← België

ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090119.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 19 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090119.5 Rolnummer: 2006/AR/885 Rechtsgebied: Intellectuele eigendom Invoerdatum: 2009-02-13 Raadplegingen: 114 - laatst gezien 2026-07-02 18:59 Fiche UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INTELLECTUELE RECHTEN - Auteursrecht en Naburige rechten - Auteursrecht - Algemeen Vrije woorden: Foutbegrip en schadebepaling in geval van inbreuk op artikel 5a en 10 van de wet van 30 juni 1994 betreffende de auteursrechten op computerprogramma's Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 7e Kamer ________ Terechtzitting van 19-01 2009 Nr. 2006/AR/885 ------------------------ AUTEURSRECHT in de zaak van : 1. N.V. DECOR LINE, met maatschappelijke zetel te 9840 De Pinte, Nijverheidsstraat 6A en met ondernemingsnummer 0441.657.034, 2. J. D. C., afgevaardigd bestuurder, wonende te , appellanten, hebbende als raadsman mr. Philippe De Vleeschauwer, advocaat met kantoor te 9840 De Pinte, Hemelrijkstraat 1, tegen 1. AUTODESK INC., vennootschap naar het recht van de staat Delaware (V.S.A.), met maatschappelijke zetel te 94903 CA San Raphael (V.S.A.), Mc. Innis Parkway 111, 2. AUTODESK B.V., vennootschap naar Nederlands recht met maatschappelijke zetel te 2993 LE Barendrecht (Nederland), Trondheim 16 en ingeschreven in de Kamer van Koophandel te en Fabrieken te Rotterdam onder nr. 24257.680, geïntimeerden, hebbende als raadsman mr. Steven De Coster, advocaat met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 31, alwaar woonstkeuze gedaan wordt, 3. K. D. V., handelaar, handel drijvende onder de benaming ‘Interieurinrichting K. D. V.' met ondernemingsnummer en wonende te , geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Marc Taets, advocaat met kantoor te 9940 Evergem (Ertvelde), Stuivenbergstraat 71, velt het Hof volgend arrest : I . Bestreden beslissing - Rechtspleging in hoger beroep 1. Bestreden beslissing: het vonnis van de eerste kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent (03/1703/A) van 21 december 2005. 2. Het hoger beroep is ingesteld bij verzoekschrift van 10 april 2006. Het is tijdig en regelmatig naar de vorm. Een akte van betekening wordt niet voorgelegd. Het Hof heeft artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken in acht genomen. De procedure gebeurde op tegenspraak. II. Overblijvende betwisting - Feiten - Procedure in eerste aanleg 3. De overblijvende betwisting betreft in essentie de vraag naar 1) de aansprakelijkheid van werkgever en werknemer voor de installatie en het gebruik van illegale software; 2) het gepaste rechtsherstel eens de inbreuk is vastgesteld. 4. De eerste rechter beoordeelde de feiten correct als volgt. 1. Op verzoek van de eisers wordt bij beschikking van de beslagrechter van 27 september 2002 toelating gegeven tot de beslaglegging inzake namaak (art. 1481 e.v. Ger.W.). De gerechtsdeskundige DE VOCHT werd aangewezen voor de beschrijving van de op het adres ..... aan de ....... alsmede op alle andere plaatsen binnen het gerechtelijk arrondissement aangetroffen computer(

  1. s)en/of andere informatiedragers die van namaak verdacht worden (o.m. het computerprogramma AutoCAD) of die kunnen wijzen op namaak van computerprogramma's waarvan de eisers de intellectuele eigendomsrechten hebben. Hem werd tevens opgedragen een beschrijving te geven van de aldaar aangetroffen documenten waaruit de namaak en haar hoegrootheid kan blijken evenals een raming te geven van de hoegrootheid ervan. De gerechtsdeskundige werd tevens aangesteld als bewaarder over de van namaak verdachte software, bestanden en informatiedragers waarop deze terug te vinden is, evenals van alle relevante documenten. De uithandengeving en de verzegeling van de van namaak verdachte software, bestanden en informatiedragers waarop deze terug te vinden is, werd bevolen. 2. Op 18 oktober 2002 werd de beschikking betekend aan de n.v. DECOR LINE en werd beschrijvend beslag inzake namaak gelegd. 