id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 26 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090126.2 Rolnummer: 2004/AR/2133 Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2009-03-24 Raadplegingen: 103 - laatst gezien 2026-07-02 19:02 Fiche - Twee vennootschappen vormen een tijdelijke vereniging voor levering van spoorwegmateriaal aan hun medecontractant. Een vennootschap gaat failliet en de curatoren vorderen een factuur in lastens de medecontractant. - De vordering is ontvankelijk. Elke vennoot mag haar eigen aandeel factureren. - De overeengekomen prestaties werden uitgevoerd zodat de appellante zich niet langer kan beroepen op de (tijdelijke) opschorting van de eigen verbintenis (tot betalen). Het bewijs van een laattijdige levering ontbreekt. Een door de eerste rechter bevolen deskundigenonderzoek kan nog het bewijs opleveren van resterende gebreken en schade, en wordt bevestigd. Het Hof verwist de zaak terug naar de eerste rechter voor verdere afhandeling. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VENNOOTSCHAPPEN Vrije woorden: Tijdelijke vereniging - faillissement vennoot - invordering factuur - ontvankelijkheid - exceptio non adimpleti contractus - laattijdige en gebrekkige uitvoering en schade - deskundigenonderzoek. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 7e Kamer ________ Terechtzitting van 26-01 2009 Nr. 2004/AR/2133 ------------------------ in de zaak van : N.V. CEI-DE MEYER, met maatschappelijke zetel te 1120 Neder-Over-Heembeek, Antoon Van Osslaan 1 bus 2 en met ondernemingsnummer 0452.702.265, rechtsopvolger van N.V. DE MEYER, (voorheen N.V. Strukton De Meyer) met maatschappelijke zetel te 9031 Gent (Drongen), Brouwerijstraat 1, ingeschreven in het handelsregister te Gent onder nr. 4.598 en met ondernemingsnummer 0401.013.737, appellante, hebbende als raadsman mr. Bettina Poelemans, advocaat met kantoor te 9000 Gent, Bagattenstraat 124, tegen
- Mr. P.K.,
- Mr. P.-H. V.B., beiden optredende in hun hoedanigheid van curatoren over het faillissement van de SA JADOT GEAP INTERNATIONAL, met maatschappelijke zetel te Beloeil, Rue du Docteur Jadot 44, in staat van failllissement verklaard bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Doornik van 2 juni 1997, geïntimeerden q.q., hebbende als raadsman mr. Christian Deleu, advocaat met kantoor te 8500 Kortrijk, Louis Verweestraat 2, alwaar zij woonstkeuze doen, velt het Hof volgend arrest :
- Gegevens van de zaak in beroep: 1.
- DE MEYER NV, voorheen NV STRUKTON DE MEYER (thans vertegenwoordigd door haar rechtsopvolger NV CEI-DE MEYER) stelde op 16 augustus 2004 hoger beroep in tegen het vonnis van 5 februari 2004 van de vijfde kamer van de rechtbank van koophandel te Gent. De curatoren van het faillissement JADOT GEAP INTERNATIONAL SA stelden in conclusie neergelegd op 11 augustus 2006 incidenteel hoger beroep in. Partijen werden gehoord in openbare terechtzitting van 16 juni 2008 en de stukken werden ingezien. 1.
- De blijvende betwistingen volgen op de eis van de curatoren van het faillissement JADOT GEAP INTERNATIONAL SA die strekt tot de betaling door CEI-DE MEYER NV van een factuurschuld van 240.250,62 EUR of 9.691.686 BEF, vermeerderd met 14.033,74 EUR aan verwijlintresten aan de overeengekomen intrestvoet van 12% tot 28 oktober 1997 en vanaf dan gevolgd door de gerechtelijke intresten aan dezelfde overeengekomen intrestvoet. De curatoren gronden deze factuurschuld op de uitvoering van een overeenkomst die de gefailleerde JADOT GEAP INTERNATIONAL SA met CEI-DE MEYER NV heeft afgesloten betreffende de levering van spoorwegmaterieel bestemd voor ‘de inrichting van stel- en werkplaatsen van De Lijn Antwerpen op de bedrijfsterreinen van de oude fabriek General Motors'. Betreffende deze eis voeren partijen in het bijzonder nog volgende betwistingen: 1.2.
