id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Advies van 15 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2008:AVIS.20081215.4 Rolnummer: 2007/AR/1071 Rechtsgebied: Intellectuele eigendom Invoerdatum: 2009-02-11 Raadplegingen: 90 - laatst gezien 2026-07-02 18:32 Fiche I. Geen auteursrechtelijke bescherming van een voorwerp waarvan de vormgeving deel uitmaakt van een algemene trend van minimalistische architectuur en interieurinrichting; II. 1/ geen nietigverklaring van het depot van de tekening 2/ geen schending van de tekening nu de betwiste spot voldoene verschilt van de gedeponeerde tekening UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INTELLECTUELE RECHTEN - Auteursrecht en Naburige rechten - Auteursrecht - Algemeen Vrije woorden: Auteursrecht - tekeningen en modellenrecht Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 7e Kamer ________ Terechtzitting van 08-12 2008 Nr. 2007/AR/1071 ------------------------- AUTEURSRECHT in de zaak van : N.V. MODULAIR LIGHTING INSTRUMENTS, met maatschappelijke zetel te 8800 Roeselare, Rumbeeksesteenweg 258 en met ondernemingsnummer 0420.306.344, appellante, hebbende als raadslieden mr. Carl De Meyer en mr. Maarten Bouciqué, advocaten met kantoor te 1040 Brussel, Nerviërslaan 9-31, tegen N.V. DELTA LIGHT, met maatschappelijke zetel te 8560 Wevelgem, Muizelstraat 2 en met ondernemingsnummer 0432.671.468, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Trees Vuylsteke, advocaat met kantoor te 8530 Harelbeke, Kortrijksesteenweg 387, velt het Hof volgend arrest : I. Bestreden beslissing - Rechtspleging in hoger beroep
- Bestreden beslissing: de beschikking van de waarnemende voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk, die zitting nam zoals in kort geding (rolnummer 06/640/A) van 28 februari
- Het hoger beroep is ingesteld bij verzoekschrift van 20 april
- Het is tijdig en regelmatig naar de vorm. Een akte van betekening wordt niet voorgelegd. Het Hof heeft artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken in acht genomen. De procedure gebeurde op tegenspraak. II. Overblijvende betwisting - Feiten - Procedure in eerste aanleg
- De overblijvende betwisting betreft de vraag: - of de N.V. Modular Lighting Instruments (hierna "Modular") al dan niet over een modellenrecht en een auteursrecht beschikt op de spot genaamd "Lotis"; - zo ja, of de N.V. Delta Light één van deze of beide rechten schendt.
- De eerste rechter beoordeelde de feiten correct als volgt. "De eiseres [thans appellante] - hierna genoemd "Modular" - is actief in de sector van de moderne designverlichting. Zij ontwerpt en verdeelt onder de merknaam "Modular" of "Modular Lighting Instruments". In 2000 creëerde Modular een inbouwspot die in februari 2001 onder de benaming "Lotis" in de catalogus werd opgenomen en die vanaf oktober 2001 werd verspreid. De verweerster [thans geïntimeerde] - hierna genoemd "Delta Light" - is actief in dezelfde branche. In 2005 bracht Delta Light in België een spot op de markt onder de benaming "Deep Ringo", die verkocht wordt tegen een fractie van de prijs van de "Lotis". Bij aangetekende brief van 28 november 2005 liet Modular aan Delta Light weten dat laatstgenoemde een inbreuk pleegde op haar exclusieve rechten en dat zij door deze namaak schade leed. Bij brief van 5 december 2005 antwoordde Delta Light dat er een duidelijk en groot verschil waarneembaar is tussen de beide producten, namelijk het feit dat de Deep Ringo een afgeleide is van de Deep Circle, terwijl alle andere afmetingen het gevolg zijn van de afmetingen van de gebruikte lamp. Bij brief van 17 januari 2006 antwoordde Modular dat Delta Light de creatiedatum van het Deep Circle niet aantoonde, alsook dat er relevante en niet te verwaarlozen verschillen bestonden tussen het Deep Circle model en het Lotis model. Daarenboven wees Modular erop dat het door Delta Light aangehaalde vermeende verschil tussen de Lotis spot en de Deep Ringo, met name de afgeronde trim, helemaal niet zo duidelijk is als door Delta Light wordt voorgehouden. Bij brief van 31 januari 2006 argumenteerde Delta Light dat de vormgeving van de Lotis technisch bepaald is en derhalve niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt. Bij brief van 10 maart 2006 beweerde Modular het tegendeel. Terzelfdertijd werd herhaald dat er tussen de Lotis en de Deep Ringo een duidelijke globale overeenstemming bestaat. Op 31 maart 2006 ging Modular vervolgens over tot dagvaarding.". Het Hof voegt voor een goed begrip van de zaak enkel nog de volgende afbeeldingen van de spots "Lotis" en "Deep Ringo" toe. (hierna volgen 2 foto's en 2 tekeningen van de spots) Lotis Deep Ringo De volgende tekeningen werden ingeschreven op 12 oktober 2000 bij het Benelux Tekeningen en ModellenBureau. (hieran volgen 5 tekeningen van de spot bekeken vanuit verschillende invalshoeken) Tot slot gaat het Hof niet in op een aantal betreurenswaardige feiten, die enkel lijken te wijzen op de ongepaste manier waarop de beide partijen elkaar wederzijds bij momenten menen te moeten beconcurreren. Zij voegen niets toe aan de grond van de zaak, die over al dan niet vermeende intellectueelrechtelijke inbreuken gaat. Zij hebben evenmin iets te maken met correct handel drijven in een concurrentiële markt.
