← België

ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090211.12

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 11 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090211.12 Rolnummer: 2008/AR/3000 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-10-28 Raadplegingen: 91 - laatst gezien 2026-07-02 19:10 Fiche Het zonder motivering toekennen door de eerste rechter van een expliciet gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad, vormt, bij gebrek aan verweer vanwege de wederpartij, geen schending van de motiveringsplicht van de eerste rechter. Van het verbod van artikel 1402 Ger.W. kan enkel afgewezen worden bij uitzonderlijke omstandigheden zoals o.m. een manifeste onregelmatigheid van de uitvoerbaarverklaring en/of strijdigheid met de procesrechterlijke beginselen, meer bepaald wanneer de voorlopige uitvoerbaarheid niet werd gevorderd, wanneer zij niet door de wet is toegestaan of wanneer de beslissing tot stand is gekomen met miskenning van het recht van verdediging. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Algemeen Vrije woorden: Hoger beroep - Verbod tot schorsing van uitvoerbaarheid - Artikel 1402 Ger.W. - Motiveringsplicht - Uitzonderlijke omstandigheden. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 12 Kamer ________ Terechtzitting van 11 februari 2009 TUSSENARREST na tussenarrest dd. 28-1-2009 voortzetting(behandeling ten gronde):13-10-2010 om 10.50 h In de zaak met het rolnummer 2008/AR/3000 van: nv LOFTING, met zetel te 9800 Deinze, Stationstraat 58, met ondernemingsnr. 0456.575.931, appellante tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op tegenspraak gewezen door de vijftiende kamer dd. 6-10-2008, oorspronkelijk verweerster, hebbende als raadsman mr. PRINGUET Eric, advocaat te 9031 Drongen, Kroonprinsstraat 1 tegen :