- CEI-DE MEYER NV stelt dat zij - als onderaannemer van Antwerpse Bouwwerken nv voor de uitvoering van haar aandeel in het project van de Lijn Antwerpen - beroep deed op JADOT GEAP INTERNATIONAL SA en LES ACIERIES DE LA MEUSE SA, die een tijdelijke vereniging vormden voor de levering van diverse voorgemonteerde spoorwegtoestellen. De eis die de curatoren van het faillissement JADOT GEAP INTERNATIONAL SA in naam van één van de vennoten van de tijdelijke vereniging stellen, zou ontoelaatbaar en onontvankelijk zijn. 1.2.
- In onderschikte orde beroept CEI-DE MEYER NV zich op de exceptio non adempleti contractus om de betaling van de facturen te weigeren. Zij grondt deze exceptie op het niet naleven door JADOT GEAP INTERNATIONAL SA van de contractvoorwaarden, het niet respecteren van de leveringsdata, het niet uitvoeren van de overeengekomen voormontage wat voor haar diverse meerwerken zou meegebracht hebben en op de levering van gebrekkige toestellen wat haar voor aanzienlijke herstellingskosten zou geplaatst hebben. 1.2.
- In uiterst onderschikte orde betwist CEI-DE MEYER NV ook de gegrondheid van de gevorderde verwijlintresten, die de curatoren van het faillissement JADOT GEAP INTERNATIONAL SA gronden op de algemene factuurvoorwaarden van JADOT GEAP INTERNATIONAL SA. CEI-DE MEYER NV stelt dat deze algemene factuurvoorwaarden geen deel uitmaakten van de overeenkomst. 1.2.
- CEI-DE MEYER NV vordert tenslotte bij tegeneis de gerechtelijke ontbinding van de overeenkomst tussen partijen wegens zware tekortkomingen van JADOT GEAP INTERNATIONAL SA en de opname van een schuldvordering van 440.361,62 EUR in het passief van het faillissement van JADOT GEAP INTERNATIONAL SA voor de schade die zij leed door de gebrekkige uitvoering van de overeenkomst. Minstens vordert zij de schuldvergelijking tussen de hoofdeis die de curatoren van het faillissement JADOT GEAP INTERNATIONAL SA stellen met het bedrag van haar schade en uiterst ondergeschikt een deskundigenonderzoek om het bedrag van haar schade te begroten. 1.
- De eerste rechter stelde op volgende relevante overwegingen vast dat CEI-DE MEYER NV met de Tijdelijke Vereniging LES ACIERIES DE LA MEUSE SA/JADOT GEAP INTERNATIONAL SA heeft gecontracteerd: "Uit de voorliggende procedure- en stavingstukken blijkt dat: - op 10.02.1996 een ontwerp van offerte met een globaal cijfer voor de N.V. LES ACIERIES DE LA MEUSE en de N.V. JADOT GEAP INTERNATIONAL aan [CEI-DE MEYER NV] wordt overgemaakt en dat op basis daarvan verdere gesprekken worden gevoerd; - deze gesprekken uiteindelijk resulteren in een "Leverings-overeenkomst nr. 5124" die door [CEI-DE MEYER NV] op 03.06.1996 aan de tijdelijke vereniging LES ACIERIES DE LA MEUSE/ JADOT GEAP INTERNATIONAL wordt overgemaakt; welke leveringsovereenkomst de tijdelijke vereniging als wederpartij van [CEI-DE MEYER NV] aanduidt; - bij brief van 10.06.1996 - opgesteld op briefpapier van de N.V. LES ÀCIERIES DE MEUSE maar ondertekend zowel door laatstgenoemde als door de N.V. JADOT GEAP INTERNATIONAL - deze leverings-overeenkomst als een bestelling wordt aanzien mits een aantal wijzigingen aan diverse artikelen van deze overeenkomst; - op 12.07.1996 een orderbevestiging volgt, welke - zoals reeds in het verwijzingsvonnis van 25.01.2001 werd vastgesteld - door geen van de partijen wordt voorgelegd; - [CEI-DE MEYER NV] bij een aan de N.V. JADOT GEAP INTERNATIONAL gericht aangetekend schrijven van 13.08.1996 ontvangst meldt van deze orderbevestiging en er de nadruk op legt dat: × de leveringsovereenkomst nr. 5124 gericht was aan de tijdelijke vereniging en dat zij dit als zodanig wenst te behouden; × de orderbevestiging van 12.07.1996 in geen geval afbreuk doet aan de voorwaarden, noch aan de prijzen zoals