id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 20 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090120.14 Rolnummer: 2007/AR/2617 Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2009-05-13 Raadplegingen: 111 - laatst gezien 2026-07-02 19:01 Fiche UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - FISCAAL RECHT - ALGEMENE BEGINSELEN Vrije woorden: Het pensioen van de functionarissen van de Verenigde Naties is aan Belgische belasting onderworpen. Het is niet begrepen in de salarissen en emolumenten die bij artikel V, afdeling 18, van het Verdrag van 16.02.1946 nopens de voorrechten en immuniteiten van de Verenigde Naties van belasting zijn vrijgesteld. Vrijgesteld van belasting zijn de salarissen en emolumenten, en niet het resultaat van de aanwending ervan, zodat het feit dat de pensioenbedragen aan de bron van de salarissen en emolumenten ingehouden worden, niet tot gevolg heeft dat het pensioen om die reden is vrijgesteld van belasting. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 5e kamer ________ terechtzitting van 20-01-2009 BELASTINGEN Samenvoeging van de zaken Nr.2007/AR/2617 en Nr.2007/AR/2660 Nr. 2007/AR/2617 en Nr. 2007/AR/2660 telkens in de zaak van: DE BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Wetstraat 12 te 1000 BRUSSEL, in de persoon van de Gewestelijke Directeur der Directe Belastingen te Brugge, wiens kantoren gevestigd zijn te 8000 BRUGGE, G. Vincke-Dujardinstraat 4, appellant, ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. VAN DER PERRE Joseph, advocaat te 8460 OUDENBURG, Westkerksestraat 9 tegen: B... R..., wonende te ............., doch woonst kiezend ten kantore van haar raadsman mr. J. Mertens, advocaat te 9000 GENT, Bagattenstraat 124, geïntimeerde, ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. JACOBS Frank loco mr. MERTENS Jos, advocaat te 9000 GENT, Bagattenstraat 124 spreekt het Hof het volgend arrest uit:
- Bij beslissing van 8.9.2003 van de ambtenaar gedelegeerd door de gewestelijke directeur der directe belastingen te Brugge werd het bezwaar van wijlen D. B. tegen de aanslagen in de personenbelasting en de aanvullende gemeentebelasting op haar naam voor de aanslagjaren 1997 (kohierartikel 100151), 1998 (kohierartikel 100161), 1999 (kohierartikel 704235595), 2000 (kohierartikel 200581), 2001 (kohierartikel 730651223) en 2002 (kohierartikel 731362486), afgewezen. Bij fiscaal verzoekschrift neergelegd ter griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge op 4.12.2003 vorderde wijlen D. B. de vernietiging van de voormelde directoriale beslissing en de ontheffing van de vermelde aanslagen, en voor zoveel als nodig hun vernietiging. Zij vorderde bovendien dat de appellant zou worden veroordeeld tot terugbetaling van alle sommen die op grond van deze aanslagen zouden zijn geïnd, vermeerderd met de moratoriumintresten voorzien bij artikel 418 WIB/
- De oorspronkelijke eiseres overleed op 29.4.2004 en het geding voor de eerste rechter werd hervat door de huidige geïntimeerde, in haar hoedanigheid van rechtsopvolgster van de oorspronkelijke eiseres. Bij vonnis van 21.11.2006 van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge, vierde kamer, werd de vordering ontvankelijk en gegrond verklaard, werd de bestreden directoriale beslissing gewijzigd, werd ontheffing bevolen van de bestreden aanslagen in de mate dat het pensioen door wijlen D. B. ontvangen van de Pensioenkas van het personeel van de Verenigde Naties werd belast, werd de herberekening van de bestreden aanslagen bevolen, werd de appellant veroordeeld tot terugbetaling van alle dientengevolge betaalde en/of ingehouden bedragen, te vermeerderen met de moratoriumintresten overeenkomstig artikel 418 WIB/1992, en werd de appellant veroordeeld tot de kosten van het geding. Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof van Beroep te Gent op 26.10.2007 heeft de appellant hoger beroep ingesteld tegen het vermelde vonnis. Deze zaak is bij het Hof gekend onder het nummer 2007/AR/
- Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof van Beroep te Gent op 2.11.2007 heeft de appellant nog eens hoger beroep ingesteld tegen het vermelde vonnis. Deze zaak is bij het Hof gekend onder het nummer 2007/AR/
- Het blijkt niet dat het bestreden vonnis werd betekend. In de beide zaken vordert de appellant dat het bestreden vonnis zou worden vernietigd, en de gevestigde aanslagen overeenkomstig de directoriale beslissing zou worden bevestigd. De geïntimeerde van haar kant vordert de bevestiging van het bestreden vonnis.
