id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 05 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090205.8 Rolnummer: 2007/AR/249 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-04-14 Raadplegingen: 95 - laatst gezien 2026-07-02 19:06 Fiche Slechts voor zover de boedelnotaris van mening is dat het verder zetten van zijn taak in het kader van een gerechtelijke vereffening en verdeling volstrekt onmogelijk is zonder tussenkomst van de rechtbank - hetgeen een feitenkwestie is die door de boedelnotaris, onder controle van de rechtbank, concreet moet worden geapprecieerd - is de rechtbank bevoegd om de tijdens de vereffeningsverrichtingen tussen de partijen ontstane geschillen of moeilijkheden op te lossen. De zaak moet evenzeer regelmatig aanhangig worden gemaakt, met name door neerlegging van het proces-verbaal van zwarigheden, bevattende het persoonlijk en gemotiveerd advies van de boedelnotaris, zowel in feite als in rechte. De zaak wordt teruggestuurd naar de boedelnotaris die zijn proces-verbaal dermate dient aan te passen dat het hof enerzijds in de mogelijkheid verkeert om de volstrekte noodzakelijkheid te beoordelen, gegrond op uitzonderlijke omstandigheden eigen aan de zaak die het opmaken van een tussentijds proces-verbaal van beweringen en zwarigheden verantwoorden en anderzijds in voorkomend geval het hof ook zullen toelaten om met kennis van zaken, in het licht van het persoonlijk en zowel in feite als in rechte gefundeerd advies van de boedelnotaris te beslissen over het tussen de partijen ontstane geschil. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - ERFRECHT - Erfrecht - Vereffening en verdeling - Algemeen Vrije woorden: Vereffening-verdeling nalatenschap - tussentijds proces-verbaal van beweringen en zwarigheden - taak van de boedelnotaris. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 11 Kamer ________ Terechtzitting van 05 februari 2009 ________ Tussenarrest B.R. - Zaak naar boedelnotaris Marc Vanden Bussche, Guldenvlieslaan 34a, 8670 Koksijde + BR 2007/AR/249 - In de zaak van:
- V.M., wonende te
- L.A., wonende te appellanten, beiden hebbende als raadsman mr. VERSYP Philippe, advocaat te 8660 DE PANNE, Koninklijke Baan 30 tegen : V. R., wonende te geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. VANLERBERGHE Kurt, advocaat te 8600 DIKSMUIDE, Woumenweg 109 velt het hof het volgend arrest: Appellanten hebben bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 24 januari 2007 hoger beroep ingesteld tegen het op 10 januari 2007 uitgesproken vonnis van de 7de kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Veurne, waarbij onder meer: - Pieter Amery, landmeter-schatter werd aangesteld als deskundige, met als opdracht het onroerend goed gelegen te te bezoeken, over te gaan tot de raming en waardeschatting ervan op de drie vermelde data, verslag uit te brengen binnen de maand nadat hij de griffier op de hoogte bracht van de aanvaarding van zijn opdracht, op verzoek van de meest gerede partij; - de voorlopige tenuitvoerlegging van het vonnis werd toegestaan en er werd gezegd voor recht dat er geen aanleiding bestaat tot uitsluiting van het kantonnement; - de kosten werden aangehouden en de zaak voor verdere behandeling werd verzonden naar de bijzondere rol. In hun beroepsakte en daaropvolgende beroepsconclusies vorderden appellanten in hoofdorde dat het hof het bestreden vonnis zou tenietdoen en opnieuw oordelend 1) de vordering tot aanstelling van een deskundige tot schatting van het bovenvermeld onroerend goed zou afwijzen als ongegrond en 2) de vordering zoals gesteld lastens eerste appellant in de dagvaarding in gedwongen tussenkomst en vrijwaring zou afwijzen als ontoelaatbaar, minstens ongegrond. Uiterst ondergeschikt verzochten zij dat het hof - voor zover zou geoordeeld worden dat een deskundige dient te worden