vermeld in de leveringsovereenkomst nr. 5124; × de verdeling van de uit te voeren werken tussen de N.V. LES ACIERIES DE LA MEUSE en de N.V. JADOT GEAP INTERNATIONAL tot hun verantwoordelijkheid behoort, maar de facturatie door de tijdelijke vereniging zal gebeuren volgens de posten zoals deze in de bestelling zijn opgenomen. - de N.V. JADOT GEAP INTERNATIONAL op 19.11.1996 aan [CEI-DE MEYER NV] een tweede orderbevestiging stuurt die de eerdere orderbevestiging van 12.07.1996 annuleert en vervangt; - in deze orderbevestiging wordt de betalingstermijn op 60 dagen vastgesteld en wordt tevens bepaald dat de facturatie respectievelijk door de N.V. LES ACIERIES DE LA MEUSE en de NV. JADOT GEAP INTERNATIONAL zal plaatsvinden voor het gedeelte van de door hen uitgevoerde leveringen, zoals deze uit een in bijlage aan de orderbevestiging gevoegde tabel blijken.' ‘Uit de voorliggende stukken dient naar het oordeel van de rechtbank dan ook te worden besloten dat zelfs indien de stelling van de [curatoren van het faillissement JADOT GEAP INTERNATIONAL SA] zou kunnen worden bijgetreden dat de overeenkomst tussen partijen tot stand kwam met de orderbevestiging van 19 november 1996, zulks niet aantoont dat de N.V. JADOT GEAP INTERNATIONAL ut singulus met [CEI-DE MEYER NV] zou hebben gecontracteerd. De in deze orderbevestiging voorkomende vermelding dat de facturatie respectievelijk door de N.V. LES ACIERIES DE LA MEUSE en de N.V. JADOT GEAP INTERNATIONAL zal plaatsvinden voor het gedeelte van de door hen uitgevoerde leveringen zoals deze uit een in bijlage aan de orderbevestiging gevoegde tabel blijken, bevestigt de samenwerking tussen de voormelde vennoot-schappen tot uitvoering van de ten aanzien van [CEI-DE MEYER NV] opgenomen verbintenissen tot levering van spoortoestellen. ‘[CEI-DE MEYER NV] kwalificeert deze samenwerking terecht als een tijdelijke vereniging. Er is immers sprake van een tijdelijke vereniging zodra twee of meer personen gezamenlijk zonder firma te voeren, uit hoofde van met een derde aangegane handelsverbintenissen, een of meer welbepaalde verrichtingen uitvoeren, ook al zijn de prestaties van elk van hen verschillend, en gaan zij tot afzonderlijke facturatie over. In het voormeld schrijven van 10 juni 1996 dat zowel door de N.V. LES ACIERIES DE LA MEUSE als door de N.V JADOT GEAP INTERNATIONAL werd ondertekend, en hun samenwerking als dusdanig bevestigt, hebben zij zelf reeds vermeld dat zij gesplitste rekeningen zouden voeren met afzonderlijke facturatie. In de gegeven omstandigheden kan de N.V. JADOT GEAP INTERNATIONAL deze afzonderlijke facturatie thans bezwaarlijk ernstig aangrijpen om tot de afwezigheid van enige samenwerking en van een tijdelijke vereniging te besluiten. ‘Ook nog andere dan de hiervoor vermelde procedurestukken wijzen op het bestaan van een tijdelijke vereniging tussen de N.V. JADOT GEAP INTERNATIONAL en de N.V. LES ACIERIES DE LA MEUSE in uitvoering van de ten aanzien van [CEI-DE MEYER NV] aangegane handels-verbintenissen. × Uit het door [CEI-DE MEYER NV] voorgelegd stuk 3 blijkt dat op 07.02.1997 een bespreking plaatsvond betreffende de levering van wissels, waarbij ook de N.V. LES ACIERIES DE LA MEUSE betrokken was, en waarbij zowel voor wat laatstgenoemde als voor wat de N.V. JADOT GEAP INTERNATIONAL betreft diverse leveringsdata werden afgesproken. × Ook het door [CEI-DE MEYER NV] voorgelegd stuk 6, hetzij een door haar aan de N.V. JADOT GEAP INTERNATIONAL gericht faxbericht van 07.03.1997 geeft blijk van de samenwerking tussen de NV. LES ACIERIES DE LA MEUSE en de N.V. JADOT GEAP INTERNATIONAL. × Diezelfde samenwerking blijkt ook uit de briefwisseling van de N.V. JADOT GEAP INTERNATIONAL aan [CEI-DE MEYER NV] van 09.09.1996 en 15.11.
