← België

ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20081212.16

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 12 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20081212.16 Rolnummer: 2008/AR/2444 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-05-29 Raadplegingen: 92 - laatst gezien 2026-07-02 18:32 Fiche Een partij wordt gehouden tot tussenkomst in een deskundigenonderzoek dat 'ab ovo' wordt hernomen. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Bewijs (gerechtelijk recht) - Deskundigenonderzoek - Algemeen Vrije woorden: Deskundigenonderzoek - Tussenkomst. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 9e kamer ________ terechtzitting van 12-12-2008 herneming ‘ab ovo' van de opdracht door deskundige arch. Joost Beke, 8301 Knokke-Heist, Elizabethlaan 318, tel. 050/511944 aangesteld bij beschikking van de Voorzitter van de rechtbank van koophandel te Gent d.d. 05.05.2008 (AR nr. C/00031) 2008/AR/2444 in de zaak van: BELGIAN BUSINESS COMPANY LTD, vennootschap naar Brits recht, met zetel te Groot-Brittannië, Doncaster 9 - D1 Carcroft - Enterprise Park- Stationroad DN6, in België handel drijvende onder de benaming JEPA Ltd, met ondernemingsnummer 0890.280.648, met uitbatingszetel te 9940 EVERGEM, Elslo 63, appellante, hebbende als raadsman mr. DE NEVE Christian, advocaat te 9910 KNESSELARE, Urselseweg 63 tegen: VAN DEN BRAEMBUSSCHE BETONCENTRALE N.V., met maatschappelijke zetel te 9900 EEKLO, Brugsesteenweg 303, ingeschreven met KBO-nummer 0418.215.993, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. VAN DE VOORDE Tom, advocaat te 9900 EEKLO, Gentsesteenweg 56 velt het Hof het volgend arrest:

  1. Het hof nam kennis van de bestreden beschikking, gewezen in kort geding door de voorzitter van de rechtbank van koophandel te Gent op 16 juli
  2. Tegen de voormelde beschikking werd tijdig en rechtsgeldig hoger beroep ingesteld. Het hof heeft de partijen gehoord in openbare terechtzitting bij monde van hun respectieve raadslieden en in het Nederlands. Zowel de neergelegde conclusies als de overgelegde stukken werden ingezien.
  3. Bij de inleidende dagvaarding van 13 juni 2008 vorderde de appellante dat: - de geïntimeerde zou tussenkomen in het geding hangende tussen de appellante en de n.v. Sanilux Van Hyfte; - de geïntimeerde ertoe gehouden zou zijn de appellante te vrijwaren voor alle veroordelingen in hoofdsom, intresten en kosten die lastens haar zouden worden uitgesproken; - de bevolen expertisemaatregelen tegenstelbaar zouden worden gemaakt aan de geïntimeerde; - de geïntimeerde zou worden verwezen in alle gedingkosten. Met de bestreden beschikking werd deze vordering verworpen wegens gebrek aan ogenschijnlijke rechten van de appellante jegens de geïntimeerde.
  4. Met het hoger beroep beoogt de appellante dat haar oorspronkelijke vordering vooralsnog wordt ingewilligd, met de verwijzing van de geïntimeerde in de gedingkosten. De geïntimeerde betwist de gegrondheid van het hoger beroep.
  5. Bij beschikking gewezen op 5 mei 2008 heeft de eerste rechter een deskundigenonderzoek bevolen ten overstaan van n.v. Sanilux Van Hyfte en de appellante. De betwisting tussen de partijen heeft betrekking op de door de bouwheer (n.v. Sanilux Van Hyfte) aangeklaagde gebreken met betrekking tot de terrassen die werden aangelegd te . Het staat buiten betwisting dat voor de aanleg van deze terrassen de geïntimeerde stabilisé heeft geleverd aan de appellant. Er kan niet worden uitgesloten dat de gerezen problemen (voornamelijk het loskomen van de tegels) veroorzaakt kan worden door de stabilisé. De bouwheer (n.v Sanilux Van Hyfte) heeft met brief van 4 april 2008 de aangeklaagde gebreken beschreven en waar kennelijk niet het nodige gevolg werd gegeven om hieraan te verhelpen, nam hij het initiatief om in rechte de aanstelling van een gerechtsdeskundige af te dwingen, hetgeen werd ingewilligd. De deskundige heeft zijn werkzaamheden aangevat. Er ligt evenwel nog geen verslag in voorlezing voor. De deskundige heeft met betrekking tot de kwaliteit van de stablilisé nog geen standpunt ingenomen. Met zijn brief aan de appellante van 11 september 2009 heeft de deskundige aan de appellante ter kennis gebracht dat de problematiek van de buitenbevloering (mogelijks) haar oorzaak kan vinden in de plaatsing, in het bijzonder in de uitvoering van het gestabiliseerd zandbed als ondervloer.
  6. De hoogdringendheid wordt betwist in deze instantie. De appellante heeft het nodige belang en de hoedanigheid om te vorderen dat de vaststellingen van de gerechtsdeskundige tegensprekelijk zouden zijn aan de geïntimeerde. Het hof is van oordeel dat de vereiste urgentie wel degelijke aanwezig is omdat de gewone rechtspleging het geschil niet tijdig kan oplossen en omdat een onmiddellijke beslissing wenselijk is om schade van een bepaalde omvang of ernstige ongemakken te voorkomen. Meer bepaald is het hof van oordeel dat dringend tegensprekelijke vaststellingen noodzakelijk zijn zodat de bouwheer zo spoedig als mogelijk zou kunnen overgaan tot het uitvoeren van herstellingen. Er kan de appellante geen afwachtende of lijdzame houding worden verweten, want onmiddellijk na het eerste plaatsbezoek van de gerechtsdeskundige en van zodra bleek dat de stabilisé één van de mogelijke oorzaken kon zijn van de aangeklaagde gebreken