- De eerste rechter oordeelde dat bij een synthetische beoordeling van de twee spots de verschillen voldoende opvielen en wees de vordering van Modular tot vaststelling van een inbreuk op de auteursrechten en tot staking van deze inbreuk als ongegrond af. De tegenvordering tot vaststelling van een schending van de auteursrechten van Delta Light door Modular wees zij eveneens als ongegrond af. III. Grieven - Voorwerp van het hoger beroep
- 1) In graad van beroep steunt Modular haar vordering vooral op de schending van haar modelrecht. 2) Voor het overige herneemt zij de vordering die zij in eerste aanleg ontwikkelde en die gesteund is op het auteursrecht. 3) Zij vordert de maximum rechtsplegingvergoeding, gelet op de gespecialiseerde materie van het intellectueel eigendomsrecht, wat de zaak complex maakt.
- Delta Light vraagt: 1) het model waarop Modular zich in graad van beroep steunt, nietig te verklaren; 2) ondergeschikt, vast te stellen dat zij geen inbreuk pleegt op dit model; 3) te zeggen voor recht dat Delta Light geen inbreuk pleegt op enige auteursrechten van Modular; 4) Modular te veroordelen om de kosten van het hoger beroep te betalen, waarbij zij de rechtsplegingvergoeding begroot op euro 5.
- IV. Beoordeling Het Benelux-model 33005-25 De vordering tot nietigverklaring van dit model Op de volgende gronden verwerpt het Hof de vordering tot nietigverklaring van het Benelux-model 33005-
- Modular steunt haar vordering op de schending van het model met nummer 33005-25, dat op 12 oktober 2000 ingeschreven werd. Er is een verschil tussen het ingeschreven model en de "Lotis". De "Lotis" heeft een kleine afgebogen rand, die het model niet heeft. Modular zaait enigszins verwarring door van pagina 7 tot 14 van haar syntheseconclusie de geldigheid van het "Lotis model" te bepleiten en dan op pagina 14 onder randnummer 30 niet in te gaan op het middel van Delta Light dat de Lotis armatuur niet beschermd wordt door het ingeschreven model omdat volgens Modular enkel de relatie tussen het "Deep Ringo" armatuur en het model van belang is. De opmerking dat het met betrekking tot een eventuele schending van het model 33005-25 enkel gaat over het "Deep Ringis" armatuur ten opzichte van het ingeschreven model is terecht. Om die reden beperkt het Hof zich bij de beoordeling van de eventuele modelinbreuk tot het "Deep Ringis" armatuur en het ingeschreven model. In het kader van dit onderdeel van de vordering wordt het "Lotis" armatuur niet betrokken in de beoordeling.
- Om verschillende redenen (zie verder) is Delta Lighting van oordeel dat de inschrijving van de tekening nietig verklaard moet worden. Terecht werpen beide partijen op dat de Benelux Tekeningen en Modellenwet van 25 oktober 1966 toegepast moet worden, zoals van kracht op het ogenblik van het depot, namelijk op 12 oktober
- Hierna wordt zij aangeduid met "de oude BTMWet". Op grond van artikel 1 van de BTMWet werd het nieuwe uiterlijk van een voortbrengsel, dat een gebruiksfunctie heeft, als Benelux model beschouwd. Wellicht is de term "tekening" hier meer op zijn plaats. Gelet op het feit dat partijen de term "model" hanteren en dat in de literatuur vaak "model" geschreven wordt als eigenlijk "tekening" bedoeld wordt, hanteert het Hof de beide termen.
