id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 09 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090109.7 Rolnummer: 2001/AR/1767 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-05-27 Raadplegingen: 101 - laatst gezien 2026-07-02 18:56 Fiche De vordering van een aannemer tot schadevergoeding voor afwijzing van zijn inschrijving op een openbare aanbesteding, wordt in graad van beroep ongegrond verklaard. UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - OVERHEIDSOPDRACHTEN - Algemeen (overheidsopdrachten) Vrije woorden: Openbare aanbesteding - Overheidsopdrachten - Schadevergoeding Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 9e kamer terechtzitting van 09-01-2009 2001/AR/1767 in de zaak van: KERKFABRIEK PAROCHIE ONZE LIEVE VROUW TEN HEMELOPNEMING, met bestuurszetel te 8740 Pittem, Markt 2, namens wie optreedt in toepassing van art. 79 van het Keizerlijk Decreet van 30 december 1809, haar schatbewaarder C. R., wonende appellante, hebbende als raadsman mr. GOBIN Koenraad, advocaat te 8700 TIELT, Kasteelstraat 96 tegen: AANNEMINGEN SEYNHAEVE B.V.B.A., met maatschappelijke zetel te 8830 HOOGLEDE, Bruggesteenweg 143, ingeschreven in het H.R. te Kortrijk, onder het nr. 9.458, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. PRIEM Achiel, advocaat te 8800 ROESELARE, Westlaan 358 velt het Hof het volgend arrest: Folio nr. 29 Het hof heeft kennis genomen van het bestreden vonnis van 28 februari 2001 van de eerste kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, waartegen de KERKFABRIEK van de parochie ONZE LIEVE VROUW TEN HEMELOPNEMING van Pittem (hierna kortweg de KERKFABRIEK/PITTEM en/of het opdrachtgevend bestuur) tijdig en regelmatig naar de vorm hoger beroep heeft ingesteld. De geïntimeerde, bvba AANNEMINGEN SEYNHAEVE wordt hierna kortweg aangeduid als bvba SEYNHAEVE en/of de aannemer. Het hof heeft de partijen gehoord in openbare terechtzitting, bij monde van hun respectieve raadslieden en in het Nederlands. Zowel de neergelegde conclusies als de overgelegde stukken werden ingezien. 1.1. Bvba SEYNHAEVE komt op tegen de beslissing van de KERKFABRIEK/PITTEM waarbij haar inschrijving in maart 1996 op de openbare aanbesteding voor de renovatie van de ramen van het kerkgebouw te Pittem abnormaal werd bevonden gezien de prijs (1.778.942 BEF, btw. incl., thans euro 44.098,82) meer dan 15 % lager lag dan het gemiddelde bedrag der ingediende inschrijvingen (overeenkomstig art. 25§3 KB 22 april 1977); dit standpunt gehandhaafd zijnde ook nadat bvba SEYNHAEVE desbetreffend uitgenodigd was tot verantwoording en zij een verantwoording had gegeven. 1.2. Op 6 november 1996 liet bvba SEYNHAEVE gedinginleidende dagvaarding betekenen aan de KERKFABRIEK/PITTEM strekkende tot dezes veroordeling tot betaling aan haar van de som van 177.894 BEF, thans euro 4.409,88, te vermeerderen met de gerechtelijke intrest vanaf de datum van dagvaarding en met de kosten van het geding, inbegrepen de rechtsplegingvergoeding. Voorhoudende dat de beslissing (tot afwijzing van haar inschrijving/ de beslissing waarbij het werk aan haar niet werd toegewezen) kennelijk niet formeel werd gemotiveerd als bestuurshandeling in de zin van de wet van 20 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering der bestuurshandelingen, stelt de bvba SEYNHAEVE dat haar inschrijving ten onrechte werd afgewezen en dat zij dienvolgens gerechtigd is op een schadevergoeding van 10 % van het bedrag van haar inschrijving (overeenkomstig art. 12§1 van de wet van 14 juli 1976), zijnde de gevorderde hoofdsom van 177.894 BEF, thans euro 4.409,88. De KERKFABRIEK/PITTEM vorderde in de eerste aanleg de afwijzing van de vordering als ongegrond met de verwijzing van bvba SEYNHAEVE in alle gedingkosten. 