id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 30 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090130.7 Rolnummer: 2007/AR/831 Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-05-28 Raadplegingen: 122 - laatst gezien 2026-07-02 19:04 Fiche Een aannemer zonder erkenning voor bepaalde werken, kan geen rechten putten inzake gunning en schadevergoeding bij afwijzing van zijn inschrijving op een openbare aanbesteding. Een vrijwaringsvordering tegen het architectenbureau dat over de benodigde erkenningen een fout beging in het bestek, is aldus zonder voorwerp. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Nakoming verbintenis - Schadevergoeding - Algemeen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - OVERHEIDSOPDRACHTEN - Algemeen (overheidsopdrachten) Vrije woorden: Openbare aanbesteding - Overheidsopdrachten - Schadevergoeding. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 9e kamer ________ terechtzitting van 30-01-2009 2007/AR/831 in de zaak van: A.Z. SINT-LUCAS & VOLKSKLINIEK V.Z.W., met maatschappelijke zetel te 9000 GENT, Groenebriel 1, ingeschreven met KBO-nummer 0459.265.997, appellante, hebbende als raadsman mr. VAN OVERBERGHE Jo, advocaat te 9800 DEINZE, Guido Gezellelaan 109 tegen: BOUWBEDRIJF FLORE NV, met maatschappelijke zetel te 9120 MELSELE, Schaarbeekstraat 21, ingeschreven met KBO-nummer 0403.827.529, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. MATTHYS Dominique, advocaat te 9000 GENT, Sint-Annaplein 34
- DE VLOED ARCHITECTENBURO B.V.B.A., met maatschappelijke zetel te 9070 DESTELBERGEN, Laarnebaan 106 A, ingeschreven met KBO-nummer 0435.618.783, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. HONORE Rik, advocaat te 8500 KORTRIJK, President Kennedypark 4A velt het Hof het volgend arrest: Het hof heeft de partijen gehoord in openbare terechtzitting in het Nederlands in hun middelen en conclusies en heeft de stukken ingezien.
- De vzw AZ Sint-Lucas & Volkskliniek (hierna in het kort AZ Sint-Lucas) heeft tijdig en op regelmatige wijze hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat op tegenspraak werd uitgesproken door de 15e kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent op 7 februari
- Hierin werd de hoofdeis van de nv Bouwbedrijf Floré (hierna in het kort Floré) ontvankelijk en gegrond verklaard en werd derhalve AZ Sint-Lucas veroordeeld om aan Floré te betalen het bedrag van 154.000,00 euro, te vermeerderen met de gerechtelijke intrest. De vrijwaringvordering van AZ Sint-Lucas werd eveneens ontvankelijk en gegrond verklaard en de bvba Architectenbureau De Vloed (hierna in het kort De Vloed) werd veroordeeld om AZ Sint-Lucas te vrijwaren voor alle veroordelingen, zo in hoofdsom, intresten als gedingkosten. AZ Sint-Lucas werd tevens veroordeeld tot betaling van de gedingkosten, zoals nader begroot aan haar zijde, aan de zijde van Floré én aan de zijde van De Vloed.
- AZ Sint-Lucas vordert (zoals heromschreven in haar conclusies) dat het bestreden vonnis wordt teniet gedaan en dat: - voor recht wordt gezegd dat de eerste rechter materieel onbevoegd was; - de oorspronkelijke vordering wordt afgewezen als niet ontvankelijk, minstens als ongegrond; - uiterst subsidiair de aan Floré toekomende schadevergoeding wordt beperkt tot 3.000,00 euro ex aequo et bono; - Floré wordt veroordeeld tot de gedingkosten van beide instanties; - minstens De Vloed wordt veroordeeld om haar te vrijwaren voor alle veroordelingen die tegen haar zouden worden uitgesproken in hoofdsom, intresten en gedingkosten (hierin begrepen de registratierechten). Floré concludeert tot de afwijzing van het hoger beroep als ongegrond en tot de bevestiging van het bestreden vonnis. Zij vordert dat AZ Sint-Lucas wordt verwezen in alle nader bepaalde gedingkosten. De Vloed concludeert tot de ontvankelijkheid en de gegrondheid van het hoger beroep. In ondergeschikte orde vordert zij dat een gerechtsdeskundige wordt aangesteld met de opdracht advies te verlenen of de werken voorwerp van de opdracht onder de erkenningscategorie D kunnen worden gerangschikt, dan wel of zij op de ondercategorieën D10, D25 of D29 moeten worden gerangschikt. Verder vordert De Vloed dat de vrijwaringvordering in ieder geval als ongegrond moet worden afgewezen, kosten lastens AZ Sint-Lucas en/of Floré.