- × Ook het door [CEI-DE MEYER NV] aan de N.V. JADOT GEAP INTERNATIONAL op 22.05.1997 toegestuurd schrijven verwijst nogmaals naar de tijdelijke vereniging JADOT - ACIERIES, en in het antwoord schrijven van de N.V. JADOT GEAP INTERNATIONAL van 26.05.1997 wordt zulks door laatstgenoemde niet in vraag gesteld, laat staan betwist. Voormeld antwoordschrijven geeft integendeel eens te meer blijk van de samenwerking tussen de N.V. LES ACIERIES DE LA MEUSE en de N.V. JADOT GEAP INTERNATIONAL teneinde de door [CEI-DE MEYER NV] geplaatste bestelling uit te voeren. × Tenslotte wordt deze samenwerking uitdrukkelijk bevestigd in het schrijven dat de N.V. LES ACIERIES DE LA MEUSE op 29.08.1996 aan [CEI-DE MEYER NV] toestuurde en waarin zij vermeldde: "Wij verbinden ons er echter toe om wat betreft de planning (geïntegreerde plannen) en uitvoering in die mate samen te werken dat voor u geen problemen zullen ontstaan." 1.
- Daarop verklaarde de eerste rechter op volgende relevante overwegingen de eis van de curatoren van het faillissement JADOT GEAP INTERNATIONAL SA ontvankelijk: ‘De vaststelling dat werd gecontracteerd tussen [CEI-DE MEYER NV] en de tijdelijke vereniging, bestaande uit de N.V. LES ACIERIES DE LA MEUSE en de N.V. JADOT GEAP INTERNATIONAL, heeft in tegenstelling tot wat [CEI-DE MEYER NV] voorhoudt niet de onontvankelijkheid van de vordering tot gevolg indien slechts één van de vennoten van de tijdelijke vereniging optreedt. Wanneer niet alle vennoten optreden is de vordering van één van hen ontvankelijk, doch slechts ten belope van haar deel in de tijdelijke vereniging. De door de [curatoren van het faillissement JADOT GEAP INTERNATIONAL SA] ingestelde vordering, waarmee zij enkel en alleen de betaling nastreven van de facturen voor de leveringen die de N.V. JADOT GEAP INTERNATIONAL in het kader van de samenwerking met de N.V. LES ACIERIES DE LA MEUSE heeft verricht- en zich dus tot haar aandeel in de tijdelijke vereniging beperkt - komt dan ook ontvankelijk voor.' 1.
- Tenslotte beval de eerste rechter het hiernavolgend deskundigen-onderzoek vooraleer zich uit te spreken over de gegrondheid van de wederzijdse eisen en dit op de overweging dat de standpunten van partijen lijnrecht tegenover elkaar staan omtrent de vraag of de door JADOT GEAP INTERNATIONAL SA verrichte werken en leveringen al dan niet tekortkomingen vertonen: - zich ter plaatse te begeven op de stel- en werkplaats van DE LIJN aan de Noorderlaan 75 te Antwerpen, - de door de N.V. Jadot Geap International voor deze werf verrichte werken en leveringen gedetailleerd te beschrijven, - na te gaan of deze werken en leveringen - rekening houdend met de technische voorschriften van het bijzonder bestek, alsook met de overige bepalingen van de tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst - al dan niet tekortkomingen en/of gebreken vertonen, en deze in bevestigend geval gedetailleerd te beschrijven, - in bevestigend geval, tevens advies te verlenen omtrent de oorzaak van de vastgestelde gebreken en/of tekortkomingen, alsook omtrent de technische aansprakelijkheid, na te gaan of enige vertraging in de uitvoering van de werken en leveringen aan de NV. Jadot Geap International dient te worden toegeschreven, - advies te verlenen omtrent de schade, van welke aard ook, die [CEI-DE MEYER NV] uit hoofde van de gebeurlijk weerhouden gebreken, tekortkomingen en/of vertraging in de uitvoering heeft geleden, en deze schade te begroten, - advies te verlenen omtrent de vraag of met betrekking tot de door de N.V. Jadot Geap International verrichte werken en leveringen al dan niet enige minwaarde in aanmerking dient te worden genomen en deze, in bevestigend geval, te begroten, - de afrekening tussen partijen op te maken.'