1.3. In het bestreden vonnis heeft de eerste rechter geoordeeld dat het bestuur de betrokken inschrijver per aangetekende brief diende te verzoeken om binnen de termijn van 12 kalenderdagen de nodige verantwoordingen te verstrekken en dat het bestuur na onderzoek diende te laten weten welke prijzen nog als abnormaal voorkomen. Volgens de eerste rechter heeft de KERKFABRIEK/PITTEM zeer vaag geantwoord op de verantwoording door bvba SEYNHAEVE gegeven en heeft zij niet laten weten welke prijzen nog als abnormaal voorkomen.De niet-naleving van deze substantiële pleegvorm maakt, aldus de eerste rechter, dat de inschrijving niet als onregelmatig kon van de hand gewezen worden en bijgevolg regelmatig is.Aldus de eerste rechter, moest worden besloten dat de inschrijving van bvba SEYNHAEVE de laagste was van de regelmatige inschrijvingen, zodat zij gerechtigd was op de in art. 12 van de wet van 14 juli 1976 bepaalde vergoeding van 10 % op het bedrag van de inschrijving. In het bestreden vonnis heeft de eerste rechter dienvolgens de eis van bvba SEYNHAEVE ingewilligd zoals gevorderd. 1.4. Met het hoger beroep verzoekt de KERKFABRIEK/PITTEM aan het hof dat: - haar hoger beroep ontvankelijk en gegrond wordt verklaard; - het bestreden vonnis wordt teniet gedaan; - opnieuw wijzende de oorspronkelijke vordering als ontvankelijk doch ongegrond wordt afgewezen; - bvba SEYNHAEVE wordt verwezen in alle kosten van de beide instanties (nader begroot aan de zijde van de KERKFABRIEK/PITTEM). 1.5. Bvba SEYNHAEVE vordert in deze instantie de bevestiging van het vonnis a quo met verwijzing van de KERKFABRIEK/PITTEM in alle kosten van de beide instanties (nader begroot aan de zijde van bvba SEYNHAEVE). 2.1.1. Voorafgaandelijk wijst het hof erop dat uit de door de KERKFABRIEK/PITTEM overgelegde stukken 1-3 blijkt dat aan haar machtiging werd verleend bij besluit van de Bestendige Deputatie van de Provincieraad van West-Vlaanderen d.d. 19 december 1996, na gunstig advies van de Gemeenteraad van Pittem d.d. 25 november 1996, om in rechte op te treden (vereiste opgelegd door Keizerlijk decreet van 30 december 1809). Ter zake het instellen van hoger beroep blijkt uit de overgelegde stukken 10 en 11 van de KERKFABRIEK/PITTEM dat desbetreffend werd voldaan aan de vereiste, opgelegd door de wet van 10 maart 1999 tot wijziging van het Keizerlijk decreet van 30 december 1809 op de kerkfabrieken en van de wet van 4 maart 1870 op het tijdelijke der erediensten, ingevolge het welke rechtsgedingen met een eerder lage waarde (zoals te dezen), dit wil zeggen niet boven de 400.000 BEF, na het van kracht worden van de euro gebracht op euro 10.000, enkel nog onderworpen zijn aan het advies van het bisdom en het algemeen toezicht van de gouverneur. 2.1.2. De KERKFABRIEK/PITTEM heeft nooit de niet toelaatbaarheid dan wel de niet ontvankelijkheid van de oorspronkelijke vordering ingeroepen. Er werd door bvba SEYNHAEVE geen vordering tot schorsing noch enig annulatieberoep ingesteld bij de Raad van State tegen de door haar in deze zaak als onwettig ervaren administratieve beslissing(en). Dat bvba SEYNHAEVE zich niet tot de raad van State heeft gewend belet anderzijds niet dat de burgerlijke rechter kennis neemt van de aansprakelijkheidsvordering van bvba SEYNHAEVE, gesteund op voorgehouden onwettige overheidsbeslissing(en). Immers, het voorgehouden verlies van een kans om een contractueel voordeel of recht te bekomen is op zich reeds voldoende (als voorgehouden subjectief recht) om de burgerlijke rechter te kunnen vatten. 