- AZ Sint-Lucas schreef een openbare aanbesteding uit conform het bestek van het architectenbureau De Vloed met betrekking tot de bevloeringswerken in een afdeling van haar ziekenhuis gelegen aan de Groenebriel te Gent. De opdracht werd op regelmatige manier bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen. Bij de opening van de inschrijvingen op 13 juni 2003 bleek aannemer Floré de aannemer te zijn die de laagste prijs voor het uitvoeren van de werken had geboden. De architect adviseerde dan ook de werken toe te vertrouwen aan deze aannemer, wiens offerte - zoals blijkt uit het verslag - ook regelmatig werd bevonden. Omdat de werken voor subsidies in aanmerking kwamen diende de gunningsbeslissing te worden goedgekeurd door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Bij schrijven van 18 augustus 2003 adviseerde dit Ministerie echter de vloerwerken niet toe te vertrouwen aan Floré omdat die niet beschikte over de noodzakelijke erkenning om dit werk uit te voeren. In de administratieve bepalingen van het bestek (stuk 11 dossier Floré) werd vermeld dat de aannemer diende te beschikken over een klasse 6, categorie D of D10 of D
- In de publicaties d.d. 18 april 2003 en 2 mei 2003 van het Bulletin der Aanbestedingen werd gevraagd dat de aannemers zouden erkend zijn Categorie D of ondercategorie D10, klasse
- In de publicatie van 9 mei 2003 (rechtzetting) werd dan weer vermeld dat de aannemer diende te beschikken over een klasse 6, categorie D of D10 of D
- Floré beschikte over de erkenning categorie D1 (alle ruwbouwwerken en onder kap brengen van gebouwen), D21 (reinigen en opknappen van gevels), D5 (schrijnwerk in het algemeen, houten spanten en trappen), D4 (geluids- en warmte-isolatie, lichte scheidingswanden, verlaagde plafonds en blinde vloeren) en D24 (restauratie van monumenten). Volgens het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap was het noodzakelijk dat de aannemer beschikte over een erkenning D10 of D
- Aan Floré werd vervolgens gevraagd om mededeling van de erkenningsattesten D25 en D10 klasse 6, waarop zij antwoordde dat volgens haar een erkenning D8 ruimschoots voldeed aan het gevraagde erkenningscriterium en dat de regelmatigheid van haar inschrijving conform het bestek niet kon worden aangevochten. De werken werden uiteindelijk gegund aan de laagste regelmatige inschrijver die over de vereiste erkenning in de klasse D10 of D25 beschikte. Floré is van oordeel dat het werk haar diende te worden gegund omdat zij de laagste regelmatig biedende aannemer was en dat zij beschikte over de erkenning zoals duidelijk werd geformuleerd in de aanbestedingsdocumenten. AZ Sint-Lucas is daarentegen van oordeel dat Floré niet voldeed aan de werkelijk vereiste erkenningsvoorwaarden. Zij verwijst hiervoor naar het standpunt ingenomen door de subsidiërende overheid, welk advies voor haar bindend zou zijn, gezien de eraan gekoppelde subsidiëring van de werken. Floré kan volgens AZ Sint-Lucas geen rechten putten uit een beslissing welke per vergissing met een verkeerde categorie van erkenning rekening houdt. Zij is verder van oordeel dat zo zij een fout heeft begaan, zulks te wijten is aan de fout begaan door de architect in het bestek, zodat deze haar dient te vrijwaren. De Vloed stelt dat de opgave van de categorie in het bestek slechts voorlopig is en dat deze kan wijzigen in functie van de vooropgestelde materialen of oplossingen. Uit een voorlopig vastgestelde categorie kunnen geen rechten geput worden nu bij de beoordeling welke erkenningscategorie toepasselijk is uitsluitend de werkelijke uit te voeren prestaties in aanmerking worden genomen. Volgens De Vloed wist Floré of diende zij minstens te weten dat zij met haar erkenning categorie D nooit in aanmerking kon