aangesteld - de opdracht van de deskundige zou beperken tot de waardebepaling van het goed op datum van de verkoop van het goed en anderzijds de opdracht van de deskundige zou uitbreiden tot het schatten van de huurwaarde van het onroerend goed voor de jaren dat geïntimeerde die heeft betrokken en na te gaan wanneer de belangrijkste werken in de woning werden uitgevoerd, alsook de incidentie van het bedongen recht van bewoning op de waarde bij verkoop te bepalen. Zij verzochten tevens dat zou worden gezegd voor recht dat de kosten van de deskundige door geïntimeerde moeten worden geprovisioneerd. Tenslotte vorderden zij de veroordeling van geïntimeerde tot de kosten in deze instantie, nader begroot aan hun zijde. Geïntimeerde vroeg dat het hof het principaal hoger beroep integraal zou afwijzen als ongegrond, en het bestreden vonnis zou bevestigen, met dien verstande dat een andere deskundige zou worden aangesteld in vervanging van Pieter Amery, waarbij de kosten van de expertise zouden ten laste worden gelegd van de massa van de nalatenschap. Bovendien vorderde hij dat appellanten zouden worden veroordeeld tot het betalen van een bedrag van 1.000 euro, meer de gerechtelijke intresten vanaf 26 juli 2007 ten titel van schadevergoeding wegens tergend en roekeloos hoger beroep, alsook tot de kosten in deze instantie, nader begroot aan zijn zijde. Op de openbare terechtzitting van 30 oktober 2008 werden de partijen gehoord in hun middelen en besluiten, waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad werd genomen. BEOORDELING
- Het hoger beroep van appellanten is tijdig ingesteld en regelmatig naar de vorm. Bij gebrek aan tegenspraak en een ambtshalve op te werpen exceptie is het hoger beroep derhalve ontvankelijk te verklaren. Ook de door geïntimeerde gestelde tussenvordering is regelmatig naar de vorm en derhalve ontvankelijk.
- feitelijke en procedurele voorgaanden Tweede appellante en geïntimeerde zijn beiden de kinderen van wijlen A. S.. Geïntimeerde is de zoon uit het eerste huwelijk met C.V.. Na echtscheiding hertrouwde wijlen A.S. met A.L., huwelijk waaruit tweede appellante werd geboren. Op 24 maart 1993 werden, bij akte van notaris Serge Vandamme te De Panne de onroerende goederen gelegen te , met een oppervlakte van a ca door wijlen A.S. verkocht aan tweede appellante en haar echtgenoot, eerste appellant en dit voor de prijs van 29.747,22 euro (1.200.000 BEF) (st. 1 appellanten). Voorafgaand aan deze verkoop werden deze onroerende goederen jarenlang bewoond door geïntimeerde en dit tegen een huurprijs van 37,18 euro (1.500 BEF). Wijlen A.S. is overleden op 24 januari
- Bij dagvaardingsexploot van 25 februari 2004 vorderde geïntimeerde ten aanzien van tweede appellante de uitonverdeeldheidtreding en vereffening-verdeling van de nalatenschap van wijlen A.S.. Bij (niet-bestreden) vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Veurne van 2 april 2004 werd de vordering ontvankelijk en gegrond verklaard, werd de uitonverdeeldheidtreding en vereffening-verdeling van de nalatenschap bevolen, met aanstelling van notaris Marc Vanden Bussche te Koksijde als boedelnotaris. Notaris Vincent Van Walleghem, met standplaats te Koksijde - St. Idesbald werd aangesteld met opdracht de afwezige, onbekwame of weigerende partijen te vertegenwoordigen. Bij het proces-verbaal van opening van werkzaamheden van 17 augustus 2004 en de verderzetting der werkzaamheden van 21 september 2004, drong geïntimeerde aan op schatting door een beëdigd schatter van de onroerende goederen gelegen te , met name op datum van verkoop van het eigendom, zijnde 24 maart 1993, op datum van overlijden van wijlen A.S. op 24 januari 1994 en op datum van schatting, teneinde na te gaan of de vermeende verkoop door wijlen mevrouw A.S. van haar onroerende goederen aan haar dochter en schoonzoon kort voor haar overlijden al dan niet een (verdoken) schenking inhoudt. Op 11 februari 2005 ging de instrumenterende notaris over tot het opmaken van een proces-verbaal van "advies". Voormelde notariële akten werden neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Veurne op 28 februari