2.2.1. De voor de oplossing van het geschil in kwestie van belang zijnde wettelijke bepaling is art. 25 (meer in het bijzonder de §§2 en 3 van dit artikel) van het KB van 22 april 1977 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, zoals ingevoegd bij KB van 9 augustus 1985, gepubliceerd in het B.S. van 19 augustus 1985. De §§2 en 3 van dit art. 25 luiden letterlijk als volgt: "§ 2. Vooraleer het bestuur evenwel een inschrijving afwijst inzonderheid met verwijzing naar artikel 20, § 5, wegens haar blijkbaar abnormaal hoge of abnormaal lage eenheidsprijzen of totale prijzen, moet het de betrokken inschrijver per aangetekende brief verzoeken hierover, binnen een termijn van 12 kalenderdagen, uitleg te geven. Na onderzoek van de gegeven uitleg laat het bestuur de betrokken inschrijver weten welke prijzen nog als abnormaal worden beschouwd. § 3. Wanneer het daarenboven gaat om aanbestedingen voor werken waarvoor minstens vier inschrijvingen werden ingediend, wordt iedere inschrijving waarvan het bedrag vijftien % onder het gemiddelde van de bedragen der ingediende inschrijvingen ligt, ongeacht of zij regelmatig zijn of niet, aangezien als een inschrijving waarvoor het bestuur moet nagaan of het bedrag ervan eventueel abnormaal is. Het in het eerste lid bedoelde gemiddelde wordt berekend als volgt:
- a)wanneer het aantal inschrijvingen gelijk is aan of hoger ligt dan zeven: door tegelijk de laagste inschrijving en een aantal van de hoogste inschrijvingen tot een beloop van een vierde van alle inschrijvingen uit te sluiten. Indien dat getal niet deelbaar is door vier wordt het kwart ervan afgerond naar de hogere eenheid toe,' (te dezen was het aantal inschrijvingen 8 en derhalve was deze hypothese van toepassing)
- b)wanneer het aantal inschrijvingen lager is dan zeven: door de laagste en de hoogste inschrijving uit te sluiten.(deze hypothese doet zich te dezen niet voor) Nochtans moet het Bestuur, alvorens eventueel een inschrijving af te wijzen wegens het blijkbaar abnormale karakter van de prijs, de inschrijver bij aangetekend schrijven uitnodigen binnen de twaalf kalenderdagen de noodzakelijke verantwoordingen te verstrekken. Die verantwoordingen mogen enkel steunen op een of meer gegevens die eigen zijn aan de inschrijving, de inschrijver of aan de opdracht. Indien na onderzoek van deze verantwoordingen, de prijs van de opdracht als abnormaal beschouwd blijft, moet het bestuur, in afwijking van § 1, de inschrijving als onregelmatig en niet bestaande beschouwen. Het bestuur licht hierover de betrokkene in. " Essentieel in de voormeld aangehaalde bepalingen met betrekking tot de onderhavige betwisting is dat:
- a)het bestuur verplicht is om, wanneer het globaal bedrag van de inschrijving meer dan 15 % onder het gemiddelde van de globale bedragen van de overige inschrijvingen ligt (berekend zoals in art. 25 §3 a. voormeld), de te laag geachte inschrijver bij aangetekend schrijven te verzoeken om uitleg te geven binnen de 12 kalenderdagen;
- b)alleen de uitleg die steunt op een of meer gegevens die eigen zijn aan de inschrijving, aan de inschrijver of aan de opdracht kunnen in aanmerking komen;