(1)heeft zij gevraagd aan de deskundige dat hij zijn werkzaamheden zou opschorten en
(2)is zij overgegaan tot dagvaarding van de geïntimeerde als leverancier van de stabilisé. Nu er in kort geding reeds een gerechtsdeskundige werd aangesteld, komt het ook om proceseconomische redenen passend voor deze vaststellingen tegenwerpelijk te maken aan de geïntimeerde. Er kan immers niet worden uitgesloten dat wanneer zulks niet het geval zou zijn de bodemrechter een tweede expertise zou dienen te bevelen om desgevallend de problematiek van de stabilisé nader te laten onderzoeken. Of de door de geïntimeerde geleverde stabilisé al dan niet met een gebrek is behept zal aan de hand van de bevindingen van de gerechtsdeskundige moeten worden uitgewezen. Aan de hand van het schrijven van de gerechtsdeskundige kan niet worden afgeleid dat hij reeds een standpunt dienaangaande zou hebben ingenomen. Wel integendeel, hij denkt tot nog toe aan de mogelijke verkeerde plaatsing of verwerking van de stabilisé en niet aan de kwaliteit ervan. Er kan evenwel op heden helemaal niet voorgehouden worden dat er geen enkel element aanwezig is om prima facie en zonder enig onderzoek dienaangaande standpunt in te nemen nopens het al dan niet deugdelijk karakter van de stabilisé. Anderzijds is het wel zo dat thans de mogelijkheid niet meer kan worden uitgesloten dat er iets niet in orde is met de stabilisé; of dit te wijten is aan de kwaliteit van de geleverde stabilisé, dan wel aan de wijze van verwerken ervan is precies datgene wat de gerechtsdeskundige dient te onderzoeken.
  1. De geïntimeerde draagt een aantal middelen voor die betrekking hebben op de gegrondheid van de vordering, nl. de beweerde aanvaarding van de geleverde stabilisé. Dergelijk verweer kan hic et nunc niet gevolgd worden. De bodemrechter zal ten gepaste tijde moeten oordelen over de juiste aard van de aangeklaagde gebreken en het al dan niet verborgen karakter ervan. Ook de beoordeling van de al dan niet aanvaarding van de geleverde stabilisé behoort tot de grond van de zaak. Om met kennis van zaken te kunnen oordelen is precies het advies van een gerechtsdeskundige noodzakelijk. Het komt dan ook passend voor dat de bodemrechter voldoende technisch wordt ingelicht om de vorderingen en het verweer van de partijen te ontmoeten. De vordering van de appellante is evenwel slechts gegrond waar zij vraagt dat de verrichtingen van de gerechtsdeskundige tegensprekelijk dienen te gebeuren aan de geïntimeerde. Ook de vraag of de geïntimeerde al dan niet gehouden is tot vrijwaring, behoort immers tot de beoordeling van de bodemrechter. Het is evenwel duidelijk dat de gerechtsdeskundige zijn verrichtingen "ab ovo" van in het begin zal dienen te hernemen en dat indien de stabilisé aan een diepgaander onderzoek moet worden onderworpen, zulks zal dienen te geschieden in een erkend laboratorium. OM DEZE REDENEN, HET HOF, recht doende op tegenspraak. In acht genomen artikel 24 van de wet van 15 juni
  2. Alle meeromvattende of andersluidende conclusies verwerpend als niet dienstig en/of ongegrond. Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en als volgt gegrond. Doet de bestreden beschikking teniet en opnieuw wijzende: zegt voor recht dat de n.v. Betoncentrale Van Den Braembussche gehouden is tussen te komen in het deskundigenonderzoek op 5 mei 2008 bevolen door de voorzitter van de rechtbank van koophandel te Gent in de zaak n.v. Sanilux Van Hyfte tegen Belgian Business Company LTD; zegt voor recht dat de gerechtsdeskundige zijn werkzaamheden "ab ovo" zal hernemen en dat wanneer hij van oordeel is dat de geleverde stablisé aan een nader onderzoek dient te worden onderworpen, zulks zal dienen te geschieden in een erkend laboratorium; zegt voor recht dat er geen aanleiding is tot een installatievergadering en dat het toezicht op het deskundigenonderzoek verder zal gebeuren door de eerste rechter. Wijst het anders- of meergevorderde af als ongegrond. Bepaalt dat de eindbeslissing over de kosten van dit deskundigenonderzoek en de andere kosten met betrekking tot de kort gedingprocedure overgelaten wordt aan de rechter die over de grond van de zaak zal oordelen. Begroot de kosten aan de zijde van de appellante op: - dagvaarding in tussenkomst: 198,08 euro - rechtsplegingvergoeding eerste aanleg: 1.200,00 euro - rolstelling hoger beroep: 186,00 euro - rechtsplegingvergoeding beroep: 1.200,00 euro en aan de zijde van de geïntimeerde op: - rechtsplegingvergoeding eerste aanleg: 1.200,00 euro - rechtsplegingvergoeding beroep: 1.200,00 euro. Aldus gewezen door de negende kamer van het Hof van beroep te Gent, recht doende in burgerlijke zaken, samengesteld uit: De heer M. Hanssens Raadsheer, wn. voorzitter, Mevrouw M. Beerens Raadsheer, De heer A. Colpaert Raadsheer, en uitgesproken door de raadsheer wn. voorzitter van de kamer in openbare terechtzitting op twaalf december tweeduizend en acht, bijgestaan door Mevrouw M. Vercruysse Griffier. M. Vercruysse A. Colpaert M. Beerens M. Hanssens Rep. nr.: 2008/ Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.