- Het ingeschreven model is een voortbrengsel met een gebruiksfunctie. - Delta Light werpt op dat de concrete Lotis spot, zoals hij op de markt gebracht is en voor de bescherming waarvan Modular naar het Benelux model verwijst, niet overeenstemt met dat model. Het ingeschreven model wordt door Modular niet op de markt gebracht. Commercialisering is evenwel geen voorwaarde voor de rechtsbescherming in het stelsel van de oude BTMW. Het is voldoende dat het voortbrengsel op industriële of ambachtelijke wijze kan gemaakt worden en dat het niet louter een idee is, wat hier het geval is. De spot kan gebruikt worden. - Delta Light wijst er verder op dat het model onder meer geen enkele rand of trim heeft, samen met het feit dat het model geen verhoudingen tussen de dikte, breedte, lengte en diameter van de behuizing van de spot weergeeft. De afwezigheid van een trim zou impliceren dat het ingeschreven model technisch niet realiseerbaar zou zijn. Een inbouwspot zonder trim kan volgens Delta Light niet vastgezet worden, tenzij in het plafond exact dezelfde - conische - vorm als van de behuizing van de spot wordt uitgeboord, wat technisch niet of zeer moeilijk haalbaar is. Uit de uiteenzetting van Delta Light blijkt niet dat het ingeschreven model niet realiseerbaar is. Het is enkel technisch moeilijker en commercieel vermoedelijk minder voordelig. Op zich is dit niet voldoende om het model nietig te verklaren. De tekening geeft geen afmetingen, maar is nameetbaar en eventueel uitvoerbaar op basis van de verschillende oogpunten van waaruit de tekening weergegeven is. In de voorliggende zaak is dit voldoende en is een verdere beschrijving of aanduiding niet vereist voor de rechtsgeldigheid van de inschrijving. - Omdat het Beneluxmodel van Modular geen concreet, tastbaar en visueel waarneembaar product betreft, meent Delta Light dat het model ongeldig is en vordert zij de vernietiging. Uit de tekeningen van het ingeschreven model blijkt dat het voortbrengsel voldoende concreet, tastbaar en visueel waarneembaar is of kan gemaakt worden op basis van de tekeningen, zodat ook dit argument verworpen wordt. De kenmerken van het model blijken voldoende uit het depot.
- Het Hof verwerpt het argument dat het model beperkt is door de technische vereisten. Ook al heeft een inbouwspot beperkingen omwille van de techniek, dit betekent niet dat in het voorliggende geval de ontwerper geen eigen inbreng gehad heeft en over onvoldoende keuzemogelijkheden zou beschikt hebben. Het feit dat de spot teruggebracht is tot minimale elementen wijst op het uitoefenen van een zekere keuze veeleer dan op een beperking om technische redenen. Ook het feit dat de boormaten in acht genomen moeten worden sluit een keuzevrijheid niet uit. De aanwezigheid van een reflector in het model, die het rendement van de lichtbundel verhoogt, sluit evenmin een keuzevrijheid uit bij het ontwerp van de spot in zijn geheel.