3. In zijn verslag van 17 maart 2003 licht de gerechtsdeskundige toe dat AutoCAD het voornaamste door de tweede eiseres in België verdeelde programma is. Het is een technisch tekenprogramma dat toelaat om industriële productie- en bouwplannen te tekenen. De meest gebruikte versies in België zijn de AutoCAD R14 met twee beveiligingen tegen het niet-geregistreerd gebruik en de AutoCAD 2000 en AutoCAD 2002 met slechts één beveiliging tegen niet-geregistreerd gebruik. Van de meeste programma's bestaan ook educatieve versies die enkel door studenten mogen aangekocht worden. Die educatieve versies bevatten alle functionaliteiten van de "grote" programma's maar hun werking stopt automatisch na twee jaar. De gerechtsdeskundige deelt in zijn verslag mee dat hij alle PC's in de gebouwen van de eerste verweerster heeft onderzocht en dat hij alleen op de PC in het tekenbureel op het gelijkvloers een programma van de tweede eiseres heeft aangetroffen. Daarbij deed hij volgende vaststellingen: op die PC trof hij een niet-officieel aangekochte of nagemaakte copie van het programma AutoCAD 2000 met een illegaal serienummer; het programma werd op 13 november 2001 geïnstalleerd. De gebruiker van deze computer, de derde verweerder, verklaarde aan de gerechtsdeskundige dat - deze PC oorspronkelijk werd geleverd door de firma CCS in 1999 en dat Autocad R14 hierop geïnstalleerd was; - hij later op deze PC een versie Autocad 2000 heeft geïnstalleerd middels een Cd-rom die hij had aangekocht met een illegale copie van Autocad 2000 van een derde; - door de firma Umasoft een "programma" WoodCad R5 werd geïnstalleerd om tekeningen door te voeren naar CNC software (zaagmachine besturing); - het mogelijk was dat Umasoft eerst nog een versie van Autocad 2000 zou geherinstalleerd hebben. De gerechtsdeskundige stelt dat hij heeft vastgesteld dat de verklaringen van de derde verweerder overeenstemmen met zijn bevindingen nu hij heeft vastgesteld dat de installatie van Autocad 2000 heeft plaatsgehad op 13 november 2001 om 12.54 uur en dat de installatie van WoodCad R5 werd uitgevoerd op dezelfde dag maar om 13.22 uur. Verder stelt hij dat hij dit "programma" WoodCad R5 heeft onderzocht en heeft vastgesteld dat het om commandoregels (LSP scripts) en menu's gaat die het programma Autocad een aantal specifieke bewerkingen doen uitvoeren op basis van ingegeven tekeningen wat betekent dat Woodcad alleen kan werken indien AutoCad 2000 reeds geïnstalleerd is. Op die PC werden 768 AutoCAD tekeningen aangetroffen. Die tekeningen werden gemaakt tussen 4 maart 1999 en 28 september 2002 waaruit de gerechtsdeskundige concludeert dat "op deze PC reeds sinds meerdere jaren intensief gewerkt (werd) met één of meerdere AutoCad programma's . Verder stelt de gerechtsdeskundige vast dat de opgevraagde facturen/leveringbons in verband met de hardware van CCS en de software van Umasoft geen melding maken van de levering van AutoCad programma's. De PC werd door de gerechtsdeskundige ter plaatse verzegeld. Omdat de derde verweerder had verklaard dat hij ook in zijn privé-woning een PC heeft met daarop AutoCad 2000 geïnstalleerd, werden ook daar vaststellingen gedaan. Op de PC aldaar trof hij een niet-officieel aangekochte of nagemaakte copie van AutoCAD 2000 met een illegaal serienummer aan; bet programma AutoCAD 2000 werd op 26 november 2001 geïnstalleerd. Op die PC werden 315 AutoCAD tekeningen aangetroffen. Die tekeningen werden gemaakt tussen 16 maart 1999 en 17 oktober 2002 waaruit de gerechtsdeskundige nogmaals concludeert dat op die PC sinds meerdere jaren intensief gewerkt wordt met een AutoCAD programma. Nopens de door de derde verweerder aan de gerechtsdeskundige getoonde Cd-rom, stelt deze laatste dat de Cd-rom het uitzicht heeft van een wettelijk aangekochte AutoCad 2000 maar dat de illustratie op de Cd-box een kleurcopie van een originele AutoCad Cd-rom is. De gerechtsdeskundige stelde vast dat de Cd-rom installatiebestanden van verschillende programma's, waaronder AutoCad 2000, en verschillende tekstbestanden met uitleg over het installeren van deze programma's bevatte. De gerechtsdeskundige besloot dat alle installatiebestanden op deze Cd-rom toelieten om nagemaakte software te installeren. De harde schijf van de PC werd door de derde verweerder uit de PC verwijderd en door de gerechtsdeskundige samen met de Cd-rom verzegeld en voor bewaring meegenomen. 4. De gerechtsdeskundige besloot in zijn beschrijvend verslag dat hij bij de eerste verweerster en de derde verweerder respectievelijk volgende nagemaakte software heeft aangetroffen: "1 illegaal geïnstalleerd programma AutoCad 2000 (op PC) ... 1 illegaal geïnstalleerd programma AutoCad 2000 (op PC) 1 illegaal programma AutoCad 2000 (op Cd-rom) 1 illegaal programma AutoCad 95 LT (op Cd-rom) 1 illegaal programma Autodesk Genius for 98LT (op Cd-rom) 1 illegaal programma AutoSketch 6 (op Cd-rom) 1 illegaal programma QuickCad 6 (op Cd-rom) ". Op basis van de aangetroffen, eigengemaakte AutoCAD tekeningen besloot hij "dat het illegaal geïnstalleerde programma intensief en reeds gedurende een lange tijd gebruikt werden ". 5. De dagvaarding van de eisers volgt binnen de in artikel 1488 Ger.W. voorziene termijn. 6. De eerste en tweede verweerders. leggen een factuur voor van euro 4.250,13 aan n.v. DECORLINE van 23 januari 2003 voor de levering van "1 x AutoCAD 2002 SN 700-51160639 ". 