- c)wanneer het bestuur dergelijke uitleg ontvangt van de qua globale prijs te laag geachte inschrijver, het bestuur de ontvangen uitleg dient te onderzoeken en na onderzoek te laten weten aan de betrokkene indien het de globale prijs als abnormaal blijft beschouwen, 2.2.2. In concreto is er in deze zaak als volgt gehandeld door partijen: 1°) Bij aangetekend schrijven van 5 maart 1996 schreef de architect, Pascal De Jaegere, in opdracht van de KERKFABRIEK/PITTEM aan bvba SEYNHAEVE: "De opening van de aanbesteding vond plaats op 01/03/1996. Bij toepassing van art. 25 §3 van het KB van 22/04/1977 en 09/08/1985 is de begrenzing voor een abnormale inschrijving bepaald op 1.970.219,. fr. (thans euro 48.840,45) Uw bieding is de laagste en lager dan de vermelde begrenzing. Om die reden wordt Uw inschrijving als abnormaal beschouwd, en vraag ik een algemene verantwoording daaromtrent over te maken. De posten waarvoor een detailverantwoording dient opgegeven te worden, voor de ramen opgesomd in de samenvattende staat zijn: -Afscherming -Uitnemen van de beglazing -Uitnemen van de monelen en vensterbaren -Het herplaatsen van de monelen -Vensterbaren. Gelet op de bepalingen van vermeld KB, moet Uw verantwoording ter beschikking zijn binnen de 12 kalenderdagen. Na onderzoek van de gegeven uitleg laat het Bestuur U weten, welke prijzen nog als abnormaal beschouwd worden..." Uit het hiervoor geciteerd schrijven blijkt letterlijk dat het opdrachtgevend bestuur, de KERKFABRIEK/PITTEM in de eerste plaats om een algemene verantwoording vroeg (en vervolgens, in tweede orde, eveneens om een detailverantwoording van bepaalde, nader aangeduide deelposten). 2°) Bij brief van 13 maart 1996 heeft bvba SEYNHAEVE geantwoord aan de onder 1°) voornoemde architect als volgt: "In aansluiting met uw schrijven van 05.03.'96 laten Wij u in volgorde volgende staving geworden: - afscherming: het betreft hier enkel en alleen de binnen afsluiting, t.t.z. plaatsen van 4 platen per raam aan 1000 F (thans euro 24,79) / uur komt dit op 1 1/2 u x 2 man wat ruim voldoende is. de buitenafscherming gaat mede met de stellingen en zo geplaatst, dat ze kan opgerold worden. de rolsteiger in de kerk is verrekend bij de stelling onder post A. Het afnemen van de afscherming is verrekend in post H. - uitnemen glas: deze post vormt een geheel met post G. Wij kregen prijsofferte en namen een normale winstmarge van 10% op deze offerte. Het is ook zo dat het wegnemen van de buitenafscherming ten laste valt van de glazenier. De glazenier is een eerste klasse vakman en is het atelier "Atrium" uit De Pinte. Zij hebben voldoende referenties, zoals: Begijnhof Gent, Kerk St. KruIs Brugge, Kerk St. Amand Roeselare, Basiliek Dadizele, Kerk Moorsele, Kerk Kluizen, Kerk H.Hart Aalst, enz. - Uitnemen van monelen en baren + herplaatsen van monelen. Deze drie posten D, E en F vormen een geheel op zijn eigen, alsmede het herplaatsen van de baren. Wij voorzagen 37 nieuwe monelen in het geheel; wat drie ramen vertegenwoordigt van het type 8. Wij betwijfelen dat er zoveel van doen zullen zijn. Anderzijds kunnen wij mededelen dat wij beschikken over een eigen steenhouwerij en marmerbedrijf en uiteraard de nodige vaklui om het geheel goed af te werken. Een moneel kan op die wijze gemaakt worden voor 1500,- F (thans euro 37,18) / st. De te volgen werkwijze is de uitname van 3 à 4 ramen, alles samen brengen en terug te plaatsen t.t.z. oude bij elkaar en nieuwe bij elkaar. Wij voorzagen 700 F (thans euro 17,35) voor de montage per stuk en 700 F (thans euro 17,35) voor herplaatsing, dit is bijna 1 u. 30' voor 1 stuk. Voor wat de vensterbaren betreft, kregen wij een offerte van 205.000,- F (thans euro 5.081,82) voorlatten en bouten inbegrepen, daar waar wij voor dit gegeven 255.000,,- F (thans euro 6.321,28) hebben. Dus met de nodige winstmarge en nog een marge voor eventueel een tekort bij de monelen. Wij besluiten dienvolgens, dat de werken zoals voorzien, kunnen uitgevoerd worden aan de door ons opgegeven prijs..." 