- Op de volgende gronden oordeelt het Hof dat het gedeponeerde model nieuw is. Voor het depot van 12 oktober 2000 werd in de belanghebbende kring van nijverheid of handel in de Benelux geen voortbrengsel met hetzelfde uiterlijk bekend gemaakt. Delta Light brengt een aantal tekeningen bij, die volgens haar de anterioriteit bewijzen ten opzichte van de tekening waarop de Lotis gebaseerd is. Bij de volgende tekeningen is de anterioriteit niet bewezen, ofwel omdat aangetoond is dat zij van na oktober 2000 is, ofwel omdat een datum helemaal niet bewezen wordt: - Deep MR 16 (stuk 6 van het dossier van geïntimeerde - april 2002); - PSM (stuk 7 van hetzelfde dossier - 2004); - Quiet Ceiling van RSA (stuk 27 van hetzelfde dossier - geen datum); - MR 16 Borderline van Orbit (stuk 28 van hetzelfde dossier - geen datum); - Small Kooki van Pro Light (stuk 29 - datum vermoedelijk 2006; geen bewijs van creatie in 2000 of vroeger); - Unisio van Reggiani (stuk 30 van hetzelfde dossier - geen datum van creatie) De ACL 2510 bevat evenmin een datum (stuk 25 van hetzelfde dossier). Delta probeert deze te bewijzen aan de hand van de tekening in stuk 26 van haar dossier. Deze tekening heeft evenwel niet de rechte vorm maar een afgeronde vorm, zodat dit geen bewijs van anterioriteit oplevert. De Deep Circle (stuk I.12 van het dossier van appellante) en de Ringo spot (stuk I.13 van het dossier van appellante) van Delta Light hebben elk rond de spot op het plafond een dermate grote ring als armatuur dat het verschil met de gedeponeerde tekening zeer groot is. Van anterioriteit is daarom geen sprake. Delta weerlegt niet dat de Deep Circle niet in normale omstandigheden kan gemonteerd worden zonder de dubbele trim op het plafond. Delta geeft trouwens zelf toe (op p. 33 van haar syntheseconclusie, randnummer 51) dat de Deep Circle pas later aangepast is om zonder de dubbele trim te kunnen ingebouwd worden. Daarbij toont zij niet aan dat dit voor 2000 is gebeurd, zodat ook hier geen anterioriteit bewezen is. De catalogus van 1996 van Delta bevat geen voldoende gelijkend model om anterioriteit aan te tonen (stuk 21 van haar dossier). Ook de Ringo verschilt te zeer en heeft een te brede trim om als een anterieur model ten opzichte van het gedeponeerde model te kunnen gelden. De argumenten van Delta met betrekking tot de stijltrend zijn terug te brengen tot de nieuwheid en tot het eigen karakter van de spot, zodat hiervoor respectievelijk naar het voorgaande en naar randnummer 13 verwezen wordt.
- Het eigen karakter of de originaliteit van de spot moet onder de oude BTMWet niet bewezen worden, zodat het Hof niet verder ingaat op de argumentatie, die Delta ter zake ontwikkelt. Geen schending van het model door "Deep Ringo" Op de volgende gronden besluit het Hof dat de spot "Deep Ringo" het hoger genoemde Benelux-model niet schendt. De spot "Deep Ringo" moet niet vergeleken worden met de spot "Lotis", maar met het gedeponeerde model. Voor zover nog nodig wordt herhaald wat onder de feiten uiteen gezet werd, namelijk dat het model geen trim heeft, terwijl de "Deep Ringo" wel een dunne, discrete rand heeft.
- Er is sprake van namaak en dus van een schending van de tekening- en modelrechten in geval het bestreden werk geheel of gedeeltelijk een ontlenen, een overname vormt van wat nieuw is aan het werk waarvan de bescherming ingeroepen wordt (mutatis mutandis Brussel, 7 december 1999; I.R. D.I., 2000, 34; Bergen, 23 november 1994, J.T., 1995, 282). Er is namaak voorhanden wanneer de verschillen betreffende de aspecten die de nieuwheid inhouden en dus constitutief zijn voor de bescherming, niet significant voorkomen in vergelijking met de gelijkenissen in die aspecten (mutatis mutandis Brussel, 21 juni 1999, I.R. D.I., 2001, 297, met noot DE VUYST, B.). Namaak wordt op synthetische wijze beoordeeld, zonder stil te blijven staan bij detailverschillen, die niet beletten dat een deel van of geheel de originaliteit van het oorspronkelijke werk is hernomen. Het feit dat de reproductie middelmatig of minder aantrekkelijk is, is onvoldoende om te besluiten dat er geen namaak voor handen is (Cass., 4 december 1952, Pas., 1953, I, 215; Cass., 14 april 1955, J.T., 1955, 396). Bij een synthetische beoordeling valt de trim van de "Deep Circle" onmiddellijk op, tegenover het randloze model. In het geheel van het ontwerp is de aanwezigheid van een (discrete) rand geen detail, maar bepaalt de trim in voldoende belangrijke mate mee het globale uiterlijk van de spot. Dit verschil is bij een globale, synthetische beoordeling voldoende significant ten opzichte van de gelijkenissen, die voor het overige duidelijk aanwezig zijn, zodat er geen inbreuk op het model is. Conclusie
- De vordering en tegenvordering met betrekking tot het model worden verworpen. De schending van het auteursrecht De schending van het auteursrecht heeft betrekking op de spots zelf (en niet op het ingeschreven model). Op de volgende gronden oordeelt het Hof dat Modular niet over een auteursrecht beschikt op de "Lotis" en dat Delta Light bijgevolg geen auteursrecht schendt.