7. De derde verweerder legt tevens een factuur voor van euro 1.452,00 aan Quality Design (gevestigd op het adres van de derde verweerder) van 15 april 2004 voor een ' pc CD-ROM Autodesk Autocad LT 2005 ". 8. Bij beschikking van 14 juli 2004 wordt het verzet van de eerste verweerster ten dele gegrond verklaard. De beslagrechter beval de intrekking van de voormelde beschikking van 27 september 2002 in zoverre deze verzegeling heeft bevolen van de informatiedragers waarop de illegale software zou kunnen worden aangetroffen, doch enkel wat betreft de computer aangetroffen in het tekenlokaal op de maatschappelijke zetel van de eerste verweerster. Zulks onder de voorwaarde dat door de gerechtsdeskundige een veiligheidscopie van de harde schijf van de kwestieuze computer wordt genomen en nadien de illegale versie van AutoCAD 2000 wordt vernietigd. De gerechtsdeskundige werd daarbij als bewaarder van de veiligheidscopie van de harde schijf aangesteld. Voor zover nodig voegt het Hof toe dat het programma AutoCAD 2000 bij beide appellanten en tweede geïntimeerde werd aangetroffen. De overige software werd enkel bij tweede geïntimeerde gevonden door de deskundige inzake namaak. 5. De eerste rechter oordeelde dat huidige appellanten en tweede geïntimeerde zich schuldig gemaakt hebben aan inbreuken op de softwarewetgeving met betrekking tot verschillende computerprogramma's, beval de vernietiging van een illegale kopie van een bepaald programma en veroordeelde deze drie personen solidair tot het betalen van een schadevergoeding. III. Grieven - Voorwerp van het hoger beroep 6. De belangrijkste grief van de N.V. Decor Line en de heer D. C. bestaat erin dat de eerste rechter van een verkeerde premisse uitgegaan is om tot de aansprakelijkheid van deze personen op grond van artikel 1382 B.W. en tot de afwijzing van de vordering tot vrijwaring te besluiten. Ten onrechte zou de eerste rechter er van uitgegaan zijn dat alle tekeningen op de computer van Decor Line gemaakt zouden zijn met de illegale kopie, die is aangetroffen door de gerechtsdeskundige. Er was ook legale software aanwezig, waarmee tekeningen gemaakt zijn. 7. Autodesk Inc en B.V. (hierna "Autodesk") stellen incidenteel hoger beroep in met betrekking tot het opgelegde rechtsherstel. 8. De heer D. V. stelt incidenteel hoger beroep in. Hij vordert 1) dat het bestreden vonnis teniet gedaan wordt voor zover het de oorspronkelijke tussenvordering tegen hem tot vrijwaring van Decor Line en de heer D. C. gegrond verklaarde; 2) dat Decor Line en de heer D. C. veroordeeld zouden worden om hem te vrijwaren voor elke veroordeling tot betaling die hij zou oplopen. IV. Beoordeling 9. Op de volgende gronden bevestigt het Hof het eerste vonnis, behalve wat de veroordeling van de heer J. D. C. betreft, wat de omvang en de toewijzing van het rechtsherstel betreft en wat de kosten betreft. De inbreuken op de wet van 30 juni 1994 houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's (hierna de "Wet Auteursrecht Software"). 10. De volgende bepalingen uit deze wet zijn relevant voor dit geschil. Artikel 1. "Overeenkomstig het bepaalde in Richtlijn 91/250/EEG van de Raad van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's worden computerprogramma's, het voorbereidend materiaal daaronder begrepen, auteursrechtelijk beschermd en gelijkgesteld met werken van letterkunde in de zin van de Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst.". Artikel 5. "Onverminderd de artikelen 6 en 7, omvatten de vermogensrechten :
  2. a)de permanente of tijdelijke reproductie van een deel of het geheel van een computerprogramma, ongeacht op welke wijze en in welke vorm. Voor zover voor het laden of in beeld brengen, of de uitvoering, transmissie of opslag van een computerprogramma deze reproductie van het programma noodzakelijk is, is voor deze handelingen toestemming van de rechthebbende vereist;" Artikel 10. "De inbreuken op het auteursrecht inzake een computerprogramma worden gesanctioneerd overeenkomstig de wet.". Artikel 11. "§ 1. Met een gevangenisstraf van drie maanden tot drie jaar en met een geldboete van 100 tot 100.000 euro of met een van die straffen alleen worden gestraft degenen die een kopie van een computerprogramma in het verkeer brengen of voor commerciële doeleinden bezitten, terwijl zij weten of redelijkerwijs kunnen vermoeden dat het een onrechtmatige kopie is, dan wel middelen in het verkeer brengen of voor commerciële doeleinden bezitten die uitsluitend bestemd zijn om de ongeoorloofde verwijdering of ontwijking van de technische voorzieningen ter bescherming van het computerprogramma te vergemakkelijken. In geval van herhaling binnen vijf jaar na een in kracht van gewijsde gegane veroordeling wegens dezelfde inbreuk, worden de opgelopen straffen op het dubbel van het maximum gebracht.". Voor 10 mei 2007 en 1 oktober 2007 luidde de tekst van artikel 10 als volgt: "De overtredingen van het auteursrecht inzake een computerprogramma worden gestraft overeenkomstig de wet. Met een geldboete van 100 euro tot 100.000 euro worden voorts gestraft diegenen die een kopie van een computerprogramma in het verkeer brengen of voor commerciële doeleinden bezitten..... 11. De gerechtsdeskundige inzake namaak besluit op p. 13 van zijn verslag: "Op basis van de door mij gedane vaststellingen en analyses kan ik besluiten dat de volgende nagemaakte software werd aangetroffen: In de lokalen van Decorline: 1 illegaal geïnstalleerd programma AutoCAD 2000 (op
