id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 23 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090123.4 Rolnummer: 2004/AR/2040 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-06-04 Raadplegingen: 88 - laatst gezien 2026-07-02 19:02 Fiche Na toekenning van 1 euro voor juridische bijstand, wordt het geding hervat voor de begroting van de erelonen en kosten van de advocaat. Dit oordeel wordt gebaseerd op het foutcriterium en niet op de bepalingen van de wet van 21 april
- UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - JURIDISCHE BIJSTAND - Algemeen (juridische bijstand) Vrije woorden: Bijstand advocaat - Provisie - Begroting - Hervatting - Foutcriterium - Nieuwe wet. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 9e kamer ________ terechtzitting van 23-01-2009 na eindarrest d.d. 23.12.2005 2004/AR/2040 in de zaak van: INFIMA N.V., met maatschappelijke zetel te 8500 KORTRIJK, Bloemistenstraat 11, met ondernemingsnummer 0405.333.108, appellante van het bestreden vonnis op 21 april 2004 gewezen door de eerste kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, hebbende als raadsman mr. VAN HEUVEN Dirk, advocaat te 8500 KORTRIJK, President Kennedypark 8b tegen: DE VERENIGING VAN MEDE-EIGENAARS VAN DE MALIBU SANDS met zetel te 8370 Blankenberge, Zeedijk 202-203, vertegenwoordigd door de syndicus S. C., wonende te geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. COPPENS Ivan, advocaat te 8000 BRUGGE, Hoogstraat 28 hebbende als raadsman mr. CASTERMANS Yves, advocaat te 8000 BRUGGE, Hoogstraat 28 Bij verzoekschrift tot vrijwillige tussenkomst neergelegd ter griffie d.d. 27.12.2004:
- V. D. E. L., en zijn echtgenote
- D. G. C., beiden samen wonende te vrijwillig tussenkomende partijen, hebbende als raadsman mr. DE CLERCK Daniël, advocaat te 8000 BRUGGE, Hoogstraat 28 hebbende als raadsman mr. CASTERMANS Yves, advocaat te 8000 BRUGGE, Hoogstraat 28 velt het Hof het volgend arrest:
- Bij arrest gewezen op 23 december 2005 door deze kamer van het hof, anders samengesteld, heeft het hof als volgt geoordeeld: "OM DEZE REDENEN, HET HOF, recht doende op tegenspraak; in acht genomen artikel 24 van de wet van 15 juni 1935; Verklaart zowel het hoger beroep als de in huidige aanleg door de appellante gestelde tussenvordering toelaatbaar doch ongegrond. Verklaart het incidenteel beroep toelaatbaar en als volgt gegrond. Bevestigt het bestreden vonnis met dien verstande dat, waar de appellante door de eerste rechter veroordeeld werd tot terugbetaling van alle kosten die verband houden met de vervanging van de brandladder tot een brandtrap, de appellante thans veroordeeld wordt om aan de geïntimeerde te betalen het bedrag van 55.796,91 EUR, te vermeerderen met de gerechtelijke intrest vanaf 27 april
- Veroordeelt de appellante bovendien om aan de geïntimeerde een provisie te betalen van 1,00 EUR. voor juridische bijstand. (onderlijning door het hof) Verwijst de appellante in de kosten van het hoger beroep en bepaalt deze op heden aan de zijde van de geïntimeerde op de rechtsplegingvergoeding t.b.v. 475,96 EUR. Geeft akte aan V. D. E. L. en D. G. C. van hun vrijwillige tussenkomst en verwijst hen in de kosten aan hun zijde gevallen".
- Bij conclusie, ter griffie van het hof neergelegd op 3 april 2008, vorderen de vme Residentie Malibu Sands, de heer L. V. D. E. en mevrouw C. D. G. dat zou worden gestatueerd over de kosten en erelonen voor de bijstand van een advocaat. Zij vorderen aldus dat de n.v. Infima wordt veroordeeld om hen te betalen het bedrag van euro 14.374,85 (bedrag aangepast in conclusie neergelegd ter griffie van het hof op 12 december 2008), te vermeerderen met de intresten vanaf de respectievelijke vervaldata tot de dag van de volledige betaling. De n.v. Infima concludeert tot de niet ontvankelijkheid, minstens de ongegrondheid van de vordering, minstens stelt zij dat de vordering overdreven is. Tenslotte vordert zij nog dat de geïntimeerden (bedoeld wordt de geïntimeerde en de vrijwillig tussenkomende partijen) worden verwezen in de (nieuwe) rechtsplegingvergoeding van euro 1.100,
- Het hof heeft de partijen, bij monde van hun raadslieden gehoord in openbare terechtzitting en in het Nederlands. Voor zoveel als nodig werden de debatten hernomen voor de anders samengestelde zetel. De neergelegde conclusies werden ingezien.
