← België

ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20081211.9

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 11 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20081211.9 Rolnummer: 2005/AR/1333 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-02-03 Raadplegingen: 86 - laatst gezien 2026-07-02 18:30 Fiche Wanneer een definitieve koopovereenkomst is tot stand gekomen door de ondertekening van een compromis zonder dat aan de (beweerde pachter) een voorkooprecht werd aangeboden, kan dit niet worden geregulariseerd door alsnog een voorkooprecht aan de pachter aan te bieden. Het komt aan de pachter toe om eventueel toepassing te maken van de sancties voorzien in artikel 52 Pachtwet. De vordering tot gedwongen uitvoering van de koopovereenkomst kan bijgevolg worden ingewilligd. Vermits niet uit te sluiten valt dat geen notaris bereid zou zijn de akte te verlijden, wordt niet ingegaan op de vordering om onder verbeurte van een dwangsom de akte te verlijden, maar wordt bepaald dat het arrest als titel zal gelden. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BIJZONDERE RECHTSPLEGINGEN (BURGERLIJKE ZAKEN) - Rechtspleging pacht en voorkoop - Recht van voorkoop Vrije woorden: verkoop - pacht - recht van voorkoop - miskenning - geen regularisatie mogelijk - gedwongen uitvoering. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 13de Kamer ________ Buitengewone openbare terechtzitting van 11 december 2008 ________ 2005/AR/1333 - In de zaak van:

  1. N. G., in leven wonende...., overleden op 12 december 2005, eerste appellant, ▪ namens wie het geding vrijwillig hervat werd door (stuk dd. 20 juli 2006 gevoegd in het dossier van de rechtspleging): 1.A. P. M., wonende te .... geding hervattende partij, 1.B. N. F., wonende te .... geding hervattende partij, ▪ namens wie gedagvaard werd het geding te hervatten door P. M. en N. F., voormeld, (stuk dd. 14 september 2006 gevoegd in het dossier van de rechtspleging): 1.C. N. R., wonende te .... gedaagde tot hervatting van het geding, ▪ namens wie het geding vrijwillig hervat werd door (stuk dd. 13 oktober 2006 gevoegd in het dossier van de rechtspleging): 1.D. N. M., wonende te .... geding hervattende partij, 1.E. N. K., wonende te .... geding hervattende partij,
  2. P. M., wonende te .... tweede appellante / geding hervattende partij, geding hervattende partijen onder 1.A., 1.B., 1.D. en 1.E. en tweede appellante hebbende als raadsman mr. VAN MARCKE Claude, advocaat te 8570 ANZEGEM, Kerkstraat 1, gedaagde tot hervatting van het geding onder 1.C. verschijnt niet en niemand voor hem, tegen: C. A., wonende te .... geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. LEFEBVRE Veronique, advocaat te 9800 DEINZE, Stationsstraat 26, velt het hof het volgend arrest: Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van dit hof op 25 mei 2005 hebben wijlen G. N. en M. P. hoger beroep ingesteld tegen een vonnis op 28 september 2004 op tegenspraak gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk, derde kamer. De partijen werden gehoord in openbare terechtzitting en de neergelegde conclusies en stukken werden ingezien. Artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werd in acht genomen. Voorgaanden
  3. Bij onderhandse akte ondertekend op 21 augustus 2001 heeft A. C. aan wijlen G. N. en M. P. een perceel grond met een oppervlakte van 1485 m2 verkocht gelegen aan de Vossestraat te Anzegem (Ingooigem), voor de prijs van 175.000 fr. waarop door de kopers een voorschot werd betaald van 125.000 fr. Bij brief van 25 juni 2002 meldde notaris Ignace Saey, notaris van de kopers, aan zijn collega notaris Bob Bultereys, notaris van de verkoopster, dat de compromis vermeldt dat het goed vrij is van gebruik, terwijl het goed bleek te worden gebruikt door iemand die pachtrechten opeist. Notaris Saey voegde eraan toe dat het volgens de kopers een arbeider betreft die het perceel doorverhuurt aan een boer. Notaris Saey stelde de vraag hoe dit probleem kon worden opgelost. Notaris Bultereys antwoordde bij brief van 16 oktober 2002 dat hij een onderhoud had met de gebruikers, de heer en mevrouw D.