- Op grond van artikel 7 van het Decret d'Allarde van 2/17 maart 1791 geldt de vrijheid van beroep en bedrijf. Dit impliceert de vrijheid van mededinging. De vrijheid van de mededinging vindt een concrete toepassing in de vrijheid van kopie (cfr. ook GOTZEN, F., "De eerlijke gebruiken en de rechten van intellectuele eigendom", in STUYCK, J. en WYTINCK, P., De nieuwe wet handelspraktijken, Kluwer, 261-263). Intellectuele eigendomsrechten vormen een uitzondering op de vrijheid van handel en meer bepaald op de vrijheid van kopie. Intellectuele eigendomsrechten in het algemeen en het auteursrecht in het bijzonder kennen een monopolie toe en dat voorrecht moet niet toegekend worden aan elke prestatie of elk werk enkel en alleen omdat het de vrucht is van intellectuele inspanningen. Dit blijkt duidelijk uit artikel 1 van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten dat alleen de auteur van een werk van letterkunde of kunst het recht heeft om het op welke wijze of in welke vorm ook te reproduceren of te laten reproduceren (cfr. ook BERENBOOM, A., Le nouveau droit d'auteur et les droits voisins, Larcier, 1997, 2de ed., nr.28, p. 50). Anderzijds kan een inbreuk op het auteursrecht, en het onterecht maken van een kopie in het algemeen, aanleiding geven tot concurrentievervalsing. Het auteursrecht beoogt "free riding" of aanhaking, dit wil zeggen het ongeoorloofd gebruik maken van de inspanningen tot ontwikkeling en innovatie van een ander, te voorkomen en te beteugelen. De uitzondering op de vrijheid van handel is derhalve aan welbepaalde voorwaarden gebonden, die niet steeds door de wet zelf ingevuld zijn, maar door rechtspraak en rechtsleer op basis van internationale verdragen en de dagelijkse praktijk bepaald zijn. Zo moet, om auteursrechtelijke bescherming te genieten, een werk uitgedrukt zijn in een bepaalde vorm, die mededeelbaar is aan het publiek (ideeën zijn niet beschermd, maar behoren tot het publiek domein). Bovendien moet het werk origineel zijn.
- Een origineel werk is een werk, een voortbrengsel met een eigen persoonlijk karakter, dat de stempel draagt van de persoonlijkheid van de maker, op het gebied van de toegepaste kunst (Benelux Gerechtshof, inzake Screenoprints, 22 mei 1987, R.W., 1987-'88, 14; Cass., 24 februari 1995, I.R. D.I., 1996, 28; www.cass.be), zonder dat uit het zicht van het werk moet kunnen afgeleid worden wie de auteur is. Drukt het werk de activiteit uit van zijn auteur? Heeft het werk een individueel karakter? Een zekere mentale activiteit is vereist, zoniet komt de persoonlijkheid van de auteur niet tot uiting in het werk. Elementen die op zich niet origineel zijn kunnen door de wijze waarop ze samen gebracht zijn een origineel geheel opleveren. De artistieke, noch de esthetische waarde zijn relevant om te bepalen of een werk al dan niet auteursrechtelijk beschermd is (Cass., 27 april 1989, Pas., 1989, I, 908; STROWEL, A., "L' originalité en droit d'auteur: un critère à géométrie variable", J.T., 1991, 513 (inz. 514-515)). Handigheid, technische vaardigheid of omvangrijk werk (zonder de persoonlijke inbreng van de maker) zijn onvoldoende opdat een werk auteursrechtelijk beschermd zou zijn. Nieuwheid is in beginsel geen criterium om een werk auteursrechtelijk te beschermen (DE VISSCHER, F. en MICHAUX, B., Précis du droit d'auteur et des droits voisins, 2000, Brussel, Bruylant, nrs. 23 en 31, met verwijzing; STROWEL, A., "L' originalité en droit d'auteur: un critère à géométrie variable", J.T., 1991, 513-514), net zo min als omvangrijk opzoekingswerk of een grote inspanning om het werk te maken (ibidem). Wat nieuw is, is niet automatisch origineel. Wat origineel is, kan nieuw zijn en zal vaak een aspect van nieuwheid impliceren. De twee begrippen vallen evenwel niet samen. De maker van een later werk mag nog steeds bewijzen dat zijn werk onafhankelijk van het eerste werk tot stand gekomen is. De originaliteit van een inbouwspot is, als die er al is, in een veeleer beperkt aantal kenmerken gelegen, gelet op de functionaliteit en de bestemming van inbouwspot. Een origineel werk is niet vanzelfsprekend. Het is ook niet banaal. De bewijslast van appellante beperkt zich tot het aanduiden waarin de originaliteit van de creatie ligt. Zij dient aan te tonen dat de "Lotis" niet geheel bepaald is door zijn aard en dat de vormgeving het resultaat is van de eigen keuzes van de ontwerper (DE VISSCHER, F. en MICHAUX, B., Précis du droit d'auteur et des droits voisins, 2000, Brussel, Bruylant, nrs. 24, met referenties).
