id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 09 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090209.11 Rolnummer: 2005/AR/774 Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2009-04-14 Raadplegingen: 97 - laatst gezien 2026-07-02 19:08 Fiche Verschoonbaarheid is het principe voor de gefailleerde die te goeder trouw heeft gehandeld. De 'gewichtige omstandigheden' dienen door de rechter beoordeeld te worden. Wanneer een handelaar zonder de minste kans op positief resultaat en reeds beladen met een massa schulden van de mede-echtgenoot, bewust een zelfstandige handel opstart maakt, dit een grove fout uit die het 'te goeder trouw' opgetreden zijn als handelaar uitsluit. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE - Faillissement Vrije woorden: Faillissement - Verschoonbaarheid. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 7de bis Kamer Terechtzitting van 9 februari 2009 Verschoonbaarheid (niet toegestaan) 2005/AR/774 - In de zaak van: D. G. H., wonende te , ingeschreven met KBO-nummer , appellante,hebbende als raadsman mr. DE DONDER Bruno, advocaat te 9240 ZELE, Dr. A. Rubbensstraat 38 tegen : S. P.,advocaat, die handelt in haar hoedanigheid van curator over het faillissement van mevrouw H. D. G., geboren te op , wonende te , ingescgreven in het K.B.O. onder nr. , in faling verklaard bij vonnis van de zesde kamer van de rechtbank van koophandel te Dendermonde dd. 18 mei 2004,met kantoor te , geïntimeerde q.q.,die bij de behandeling van de zaak op de terechtzitting van 1 december 2008 in persoon is verschenen, velt het hof het volgend arrest: Partijen werden gehoord in raadkamer in hun middelen en conclusies, alsook werden hun stukken ingezien. De Procureur-generaal - in de persoon van Substituut-procureur-generaal W. De Pauw - legde op 8 december 2008 schriftelijk advies neer, waarna partijen mogelijkheid tot repliek hadden.
- Bij verzoekschrift, neergelegd op 22 maart 2005, heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 28 februari 2005 gewezen door de 6de kamer van de rechtbank van koophandel te Dendermonde (AR. 505/2005 - FT. 2004/0186). Feiten en procedure in eerste aanleg
- Bij vonnis van 18 mei 2004 verklaarde de rechtbank van koophandel te Dendermonde mevrouw H. D. G. (uitbating taverne "C." te Z.) failliet, waarbij mr. P. S. als curator werd aangesteld.Bij het vonnis a quo van 28 februari 2005 werd het faillissement gesloten bij gebrek aan actief (art. 73 Faill.W.) en werd de gefailleerde niet verschoonbaar verklaard. Procedure in hoger beroep
- Het hoger beroep werd ingesteld door de gefailleerde, die stelt recht te hebben op verschoonbaarheid. Appellante schetst de omstandigheden rond haar faillissement, stelt dat de oorzaak hiervan ligt bij haar ex-echtgenoot en besluit ongelukkig en te goeder trouw zijn. De curator schetst het kader van het faillissement en geeft de nodige informatie.De Procureur-generaal adviseert bevestiging van het vonnis a quo (niet verschoonbaar). Beoordeling
- Art. 80, 2° Faill.W. stelt dat de rechtbank, behalve in geval van gewichtige omstandigheden, met bijzondere redenen omkleed, de verschoonbaarheid uitspreekt van de gefailleerde die te goeder trouw handelt.De wetgever heeft het recht op de gunst van de verschoonbaarheid voor de gefailleerde als principe gesteld, waaraan slechts op ernstige overwegingen kan worden voorbijgegaan (cf. Gent, 15 maart 2001, T.B.H. 2002, 49).Sinds de Reparatiewet Faillissement van 4 september 2002 is de verschoonbaarheid het principe voor de ongelukkige gefailleerde die te goeder trouw heeft gehandeld. Overeenkomstig de in de parlementaire voorbereiding uitgedrukte intenties en de latere tijdens de hoorzittingen van de Commissie voor de Justitie door de minister afgelegde verklaringen, poneert de nieuwe wettekst derhalve een recht op verschoonbaarheid (zie A. DE WILDE, "Reparatiewet Faillissement", R.W. 2002-2003, 571).Niet tevreden over de vrees of de terughoudendheid van sommige rechtbanken om de verschoonbaarheid toe te staan, heeft de wetgever een beleidslijn uitgetekend waarbij de verschoonbaarheid de regel wordt (A. CUYPERS, "De verschoonbaarheid van de gefailleerde en de positie van de echtgenoot en borgen in de gerepareerde Faillissementswet", T.B.H. 2003, 267 e.v.).De begrippen "gewichtige omstandigheden" en "te goeder trouw" geven aan de rechtbanken van koophandel een ruime beoordelingsbevoegdheid, waarbij de belangen van de gefailleerde, zijn schuldeisers en het algemeen belang moeten worden afgewogen (A. DE WILDE, o.c., 569).