3°) Op 27 maart 1996 nam het opdrachtgevend bestuur, de KERKFABRIEK/PITTEM de beslissing om de werken in kwestie te gunnen aan de tweede laagste bieder, gemotiveerd als volgt: "Gelet op de beslissing van de Kerkfabriek van 03-04-1995 betreffende de goedkeuring van het dossier i.v.m. de renovatie van de kerkramen; Gelet op het gunstig advies van de gemeenteraad in zijn vergadering van 26-06-95; Gelet op het gunstig advies van de Provinciale Technische dienst, mits voldaan wordt aan enkele opmerkingen en overwegende dat het lastenboek werd aangepast aan de opmerkingen van voormelde dienst; Gelet op het schrijven van het Ministerie van Justitie dd 05-01-1996 waarbij machtiging wordt verleend tot aanbesteding van deze werken; Gelet op het Proces-Verbaal van de opening der inschrijvingen dd 01-03-1996; Gelet op het verslag van nazicht van de architect De Jaeghere Pascal dd 20-03-96 Besluit: Het kerkbureau beslist deze werken te gunnen aan firma MONUMENT V. voor de som van 1675445 fr (excl BTW) (thans euro 41.533,20) of 2027288 fr (incl BTW) (thans euro 50.255,16). Hierbij kan tevens worden gewezen op het feit dat ook de provincale overheid geen bezwaar had tegen de toewijzing aan de voornoemde, nv Monument Vandekerckhove, als laagste bieder (stuk 6/DE KERKFABRIEK/PITTEM) en dat ook de Vlaamse Minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Stedelijk Beleid en Huisvesting geen opmerkingen had aangaande het feit dat de nv Monument Vandekerckhove uit Ingelmunster werd in aanmerking genomen als de laagste ‘regelmatige' bieder (stuk 7/DE KERKFABRIEK/PITTEM). In het verslag van nazicht van architect De Jaeghere d.d. 20 maart 1996, waarnaar de beslissing van de KERKFABRIEK/PITTEM d.d. 27 maart 1996 verwijst, wordt het grensbedrag voor de globaal te lage inschrijving uitgelegd op p. 2 onder punt 4 ("onderzoek naar abnormale inschrijvingen") en wordt dit als volgt gemotiveerd: "De berekening is conform art. 25 §3 van het KB van 22/04/1977 en 09/08/1985. Het gemiddelde van de bieders vermeld in de rangschikking onder 2-3-4-5 en 6 is: (2027288+2238500+2241223+2467039+2615476)/5 = 2.317.905 15% minder dan 2.317.905 is: 1.970.219
(1)De bieding van SEYNHAEVE is als abnormaal laag te beschouwen." De architect heeft dus wel degelijk conform art. 25§3 a. te dezen de laagste bieder (nr. 1- bvba SEYNHAEVE) en de twee hoogste bieders (de nrs. 7 en 8) buiten beschouwing gelaten voor de berekening van het gemiddelde en voor de berekening van de grenswaarde (van -15 % op het voormelde gemiddelde). 4°) Op 5 april 1996 schreef de KERKFABRIEK/PITTEM aangetekend aan bvba SEYNHAEVE: "In zijn vergadering van het Kerkbureau van 27-03-96 werd de aanbesteding i.v.m. het renoveren van kerkramen van de kerk van O.L.Vrouw ten Hemelopneming te Pittem besproken. Gelet op de opening van de aanbesteding op 01-03-96, en na inzage van uw schrijven van 13-03-96 met bijkomende uitleg omtrent uw prijsopgave, blijft het bestuur, gelet op het KB van 22-04-77 art 25 §3 uw prijs als abnormaal beschouwen en kan het werk u niet toegewezen worden..." 2.2.
- De voormelde handelswijze in concreto, zoals hiervoor onder punt 2.2.
- uiteengezet brengt het hof tot de hiernavolgende juridische beoordeling: A. Uit 2.2.