- Art. 1021 Ger.W. bepaalt: "Partijen kunnen een omstandige opgave indienen van hun onderscheiden kosten, met inbegrip van de vergoedingen voor uitgaven en rechtspleging, bepaald in artikel
- In dat geval worden de kosten in het vonnis vereffend. Werden de kosten niet of slechts gedeeltelijk vereffend, dan wordt de beslissing over de kosten, waarover niet werd gestatueerd, geacht te zijn aangehouden. In dat geval geschiedt de vereffening, op de vordering van de meest gerede partij, door de rechter die de uitspraak heeft gedaan, voor zover zijn beslissing niet werd bestreden: de rechtspleging wordt hervat en voortgezet overeenkomstig artikel 750 en volgende". In het arrest van 23 december 2005 werd uitspraak gedaan over de kosten. De rechtsplegingvergoeding werd begroot overeenkomstig het toen geldend tarief. In de mate dat de partijen thans opnieuw aanspraak maken op een rechtsplegingvergoeding is deze vordering niet ontvankelijk. Daaromtrent werd immers reeds definitief geoordeeld.
- Het hof stelt vast dat in het arrest van 23 december 2005 de appellante werd veroordeeld om aan de geïntimeerde (onderlijning door het hof), dit is de vme Malibu Sands, een provisie te betalen van 1,00 euro. Aan de vrijwillig tussenkomende partijen werd akte gegeven van hun vrijwillige tussenkomst en zij werden verwezen in de aan hun zijde gevallen gedingkosten. Ten gunste van de vrijwillig tussenkomende partijen werd aldus niet geoordeeld dat zij aanspraak kunnen maken op een vergoeding voor de bijstand van een advocaat. Zij kunnen daar op heden dan ook geen aanspraak op maken. M.a.w. heeft het hof t.a.v. de vrijwillig tussenkomende partijen zijn rechtsmacht uitgeput (er werd hen geen provisie toegekend noch voorbehoud verleend) en het arrest van 23 december 2005 is het wat hen betreft een eindvonnis (eindarrest) in de zin van artikel 19, lid 1 Ger. W.. 6.
- De overblijvende betwisting betreft de vraag naar de vergoeding van de kosten en erelonen van advocaten ten gunste van de vme Malibu Sands, waarvoor vóór 1 januari 2008 een provisie van euro 1,00 was toegekend. In het overwegend gedeelte van het arrest (p. 10, punt 2.4.2.) werd als volgt gestatueerd: "De kosten en erelonen van de advocaat van de eisende partij vormen geen uitgaven en kosten in de zin van art. 1017-1022 Ger.W. maar maken een gebeurlijk onderdeel uit van de schade veroorzaakt door de contractuele tekortkomingen van de wederpartij. ...". En verder (p. 11): "Zonder de fout van de appellante had de geïntimeerde geen beroep moeten doen op een advocaat. In dergelijke complexe materie is het geenszins overbodig om beroep te doen op de bijstand van een ter zake gespecialiseerde jurist. Er worden met betrekking tot de tussenkomst van de advocaat geen stukken overgelegd, zodat het hof niet kan oordelen of de gevorderde bedragen in overeenstemming zijn met de kosten en erelonen, die voor dergelijke zaak in alle redelijkheid kunnen gevorderd worden. Er kan dan ook slechts sprake zijn van een provisie van 1,00 EUR". 6.
- Met de nieuwe regeling krachtens de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat, zoals bepaald in artikel 1022 Ger.W., in voege getreden op 1 januari 2008) heeft de wetgever de grondslag van het foutcriterium, beschouwd in de materieelrechtelijke verhouding verlaten en als grondslag het procesrisico en het procesbeleid gehanteerd, waardoor de vergoeding van erelonen en kosten van advocaten in het procesrecht ondergebracht werd. De vergoeding wordt toegekend aan de partij die in het gelijk wordt gesteld, voor het risico dat deze partij gelopen heeft dat haar eis of verweer zou afgewezen worden, ongeacht de intrinsieke waarde van de eis of het verweer. Door te bepalen dat geen partij boven het bedrag van de rechtsplegingvergoeding aangesproken kan worden tot betaling van een vergoeding voor de tussenkomst van de advocaat van een andere partij (artikel 1022, lid 6 Ger. W.) heeft de wetgever bewust ingegrepen in het verbintenissenrecht via het procesrecht (Verslag Senaat, Parl. St.Senaat, 2006-2007, nr. 3-1686/5, p. 14). Artikel 13 van de genoemde wet van 21 april 2007 schrijft voor: "De artikelen 2 tot 12 zijn van toepassing op de zaken die hangende zijn op het moment dat zij in werking treden.". 6.