- Het Hof moet in het kader van de verschoonbaarheid nagaan of appellante als handelaar "te goeder trouw" heeft gehandeld.Uit het faillissementsdossier blijken volgende gegevens:- het passief bedraagt 36.266,23 EUR uit hoofde van haar eigen activiteit en 205.790,00 EUR uit de activiteiten samen met haar ex-echtgenoot, terwijl er geen enkel actief is;- appellante hield het café amper 11 maanden open (van april 2003 tot maart 2004);- met uitzondering van de BTW aangiftes (tot het 3de kwartaal 2003) en de aankoopfacturen, was er géén boekhouding voorhanden;- uit de schuldaangiften blijkt dat er reeds géén betalingen meer gebeurden van elektriciteit sinds mei 2003 (één maand na de start), aan SABAM sinds juni 2003 (twee maanden na de start), van BTW sinds juli 2003 (drie maanden na de start), van huur sinds september 2003 (vijf maanden na de start), alsook dat er nooit sociale bijdragen werden betaald;- op 30 januari 2004 en 25 februari 2004 werden er diverse goederen in beslag genomen, die bij het openvallen van het faillissement niet meer aanwezig waren;- er ligt geen enkel bewijs voor aan wat de laatste inkomsten werden besteed en aan wie de inboedel van het café werd verkocht.Appellante is duidelijk een zelfstandige handelsactiviteit gestart op de meest lichtzinnige wijze, zonder de minste financiële dekking. Vanaf de start heeft zij zichzelf krediet verschaft lastens de fiscus, de sociale zekerheid en de leveranciers.Haar handelsactiviteiten zijn gestart toen er eigenlijk reeds "staking van betaling" was, wat totaal onverantwoord was. Appellante kon en diende toen te weten dat deze werkwijze tot een spoedig faillissement moest leiden.Omtrent de opleg voor het handelsfonds en het onroerend goed, voorziet de akte EOT slechts dat de ex-echtgenoot van appellante haar jaarlijkse schijven van 6.197,34 EUR diende te betalen (stuk 1 curator), zodat appellante uit deze wanbetaling géén oorzaak kan afleiden voor haar schulden, die hiervan een veelvoud zijn.Er kan kennelijk niet worden gesteld dat appellante zich als een betrouwbare handelspartner heeft gedragen. Terecht stelde de eerste rechter dat appellante zonder de minste kans op positief resultaat en reeds beladen met een massa schulden van haar echtgenoot, bewust een zelfstandige handel is gestart en dat dit een grove fout uitmaakt.Het Hof besluit dan ook dat er in casu voldoende gewichtige omstandigheden bestaan die het "te goeder trouw" opgetreden zijn als handelaar door appellante uitsluiten. Het bestreden vonnis wordt bevestigd. * * * * * * * * * * OM DEZE REDENEN, HET HOF, Recht doende op tegenspraak, Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken. Gelet op het schriftelijk advies van de Procureur-generaal. Verklaart het hoger beroep ontvankelijk, doch ongegrond. Bevestigt het bestreden vonnis. Verwijst appellante in de gedingkosten van het hoger beroep. * * * * * * * * * * Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, kamer zeven bis, op negen februari tweeduizend en negen.Aanwezig:dhr. Frank Deschoolmeester, raadsheer, wnd. kamervoorzitter;dhr. Yves Henderickx, griffier.Y. HENDERICKX F. DESCHOOLMEESTER Repertoriumnr. : 2009/ Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div