als ongegrond afgewezen, weze het op grond van andersluidende motieven. Gelet op het ondergeschikt karakter van de oorspronkelijke tegenvordering in aanstelling van een deskundige, werd deze vordering bij gebrek aan voorwerp evenzeer terecht ongegrond verklaard. 5. Gelet op alle voorgaande overwegingen dient het hoger beroep als ongegrond afgewezen te worden. Het incidenteel beroep is, gelet op haar ondergeschikt karakter, evenzeer ongegrond want zonder voorwerp. Op de door WNF Cards ingestelde vordering wegens tergend en roekeloos geding - waarmee blijkens de termen van haar beroepsbesluiten het geding in hoger beroep bedoeld wordt - gaat het Hof niet in. Er kan niet worden aangenomen dat PTV Ordis haar recht om hoger beroep in te stellen heeft uitgeoefend op een wijze die de perken van de normale uitoefening van dat recht door een bedachtzaam en zorgvuldig persoon kennelijk te buiten gaat. Als in het ongelijk gestelde partij beschikt PTV Ordis over het recht hoger beroep in te stellen tegen de gerechtelijke beslissing die haar grieft en het blijkt niet dat zij zich omtrent het resultaat van dit aangewende rechtsmiddel niet had kunnen vergissen. Een verkeerde inschatting van haar rechten, maakt haar hoger beroep geenszins roekeloos. Het hoger beroep is evenmin tergend nu het bewijs niet voorligt dat PTV Ordis enkel heeft gehandeld uit kwaadwillige overwegingen en met het oogmerk de wederpartij te benadelen. Als in het ongelijk gestelde partij dient PTV Ordis verwezen te worden in de gedingkosten van het hoger beroep. Omtrent de gedingkosten van de eerste aanlegprocedure oordeelde de eerste rechter op gepaste wijze. OM DEZE REDENEN HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken, Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond; Verklaart het (ondergeschikt) incidenteel beroep ontvankelijk en eveneens ongegrond want zonder voorwerp; Bevestigt dienvolgens het bestreden vonnis, weze het (deels) op grond van andersluidende motieven. Verklaart de vordering wegens tergend en roekeloos geding ontvankelijk doch ongegrond. Veroordeelt PTV Ordis tot de gedingkosten van het hoger beroep, aan haar zijde niet nuttig te begroten vermits deze toch te haren laste blijven, en aan de zijde van WNF Cards te begroten op 1.100 euro rechtsplegingsvergoeding hoger beroep. Aldus gewezen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof van Beroep te Gent, de 12e kamer, rechtdoende in burgerlijke zaken, op heden 10-12-2008. Aanwezig: - A. Van de Putte, raadsheer, waarnemend voorzitter ; - E. Dursin, raadsheer; - G. Danneels, raadsheer; - B. De Wilde, griffier. B. De Wilde G. Danneels E. Dursin A. Van de Putte Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.