  3. pc)Op basis van de aangetroffen, eigengemaakte AutoCAD tekeningen, besluit ik eveneens dat het illegaal geïnstalleerde programma intensief en reeds gedurende een lange tijd gebruikt werden. In de woning van K. D. V.: 1 illegaal geïnstalleerd programma AutoCAD 2000 (op
  4. pc)1 illegaal programma AutoCAD 2000 (op CD-rom) 1 illegaal programma AutoCAD 98 LT (op CD-rom) 1 illegaal programma Autodesk Genius for 98LT (op CD-rom) 1 illegaal programma AutoSketch 6 (op CD-rom) 1 illegaal programma QuickCAD 6 (op CD-rom) Op basis van de aangetroffen, eigengemaakte AutoCAD tekeningen, besluit ik eveneens dat het illegaal geïnstalleerde programma intensief en gedurende een lange tijd gebruikt werden.". 12. Uit het voorgaande besluit het Hof dat de (strafbare) inbreuk op artikel 5a en 10 van de softwarewet vaststaat. In de voorliggende zaak is niet betwist dat Autodesk over het auteursrecht op AutoCAD 2000 en op de andere computerprogramma's, die werden aangetroffen bij de heer D. V., beschikt. De grenzen van het auteursrecht staan ten gevolge van de technologische ontwikkelingen en nieuwe mogelijkheden de laatste jaren voortdurend (en op verschillende manieren) onder druk. Ten aanzien van het auteursrecht, ook op computerprogramma's, is een zekere normvervaging waar te nemen, nu de mogelijkheden om gegevens, zoals computerprogramma's te delen veel ruimer zijn dan vroeger. Tot op heden verleent de wet evenwel in bepaalde omstandigheden een aantal beperkingen op de vrijheid van kopie, die een toepassing is van de vrijheid van handel. Het feit dat een illegale kopie van AutoCAD 2000 aanwezig was in het bedrijf Decor Line, op een computer die toebehoorde aan Decor Line en die gebruikt werd in de dagdagelijkse bedrijfsvoering van Decor Line is voldoende om tot de inbreuk te besluiten. Het feit dat bij Decor Line ook legale software aanwezig was, namelijk het programma Auto CAD R14 en het feit dat Decor Line voor de herinstallatie van de AutoCAD 2000 reeds dit programma had geïnstalleerd, verandert niets aan de vaststelling van de inbreuk. Hetzelfde geldt voor het feit dat mogelijks niet alle tekeningen op de computer van Decor Line gemaakt zijn met het illegale computerprogramma. Ook het feit dat niet alle programma's die op de CD-Rom bij de heer D. V. werden aangetroffen, op de computer bij Decor Line geïnstalleerd waren, heeft geen invloed op de vaststelling van de inbreuk. Tenslotte heeft het feit dat Decor Line inmiddels legale software aankocht geen rechtstreekse invloed op de inbreuk die door de gerechtsdeskundige werd vastgesteld. De fout 13. De persoon van wie de auteursrechten geschonden zijn, kan enkel via artikel 1382 en volgende B.W. een schadevergoeding bekomen. De overtreding van de artikelen 5a en 10 van de Wet Auteursrecht Software maakt op zichzelf een fout uit, die leidt tot de strafrechtelijke en burgerrechtelijke aansprakelijkheid van degene die de inbreuk beging, mits de inbreuk willens en wetens is begaan (cf. Cass., 3 oktober 1994, Arr. Cass., 1994, 807). Zelfs indien deze objectieve aansprakelijkheid niet aanvaard wordt (wat sommige rechtsleer afleidt uit het arrest van het Hof van Cassatie van 10 maart 1994, terwijl andere rechtsleer wijst op de aparte feiten die aanleiding gegeven hebben tot dat arrest; zie DE VISSCHER, F., noot onder Cass., 10 maart 1994, T.B.H., 1995, 283; PETILLON, F., "Précisions bienvenues sur la responsabilité objective et la réparation du dommage en droit d'auteur", I.R. D.I., 2007, 21), dan nog is er de aansprakelijkheid voor de lichtste fout of nalatigheid (JANSSENS, M.