-C., en dat deze hem bewijsstukken hadden bezorgd waaruit bleek dat zij inderdaad pachters zijn, in tegenstelling tot wat werd opgenomen in het compromis. Tevens meldde notaris Bultereys dat uit zijn gesprek met de heer en mevrouw D.-C. en de voorgelegde stukken bleek dat de kopers op de hoogte waren van het gebruik van het verkochte perceel en van het statuut van de gebruikers. Tenslotte meldde hij dat de heer en mevrouw D.-C. geen bezwaar hadden tegen de geplande verkoop, dat zij bereid waren hun voorkooprecht af te tekenen, en dat zij daarnaast ook bereid waren een einde te stellen aan hun gebruik van het verkochte perceel én van de aanpalend perceel dat zij in gebruik hebben van de kopers, dit vanaf oktober 2003 en mits de kopers hen een aanvaardbaar voorstel zouden doen inzake de vrijgave van het perceel (m.n. de betaling van een prijzijvergoeding). Aan notaris Saey werd gevraagd dit voor te leggen aan de kopers. De kopers N.-P. antwoordden bij schrijven van hun raadsman dat het stuk grond werd aangekocht voor vrij en onbelast, dat de zaak al te lang aansleepte en dat tot dagvaarding zou worden overgegaan. 2.1 Voor de eerste rechter vorderden wijlen G. N. en M. P.de veroordeling van A. C. tot het verlijden van de notariële akte onder verbeurte van een dwangsom en vroeg zij dat bij gebreke daaraan te voldoen het vonnis als titel zou gelden. 2.2 A. C. betwistte de vordering. Zij voerde daartoe o.m. aan - dat zij nooit heeft geweigerd de akte te verlijden maar dat geen enkele notaris tot het verlijden van de akte wil overgaan met miskenning van de rechten van de pachters; - dat partij N.-P. goed op de hoogte waren van de situatie, nl. dat het perceel gebruikt werd door D.-C. en dat deze landbouwers zijn, maar dat zij er zelf van overtuigd waren dat dit geen obstakel vormde voor de verkoop.
  4. Bij tussenvonnis van 23 september 2003 werd de persoonlijke verschijning van partijen bevolen. Deze vond plaats op 02 de-cember
  5. Bij het bestreden eindvonnis van 28 september 2004 oordeelde de eerste rechter dat alles erop wijst dat er voorafgaand aan de ondertekening van de compromis een gesprek is geweest tussen partijen omtrent de hoedanigheid van D.-C. als gebruikers van het perceel, dat de verkoopster daarop gewezen heeft maar dat de kopers N.-P. de verkoopster overdonderd hebben door te stellen dat D. geen boer (meer) is, in een fabriek werkt en een hartinfarct heeft gehad. Verder oordeelde de eerste rechter dat het bestaan van een pachtovereenkomst wel degelijk bewezen is. Op basis daarvan besliste de eerste rechter dat nog geen uitvoering aan de koopovereenkomst kon gegeven worden gezien de gebiedende bepalingen inzake het recht van voorkoop en de uittredingsvergoeding waarmee de notaris rekening moet hou-den. In afwachting dat de wettelijke procedure inzake de aanbieding van het voorkooprecht zou worden gevolgd door wie het behoort, werd de zaak naar de bijzondere rol verzonden. De eerste rechter merkte tenslotte op dat indien het pachtrecht betwist bleef, door wie het behoorde initiatief diende te worden genomen nu pachter D. niet in de procedure betrokken was. 5.1 Met hun hoger beroep beogen de kopers N.-P. het teniet doen van het bestreden vonnis en de inwilliging van hun oorspronkelijke vordering. Ondergeschikt vorderen zij thans de terugbetaling van het voorschot meer interest vanaf de betaling. 5.2 A. C. vraagt het hoger beroep af te wijzen en het bestreden vonnis te bevestigen. 5.3 Tijdens de procedure in hoger beroep is G. N. overleden. Het geding werd voor hem vrijwillig hervat door zijn echtgenote M. P. en drie van zijn vier kinderen, nl. F., M. en K. N.. R. N. werd gedagvaard in gedwongen gedinghervatting. Beoordeling
  6. R. N. dient, als rechtsopvolger van wijlen G. N., het geding te hervatten. Nu niet is aangetoond dat R. N., voor hij werd gedagvaard in gedwongen gedinghervatting, op de hoogte is gebracht van de huidige procedure laat staan dat hem is gevraagd om het geding vrijwillig te hervatten, dienen de gedingkosten hoe dan ook ten laste te blijven van de eisers in gedinghervatting, nl. M. P. en F. N. Aan de overige erfgenamen-rechtsopvolgers van G. N. kan akte worden verleend van hun vrijwillige gedinghervatting.
