← België

ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20081215.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 15 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20081215.3 Rolnummer: 2007/RK/315 Rechtsgebied: Intellectuele eigendom Invoerdatum: 2009-02-10 Raadplegingen: 90 - laatst gezien 2026-07-02 18:32 Fiche De op een steekkaartensysteem gebaseerde databank die wordt geïnformatiseerd en gedigitaliseerd, ondergaat hiermede een kwalitatief substantiële wijziging, die voorwerp kan zijn van een substantiële investering. Op dit ogenblik begint de beschermingsperiode van 15 jaar (art. 6 Databankwet) te lopen. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INTELLECTUELE RECHTEN - Databank - Beschermingsomvang databank Vrije woorden: databankwet - substantiële investering - hergebruik - begrippen. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 7de bis Kamer ________ Terechtzitting van 15 december 2008 ________ databankwet van 31 augustus 1998 * * * stakingsvordering ________ 2007/RK/315 - In de zaak van: V. L., wonende te appellant, hebbende als raadsman mr. D. B., advocaat te tegen: SCIENTIFIC ADMINISTRATIVE TECHNICAL ASSISTANCE SERVICE (S.A.T.A.S.) N.V., met maatschappelijke zetel te 1080 SINT-JANS-MOLENBEEK, Ninoofsesteenweg 1072, met ondernemingsnummer 0420.750.762, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. PEREMANS Régine, advocaat te 1755 GOOIK, Dorpsstraat 2, velt het hof het volgend arrest: 1. Partijen werden gehoord ter openbare terechtzitting in hun middelen en conclusies, alsook werden de stukken ingezien. Bij verzoekschrift, neergelegd op 29 oktober 2007, tekende appellant tijdig en regelmatig naar vorm hoger beroep aan tegen het vonnis van 15 oktober 2007 op tegenspraak gewezen door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde, zetelend zoals in kort geding (07/973/A). Het vonnis a quo werd aan appellant betekend op 22 oktober 2007. Feiten en procedure in eerste aanleg 2. De NV S.A.T.A.S., een in 1980 opgerichte gespecialiseerde handel in boeken m.b.t. onderwerpen van alternatieve geneeskunde (hierna: "geïntimeerde"), stelt producent te zijn van een databank, bestaande uit:

(1)een verzameling van méér dan 10.000 boeken met fotogalerij, met als voornaamste vermeldingen o.a. identificatienummer, referte ingescande afbeelding, de titel van het boek, de auteur, uitgever, prijs in BEF en EUR, verdeler, publicatiedatum, ISBN-nummer, pagina's, aard, beschikbaarheid, voorraad, categorie, taal, beschrijving van het boek, gerangschikt o.a. volgens de categorieën beantwoordend aan de diverse deelgebieden van de alternatieve geneeskunde;
(2)een geordende verzameling van klantengegevens van méér dan 5.000 individuele personen verspreid over Europa met vermelding van naam, adres, land van herkomst, telefoonnummer en/of e-mailadres;
(3)een geordende verzameling van de gegevens van de uitgevers en de aan deze uitgevers verbonden verdelers. Geïntimeerde stelt dat deze databank gedurende de jaren heen werd opgebouwd op papieren drager, om finaal geïnformatiseerd te worden op 18 juni 2001. Volgens geïntimeerde zou haar databank door L. V., een ex-werknemer (hierna: "appellant"), vanaf 2006 zijn hergebruikt, door een bijna volledige overname ervan, minstens van een substantieel deel. Op 8 augustus 2006 werd door geïntimeerde een verzoekschrift tot beslag inzake namaak neergelegd ter griffie. Bij beschikking van 20 september 2006 werd deskundige W. H. aangesteld met als opdracht de omvang en de oorsprong van de namaak te beschrijven inzake
(1)de nagemaakte database, gekoppeld aan de website www.altmed.be alsook deze website zelf, die zich vermoedelijk bevindt op een drager van welke aard ook, opgeslagen in de personal computer(s), server(s) of laptop als deze zich bevinden in het voertuig van appellant, dan wel op verwijderbare dragers van welke aard ook, en
(2)alle documenten, zowel commerciële als administratieve, die van aard zijn om de namaak vast te stellen. 3. Bij dagvaarding, betekend op 19 april 2007, vorderde geïntimeerde: (a) lastens appellant te zeggen voor recht dat de opvraging/het hergebruik van de gegevens afkomstig uit de databank van geïntimeerde -bestaande uit:
(1)een verzameling van méér dan 10.000 boeken met fotogalerij, met als voornaamste vermeldingen o.a. identificatienummer, referte ingescande afbeelding, de titel van het boek, de auteur, uitgever, prijs in BEF en EUR, verdeler, publicatiedatum, ISBN-nummer, pagina's, aard, beschikbaarheid, voorraad, categorie, taal, beschrijving van het boek, gerangschikt o.a. volgens de categorieën beantwoordend aan de diverse deelgebieden van de alternatieve geneeskunde;