-C., "Overzicht van het bestaand wettelijk kader", Beteugeling van inbreuken op intellectuele rechten - Combattre les atteintes à la propriété intellectuelle, CIR, Bruylant, Leuven / Brussel, 2004, 16). Autodesk moet in dit laatste geval aantonen dat de beweerdelijk inbreuk makende handeling niet overeenstemt met de wijze waarop een normaal voorzichtig persoon met de auteursrechten erop zou omgaan. Autodesk moet aantonen dat de software bij Decor Line en de heer D. V., zoals vastgesteld door de gerechtsdeskundige, bij een normaal voorzichtig persoon niet zou aanwezig zijn. Artikel 1382. B.W. 14. Decor Line betwist ten onrechte dat zij wetens en willens de fout begaan heeft. Redelijkerwijze had Decor Line moeten weten dat er een inbreuk begaan werd. dit is voldoende om te oordelen dat zij een fout beging. In geval een werknemer zelf een programma meebrengt dat hij of zij "toch liggen heeft", heeft de werkgever de plicht na te gaan wat de herkomst van dit programma is, of het auteursrechtelijk beschermd is, dan wel of het om zogeheten freeware gaat en of een tweede installatie legaal kan gebeuren. Minstens moet de werkgever het bedrijf zo organiseren dat het gebruik van illegale software niet toegestaan is. Door dit niet te doen en het programma zonder meer te laten installeren en herinstalleren beging Decor Line wetens en willens een fout. Van overmacht is in deze zaak geen sprake. Decor Line en de heer D. C. wijzen er op dat zij de inbreuk niet wetens en willens begingen. Zij wijzen naar de voormalige werknemer de heer D. V., die het programma "al zou gehad hebben" en die de enige was die op de betrokken pc werkte. Uit de stukken van de dossiers en de uiteenzettingen blijkt dat de software en met name AutoCAD 2000 belangrijk was in de werking van Decor Line. De stukken werden uitgetekend met vooral dit programma en uitgezaagd met WoodCAD R5, dat niet kan werken zonder de AutoCAD 2000. Omdat WoodCAD R5 niet kan werken zonder AutoCAD 2000 werd de illegale versie van AutoCAD 2000 opnieuw geïnstalleerd op 13 november 2001. Een bedrijf voor wie deze software van een dergelijk belang is, heeft de verplichting na te gaan met welke software gewerkt wordt en of deze legaal is of tot het publiek domein behoort. Een bedrijfsleider moet zich hiervan vergewissen, minstens een procedure binnen het bedrijf voorhanden hebben om te voorkomen dat illegale software binnen gehaald, geïnstalleerd en gebruikt wordt. Het volstaat niet te verwijzen naar een werknemer, die over de nodige knowhow beschikt om met software te werken en deze ongecontroleerd te laten programma's installeren. Uit het belang van AutoCAD 2000 voor de werking van Decor Line wordt afgeleid dat Decor Line wist dat het programma geïnstalleerd en gebruikt werd. Minstens moest Decor Line dit weten. Dit niet weten staat gelijk met het bewust begaan van een fout. Door niet het vereiste toezicht hierop uit te oefenen als werkgever en door zich als bedrijf niet in die zin te organiseren, heeft Decor Line wetens en willens een fout in de zin van artikel 1382 B.W. begaan. Uit het voorgaande moet besloten worden dat de grief van appellanten, dat de rechter van een verkeerde premisse zou uitgegaan zijn, niet relevant is. Ten overvloede wijst het Hof erop dat Decor Line en de heer D. C. niet aantonen dat de versie van AutoCAD 14 legaal was, nu zij geen aankoopbewijs of factuur ervan voorleggen. Ook aan de deskundige konden zij geen gepast bewijsstuk overmaken. 15. Een normaal voorzichtig persoon, in dezelfde omstandigheden geplaatst, zou geen illegale kopieën van software gebruiken in haar bedrijfsvoering. Decor Line beging dan ook een fout door een illegale kopie van AutoCAD 2000 te (laten) installeren en te gebruiken om haar bedrijfsactiviteit uit te oefenen. 16. De heer D. C. is afgevaardigd bestuurder van de N.V. Decor Line. In de dossiers ligt geen enkel bewijs voor dat de heer D. C. persoonlijk, buiten zijn hoedanigheid van afgevaardigd bestuurder, wetens en willens een fout beging. Bijgevolg is hij niet persoonlijk mee gehouden voor de veroorzaakte schade. 17. Terecht heeft de eerste rechter geoordeeld dat de heer D. V. eveneens persoonlijk een fout beging. Hij bezat op de aangetroffen CD-Rom een aantal illegale kopieën van computerprogramma's, die niet in gebruik waren bij Decor Line. Op zich is dit reeds voldoende. Het feit dat de software verder niet geïnstalleerd was of dat de heer D. V. er geen gebruik van maakte, ontheft hem niet van zijn aansprakelijkheid. Op basis van artikel 5a en 10 van de Wet Auteursrecht Software is het bezit voldoende. Het in bezit hebben van een CD-Rom met illegale software valt onder de bepaling van artikel 5a omdat het een (quasi-) permanente reproductie van een deel of het geheel van een computerprogramma uitmaakt. De bewering dat de heer D. V. zelfs geen weet had van de overige programma's op de CD-Rom is niet bewezen, gesteld dat deze al ter zake zou zijn. Los van de vraag of de heer D. V. als zelfstandige dan wel in dienstverband werkte voor Decor Line of voor derden, staat het vast dat de AutoCAD 2000 in zijn bezit was voor commerciële doeleinden. Het was de bedoeling dit programma te gebruiken om inkomsten te verwerven en handel te drijven. Bovendien werkte hij zeker na zijn arbeidsovereenkomst, maar