komen om de werken toegewezen te krijgen. Verder stelt zij dat er niet diende te worden overgegaan tot heraanbesteding, hetgeen immers voor Floré geen oplossing zou geweest zijn, nu zij noch over een categorie D10, noch D25 beschikt en dus niet in aanmerking zou hebben kunnen komen om de opdracht in de wacht te slepen. De Vloed is van oordeel dat slechts in geval een categorie D voldoende zou zijn om de werken aan Floré toe te vertrouwen, de werken aan deze aannemer dienden gegund te worden. Tenslotte is volgens De Vloed in ieder geval de vrijwaringvordering ongegrond. De beslissing niet aan Floré te gunnen is uitsluitend gesteund op het bindend advies van de subsidiërende overheid. Hoe dan ook staat de fout van de architect niet in oorzakelijk verband met de schade. Het opdrachtgevend bestuur heeft een autonome en discretionaire bevoegdheid, daar waar de architect slechts een adviserende bevoegdheid heeft.
- AZ Sint-Lucas is van oordeel dat de burgerlijke rechtbanken niet bevoegd zijn om kennis te nemen van het geschil. Alleen de Raad van State zou daartoe bevoegd zijn. Bovendien zou Floré niet beschikken over de vereiste hoedanigheid en het nodige belang om de vordering in te stellen, zodat deze vordering als niet ontvankelijk moet worden afgewezen. AZ Sint-Lucas kan in haar standpunt niet worden gevolgd. Floré vordert schadevergoeding op grond van artikel 15 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten. Zij vordert niet de vernietiging van de beslissing van AZ Sint- Lucas. Zij is van oordeel dat haar inschrijving als regelmatig moet beschouwd worden en dat de werken haar hadden moeten zijn gegund. De mogelijkheid om van de burgerlijke rechter schadeloosstelling te bekomen wanneer een kandidaat aannemer op onwettige wijze wordt geweerd is niet te betwisten. Thans wordt terecht aangenomen dat bij het verlies van het contractueel voordeel onder omstandigheden die als zeker kunnen worden aangemerkt, het verlies van de kans om het contractueel voordeel te bekomen volstaat om op schadevergoeding aanspraak te kunnen maken... Inzake overheidsaanbestedingen heeft de wetgever de verschuldigde schadevergoeding bepaald op 10 % van de inschrijvingssom... De omstandigheid dat tegen de als onwettig beschouwde beslissing geen annulatieberoep is ingesteld belet anderzijds niet dat de burgerlijke rechter van de aansprakelijkheidsvordering, gegrond op een onwettige overheidsbeslissing, kennis neemt (cfr. D. D'Hooge, Overeenkomsten met de overheid. "De Overeenkomst vandaag en morgen" Postuniversitaire cyclus W. Delva 1989-1990, Kluwer Antwerpen, 1990,51). Door artikel 12 van de wet van 14 juli 1976 in te voeren, thans artikel 15 van de wet van 24 december 1993, heeft de wetgever een subjectief recht op schadevergoeding ingesteld... doch hiermee heeft hij de Raad van State nooit de bevoegdheid toegekend kennis te nemen van vorderingen gebaseerd op deze wettelijke bepaling, wat men ook daarvoor zou kunnen aanvoeren. Conform de artikelen 92 en 93 van de Grondwet (oud, thans art. 144-145 gec. G.W.) hoort het dus de gewone rechter zich over dat recht uit te spreken (cfr. M. Flamme, P. Matthei, P. Flamme, Praktische Commentaar bij de reglementering van overheidsopdrachten, 5° uitgave, 1985, p. 222, randnr. 43). De rechtbank en thans het hof zijn derhalve bevoegd om kennis te nemen van de vordering van de aannemer. Waar Floré als inschrijver op de te gunnen bevloeringswerken werd geweerd omdat zij niet voldeed aan de vereiste erkenning, zij zulks betwist en om die reden schadevergoeding vordert conform artikel 15 van de overheidsopdrachtenwet, heeft zij hoe dan ook de nodige hoedanigheid en heeft zij tevens het nodige belang om schadevergoeding te vorderen. Haar vordering is ontvankelijk cq. toelaatbaar.