- Beoordeling 2.
- De eerste rechter verantwoordde omstandig en op juiste gronden zijn beslissing over de samenwerking van CEI-DE MEYER NV met de Tijdelijke Vereniging LES ACIERIES DE LA MEUSE SA/JADOT GEAP INTERNATIONAL SA. Het Hof verwijst partijen naar de hierboven onder punt 1.3 weerhouden motivering die geen verdere aanvulling vereist. 2.
- Het Hof onderschrijft ook het vonnis van de eerste rechter betreffende de ontvankelijkheid van de eis, die de curatoren hebben ingesteld voor de facturen die JADOT GEAP INTERNATIONAL SA tegenover CEI-DE MEYER NV heeft opgesteld voor haar werken. - Geen enkele wettelijke bepaling belet de vennoten die deel uitmaken van een tijdelijke vereniging, om meteen hun eigen aandeel in het gemeenschappelijk project af te spreken en tegenover de medecontract (hier CEI-DE MEYER NV) duidelijk te stellen dat zij elk hun eigen prestaties zullen factureren. Hiermee geven de vennoten van de tijdelijke vereniging te kennen, dat de sommen die hen uit hoofde van hun facturen toekomen niet in een onverdeeldheid zullen worden ingebracht. - Enkel stuk ontbreekt waaruit zou volgen dat de vennoten van de Tijdelijke Vereniging LES ACIERIES DE LA MEUSE SA/JADOT GEAP INTERNATIONAL SA de bedoeling zouden gehad hebben, om een onverdeeldheid tussen hen in te stellen betreffende de facturen die zij op CEI-DE MEYER NV zouden uitschrijven voor de prestaties die hen eigen waren. Al in hun eerste offerte van 10 juni 1996 hebben JADOT GEAP INTERNATIONAL SA en LES ACIERIES DE LA MEUSE SA uitdrukkelijk gesteld dat zij elk hun rekeningen zullen doen voor de prestaties die zij verrichten. - JADOT GEAP INTERNATIONAL SA heeft CEI-DE MEYER NV evenmin misleid omtrent haar aandeel in de tijdelijke vereniging, waar zij haar prestaties ook afzonderlijk heeft gefactureerd en CEI-DE MEYER NV de facturen uitgeschreven ‘voor en door JADOT GEAP INTERNATIONAL SA' ook nooit heeft geprotesteerd. Hierdoor erkende CEI-DE MEYER NV juist de vennootschap JADOT GEAP INTERNATIONAL SA als haar schuldeiser voor de prestaties, die JADOT GEAP INTERNATIONAL SA in de tijdelijke vereniging voor haar heeft uitgevoerd. 2.
- De exceptio non adimpleti contractus is niet meer dan een tijdelijke exceptie die de partij de mogelijkheid geeft de uitvoering van de eigen verbintenissen op te schorten tot op het ogenblik dat de medecontractant zijn verbintenissen uitvoert of aanbiedt uit te voeren. Hier heeft JADOT GEAP INTERNATIONAL SA de contractueel overeengekomen prestaties uitgevoerd, maar CEI-DE MEYER NV stelt dat zij deze prestaties laattijdig en gebrekkig heeft uitgevoerd. Na de faillietverklaring van JADOT GEAP INTERNATIONAL SA dringt zich een definitieve verrekening op en kan CEI-DE MEYER NV zich niet langer op de tijdelijke exceptie beroepen. 2.
- De curatoren betwisten de laattijdige en gebrekkige uitvoering door JADOT GEAP INTERNATIONAL SA. 2.4.
- Ook voor het Hof maakt CEI-DE MEYER NV haar beweringen ter zake niet hard, maar de eerste rechter reikte haar de mogelijkheid aan om hiervan het bewijs te leveren door de uitvoering van een gerechtelijk deskundigenonderzoek. 2.4.