- 1°) en het aangetekend schrijven van 5 maart 1996 blijkt dat de KERKFABRIEK/PITTEM haar verantwoordelijkheid heeft genomen en gehandeld heeft overeenkomstig en zoals vereist door het bepaalde in art. 25 §§ 2 en 3 van het KB van 22 april 1977 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, zoals ingevoegd bij KB van 9 augustus 1985, gepubliceerd in het B.S. van 19 augustus
- Geconfronteerd met een totale prijs van bvba SEYNHAEVE die meer dan 15 % onder de gemiddelde totaalprijs van de andere inschrijvers lag (berekend zoals in art. 25 §3 a. voormeld) moest de KERKFABRIEK/PITTEM aan bvba SEYNHAEVE om uitleg en verantwoording vragen, wat zij heeft gedaan. De bvba SEYNHAEVE werd uitdrukkelijk gewezen op art. 25 §3 van het KB van 22/04/1977 en 09/08/1985, het grensbedrag werd concreet opgegeven en er werd op gewezen dat bvba SEYNHAEVE lager zat met haar prijs dan dit grensbedrag. Bvba SEYNHAEVE werd in de eerste plaats om een algemene verantwoording gevraagd (en verder in de tweede plaats ook om een verantwoording van bepaalde, nader aangeduide detailposten, naar het oordeel van het hof aldus in tweede orde slechts te onderzoeken voor het geval bvba SEYNHAEVE er toch mocht in slagen om een sluitende algemene verantwoording voor haar te lage totaalprijs op te geven). Bvba SEYNHAEVE wist uit de inhoud van dit aangetekend schrijven van 5 maart 1996 in rechte en meteen ook in feite wat er schortte aan haar inschrijving en wat haar desbetreffend te doen stond/wat er van haar werd gevraagd door het opdrachtgevend bestuur. De motivering van voormeld aangetekend schrijven is materieel en formeel voldoende/afdoende. Bvba SEYNHAEVE was verwittigd dat zij in de eerste plaats een algemene verantwoording zou dienen te geven en blijkens voormeld art. 25§3 diende deze verantwoording betrekking te hebben op een of meer gegevens die eigen zijn aan de inschrijving, de inschrijver of aan de opdracht. -B. Het hof moet evenwel met de KERKFABRIEK/PITTEM vaststellen dat bvba SEYNHAEVE een dergelijke algemene verantwoording nooit heeft gegeven, zeker niet binnen de bij voormeld KB bepaalde termijn van 12 werkdagen waarover zij beschikte. Bvba SEYNHAEVE heeft in haar brief van 13 maart 1996 enkel uitleg gegeven m.b.t. bepaalde deelposten en gaf geen algemene verantwoording nopens het feit dat zij met haar totaalprijs meer dan 15 % onder het gemiddelde van de inschrijvers zat. Nergens wordt gezegd in de brief van 13 maart 1996 dat bepaalde elementen die bvba SEYNHAEVE aanhaalt met betrekking tot bepaalde deelposten ook zouden kunnen of moeten gelden als algemene verantwoording. Nergens in de brief van 13 maart 1996 is er ook maar sprake van een algemene verantwoording. Wat bvba SEYNHAEVE achteraf in deze procedure naar voor brengt en distilleert uit de brief van 13 maart 1996, met name dat zij een bekwame onderaannemer glazenier had en dat zij eveneens kon beschikken over een eigen steenhouwerij en marmerbedrijf, heeft zij nergens in de brief van 13 maart 1996 als elementen ter algemene verantwoording naar voor gebracht en ook thans wordt nog niet nader aannemelijk gemaakt dat deze elementen zouden meebrengen dat er niet langer sprake zou zijn van abnormaal lage totaalprijs in haren hoofde. Bvba SEYNHAEVE bracht derhalve geen gegevens aan die eigen zijn aan de inschrijving, aan de inschrijver of aan de opdracht en die kunnen in aanmerking komen als algemene verantwoording dat er te dezen geen sprake kan zijn van abnormaal lage totaalprijs in haren hoofde. -C. Waar er geen algemene verantwoording werd gegeven blijft uiteraard overeind dat er te dezen sprake is en blijft van een abnormaal lage totaalprijs in hoofde van de bvba SEYNHAEVE. De KERKFABRIEK/PITTEM heeft dat uitdrukkelijk nog aan bvba SEYNHAEVE laten weten bij aangetekend schrijven van 5 april 1996:"... , blijft het bestuur, gelet op het KB van 22-04-77 