- De anterioriteit van een werk kan de uitgestrektheid van de originaliteit beïnvloeden (DE VISSCHER, F. en MICHAUX, B., Précis du droit d'auteur et des droits voisins, 2000, Brussel, Bruylant, nr. 22). Originaliteit is evolutief. De originaliteit dient in de context van het werk beoordeeld te worden, op het ogenblik dat het gemaakt is (zie ook DE VISSCHER, F., "Le facteur "temps" dans l'application de la loi relative au droit d'auteur et aux droits voisins", GOTZEN, F. (ed.), Belgisch auteursrecht van oud naar nieuw, C.I.R., Brussel, Bruylant, 1996, nr. 2, 428).
- Hoewel hiervoor (bij de bespreking van het model) aanvaard werd dat geïntimeerde niet aantoont dat er vóór het model een voldoende gelijkende inbouwspot gecreëerd en op de markt gebracht was, impliceert dit niet dat de "Lotis" origineel is. De "Lotis" past in een trend van minimalistische architectuur en interieurinrichting. Delta toont voldoende aan dat er reeds in 1995 en 1996 spots op de markt waren, die niet hetzelfde zijn als de "Lotis", maar wel de trend van sobere armaturen en geringere detaillering inluidden (stukken 22, 8 of de annex van 5 van het dossier van geïntimeerde). Hoewel de vorm nog niet recht is en er nog een iets bredere rand is, is de ACL 2510 uit 1991 (stuk 26 van het dossier van geïntimeerde) ook reeds sober te noemen. De "Lotis" is te beschouwen worden als een evolutie van sobere vormen en van de tendens van eenvoudige vormgeving. De inbreng van Modular (met name de versobering door de weglating van de grotere ring van de trim en het recht maken van de behuizing tot een trechtervorm) is in deze zaak te gering ten opzichte van de versobering, die in het algemeen in de interieurinrichting en met betrekking tot inbouwspots in het bijzonder aan de gang was in de periode van de creatie van de "Lotis" en in de jaren erna, om de vereiste toets van originaliteit te doorstaan. Het karakter is niet voldoende individueel. In tegenstelling tot wat Modular argumenteert, maakt dit minimalisme met betrekking tot de "Lotis" net niet haar oorspronkelijk karakter uit. Het voorgaande is voldoende om het hoger beroep van Modular te verwerpen. Het is niet nodig verder in te gaan op de overige middelen en argumenten van partijen. Kosten
- Op grond van de artikelen 1042, 1017 en 1022 Ger. Wb. worden de kosten ten laste gelegd van iedere partij die ze gemaakt heeft en worden de rechtsplegingvergoedingen gecompenseerd. V. Beslissing Het hoger principaal en incidenteel beroep zijn toelaatbaar, maar beide ongegrond. Het Hof: - bevestigt het bestreden vonnis; - veroordeelt elke partij tot betaling van de eigen kosten en compenseert de rechtsplegingvergoedingen. Aldus gewezen door de zevende kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit Pieter Vanherpe, raadsheer, waarnemend voorzitter, Geneviève Vanderstichele, raadsheer, Geert De la Ruelle, raadsheer, bijgestaan door Achiel Ferdinande, griffier en uitgesproken door de wn. voorzitter in openbare terechtzitting op vijftien december tweeduizend en acht. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div