ook tevoren als deeltijds zelfstandige met de illegale kopie van AutoCAD 2000. Hij aanvaardde opdrachten en voerde deze uit, zonder dat Decorline daarin noodzakelijk betrokken was. Het feit dat hij niet over de nodige machines beschikte om de tekeningen uit te voeren, belette niet dat hij de tekeningen kon maken. De gerechtsdeskundige stelde trouwens de aanwezigheid van tal van tekeningen vast. Artikel 1384, derde lid B.W. 18. Deze aansprakelijkheidsgrond betreft de buitencontractuele aansprakelijkheid van de aansteller voor schade door de aangestelde, veroorzaakt in de uitoefening van de taak waarvoor de aansteller hem of haar heeft aangesteld. Terecht heeft de eerste rechter geoordeeld dat voor de toepassing van artikel 1384, lid 3 B.W. niet vereist is dat de aangestelde buiten weten of tegen de instructies van de aansteller gehandeld heeft. Gesteld dat bewezen zou zijn dat Decor Line zelfs niet zou geweten hebben dat de heer D. V. de software "toch liggen had" en daarom maar geïnstalleerd heeft, wat zeer onwaarschijnlijk is, dan nog blijft zij aansprakelijk voor de schade die haar aangestelde, de heer D. V., veroorzaakt. Er kan niet betwist worden dat de illegale versie van AutoCad 2000 geïnstalleerd is en gebruikt is door de heer D. V. in het kader van zijn arbeidsovereenkomst en met het oog op het tekenen en uitzagen van de bestelde vormen en voorwerpen in hout. Het is niet betwist dat de heer D. V. voor Decor Line opdrachten uitvoerde. Decor Line en de heer D. C. werpen terecht op dat de heer D. V. vanaf 31 mei 2002 geen arbeidsovereenkomst meer had. In de periode nadien is niet aangetoond dat de heer D. V., die als zelfstandige nog opdrachten uitvoerde voor Decor Line, nog gebruik maakte van de computer van Decor Line. Dit belet niet dat de aansprakelijkheid van Decor Line tot 31 mei 2002 op grond van artikel 1384, 3de lid B.W. bewezen is. Dat de heer D. V. ook voor andere opdrachtgevers zou gewerkt hebben is niet relevant bij de beoordeling van de aansprakelijkheid van Decor Line. Hiervoor werd reeds vastgesteld dat Decor Line zowel op grond van artikel 1382 B.W., als op grond van artikel 1384, lid 3 B.W. aansprakelijk is. Het oorzakelijk verband 19. Het oorzakelijk verband tussen de fout en de schade wordt niet betwist. Het wordt met betrekking tot de aansprakelijkheid van de heer D. V. niet doorbroken door de mogelijkheid dat deze laatste ook voor andere opdrachtgevers gewerkt heeft. De eisen tot vrijwaring De tussenvordering tot vrijwaring van Decor Line tegen de heer D. V. 20. Terecht heeft de eerste rechter deze tussenvordering afgewezen. Hiervoor werd reeds geoordeeld dat Decor Line als werkgever de plicht heeft het bedrijf zo te organiseren dat geen illegale software binnen gebracht wordt. Er werd eveneens geoordeeld dat geen overmacht bewezen is in deze zaak. Er werd nog beslist dat Decor Line redelijkerwijze moest weten, en met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zelfs wist, dat de software die de heer D. V. meebracht, een illegale kopie was. Zo er al een opzettelijke fout zou zijn in hoofde van de heer D. V. in de zin van artikel 18 van de Wet op de Arbeidsovereenkomst van 3 juli 1978, dan nog is het oorzakelijk verband doorbroken door de eigen fout van Decor Line en van de heer D. C. in zijn hoedanigheid van zaakvoerder. De tussenvordering tot vrijwaring van de heer D. V. tegen Decor Line en de heer D. C. 21. Hiervoor werd reeds geoordeeld dat de heer D. V. ook zelf een fout beging. Om die reden is de tussenvordering tot vrijwaring ongegrond. De schade 22. De materiële schade van AutoDesk bestaat minstens uit de gederfde inkomsten en uit het feit dat zij werknemers in dienst moet hebben en moet inzetten om de namaak te bestrijden. Decor Line heeft bovendien op een onrechtmatige manier winst genoten, nu zij geen licentievergoeding heeft moeten betalen. Het illegaal kopiëren van software veroorzaakt ook morele schade, nu de morele auteursrechten miskend werden en de naam van AutoDesk door de namaak geschaad wordt. De schade kan niet met mathematische zekerheid worden vastgesteld. Daarom bepaalt het Hof het bedrag ex aequo et bono. Hoewel het principe van "double damage" (200% schadevergoeding) niet opgenomen werd in artikel 13 van de Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de handhaving van de intellectuele eigendomsrechten van 29 april 2004 (Pb., L195, 16, rechtzetting van Pb. L157, 45; hierna "Handhavingsrichtlijn") en ook door de Belgische wetgever niet in de Wet Auteursrecht Software werd opgenomen, kent het Hof 200% van de oorspronkelijk niet betaalde licentievergoeding toe. De materiële en morele schade die AutoDesk leed, verantwoorden dit. Als basisbedrag aanvaardt het Hof de verkoopsadviesprijs, zoals door AutoDesk