- Anderzijds besliste het arrest van 23 december 2005, dit is vóór de inwerkingtreding van voormelde wet van 21 april 2007, dat de appellante veroordeeld werd om aan de geïntimeerde een provisie te betalen van 1,00 euro voor juridische bijstand. Het beginsel van de vergoeding van de kosten van verdediging werd aldus vastgelegd en wel op grond van de fout van de appellante. Het Hof heeft hiermee over dit geschilpunt zijn rechtsmacht volledig uitgeoefend. De begroting van de erelonen en kosten werd voorlopig open gelaten en blijft alhier te beoordelen. Er moet meer in het bijzonder worden nagegaan op welke erelonen en kosten de nv Infima aanspraak kon maken op datum van 23 december
- In navolging van de cassatiearresten van 28 februari 2002, 2 september 2004 en 16 november 2006 is en dient dit oordeel gebaseerd op het foutcriterium in de materieelrechtelijke verhouding tussen partijen. De vergoeding voor de kosten en erelonen van advocaten is een onderdeel van de schadevergoeding voor de fout die de in het ongelijk gestelde partij heeft begaan in de verhouding tussen de partijen, die de inzet vormt van het rechtsgeding. Artikel 19, lid 1 Ger. W. (mutatis mutandis van toepassing op de procedure in hoger beroep) bepaalt dat een vonnis een eindvonnis is in zover daarmee de rechtsmacht van de rechter is uitgeput, behoudens de rechtsmiddelen bij de wet bepaald. Het nieuwe artikel 1022 Ger. W. en artikel 13 van de wet van 21 april 2007 kunnen niet beschouwd worden als een rechtsmiddel in de zin van artikel 19, lid 1 Ger. W., zodat het hof nu de vergoeding voor de erelonen en kosten van de advocaten in dit geding niet kan gronden op de bepalingen van de wet van 21 april 2007 en in deze zaak gehouden is tot bepaling van de vergoeding van in principe de volledige schade op grond van de door de appellante begane fout. 6.
- De geïntimeerde vordert een bedrag van euro 14.374,
- Hiervoor werd reeds uiteen gezet dat de vme Malibu Sands aanspraak kan maken op de kosten en de erelonen van de advocaat voor de prestaties die geleid hebben tot het arrest van 23 december
- Zij legt vier kosten en ereloonstaten over: - ereloonstaat kantoor Stibbe d.d. 22.08.06: euro 2.600,00; - ereloonstaat kantoor De Clerck & Coppens d.d. 30.01.07: euro 10.415,10; - ereloonstaat kantoor Stibbe d.d. 05.11.2008: euro 859,75; - ereloonstaat kantoor De Clercq & Coppens d.d. 25.01.08: euro 500,
- Bewijzen van betaling worden niet overgelegd. Aan de hand van deze kosten en ereloonstaten blijkt dat: - door de vme Malibu Sands en de vrijwillig tussenkomende partijen gezamenlijk procedure gevoerd werd; - de aangerekende kosten ook betrekking hebben op dagvaardingskosten (die reeds in het bevestigde vonnis van 21 april 2004 werden begroot), registratierechten en uitvoeringskosten, zodat er mag worden aangenomen dat deze kosten reeds op de appellante werden verhaald. - de kosten van het kantoor Stibbe en de kosten aangerekend op 25.01.2008 geen betrekking hebben op de kosten en erelonen voor de bijstand van een advocaat in de tegen de n.v. Infima gevoerde procedure die geleid hebben tot het arrest van 23 december 2005 en dientengevolge geen betrekking hebben op de schade die alsdan op de appellante kon worden verhaald. Rekening houdend met hetgeen voorafgaat bepaalt het hof de schade in hoofde van de vme Malibu Sands op datum van 23 december 2005 naar billijkheid op euro 5.000,00 voor de kosten en de erelonen samen. Dit bedrag is te vermeerderen met de gerechtelijke intresten aan de wettelijke rentevoet vanaf de datum van het arrest van 23 december 2005 tot aan de algehele betaling. OM DEZE REDENEN, HET HOF recht doende op tegenspraak; in acht genomen art. 24 van de wet van 15 juni
- Het arrest van 23 december 2005 verder uitwerkend: Stelt vast dat de rechtsmacht van het hof uitgeput is om te oordelen over de vergoeding van de schade uit hoofde van kosten en erelonen voor de bijstand van een advocaat wat betreft de vrijwillig tussenkomende partijen. Verklaart de vordering van de vme Residentie Malibu Sands in de hierna bepaalde mate gegrond: Veroordeelt de n.v. INFIMA tot betaling aan de vme Residentie Malibu Sands van een schadevergoeding van euro 5.000,00 te vermeerderen met de gerechtelijke intresten aan de wettelijke rentevoet vanaf 23 december 2005 tot aan de algehele betaling. Verstaat dat er geen nieuwe kosten zijn te begroten. Aldus gewezen door de negende kamer van het Hof van beroep te Gent, recht doende in burgerlijke zaken, samengesteld uit: De heer M. Hanssens Raadsheer, wn. voorzitter, Mevrouw M. Beerens Raadsheer, De heer A. Colpaert Raadsheer, en uitgesproken door de raadsheer wn. voorzitter van de kamer in openbare terechtzitting op drieëntwintig januari tweeduizend en negen, bijgestaan door Mevrouw M. Vercruysse Griffier. M. Vercruysse A. Colpaert M. Beerens M. Hanssens Rep. nr.: 2009/ Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.