(2)een geordende verzameling van klantengegevens van méér dan 5.000 individuele personen verspreid over Europa met vermelding van naam, adres, land van herkomst, telefoonnummer en/of e-mailadres;
(3)een geordende verzameling van de gegevens van de uitgevers en de aan deze uitgevers verbonden verdelers- een inbreuk uitmaken op de rechten van geïntimeerde als producent van de betrokken databank; (
  1. b)appellant te horen veroordelen tot staking van deze inbreuken en staking van elke opvraging dan wel hergebruik van de gegevens van de databank, eigendom van geïntimeerde op welke wijze dan ook en onder welke vorm dan ook, waaronder in het bijzonder het aanwenden van deze gegevens voor het draaiende houden van de websites www.altmed.be en www.altmed.nl, onder verbeurte van een dwangsom van 1.000,00 EUR per inbreuk vanaf de dag na betekening van het tussen te komen vonnis; (
  2. c)appellant te veroordelen om binnen de 24 uur na de betekening van het tussen te komen vonnis, dit vonnis in extenso, zonder bijgaande commentaar van appellant of wie dan ook, gedurende 1 maand integraal leesbaar en als eerste zichtbaar te publiceren op de feitelijke startpagina's van de websites www.altmed.be en www.altmed.nl, onder verbeurte van een dwangsom van 1.000,00 EUR per dag of deel van de dag dat deze publicatie niet gebeurt; (
  3. d)appellant te veroordelen tot de kosten van het geding. Appellant betwistte de vordering met klem. Bij het vonnis a quo van 15 oktober 2007 oordeelde de eerste rechter de vordering ontvankelijk en als volgt gegrond: (
  4. a)zegt voor recht dat de opvraging/hergebruik van de gegevens afkomstig uit de databank van geïntimeerde -bestaande uit:
(1)een verzameling van méér dan 10.000 boeken met fotogalerij, met als voornaamste vermeldingen o.a. identificatienummer, referte ingescande afbeelding, de titel van het boek, de auteur, uitgever, prijs in BEF en EUR, verdeler, publicatiedatum, ISBN-nummer, pagina's, aard, beschikbaarheid, voorraad, categorie, taal, beschrijving van het boek, gerangschikt o.a. volgens de categorieën beantwoordend aan de diverse deelgebieden van de alternatieve geneeskunde;
(2)een geordende verzameling van klantengegevens van méér dan 5.000 individuele personen verspreid over Europa met vermelding van naam, adres, land van herkomst, telefoonnummer en/of e-mailadres;
(3)een geordende verzameling van de gegevens van de uitgevers en de aan deze uitgevers verbonden verdelers- een inbreuk uitmaken op de rechten van geïntimeerde als producent van de betrokken databank; (
  1. b)veroordeelt appellant tot staking van deze inbreuken en staking van elke opvraging dan wel hergebruik van de gegevens van de databank, eigendom van geïntimeerde, op welke wijze dan ook en onder welke vorm dan ook, o.a. in het bijzonder het aanwenden van deze gegevens voor het draaiende houden van de websites www.altmed.be en www.altmed.nl, onder verbeurte van een dwangsom van 1.000,00 EUR per inbreuk vanaf de dag na betekening van het tussen te komen (sic) vonnis; (
  2. c)veroordeelt appellant om binnen de 24 uur na de betekening van het tussen te komen (sic) vonnis, dit vonnis in extenso, zonder bijgaande commentaar van appellant of wie dan ook, gedurende 1 maand integraal leesbaar en als eerste zichtbaar te publiceren op de feitelijke startpagina's van de websites www.altmed.be en www.altmed.nl, onder verbeurte van een dwangsom van 1.000,00 EUR per dag of deel van de dag dat deze publicatie niet gebeurt; (
  3. d)veroordeelt appellant tot de gedingkosten. Procedure in hoger beroep 4. Het hoger beroep werd ingesteld door L. V., oorspronkelijke verweerder. Appellant weerlegt met klem de weerhouden inbreuken op de Databankwet en vordert dat het vonnis a quo zou worden teniet gedaan. Geïntimeerde vordert bevestiging van het vonnis a quo. Bijkomend vordert ze in hoger beroep appellant te horen veroordelen om binnen de 24 uur na betekening van het tussen te komen arrest, zowel het arrest als het vonnis a quo in extenso, zonder bijgaande commentaar van appellant of wie dan ook, gedurende één maand integraal leesbaar en als eerste zichtbaar element te publiceren op de feitelijke startpagina's van de websites www.altmed.be en