- De inschrijving van aannemer Floré is regelmatig en is conform de vereisten gesteld zowel in het bestek als in de publicatie van het Bulletin der Aanbestedingen. Principieel dienden de bevloeringswerken haar te worden gegund als zijnde de laagst biedende regelmatige inschrijver. De wet van 20 maart 1991 houdende de regeling van de erkenning van aannemers van werken en het K.B. van 26 september 1991 zijn evenwel van openbare orde en kunnen door het opdrachtgevend bestuur niet worden genegeerd. De erkenning komt tegemoet aan de bezorgdheid van de overheid om de werken slechts toe te vertrouwen aan aannemers die technisch bekwaam zijn om ze te verwezenlijken. Ten gevolge van de evolutie en de verscheidenheid van de technieken werden in de reglementering in de loop der jaren, een steeds groter aantal categorieën en ondercategorieën ondergebracht die beantwoorden aan gespecialiseerde bouwwerken, specifieke uitvoeringsprocédés of aan het gebruik van verschillende materialen. De erkenningscriteria waaraan de aannemers moeten beantwoorden worden gekenmerkt door hun strengheid. Er worden zeer strikte eisen gesteld van financiële, technische en economische aard. Voor de aannemers die deelnemen aan openbare aanbestedingen heeft de reglementering inzake de erkenning een buitengewoon voordeel, namelijk dat er een selectie plaats vindt op basis van objectieve criteria en na afloop van een procedure waarbij een ernstig onderzoek van de verzoeken worden gewaarborgd en een passend beroep werd ingevoerd. Zoals gesteld is de erkenningswetgeving van openbare orde. Deze regelgeving met betrekking tot de werkzaamheden van de aannemers is van algemeen belang. Het algemeen belang vereist immers dat de gebouwen waarborgen van stevigheid en van noodzakelijke hygiëne vertonen zodat de opdrachtgevende besturen, de eigenaars en het publiek beschermd worden tegen elk risico. De erkenningsregeling strekt er o.m. toe de aannemers te weren die niet voldoen aan de minimum vereisten op financieel, economisch en technisch vlak. Bieden de aannemers de vereiste waarborgen niet / beschikken zij niet over de vereiste erkenning / klasse dan kan het werk hen niet gegund worden. Conform artikel 6 van de wet van 20 maart 1991 kan een werk slechts aan een niet erkende aannemer worden gegund wanneer die aannemer de bewijzen voorlegt dat hij aan de voorwaarden voldoet en de daarmee overeenstemmende stukken overlegt (conform de bepalingen van artikel 3 §1, 2° van de wet), waaruit aldus blijkt dat hij voldoet aan de voorwaarden en criteria voor een voorlopige erkenning. Floré heeft geen afwijking gevraagd. De erkenning vereist door deze wetgeving is een vereiste voor de toewijzing van de opdracht maar is geen voorwaarde met betrekking tot de regelmatigheid van de inschrijving. Aldus volstaat het dat de aannemer over de vereiste erkenning beschikt niet op de datum van zijn inschrijving, maar slechts op het ogenblik van de gunning van de werken. Op dat ogenblik wordt de overeenkomst tussen het opdrachtgevend bestuur en de aannemer definitief. In concreto betekent dit dat de inschrijving van een aannemer die bij het openen van de inschrijvingen niet erkend of onvoldoende erkend is, niettemin in aanmerking dient te worden genomen voor zover die aannemer op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst de met het toegewezen werk overeenstemmende erkenning heeft verkregen. Luidens artikel 5 § 6 van het K.B. van 26 september 1991 brengt de erkenning in