- Bij exploot betekend op 1 september 2006 liet geïntimeerde eerste appellant dagvaarden in gedwongen tussenkomst, waarbij hij vorderde dat: - deze wordt veroordeeld om tussen te komen in de procedure vereffening-verdeling van de nalatenschap van wijlen A.S., ingesteld tussen geïntimeerde als eiser en tweede appellante als verweerster; - de uitonverdeeldheidtreding en de vereffening-verdeling wordt bevolen van de nalatenschap van wijlen A.S. met notaris Marc Vanden Bussche en notaris Vincent Van Walleghem, beide voornoemd, respectievelijk als boedelnotaris en als notaris bedoeld in art. 1209, 3de § Ger. W.; - alvorens de boedelnotaris overgaat tot de verdere verrichtingen van vereffening-verdeling een beëdigd schatter wordt aangesteld met opdracht de waarde van de onroerende goederen gelegen te , te bepalen en dit op datum van 24 maart 1993, op datum van 24 januari 1994 en op datum van de schatting, rekening houdend met de opmerkingen en de voorgelegde stukken; - de kosten ten laste zouden worden gelegd van de massa; - het tussen te komen vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, niettegenstaande alle verhaal en zonder borgstelling en met uitsluiting van kantonnement.
- In de voorliggende zaak heeft de boedelnotaris de eerste rechter gevat door de neerlegging ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Veurne op 28 februari 2005 van: - het proces-verbaal van opening van werkzaamheden van 17 augustus 2004; - het proces-verbaal van het verder zetten van werkzaamheden van 21 september 2004; - het proces-verbaal van "advies" van 11 februari
- Bij dit laatste proces-verbaal beperkt de boedelnotaris er zich toe te noteren dat: "... Bij voornoemde processen-verbaal van opening van werkzaamheden en verderzetting der werkzaamheden respectievelijk de dato 17 augustus en éénentwintig september tweeduizend en vier, verzocht eiser dat er zou worden overgegaan tot schatting door een beëdigd schatter van het onroerend goed te , en met name schatting waarde op datum van de verkoop van het eigendom van vierentwintig maart negentienhonderd drie en negentig aan mevrouw A. L., op datum van overlijden van mevrouw A.S., en op heden. Verweerster heeft zich hiertegen verzet. Ondergetekende notaris maakt derhalve overeenkomstig artikel 1209 Gerechtelijk Wetboek voormeld geschil aanhanging bij de rechtbank, met verzoek hierover uitspraak te doen."
- Het is de aangestelde boedelnotaris steeds mogelijk om, de rechtbank overeenkomstig art. 1209 derde lid Ger. W. opnieuw te vatten door middel van het neerleggen ter griffie van de rechtbank van een ‘tussentijds' proces-verbaal van beweringen en zwarigheden. Eén en ander mag vanzelfsprekend geen voorwendsel vormen voor de boedelnotaris om de soms delicate en/of moeilijke aspecten van zijn taak te ontlopen, en ontslaat hem ook niet van zijn opdracht om zowel in feite als in rechte te oordelen over alle betwistingen tussen de partijen. De wetgever heeft aan de boedelnotaris in het kader van de procedure gerechtelijke vereffening en verdeling immers een bijzondere rol toebedeeld. Het is niet de rechtbank die de verdeling uitvoert, maarr integendeel de aangestelde boedelnotaris zelf. De notaris handelt hierbij niet als raadgever van de partijen maar als mandataris van het gerecht. De moeilijkheden waartoe de verdeling aanleiding geven, worden in beginsel dan ook opgelost door de notaris zelf in een staat van vereffening, waarbij de rechtbank zich ertoe beperkt dit te homologeren of aan te duiden hoe en in welke mate het dient gewijzigd te worden. Dit neemt niet weg dat