www.altmed.nl, onder verbeurte van een dwangsom van 1.000,00 EUR per dag of deel van de dag dat deze publicatie niet gebeurt. Voor de gedetailleerde uiteenzetting van de grieven en de middelen van partijen, kan verwezen worden naar de beroepsakte en hun conclusies. Beoordeling 5. De wet van 31 augustus 1998 biedt een specifieke bescherming voor databanken wanneer er een substantiële investering werd verricht in kwalitatief of kwantitatief opzicht bij het verkrijgen, het controleren of het presenteren van de inhoud van de databank (art. 3, 1° Databankwet). Volgens art. 2, 5° Databankwet is de producent van een databank de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die het initiatief neemt tot en het risico draagt van de investeringen waardoor de databank is ontstaan. Geïntimeerde stelt terecht dat zij de producent is van haar databank, waarvoor ze bescherming inroept. Het begrip investering in de verkrijging van de inhoud van een databank in de zin van art. 7, 1° van Richtlijn 96/9 moet aldus worden opgevat dat het duidt op de middelen die worden aangewend om bestaande elementen te verkrijgen en in deze databank te verzamelen. Het omvat niet de middelen die worden aangewend voor het creëren van de elementen die de inhoud van een databank vormen (H.v.J., 9 november 2004, zaak nr. C-444/02, Juristenkrant 2004, afl. 100, 3). De substantiële investering kan een kwestie van tijd, geld, moeite en energie zijn (zie Memorie van Toelichting bij Wetsontwerp houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese Richtlijn van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken, Parl.St.Kamer 1997-1998, nr. 1535/1 en nr. 1536/1, 19; zie ook Antwerpen, 24 september 2007, I.R.D.I. 2008, 113). Geïntimeerde bewijst ruimschoots voldoende haar substantiële investering in tijd, moeite en energie (het opzoeken, nalezen en kritisch benaderen van relevante werken) voor het tot stand brengen van haar kwalitatief hoogstaande databank via een zeer uitgebreid stukkenbundel (o.a. haar stukken 1-1bis-2a-2b-2c-2bis). 6. Volgens art. 6 Databankwet geldt het recht van de producent van een databank vanaf het tijdstip waarop de fabricage van de databank is voltooid en verstrijkt 15 jaar ná 1 januari van het jaar volgend op de datum van de voltooiing. Art. 6, 3° Databankwet stelt dat met elke substantiële wijziging van de inhoud van een databank als gevolg van opeenvolgende toevoegingen, weglatingen of wijzigingen, die in kwalitatief of kwantitatief opzicht getuigen van een nieuwe substantiële investering, voor de door die investering ontstane databank een eigen beschermingstermijn ingaat. De op een steekkaartensysteem gebaseerde databank van geïntimeerde werd geïnformatiseerd en gedigitaliseerd op 18 juni 2001 (zie P.V. van vaststelling van gerechtsdeurwaarder R.C. op 22 juni 2006 - stuk 3 geïntimeerde). Ook het Hof is van oordeel dat deze informatisering een kwalitatief substantiële wijziging uitmaakt, die getuigt van een nieuwe substantiële investering door geïntimeerde, zodat de datum van 18 juni 2001 als vertrekpunt voor de huidige beschermingsperiode moet worden aangezien. 7. Het verslag van expert W. H. (stuk 9 appellant/stuk 17 geïntimeerde) stelt op blz. 13-15: "3.1.3.1. Foutieve teksten In bijlage wordt kopie gevoegd van enkele afdrukken van beschrijvingen met foutieve tekst. (...) 3.1.3.2. Watermerk Bij de beschrijving van het boek met titel "Yijing van Koning Wen" wordt op de voorstelling van het voorblad een watermerk www.SATAS.com afgebeeld (bijlage 23) 3.1.3.3. Identificatie Het blijkt dat het identificatienummer voor meerdere boeken op de website www.altmed.be, identiek is aan het nummer uit de database van verzoekende partij, welke op haar website een ander identificatienummer gebruikt. 3.1.3.4. Bestandsnamen foto's Het blijkt dat voor meerdere boeken de bestandsnamen van de foto, welke wordt weergegeven op de website, identiek is aan de bestandsnaam van de foto op de website van verzoekende partij." Het hergebruik van een substantieel gedeelte van de databank van geïntimeerde blijkt kennelijk uit o.a.:
(1)35 boeken verspreid over de databank werden teruggevonden op de website van appellant met exact hetzelfde identificatienummer en 15 boeken hebben eenzelfde inhoudsbeschrijving (al dan niet inclusief schrijffouten) en/of foto;
(2)identieke spelfouten en verschrijvingen - o.a. stuk 4a en 4b geïntimeerde;