een categorie of ondercategorie voor een bepaalde aanneming de toelating mede tot het uitvoeren van de werken die door hun aard de aanvulling vormen van een in hoofdzaak uit te voeren werk. Het bestek kan evenwel andere vereisten stellen en kan eisen dat een aannemer die een welbepaald deel van de opdracht uitvoert over deze erkenning beschikt in de categorie of de ondercategorie die beantwoordt aan deze welbepaalde werken. Het is dus duidelijk dat de aannemer moet beschikken over de erkenning op het ogenblik dat het werk hem wordt toevertrouwd, minstens moet hij het bewijs leveren dat hij voldoet aan de voorwaarden om deze erkenning te verkrijgen, hetzij dat hij van een afwijking geniet, toegekend door de aanbestedende overheid. Beschikt de aannemer niet over de erkenning of bewijst hij niet dat hij aan de vereiste voorwaarden voldoet om het werk uit te voeren, dan kan het werk hem niet worden gegund. Een afwijkingsprocedure kan slechts worden opgestart wanneer de betrokken aannemer een afwijkingsaanvraag bij zijn offerte heeft gevoegd (hetgeen te dezen niet het geval is). De bewering van Floré dat een erkenning in de categorie D volstaat om werken uit te voeren geklasseerd in de categorieën D10 of D25 snijdt geen hout en miskent de bepalingen van artikel 5 van het K.B. van 26 september 1991 dat o.m. bepaalt
(1)dat een aannemer in verschillende categorieën en/of ondercategorieën kan worden erkend, maar ook
(2)dat de erkenning in een categorie geen erkenning in de daarbij behorende ondercategorieën met zich meebrengt, behalve de erkenning in de categorie D, die een erkenning in de categorie D1 met zich medebrengt onverminderd de toepassing van de vestigingswetgeving. De erkenning van Floré in de categorie D laat hem dientengevolge niet toe de werken geklasseerd in de categorieën D10 of D25 uit te voeren.
- Het begrip "aannemer van werken" binnen het raam van de erkenningsreglementering heeft in beginsel betrekking op diegene die in staat wordt geacht die categorie of ondercategorie van werken waarvoor de erkenning wordt gevraagd zelf uit te voeren en niet te laten uitvoeren. Het is te dezen duidelijk dat de werken waarop het kwestieuze bestek betrekking heeft uitsluitend betrekking hebben op vloerwerken. Voor het uitvoeren van vloerwerken dient de aannemer te beschikken over een categorie D10 en/of D
- In het bestek en in de publicatie in het Bulletin der Aanbestedingen werd er een vergissing begaan. Naast de juiste categorie / ondercategorie voor het uitvoeren van de vloerwerken werd ook vermeld dat het werk kon worden gegund aan een aannemer die beschikt over een categorie D. Dit belet evenwel niet dat de bij de erkenningswetgeving bedoelde bijzondere en voorafgaandelijke erkenning een voorwaarde is voor de regelmatigheid, niet voor de inschrijving maar wél voor de gunning van de opdracht, zodat de subsidiërende overheid, hierin gevolgd door AZ Sint-Lucas wettig kon beslissen dat de inschrijving van Floré niet in aanmerking kon komen omdat hoe dan ook de bevloeringswerken vallen onder de categorie D25 (en mogelijks ook onder de categorie D10), doch helemaal niet onder een categorie waarvoor Floré was erkend. Enkel de prestaties, en niet de vermeldingen op zich, zoals die in de offerte zijn omschreven bepalen uiteindelijk aan welke erkenningsvereisten op het ogenblik van de gunning moet worden voldaan. Het werkelijke voorwerp en de omvang van de opdracht is beslissend voor de toepasselijkheid van de