- De zaken 2007/AR/2617 en 2007/AR/2660 dienen te worden samengevoegd met het oog op een goede rechtsbedeling. In beide zaken wordt hoger beroep aangetekend tegen hetzelfde vonnis en worden dezelfde vorderingen gesteld.
- De oorspronkelijke eiseres D. B. was vertaalster bij de Verenigde Naties. Zij ging op 2.8.1980 in pensioen en kwam terug in België wonen. In de betwiste aanslagen werd het pensioen van de oorspronkelijke eiseres, haar uitbetaald door de Pensioenkas van het personeel van de Verenigde Naties (the UN Joint Staff Pension Fund) belast in toepassing van de artikelen 23 § 1, 5° en 34 WIB/
- De geïntimeerde is van oordeel dat dit pensioen van Belgische belasting is vrijgesteld.
- Artikel V, afdeling 18, van het Verdrag van 16.2.1946 nopens de voorrechten en immuniteiten van de Verenigde Naties bepaalt dat van belasting zijn vrijgesteld de salarissen en emolumenten van de ambtenaren van de Verenigde Naties hun door de Verenigde Naties betaald. Over pensioenen wordt niets uitdrukkelijk bepaald. Pensioenen zijn echter niet begrepen in de bedoelde vrijgestelde salarissen en emolumenten. Artikel 105.2 van het Handvest van de Verenigde Naties van 26.6.1945 bepaalt dat de vertegenwoordigers van de Leden van de Verenigde Naties alsmede de functionarissen van de Organisatie eveneens de voorrechten en immuniteiten genieten die noodzakelijk zijn voor een onafhankelijke uitoefening van hun functies in verband met de Organisatie. In de overwegingen voorafgaand aan het Verdrag van 16.2.1946 wordt uitdrukkelijk verwezen naar deze bepaling van artikel 105 van het Handvest en in artikel V, afdeling 20 van dit Verdrag wordt uitdrukkelijk bepaald dat de voorrechten en immuniteiten worden toegekend in het belang van de Verenigde Naties en niet als persoonlijk voordeel voor de individuele ambtenaren zelf. Eenmaal gepensioneerd oefende de oorspronkelijke eiseres geen functie meer uit bij de Verenigde Naties, zodat het al dan niet belasten van het pensioen zonder incidentie is op de onafhankelijke uitoefening van haar functies of het belang van de Verenigde Naties. Het kan dan ook niet de bedoeling geweest zijn van het artikel V, afdeling 18, van het Verdrag van 16.2.1946 om het pensioen te begrijpen onder het begrip van van belasting vrijgestelde salarissen en emolumenten. De tekst van artikel V, afdeling 18, van het Verdrag van 16.2.1946 in het Engels heeft het over "salaries en emoluments" en die in het Frans over "salaires et émoluments". Engels en Frans zijn twee (van de oorspronkelijk vijf, thans zes) officiële talen van de Verenigde Naties. Zowel in de Engelstalige definitie (Oxford Advanced Learners Dictionary, Oxford, Oxford University Press, 2000) als in de Franstalige (Trésor de la Langue Française Informatisé, http//atilf.atilf.fr/tlf.htm) is in deze begrippen het element van tegenprestatie voor arbeid minstens impliciet voorhanden. Ook de door de geïntimeerde aangehaalde definitie van het woord "emolumenten" gaat in die zin (er is sprake van "verdiensten" en "beloning"). De woordkeuze in het artikel V, afdeling 18, van het Verdrag van 16.2.1946 bevestigt voor zoveel als nodig hetgeen hoger werd uiteengezet. Dat pensioenen niet onder het woord "emolumenten" te begrijpen zijn en zij niet vrijgesteld zijn van belasting door het Verdrag van 16.2.1946, is ook het standpunt gehuldigd in de door de United Nations Joint Staff Pension Fund uitgegeven Gids voor nationale belasting van de pensioenen (vrije vertaling uit het Engels van "Guide to national taxation of UN Joint Staff Pension Fund