  7. Tussen partijen is een definitieve koop-verkoopovereenkomst tot stand gekomen met betrekking tot het kwestieuze goed. In tegenstelling tot wat de eerste rechter heeft beslist, kan in die omstandigheden hoe dan ook geen voorkooprecht meer worden aangeboden aan de (beweerde) pachter. De koop is immers definitief voltrokken en dit kan niet worden teruggeschroefd of "ge-regulariseerd". Indien de gebruiker, dhr. D., effectief pachter is van het betreffend perceel -wat naar het oordeel van het hof uit de schaarse voorliggende gegevens niet met zekerheid kan worden afgeleid- dan zal het aan hem toekomen om eventueel toepassing te vragen van de sancties bij miskenning van het voorkooprecht zoals voorzien in artikel 52 van de Pachtwet, nl. hetzij de indeplaatsstelling, hetzij een schadevergoeding van 20% lastens de verkoopster. De pachter kan toepassing vragen van deze sancties van zodra er een definitieve verkoop is, ook al is er nog maar een compromis en nog geen notariële akte (Rép.Not., Le bail à ferme, 472, nr. 754; vgl. onder de vroegere pachtwet Cass. 12 januari 1968, Pas. 1968, I, 608). Op de vordering tot gedwongen uitvoering van de koopovereenkomst kan bijgevolg worden ingegaan. Vermits niet uit te sluiten valt dat -in geval de koop daadwerkelijk werd gesloten met miskenning van het recht van voorkoop van de pachter en dhr. D. op vandaag nog steeds pachter zou zijn- geen notaris bereid zal worden gevonden om de notariële akte te verlijden, wordt niet ingegaan op de vordering ertoe strekkend geïntimeerde te horen veroordelen om voor notaris te verschijnen onder verbeurte van een dwangsom. Het hof acht het dan ook aangewezen dat voor recht wordt gezegd dat huidig arrest als titel geldt.
  8. Appellante dient als in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld tot de gedingkosten in beide aanleggen. Wat de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep betreft, zijn de tarieven zoals voorzien in het KB van 26.10.2007 van toepassing. Vermits het terzake gaat om een niet in geld waardeerbare vordering, bedraagt de basisrechtsplegingsvergoeding 1.200,00 euro. Gelet echter op het feit : - dat er bij geïntimeerde geen onwil was om de notariële verkoopakte te verlijden; - dat G. N. dezelfde kennis had als geïntimeerde van de toestand van het perceel dat hij kocht, nl. dat het werd gebruikt door dhr. D. en dat deze minstens vroeger landbouwer was geweest zodat het tot de mogelijkheden behoorde dat deze pachtrechten zou opeisen, zou het toekennen van de basisrechtsplegingsvergoeding terzake kennelijk onredelijk zijn. Op het verzoek van geïntimeerde om de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep te beperken tot 75,00 euro kan dan ook worden ingegaan. OP DIE GRONDEN, HET HOF, recht doende op tegenspraak, gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; verklaart het hoger beroep toelaatbaar en gegrond; doet het bestreden vonnis teniet en opnieuw wijzende: zegt dat huidig arrest geldt als titel van de verkoop door geïntimeerde aan appellanten van een perceel grond gelegen te Anzegem (Ingooigem), kadastraal bekend onder Anzegem, derde afdeling, sectie C, nr. 144/I met een oppervlakte van 1485 m2; verwijst geïntimeerde in de kosten van beide aanleggen, die aan haar zijde niet dienen te worden begroot daar zij ten hare laste blijven, en die aan de zijde van appellanten vereffend worden op: - dagvaarding en rolstelling: 217,07 EUR; - rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg: 356,97 EUR; - rolrecht hoger beroep: 186,00 EUR; - rechtsplegingsvergoeding hoger beroep: 75,00 EUR. Aldus gewezen en uitgesproken in buitengewone openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, dertiende kamer, zetelende in burgerlijke zaken, op elf december tweeduizend en acht. Aanwezig: de heer Bart Wylleman raadsheer, wn. kamervoorzitter; de heer Lodewijk Langelet griffier Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.