erkenningsreglementering en van de toepasselijke erkenningsvereisten. Gelet op hetgeen voorafgaat is het duidelijk dat de opdracht niet kan / mag gegund worden aan de inschrijver die weliswaar beschikt over de erkenning vereist door het bijzonder bestek maar die niet beschikt over de erkenning die overeenstemt met de aard van de werken zoals duidelijk omschreven in het bestek. Van een aannemer die voorhoudt gespecialiseerd te zijn in openbare aanbestedingen en die regelmatig grote werken uitvoert voor o.m. openbare besturen en huisvestingmaatschappijen (zie website Floré - http://www.bouwbedrijfflore.be/Flore - stuk 16 dossier AZ Sint-Lucas), mag toch verwacht worden dat zij vertrouwd is niet alleen met de overheidsopdrachtenwetgeving, maar ook met de wetgeving houdende de regeling van de erkenning van aannemers van werken. Gelet op de aard van de werken waarvoor een openbare aanbesteding werd uitgeschreven wist Floré dat zij niet beschikte over de nodige categorie om de bevloeringswerken uit te voeren. Zij kan zich niet beroepen op een subjectief recht gebaseerd op de foutieve vermeldingen in het bestek, die in strijd zijn met de dwingende erkenningsreglementering (van openbare orde) waarvan zij als inschrijver geacht wordt en te dezen gelet op hetgeen hiervoor reeds werd uiteen gezet geacht mag worden zelf kennis te hebben. Het is dan ook niet ernstig van Floré te gaan beweren niet te weten dat de categorieën waarvoor zij wel erkend is niet zouden volstaan voor het uitvoeren van louter vloerwerken.
- AZ Sint-Lucas heeft geen fout begaan bij het gunnen van de werken. Het is onjuist (zoals de eerste rechter heeft weerhouden) dat het bestuur de aannemingsvoorwaarden zou hebben gewijzigd door de erkenning in de categorie D als onvoldoende te beschouwen. De erkeningswetgeving is van openbare orde en het opdrachtgevend bestuur mag daar niet van afwijken. Zij moet die wetgeving eerbiedigen, zodat zij de werken niet kon / mocht gunnen aan een aannemer die niet beschikt over een erkenning in de categorie van toepassing voor het uitvoeren van de duidelijk omschreven werken. Het opdrachtgevend bestuur kan/mag de wetgeving met betrekking tot de erkenning van de aannemers niet naast zich neerleggen. Er is dientengevolge geen causaal verband tussen de fout begaan in het bestek en het Bulletin van Aanbestedingen en de schade die Floré voorhoudt te hebben geleden. Als aannemer, die regelmatig deelneemt aan openbare aanbestedingen, dient de aannemer te weten in welke categorie de beschreven en uit te voeren werken geklasseerd zijn en wist zij of minstens diende zij te weten voor de uitvoering van dit werk niet in aanmerking te kunnen komen. Zij voldeed niet aan de erkenningvoorwaarden om dit werk te kunnen uitvoeren. Floré heeft geen afwijking gevraagd (zij diende dit te doen naar aanleiding van het indienen van haar offerte) en bewijst zelfs op heden niet dat zij aan de voorwaarden zou voldoen om de vereiste erkenning te bekomen, zoals uitdrukkelijk is vermeld in artikel 3 van de wet van 20 maart 1991, zodat er met de in dit verband ontwikkelde middelen van de aannemer geen rekening dient te worden gehouden. Aangezien Floré niet over de wettelijk vereiste erkenningen beschikt kan zij geen rechten putten uit een beslissing welke per vergissing met een verkeerde categorie van erkenning rekening houdt. Al was zij de laagst biedende aannemer, het werk mocht haar niet gegund worden omdat zij niet voldeed aan de wettelijke vereisten.