art. 25 §3 uw prijs als abnormaal beschouwen en kan het werk u niet toegewezen worden..." Weerom werd er gewezen op het toepasselijke art. 25 §3 en op het blijvend abnormaal beschouwen van de abnormaal lage totaalprijs van bvba SEYNAEVE, wat de evidentie zelf is wanneer er geen algemene verantwoording door deze aannemer was gegeven. Al het voormelde brengt het hof ertoe aan te nemen dat het opdrachtgevend bestuur heeft gehandeld overeenkomstig hetgeen ter zake door de regelgeving inzake overheidsopdrachten (voornoemd art. 25 §§2 en 3 van het KB van 22 april 1977 en KB van 9 augustus 1985), maar evenzeer overeenkomstig hetgeen door de wetgeving van 20 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering der bestuurshandelingen voorgeschreven is. De door het opdrachtgevend bestuur gegeven materiële en formele motivering geeft te dezen, dit is in het geval van door het bestuur gevraagde maar door de aannemer niet gegeven algemene verantwoording, in rechte en in feite voldoening, komt afdoende voor en laat een legaliteitstoetsing toe. De aannemer bvba SEYNHAEVE beschikte aan de hand van de in voornoemde, aan hem gerichte stukken vervatte motivering in voldoende mate over de noodzakelijke gegevens om, had zij gewild, waar zij dat nodig vond administratiefrechtelijk verhaal voor de Raad van State in te stellen (wat zij evenwel niet heeft gedaan). Geen enkele motiveringskwestie noch enig ander middel of argument door bvba SEYNHAEVE ingeroepen, zo ook niet art. 159/gecoördineerde G.W.(dat de aan te vechten beslissing(en) zou laten bestaan, waaromtrent uit het vorenstaande en de aangebrachte middelen en voorgelegde stukken geen redenen zijn gebleken om ze niet toe te passen en onwerkzaam te laten) kan het hof ertoe brengen aan te nemen dat bvba SEYNHAEVE zelfs maar een zekere, vaststaande kans op het werk in kwestie, laat staan als laagste regelmatige inschrijver, zou zijn ontnomen door het opdrachtgevend bestuur, de KERKFABRIEK/PITTEM. De totaalprijs van inschrijving van de bvba SEYNAEVE werd immers met reden, afdoende gemotiveerd, als abnormaal laag bevonden door het opdrachtgevend bestuur, de KERKFABRIEK/PITTEM. 2.
- Bvba SEYNHAEVE dient als de in het ongelijk gestelde partij verwezen te worden in de kosten van de beide instanties. De kosten van de eerste aanleg vallen te begroten aan het wettelijk tarief zoals het gold ten tijde van de eindbeslissing van de eerste rechter. In hoger beroep wordt ter zake de rechtsplegingvergoeding het basistarief zoals voorzien in het KB van 26 oktober 2007 ter zake de verhaalbaarheid van het ereloon en de kosten van de bijstand van een advocaat toegepast, waarvan de partijen geen wettige redenen aanhalen noch aantonen om ervan af te wijken. Om deze redenen, het hof, recht doende op tegenspraak en met toepassing van art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken. Verklaart het hoger beroep toelaatbaar en gegrond. Doet het bestreden vonnis teniet behoudens waar het de oorspronkelijke vordering ontvankelijk heeft verklaard en opnieuw recht doende. Wijst de oorspronkelijke vordering af als ongegrond. Verwijst bvba SEYNHAEVE in alle kosten van de beide instanties, aan haar zijde niet nuttig te begroten en aan de zijde van de KERKFABRIEK/PITTEM te begroten op: - rechtsplegingvergoeding eerste aanleg: euro 319,78 - rolrecht hoger beroep: euro 186,00 - rechtsplegingvergoeding hoger beroep: euro 650,
- Aldus gewezen door de negende kamer van het Hof van beroep te Gent, recht doende in burgerlijke zaken, samengesteld uit: De heer M. Hanssens Raadsheer, wn. voorzitter, Mevrouw M. Beerens Raadsheer, De heer A. Colpaert Raadsheer, en uitgesproken door de raadsheer wn. voorzitter van de kamer in openbare terechtzitting op negen januari tweeduizend en negen, bijgestaan door Mevrouw M. Vercruysse Griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div