de boedelnotaris in elke stand van de procedure moet pogen om de partijen te verzoenen. Indien dat niet lukt zal de boedelnotaris in volle objectiviteit als de eerste rechter in het oplossen van de geschillen tussen de partijen moeten optreden en in alle betwistingen die aanleiding geven tot het opmaken van een staat van vereffening en verdeling, zal hij gefundeerd stelling dienen te nemen, zowel in feite als in rechte. Het is slechts voor zover de boedelnotaris van mening is dat het verder zetten van zijn taak volstrekt onmogelijk is zonder tussenkomst van de rechtbank, hetgeen een feitenkwestie is die door de boedelnotaris - onder controle van de rechtbank van eerste aanleg - concreet moet worden geapprecieerd, dat de rechtbank bevoegd is om de tijdens de vereffeningsverrichtingen tussen de partijen ontstane geschillen of moeilijkheden op te lossen. Daarbij mag trouwens ook niet uit het oog worden verloren dat de gevatte rechtbank steeds over de mogelijkheid beschikt om de oplossing van de aangebrachte geschillen, overeenkomstig art. 1209 Ger. W. uit te stellen tot bij het vonnis van homologatie. Het gaat immers niet op dat de vereffeningsverrichtingen te pas en te onpas zouden worden onderbroken om een beroep te doen op de rechtbank inzake geschillen die in eerste instantie aan de boedelnotaris zelf behoren.
- Waar een beroep op de rechtbank tijdens de vereffeningswerkzaamheden slechts uitzonderlijk mogelijk is bij nootzakelijkheid daartoe, moet de zaak evenzeer regelmatig aanhangig worden gemaakt, met name door neerlegging van proces-verbaal van zwarigheden (betwistingen), bevattende het persoonlijk en gemotiveerd advies van de boedelnotaris, zoals reeds gezegd, zowel in feite als in rechte. Te dezen dient het hof vast te stellen dat het proces-verbaal van ‘advies' van 11 februari 2005 enkel vermeldt dat appellante zich verzet heeft tegen de voorafgaande aanstelling van een beëdigde schatter voor wat betreft de waarderaming van het voornoemd onroerend goed te aan de . Op geen enkele wijze licht de boedelnotaris toe waarom die strijdige standpunten van de partijen omtrent het al dan niet voorafgaand aanstellen van een beëdigde schatter als incident tijdens de vereffeningsbewerkingen hem fundamenteel verhinderen om zijn werkzaamheden verder te zetten, en hem, wegens uitzonderlijke omstandigheden eigen aan de zaak, zouden hebben genoodzaakt de rechtbank te vatten door middel van een tussentijds proces-verbaal van beweringen en zwarigheden. Nochtans betreft de opdracht meegegeven aan de notaris een algemene opdracht die eveneens de schatting van de goederen bevat. De aangestelde boedelnotaris, die beter dan wie ook de immobiliënmarkt kent, zeker op de gemeente waar hij standplaats heeft, is uitstekend geplaatst om een oordeelkundige raming van een onroerend goed te kunnen doen. Uit de behandeling van de zaak in beide instanties is echter gebleken dat de betwisting tussen de partijen voor de boedelnotaris niet gevoerd werd louter op het vlak van het al dan niet noodzakelijk zijn van de inschakeling van een beëdigde schatter, maar wel over het plaatsvinden van welkdanige waarderaming van het desbetreffend onroerend goed te , aangezien, in tegenstelling tot geïntimeerde, appellanten van mening waren dat dit onroerend goed geen actief bestanddeel uitmaakte van de te vereffenen en te verdelen nalatenschap van wijlen A.S.. Over die onderliggende beweegreden van het verzet van appellanten tot aanstelling van een beëdigde schatter, heeft de boedelnotaris zowel in het voornoemd proces-verbaal van advies als in het voorafgaand proces-verbaal van het verderzetten van werkzaamheden van 21 september 2004 niets vermeld, laat staan dat hij die wederzijdse standpunten van partijen in zijn proces-verbaal van ‘advies' heeft ontmoet en daarover zowel in feite als in rechte advies heeft uitgebracht.