Benefits";vindplaats:https://pengva1.unjspf.org/UNJSPF_Web/html/taxguide/I.html). Hierin wordt onder meer uiteengezet dat, anders dan de emolumenten, de pensioenen niet zijn vrijgesteld van nationale belasting (deel I, cijfer 1), en de belasting van het pensioen een kwestie is van nationaal recht (cijfer 2). De vermelding dat de mogelijkheid bestaat dat de pensioenen in bepaalde landen vrijgesteld worden van belasting als een soort uitgestelde compensatie in dezelfde mate als de oorspronkelijke emolumenten waarop zij zijn gebaseerd, wijzigt hier niets aan, nu dit weer een kwestie is van nationaal recht (cijfer 2d). Wat vrijgesteld wordt van belasting door het artikel V, afdeling 18, van het Verdrag van 16.2.1946 zijn de salarissen en emolumenten en niet het resultaat van de aanwending van deze salarissen en emolumenten. De opbrengst van de aanwending van salarissen en emolumenten wordt niet vrijgesteld van belasting. Hierbij is zonder belang dat de aanwending van een deel van salarissen en emolumenten als pensioenbijdrage verplicht is en door middel van inhouding aan de bron geschiedt. De stelling van de geïntimeerde dat het pensioen van belasting moet worden vrijgesteld omdat de pensioenbijdragen zijn vrijgesteld, moet worden verworpen.
- In ondergeschikte orde voert de geïntimeerde aan dat het pensioen vrijgesteld is van belasting omdat voor de betaling van de pensioenbijdragen noch de in artikel 54 WIB/1964 bedoelde vrijstelling noch de in artikel 87bis WIB/1964 bedoelde belastingvermindering werd verkregen. De door de geïntimeerde bedoelde vrijstelling is deze voorzien bij de artikelen 32bis derde lid 2° WIB/1964 en 39, 2° WIB/
- Om van deze vrijstelling te kunnen genieten moet vaststaan dat de vrij te stellen inkomsten zijn verkregen uit een individueel levensverzekeringscontract (zie deze bepalingen). Elke functionaris van de Verenigde Naties wordt automatisch deelnemer aan de Pensioenkas (artikel 21 van het pensioenreglement, stuk 5 van de geïntimeerde). Hij wordt dan automatisch bijdragen afgehouden voor de Pensioenkas, bijdragen berekend op een percentage van zijn bezoldiging (artikel 25 van het reglement). De pensioenverzekering in kwestie strekt ertoe aan de functionarissen een pensioen te waarborgen (artikel 29 e.v. van het reglement). Het betreft dan ook een collectief pensioen ten voordele van alle functionarissen van de Verenigde Naties, en geen individueel levensverzekeringscontract, zodat de geïntimeerde zich ten onrechte op de vrijstelling beroept. OP DEZE GRONDEN, HET HOF, rechtdoende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; Voegt de zaken 2007/AR/2617 en 2007/AR/2660 samen; Ontvangt het hoger beroep en verklaart het gegrond; Vernietigt het bestreden vonnis, behoudens in zoverre het de oorspronkelijke vordering van de geïntimeerde ontvankelijk verklaart; Opnieuw wijzende, Verklaart de oorspronkelijke vordering van de geïntimeerde ontvankelijk doch ongegrond; Veroordeelt de geïntimeerde tot de kosten van beide aanleggen, in hun geheel als volgt begroot: • aan de zijde van de appellant: op 2.000,00 EUR rechtsplegings-vergoeding hoger beroep; • aan de zijde van de geïntimeerde: op 364,40 EUR rechtsplegings-vergoeding eerste aanleg + 2.000,00 EUR rechtsplegingsvergoeding, hetzij in totaal 2.364,40 EUR; Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, vijfde kamer, recht doende in fiscale zaken, op TWINTIG JANUARI TWEEDUIZEND EN NEGEN. Aanwezig de Heren: A. De Meue, Kamervoorzitter, Voorzitter, G. Tillekaerts en D. Vandeputte, Raadsheren, M. Vanderbeeken, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div