id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 02 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090202.5 Rolnummer: 2008/JR/84 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-04-16 Raadplegingen: 80 - laatst gezien 2026-07-02 19:05 Fiche In civiele jeugdzaken loopt de beroepstermijn vanaf de betekening, niet vanaf de kennisgeving : art. 58 JBW - art. 792 Ger.W. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - JEUGDRECHT - Algemeen (jeugdrecht) BURGERLIJK RECHT - JEUGDRECHT - Jeugdbeschermingswet - Algemeen Vrije woorden: Civiele jeugdzaken - Beroepstermijn - Aanvang. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent jeugdkamer ________ Terechtzitting van 02 februari 2009 ________ Eindarrest (afstand geding) 2008/JR/84 - In de zaak van: C. R., wonende te appellante, hebbende als raadsman mr. DE FAUW Dirk, advocaat te 8200 SINT-ANDRIES, Pastoriestraat 137 bus 6 tegen : S. P., wonende te geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. DE RESE Ulriche, advocaat te 8310 ASSEBROEK, Weidestraat 75 velt het hof het volgend arrest: I procesgang Bij verzoekschrift ter griffie neergelegd op 21 april 2008 heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 5 februari 2008 van de Jeugdrechtbank van Kortrijk 13e Kamer. Partijen werden gehoord bij monde van hun raadslieden. Er werd kennis genomen van het advies van Substituut-Procureur-Generaal Carl Bergen. Gezien de omstandigheden van de zaak werd dit advies mondeling voorgebracht ter zitting van 26 januari 2009. Partijen hebben niet gereageerd op het advies van het openbaar ministerie hoewel zij daartoe uitgenodigd werden. De neergelegde conclusies en de overgelegde stukken werden ingezien. Art. 24 Wet 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werd in acht genomen. In conclusie neergelegd ter griffie op 28 november 2008 deed appellante afstand van geding. Geïntimeerde aanvaardt die afstand. Dit alles geschiedde in openbare terechtzitting. II overige middelen Geïntimeerde voert aan dat het hoger beroep laattijdig is want werd aangetekend meer dan 30 dagen na de kennisgeving bij gerechtsbrief. Aangenomen dat er een kennisgeving per gerechtsbrief was van het thans bestreden vonnis, dan nog is het hoger beroep niet laattijdig als ingesteld meer dan een maand na die gerechtsbrief. Nergens staat dat in civiele jeugdzaken de beroepstermijn begint te lopen vanaf de kennisgeving. Art. 792 Ger.W. verwijst alleen naar zaken opgesomd in art. 704, 1e alinea Ger.W. De civiele jeugdzaken staan daar niet bij. Ook art. 58 Jb. verwijst nergens naar de kennisgeving bij gerechtsbrief als aanvang van de beroepstermijn. Er moet met andere woorden van uitgegaan worden dat de voorgehouden kennisgeving per gerechtsbrief louter vrijblijvend is geschied door de griffie van de jeugdrechtbank. Dergelijke vrijblijvende kennisgeving laat de beroepstermijn niet ingaan (Cass. 16 december 1999, Arr.Cass. 1999, 1629). Als de wetgever de beroepstermijn als algemene regel laat aanvangen bij de betekening, dan is dat omdat er bedoeld werd om het begin van die termijn geheel over te laten aan de inzichten van partijen die in civiele zaken domini litis, meesters van het geding zijn. Het is de toepassing van het beginsel pari sunt non esse et non significari: niet betekend worden staat gelijk met niet bestaan. Een vrijblijvende gerechtsbrief van de griffie kan daaraan geen afbreuk doen. Partijen worden verondersteld niet te ageren voor hun eigen gelijk maar voor het belang van het kind. Daarom zijn er in zaken zoals deze geen winnaars of verliezers. Dat brengt mee dat er over en weer geen rechtsplegingvergoeding verschuldigd is. OM DEZE REDENEN HET HOF, op tegenspraak, Verleent akte aan appellante van haar afstand van geding. Compenseert de rechtsplegingvergoedingen in hoger beroep en laat de overige kosten van het hoger beroep ten laste van de partij die ze maakte. Aldus uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, VIJFTIENDE KAMER, zitting houdende in jeugdzaken van TWEE FEBRUARI TWEEDUIZEND EN NEGEN. Aanwezig: Stefaan Oplinus, Kamervoorzitter, Jeugdrechter in hoger beroep; Carl Bergen, Substituut-Procureur-Generaal; Jenny Dammekens, Griffier. J. Dammekens S. Oplinus Rep. 2009/ Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.