- Onafgezien van het antwoord op de vraag naar de regelmatigheid van de neerlegging van een tussentijds proces-verbaal van zwarigheden die het advies van de boedelnotaris bevat (zoals in casu het geval is), aangezien bij gebreke daarvan dit document niet beantwoordt aan de grondvereisten van een dergelijk proces-verbaal, wordt de rechtbank, en in hoger beroep, het hof van beroep door de nalatigheid van de boedelnotaris niet in de mogelijkheid gesteld om enerzijds het al dan niet bestaan van een volstrekte noodzakelijkheid na te gaan om een tussentijds proces-verbaal van beweringen en zwarigheden op te stellen en neer te leggen ter griffie van de rechtbank, en anderzijds in voorkomend geval de omvang en draagwijdte vast te stellen van het tussen de partijen ontstaan geschil, zodat over dit geschil, mede rekening houdend met een persoonlijk en gefundeerd verstrekt advies van de boedelnotaris, oordeelkundig kan worden beslist.
- In de gegeven omstandigheden dient de zaak teruggestuurd te worden naar de boedelnotaris om de procedure vooralsnog te regulariseren. Er mag immers niet uit het oog worden verloren dat in beginsel enkel betwistingen door de partijen kunnen worden aangevoerd die werden uitgedrukt in of voortvloeien uit de beweringen en zwarigheden opgenomen door de boedelnotaris in een proces-verbaal overeenkomstig art. 1218 Ger. W., aanhangig gemaakt voor de rechtbank door de neerlegging van de uitgifte van dit proces-verbaal ter griffie van de rechtbank. De boedelnotaris dient derhalve zijn proces-verbaal dermate aan te passen dat het hof enerzijds in de mogelijkheid verkeert om de volstrekte noodzakelijkheid te beoordelen, gegrond op uitzonderlijke omstandigheden eigen aan de zaak die het opmaken van een tussentijds proces-verbaal van beweringen en zwarigheden verantwoorden en anderzijds in voorkomend geval het hof ook zullen toelaten, om met kennis van zaken, in het licht van het persoonlijk en zowel in feite als in rechte gefundeerd advies van de boedelnotaris te beslissen over het verzet (en de onderliggende reden daarvan) van appellanten tot voorafgaande aanstelling van een beëdigd schatter voor de waardebepaling van het onroerend goed te .
- Gelet op de voorgaanden kan geïntimeerde bezwaarlijk voorhouden dat appellanten een tergend en roekeloos hoger beroep zouden hebben ingesteld. De door hem in de huidige instantie ingestelde tussenvordering wegens het instellen van een tergend en roekeloos geding ontbeert derhalve elke grond.
- Welkdanige beslissing over de kosten in de beide instanties alsmede het anders of meer gevorderde is voorbarig. Bij de beoordeling van de zaak zijn de door de partijen nog in Belgische frank uitgedrukte bedragen wetshalve omgezet in Euro, tevens rekening houdend met de afrondingsbepalingen. Wanneer de Belgische franken nog zijn vermeld, is dit louter ter informatie. OP DIE GRONDEN, HET HOF, Recht doende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, Verklaart het hoger beroep toelaatbaar; Vooraleer over de gegrondheid daarvan te beslissen, verwijst de zaak naar de boedelnotaris, zodat door hem vooralsnog wordt gehandeld zoals hiervoor, inzonderheid sub 7 werd overwogen. Wijst de in huidige instantie door geïntimeerde ingestelde tussenvordering wegens het instellen van tergend en roekeloos hoger beroep reeds af als ongegrond; In afwachting van verdere behandeling wordt de zaak naar de bijzondere rol verwezen. Houdt de beslissing over de kosten in beide instanties aan. Aldus gewezen door de ELFDE KAMER, van het Hof van beroep te Gent, zetelend in burgerlijke zaken, samengesteld uit: Alexander Deene, raadsheer wn. voorzitter, Nadia De Turck, raadsheer, Kristin Vandenberghe, raadsheer, en uitgesproken door de raadsheer wn. voorzitter van de kamer in openbare terechtzitting van 5 februari 2009, bijgestaan door Kurt Goossens, griffier. Kurt Goossens K. Vandenberghe N. De Turck A. Deene Rep. 2009/ Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div