(3)een identieke lijst van uitgevers en verdelers met identificatienummers (bijlagen 9 en 10 bij verslag HUYS). De vaststellingen bij P.V. van gerechtsdeurwaarder CLAEYS op 22 juni 2006 en op 4 september 2006 zijn eveneens duidelijk (stukken 3 en 3bis geïntimeerde). De fiches zoals opgemaakt door geïntimeerde in "Microsoft Acces" zijn géén standaardfiches (stuk 12 a geïntimeerde), maar werden door haar zorgvuldig opgebouwd voor de invoering van de specifieke gegevens per boek (stuk 12b geïntimeerde). Appellant was in het bedrijf van geïntimeerde werkzaam als informaticus en juist belast met het informatiseren van de databank. Hij bood zijn ontslag aan op 13 oktober 2005 (stuk 4 appellant/stuk 6 geïntimeerde), met ingang op 1 november 2005 en met twee maanden opzegtermijn tot 31 december
  1. Geïntimeerde wijst dan ook terecht op het relevante e-mailver-keer tussen appellant en T. A. n.a.v. het opstarten van de website www.altmed.be door appellant, inzonderheid e-mails van 18 oktober 2005, dus kort ná het geven van zijn ontslag (zie bijlage 24 verslag H. - stuk 17 geïntimeerde). Uit de tekstfragmenten "Maak de database leeg, klanten en orders, enz...", "Ik maak ook de database van klanten leeg...", "Ik wil gewoon zo snel mogelijk een niet SATAS versie hebben die er volledig anders uitziet, de database behouden we van vroeger..." blijkt expliciet dat appellant toen de databank van geïntimeerde heeft opgevraagd met als doel de bestanden ervan voor zijn persoonlijke handel te "hergebruiken". De bewering van appellant dat hij al sinds januari 2005 niet meer over het paswoord beschikte om toegang te hebben tot de database van geïntimeerde, wordt hiermede weerlegd. Appellant gebruikt nagenoeg dezelfde categorieën (zie backup van 2 september 2005 - stuk 21 geïntimeerde). Het Hof stelt dan ook vast dat appellant de databank van geïntimeerde hergebruikt heeft in de zin van art. 2, 3° Databankwet: "elk vorm van het aan het publiek ter beschikking stellen van de inhoud van een databank of van een substantieel deel ervan, door verspreiding van kopieën, verhuur, "on line" transmissie of in een andere vorm". Tevergeefs legt appellant zijn stuk 18 voor, zijnde een overzicht van URL's waar hij beweert zijn informatie m.b.t. de boeken te hebben gehaald o.a. www.amazon.com. Geïntimeerde legt telkens de uitprint van deze URL's voor (haar stuk 30) van deze boeken waaromtrent gerechtsdeurwaarder CLAEYS op 21 februari 2008 nog vaststellingen deed (stuk 28 geïntimeerde). Een vergelijking inzake overgenomen fouten toont aan dat appellant veeleer zijn gegevens uit de databank van geïntimeerde haalde. De "vergelijkende studie van de verschillen tussen de database V. en de website SATAS" (stuk 16 appellant) heeft geen enkele bewijskracht. Het stuk werd éénzijdig door appellant opgesteld hangende de beroepsprocedure, de uitprints van de zgn. databank van appellant zijn niet gedateerd en de vergelijking gebeurt met de website van geïntimeerde op de (voor dit geschil niet relevante) toestand eind
  2. Er kan besloten worden dat er sprake is van onrechtmatig hergebruik van een substantieel gedeelte van de databank van geïntimeerde, zodat de eerste rechter terecht de staking hiervan heeft bevolen onder verbeurte van een dwangsom, alsook via een passende publiciteitsmaatregel de herhaling van de inbreuk heeft benaarstigd. Het hoger beroep komt ongegrond voor. Vermits het eerste vonnis integraal wordt bevestigd en hiervan reeds de publicatie werd bevolen door de eerste rechter, alsook deze publicatie door appellant toen werd uitgevoerd (zie syntheseconclusie in hoger beroep geïntimeerde, neergelegd op 20 oktober 2008, blz. 48), komt een extra publicatie van huidig arrest niet meer opportuun voor. OM DEZE REDENEN, HET HOF, recht doende op tegenspraak; gelet op artikel 24 van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken; verklaart het hoger beroep ontvankelijk, doch ongegrond; bevestigt het bestreden vonnis; wijst de bijkomende vordering van geïntimeerde af als ongegrond; veroordeelt appellant tot de gedingkosten van de beroepsprocedure, vereffend in hoofde van geïntimeerde op 1.200,00 EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep (K.B. 26 oktober 2007). Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, kamer zeven bis, op vijftien december tweeduizend en acht. Aanwezig: de heer Frank Deschoolmeester raadsheer, wn. kamervoorzitter; de heer Lodewijk Langelet griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.