gepubliceerd op haar website. Er wordt geen rekening gehouden met kortingen die sommige vertegenwoordigers als commercieel voordeel aan hun klanten verstrekken. Concreet wordt de schadevergoeding als volgt bepaald: de officiële prijs voor AutoCAD 2000, AutoCAD 98LT, Autodesk Genius, Autosketch 6 en QuickCAD 6 bedraagt euro 16.474. x 2 bedraagt dit euro 32.948,00. Nu bij Decor Line enkel AutoCAD 2000 aangetroffen werd wordt Decor Line veroordeeld om aan Autodesk Inc en / of Autodesk B.V., de som te betalen van 2 x euro 13.500,00, te vermeerderen met de vergoedende intresten aan de wettelijke rentevoet vanaf 18 oktober 2000 tot 15 april 2003 en vanaf dan tot aan de algehele betaling met de gerechtelijke verwijlintresten, aan dezelfde rentevoet. De heer D. V., bij wie alle programma's werden aangetroffen, wordt veroordeeld om de som van euro 32.948,00, te vermeerderen met de vergoedende intresten aan de wettelijke rentevoet vanaf 18 oktober 2000 tot 15 april 2003 en vanaf dan tot aan de algehele betaling met de gerechtelijke verwijlintresten, aan dezelfde rentevoet. De overige vorderingen tot rechtsherstel 23. De vordering tot vernietiging van de nagemaakte computerprogramma's werd terecht gegrond verklaard. Het Hof onderschrijft volledig de beoordeling en de beslissing onder het randnummer 24 van het bestreden vonnis en verwerpt om dezelfde redenen de gevorderde dwangsom van euro 10.000 per vastgestelde inbreuk. 24. De eerste rechter oordeelde wellicht bij vergetelheid niet over de vordering om voor de toekomst een verbod op te leggen de illegale permanente reproducties van de betrokken software te gebruiken, te reproduceren en / of mee te delen aan het publiek. Gelet op de omstandigheden van de zaak is deze vordering gegrond. 25. De vordering tot regularisatie werd terecht door de eerste rechter verworpen. Uit de stukken van de dossiers en de uiteenzetting van partijen blijkt dat Decor Line heel snel een legaal programma van AutoCAD 2000 aangeschaft heeft. Met betrekking tot de overige software die op de CD-Rom van de heer D. V. is aangetroffen is niet aangetoond dat deze ooit geïnstalleerd en/of gebruikt en /of verder gekopieerd werd. Het staat de betrokken partijen voor de toekomst vrij zelf te beslissen welke software zij aanschaffen en gebruiken, op voorwaarde dat dit op een wettige manier gebeurt. Ter zitting laat de raadsman van de appellanten dit onderdeel van de vorderingen trouwens vallen. 26. De vordering tot vergoeding van de kosten van de raadsman is terecht en met een correcte motivatie afgewezen door de eerste rechter. Sedert de uitspraak in eerste aanleg is de wet op de verhaalbaarheid van de honoraria van kracht en werd een uitvoeringsbesluit uitgevaardigd, met welbepaalde tarieven. Het was de bedoeling van de wetgever op die manier de kosten van de raadsman te vergoeden. Het Hof verwijst dan ook naar wat hierna met betrekking tot de kosten geoordeeld wordt (randnr. 28). Deze wettelijke regeling is tot stand gekomen na de Handhavingsrichtlijn en de TRIPs-overeenkomst. Er moet dan ook van uitgegaan worden dat de wetgever rekening gehouden heeft met deze internationale regelgeving zodat er geen aparte vergoeding voor de advocatenkosten en -erelonen wordt toegekend (over het niet-conform zijn aan artikel 14 Handhavingsrichtlijn, zie DEENE, J., "Intellectuele rechten kroniek 2006", NjW, 2007, 531, randnr. 2). Ook artikel 45, 2. van de TRIPs-overeenkomst is op die manier gerespecteerd door de regeling van de wet van 26 april 2007. Algemene conclusie 27. Het bestreden vonnis wordt gedeeltelijk bevestigd. Het wordt gedeeltelijk hervormd met betrekking tot de vordering tot schadevergoeding en met betrekking tot de aansprakelijkheid van de heer D. C., die niet persoonlijk aansprakelijk is, maar in zijn hoedanigheid van afgevaardigd bestuurder. Voor een vlotte leesbaarheid wordt het gehele dispositief hernomen en, waar gepast, gewijzigd. Kosten 28. Op grond van de artikelen 1042, 1017 en 1022 Ger. Wb. worden eerste en tweede appellanten in solidum enerzijds en tweede geïntimeerde anderzijds in solidum tot betaling van de kosten veroordeeld. - De rechtsplegingvergoeding voor de beslagrechter en de procedure in eerste aanleg wordt toegekend. Telkens wanneer in eerste aanleg een vergoeding werd gevorderd voor de kosten en erelonen van de advocaat en een partij hoger beroep instelt tegen andere onderdelen (andere dan de vordering omtrent de kosten en erelonen van de advocaat) van de beslissing in eerste aanleg kan de appèlrechter toepassing maken van de (nieuwe) RPV voor de beide aanleggen (I.Samoy en V.Sagaert, "De wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van kosten en erelonen van advocaten", R.W., 2007-2008, blz. 674 e.v., meer bepaald blz. 698, laatste