- De omstandigheid dat het opdrachtgevend bestuur de mogelijkheid heeft om over te gaan tot heraanbesteding betekent nog niet dat zij verplicht is daartoe over te gaan. Er waren te dezen voldoende aannemers die een regelmatige inschrijving hadden ingediend en er waren daarbij ook aannemers die beschikten over de vereiste erkenning, zodat AZ Sint-Lucas niet diende over te gaan tot het heraanbesteden van de werken. Een tijdelijke vereniging, die geen rechtspersoonlijkheid heeft, kan geen erkenning krijgen. Om te kunnen deelnemen aan een openbare aanbesteding is vereist dat minstens één van de deelgenoten over de vereiste erkenning beschikt. Een heraanbesteding zou overigens voor Floré geen oplossing geweest zijn, nu zij niet over de vereiste erkenning beschikte en op heden nog steeds niet aantoont te voldoen aan de voorwaarden voor het bekomen van de erkenning in de vereiste categorieën. Wetende dat zij niet voldeed aan de wettelijke vereisten inzake de erkenning voor het uitvoeren van vloerwerken, kon niets Floré beletten reeds mede te dingen samen met een andere aannemer (in het kader van een tijdelijke vereniging). Waar Floré ook stelt dat zij in geval van heraanbesteding had kunnen deelnemen aan de nieuwe aanbesteding mits een "vereniging in deelneming" kan zij daarin niet gevolgd worden. Deelnemen onder de vorm van een tijdelijke handelsvereniging of onder de vorm van een vereniging in deelneming (en dus met een andere aannemer die wel over de geschikte erkenning beschikte) is helemaal niet gelijk te stellen met een individuele deelname aan een openbare aanbesteding. Bovendien is het helemaal niet zeker dat een dergelijke vereniging na heraanbesteding als laagste regelmatige inschrijver zou zijn gerangschikt, zodat het helemaal niet zeker is dat het werk aan die vereniging zou zijn gegund.
- Waar de vordering van Floré tegen AZ Sint-Lucas dient te worden afgewezen als ongegrond, is de vrijwaringvordering zonder voorwerp.
- De gedingkosten van de eerste aanleg dienen te worden begroot op basis van het tarief in voege op het ogenblik van de uitspraak van de eerste rechter. De gedingkosten van deze instantie dienen te worden begroot op basis van de wet van 21 april 2007 en het K.B. van 26 oktober 2007, in voege getreden op 1 januari 2008 Er is geen reden om af te wijken van het basistarief. Geen der partijen heeft dit overigens gevorderd. OM DEZE REDENEN, HET HOF, recht doende op tegenspraak. Alle meeromvattende en/of andersluidende conclusies en/of grieven verwerpend als niet dienstig en/of ongegrond. In acht genomen artikel 24 van de wet van 15 juni
- Verklaart de hogere beroepen van de VZW SINT-LUCAS & VOLKSKLINIEK en van de BVBA ARCHITECTENBUREAU DE VLOED ontvankelijk en gegrond. Doet het bestreden vonnis teniet en opnieuw wijzende. Verklaart de vordering van NV BOUWBEDRIJF FLORÉ ontvankelijk, doch wijst haar af als ongegrond. Veroordeelt NV BOUWBEDRIJF FLORÉ tot de kosten van beide instanties gevallen aan de zijde van de VZW SINT-LUCAS & VOLKSKLINIEK en begroot deze kosten op: - rechtsplegingvergoeding eerste aanleg: 364,40 euro - rolrecht hoger beroep: 186,00 euro - rechtsplegingvergoeding beroep: 5.000,00 euro. Verklaart de vrijwaringvordering van de VZW SINT-LUCAS & VOLKSKLINIEK zonder voorwerp en dientengevolge ongegrond. Veroordeelt de VZW SINT-LUCAS & VOLKSKLINIEK tot de kosten gevallen aan de zijde van de BVBA ARCHITECTENBUREAU DE VLOED en begroot deze kosten op: - rechtsplegingvergoeding eerste aanleg: 364,40 euro - rechtsplegingvergoeding beroep: 5.000,00 euro. Aldus gewezen door de negende kamer van het Hof van beroep te Gent, recht doende in burgerlijke zaken, samengesteld uit: De heer M. Hanssens Raadsheer, wn. voorzitter, Mevrouw M. Beerens Raadsheer, De heer A. Colpaert Raadsheer, en uitgesproken door de raadsheer wn. voorzitter van de kamer in openbare terechtzitting op dertig januari tweeduizend en negen, bijgestaan door Mevrouw M. Vercruysse Griffier. M. Vercruysse A. Colpaert M. Beerens M. Hanssens Rep. nr.: 2009/ Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div