- Voor het Hof ontbreekt het bewijs van een ‘laattijdige levering', waarvoor JADOT GEAP INTERNATIONAL SA aansprakelijk zou zijn. De uitvoering van de werken dagtekent van 1996/
- Het tijdsverloop (meer dan 10 jaar) en het gebrek aan concrete weerlegging van de opmerkingen van de curatoren van het faillissement JADOT GEAP INTERNATIONAL SA dat de uitlopende oplevering van het spoorwegmateriaal toe te schrijven is aan het uitblijven van de goedkeuring van de plannen door CEI-DE MEYER NV, noopt tot de vaststelling dat CEI-DE MEYER NV het bewijs verschuldigd blijft van ‘laattijdige leveringen' waarvoor JADOT GEAP INTERNATIONAL SA aansprakelijk zou geweest zijn. De overlegde briefwisseling bevestigt juist dat de deelgenoten in het tijdelijk project herhaaldelijk op de overlegging van goedgekeurde tekeningen moesten aandringen (zie de niet nader tegengesproken overtuigingstukken 6, pg 2 - 10 -15 - 16 - 19 en 20 in de bundel van de curatoren). 2.4.
- De overgelegde briefwisseling bevestigt wel dat CEI-DE MEYER NV zich beklaagde over de goede uitvoering van sommige leveringen. Maar uit de briefwisseling volgt evenzeer dat JADOT GEAP INTERNATIONAL SA diverse gebreken heeft verholpen (zie de stukken 24 tot 32 in de bundel van de curatoren). In welke mate eventueel resterende gebreken aan een foutieve uitvoering van JADOT GEAP INTERNATIONAL SA zouden kunnen worden toegeschreven, is ook voor het Hof niet duidelijk en vaststaand. De door de eerste rechter bevolen expertise kan hier eventueel nog dit bewijs opleveren. 2.4.
- In welke mate CEI-DE MEYER NV schade zou geleden hebben door eventueel resterende gebreken blijft evenzeer onbewezen. De rechter kan zijn beslissing niet gronden op loutere beweringen en begrotingen van een partij. Mogelijks kan ook hier de door de eerste rechter bevolen expertise nog dit bewijs opleveren. 2.
- Het Hof verzendt de zaak overeenkomstig artikel 1068, lid 2 van het gerechtelijk wetboek terug naar de eerste rechter, die geroepen is om de deskundigenverrichtingen op te volgen en de tegeneis van CEI-DE MEYER NV betreffende de punten 2.4.3 en 2.4.4 af te toetsen aan de resultaten van de door hem bevolen expertise. BESLUITEN Het Hof verklaart - op tegenspraak en gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken - de hogere beroepen ontvankelijk. Het verklaart het hoofdberoep van CEI-DE MEYER NV ongegrond. Het bevestigt het betreden vonnis dat een deskundigenonderzoek beval om: - na te gaan of de werken en leveringen die JADOT GEAP INTERNATIONAL SA aan CEI-DE MEYER NV heeft gefactureerd - rekening houdend met de technische voorschriften van het bijzonder bestek, alsook met de overige bepalingen van de tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst - al dan niet tekortkomingen en/of gebreken vertonen, en deze in bevestigend geval gedetailleerd te beschrijven, - in bevestigend geval, tevens advies te verlenen omtrent de oorzaak van de vastgestelde gebreken en/of tekortkomingen, alsook omtrent de technische aansprakelijkheid, - advies te verlenen omtrent de schade, van welke aard ook, die [CEI-DE MEYER NV] uit hoofde van de gebeurlijk weerhouden gebreken, tekortkomingen en/of vertraging in de uitvoering heeft geleden, en deze schade te begroten, - advies te verlenen omtrent de vraag of met betrekking tot de door de N.V. Jadot Geap International verrichte werken en leveringen al dan niet enige minwaarde in aanmerking dient te worden genomen en deze, in bevestigend geval, te begroten, - de afrekening tussen partijen op te maken.'. Het verwijst CEI-DE MEYER NV in de kosten van het hoger beroep, die het aan de zijde van de curatoren van het faillissement JADOT GEAP INTERNATIONAL SA vaststelt op 1.200 EUR en verwijst de zaak voor haar verdere afhandeling terug naar de eerste rechter. Aldus gewezen door de zevende kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit Henri Debucquoy, eerste voorzitter,voorzitter, Frank Deschoolmeester, raadsheer, Geneviève Vanderstichele, raadsheer, bijgestaan door Achiel Ferdinande, griffier en uitgesproken door de voorzitter in openbare terechtzitting op zesentwintig januari tweeduizend en negen. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div