alinea randnummer 93). Daarenboven: de vordering tot toekenning van een vergoeding voor bijstand van een advocaat wordt gedekt door de binnen het nieuwe "systeem" vast te stellen rechtsplegingvergoeding (zie ook I.Samoy en V.Sagaert, a.w., blz. 682, nr. 29). Hieruit volgt dat de vordering tot toekenning van een vergoeding voor bijstand van een advocaat, zoals geformuleerd door de partijen voor de eerste rechter, van een betwisting ten gronde een betwisting m.b.t de gerechtskosten is geworden. De rechtsplegingvergoeding voor de procedure voor de beslagrechter bedraagt euro 1.200 (basisvergoeding) en voor de procedure in eerste aanleg euro 2.500 (basisvergoeding). - Met betrekking tot de rechtsplegingvergoeding in hoger beroep bedraagt de basisvergoeding voor de hoofdvordering euro 2.500. - Alle bedragen komen de eerste twee geïntimeerden gezamenlijk toe. - De tussenvorderingen worden niet apart begroot, nu zij kaderen in de verdediging tegen de hoofdvordering. - Gelet op het voorgaande worden de kosten van appellanten en van derde geïntimeerde niet verder begroot voor zowel de eerste aanleg als het hoger beroep. V. Beslissing Het hoger principaal de beide incidentele beroepen zijn toelaatbaar, maar enkel het incidenteel beroep van eerste en tweede geïntimeerden is gegrond in de hierna volgende mate; Het Hof: - bevestigt het bestreden vonnis, behalve wat de veroordeling van de heer J. D. C. betreft, wat de omvang en de toewijzing van het rechtsherstel betreft en wat de kosten betreft; - zegt voor recht dat Decor Line, de heer D. C. in zijn hoedanigheid van afgevaardigd bestuurder en de heer D. V. zich schuldig hebben gemaakt aan inbreuken op de artikelen 5a en 10 van Wet van 30 juni 1994 houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's (B.S., 27 juli 1994, err., B.S., 5 november 1994) (hierna "Wet Rechtsbescherming Software") door het bezitten en gebruik van een illegale kopie van de computerprogramma's AutoCAD 2000, AutoCAD 98LT, Autodesk Genius, Autosketch 6 en QuickCAD 6 en van de rechten van eerste en tweede geïntimeerde, die verbonden zijn aan deze programma's; - beveelt Decor Line en de heer D. V. de vernietiging onder controle van een gerechtsdeurwaarder, bijgestaan door de gerechtsdeskundige Paul De Vocht, Groenstraat 21, 9840 De Pinte, na teruggave en ontzegeling voor zover nodig, van het nagemaakte programma AutoCAD 2000, die geïnstalleerd werden op de computer van respectievelijk Decor Line en van de heer D. V. en van de CD-Rom met de nagemaakte programma's; veroordeelt Decor Line en de heer D. V. in solidum tot de kosten hiervan op vertoon van een ereloon- en kostenstaat door de gerechtsdeskundige, respectievelijk de gerechtsdeurwaarder; - verbiedt de illegale permanente reproducties van de computer-programma's AutoCAD 2000, AutoCAD 98LT, Autodesk Genius, Autosketch 6 en QuickCAD 6 te gebruiken, te reproduceren en / of mee te delen aan het publiek; - veroordeelt Decor Line om aan Autodesk Inc en / of Autodesk B.V. 2 x euro 13.500,00 te betalen, te vermeerderen met de vergoedende intresten aan de wettelijke rentevoet vanaf 18 oktober 2000 tot 15 april 2003 en vanaf dan tot aan de algehele betaling met de gerechtelijke verwijlintresten, aan dezelfde rentevoet - veroordeelt de heer D. V. om aan Autodesk Inc en / of Autodesk B.V. euro 32.948,00 te betalen, te vermeerderen met de vergoedende intresten aan de wettelijke rentevoet vanaf 18 oktober 2000 tot 15 april 2003 en vanaf dan tot aan de algehele betaling met de gerechtelijke verwijlintresten, aan dezelfde rentevoet, met dien verstande dat de betaling aan één van beide bevrijdend werkt; - verwerpt voor het overige alle vorderingen en alle conclusies die meer omvatten of strijdig zijn met het voorgaande; - veroordeelt eerste appellante en tweede geïntimeerde in solidum tot betaling van de kosten, bepaald als volgt: eerste en tweede geïntimeerden gezamenlijk: eerste aanleg: dagvaarding: euro 325,08 rechtsplegingvergoeding: euro 2.500,00 rolrecht verzoekschrift beschrijvend beslag: euro 52,00 uitgifte beschikking beschrijvend beslag: euro 19,95 betekening beschikking beschrijvend beslag: euro 196,82 proces-verbaal beschrijvend beslag: euro 435,99 expertisekosten: euro 2.420,00 rechtsplegingvergoeding beschrijvend beslag: euro 1.200,00 hoger beroep: rechtsplegingvergoeding hoofdvordering: euro 2.500,00 Aldus gewezen door de zevende kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit Pieter Vanherpe, raadsheer, waarnemend voorzitter, Geneviève Vanderstichele, raadsheer, Geert De la Ruelle, raadsheer, bijgestaan door Achiel Ferdinande, griffier en uitgesproken door de wn. voorzitter in openbare terechtzitting op negentien januari tweeduizend en negen. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.