  1. bvba RESTYLING BURO, met zetel te 9000 Gent, Vijfwindgatenstraat 21, met ondernemingsnr. 0428.428.214,
  2. ATELIER VOOR STEDELIJKE ARCHITECTUUR, burgerlijke vennootschap onder de vorm van een bvba, handel drijvend onder de benaming 'ASA', met zetel te 9000 Gent, Vijfwindgatenstraat 21, met ondernemingsnr. 0465.321.866, geïntimeerden, oorspronkelijk eisers, hebbende als raadsman mr. DE VLIEGHERE Mark, advocaat te 8501 Heule, Kortrijksestraat 104 velt het hof het volgend arrest. Gelet op het tussenarrest dd. 28/1/2009 van de 12e kamer van het Hof van Beroep waarbij - vooraleer te oordelen - de debatten ambtshalve heropend werden teneinde de partijen toe te laten het exploot van betekening van het bestreden vonnis voor te leggen, en de zaak naar de openbare terechtzitting van heden werd verzonden; De partijen werden ter openbare terechtzitting gehoord in hun middelen en conclusies; het betekeningsexploot wordt overgelegd. Waar de betekening plaatsvond op 18-11-2008 is het op 11-12-2008 ingestelde hoger beroep tijdig. Het is eveneens regelmatig naar de vorm en ontvankelijk. Antecedenten : Onderhavig geschil betreft de invordering door geïntimeerden van hun kosten en ereloon voor hun prestaties geleverd in het kader van een op 5/12/2001 tussen geïntimeerden en appellante gesloten overeenkomst waarbij eerstgenoemden werden gelast met een ontwerpopdracht inzake het project "Brouwerij Z." gelegen te Poperinge. Het betrof deels een renovatieproject en deels een nieuwbouwproject. De oorspronkelijke vordering van geïntimeerden zoals geformuleerd in het inleidend dagvaardingsexploot dd. 16/12/2005 strekte tot de veroordeling van appellante tot betaling aan de bvba Atelier voor Stedelijke Architectuur van het bedrag van 42.350 euro te verhogen met 12% conventionele intresten vanaf 1 juli 2005 en met een conventionele schadevergoeding ad. 1.488 euro en haar tevens te veroordelen tot betaling van een vergoeding van 24.494,44 euro meer de wettelijke intresten vanaf 15 juli 2005, datum van de eerste ingebrekestelling, een en ander meer de gedingkosten. Tevens werd uitdrukkelijk gevorderd "Dit alles bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elk rechtsmiddel, zonder borgstelling en met uitsluiting van het kantonnement." Bij conclusie neergelegd op 11/1/2006 formuleerde appellante een tegenvordering in schadevergoeding tot beloop van 100.000 euro (ex aequo et bono begroot). Bij tussenvonnis dd. 23/5/2007 werden de debatten ambtshalve heropend teneinde de oorspronkelijke eiseressen (thans geïntimeerden) toe te laten welbepaalde toelichtingen te verstrekken, met voorlegging van de nodige stavingsstukken. Na tussenvonnis volhardden geïntimeerden in hun oorspronkelijke vordering met dien verstande dat thans eveneens een bedrag van 5.143,80 euro BTW werd gevorderd, te verhogen met de wettelijke intresten vanaf 15/7/
  3. In uiterst ondergeschikte orde vorderden zij de veroordeling van appellante tot betaling van 29.638,27 euro binnen de 10 dagen nadat zij van één van de geïntimeerden een factuur in die zin ad 29.638,27 euro zal hebben ontvangen. Eveneens wordt gevorderd : "Dit alles bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elk rechtsmiddel, zonder borgstelling en met uitsluiting van het kantonnement." Appellante van haar kant vorderde bij wege van tegeneis nog (slechts) een bedrag van 2.500 euro meer de moratoire intresten vanaf datum dagvaarding, hierin begrepen de gerechtelijke intresten. In het bestreden eindvonnis werd als volgt geoordeeld : - de hoofdvordering en de tegenvordering werden ontvankelijk verklaard, - de tegenvordering werd als ongegrond afgewezen, - rechtdoende op de hoofdvordering werd appellante veroordeeld tot betaling aan de beide geïntimeerden samen van een bedrag van 12.247,22 euro te vermeerderen met de gerechtelijke intresten vanaf 16/12/2005 tot de dag van volledige betaling; tevens werden geïntimeerden gerechtigd verklaard op de op voormeld bedrag verschuldigde BTW-opslag van zodra zij voor dit bedrag een rechtsgeldige factuur zullen opgemaakt hebben. Appellante werd eveneens veroordeeld tot betaling aan de beide geïntimeerden samen van de intresten aan 1% per maand, te berekenen op 42.350,00 euro vanaf 1/7/2005 tot 31/1/2007 en van een conventionele schadevergoeding van 1.488,00 euro te vermeerderen met de gerechtelijke intresten vanaf 16/12/2005 tot de dag van volledige betaling. Appellante werd tot slot veroordeeld tot de gedingkosten. - het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard ondanks verhaal of zekerheidstelling maar zonder de mogelijkheid tot kantonnement uit te sluiten. Met haar hoger beroep beoogt appellante de vernietiging van het bestreden vonnis, de afwijzing van de oorspronkelijke vordering van geïntimeerden als onontvankelijk, minstens als ongegrond en de toekenning van haar oorspronkelijke tegenvordering ertoe strekkende geïntimeerden solidair te veroordelen tot betaling van 2.500 euro meer de moratoire intresten vanaf datum dagvaarding, hierin begrepen de gerechtelijke intresten. Minstens vordert zij de persoonlijke verschijning van de partijen. In haar conclusie neergelegd op 8/1/2009 vordert appellante "in limine litis" uitspraak te doen over haar vordering tot schorsing van de gedwongen uitvoering. Geïntimeerden besluiten op hun beurt tot de afwijzing van de vordering tot schorsing van de uitvoerbaarheid als onontvankelijk, minstens als ongegrond. Beoordeling
  4. In haar conclusie neergelegd op 8/1/2009 vordert appellante als volgt : "Bij voorrang te zeggen voor recht dat de door geïntimeerden aangevatte gedwongen uitvoering zal geschorst worden. Te zeggen voor recht dat het uitvoerend beslag van 23 december 2008 met fixatie van een openbare verkoop op 13 februari 2009 zonder gevolg zal blijven en zal dienen geschorst te worden. Onder voorbehoud voor appellante tot het vorderen van een passende schadevergoeding wegens het tergend en roekeloos karakter van de door geïntimeerden ingestelde uitvoeringsprocedure." Het moge duidelijk zijn dat onderhavige procedure géén executiegeschil betreft, doch een procedure ten gronde. Voormelde vordering kadert uitsluitend binnen een verzet tegen het uitvoerend beslag op roerend goed, hetgeen in onderhavige procedure dus niet aan de orde is. Aangenomen mag worden dat appellante met haar vordering de schorsing van de door de eerste rechter toegekende uitvoerbaarheid bij voorraad bedoelt. Dit werd in ieder geval door geïntimeerden ook zo begrepen.
  5. Op grond van artikel 1402 Ger. W. kunnen de rechters in hoger beroep in beginsel de tenuitvoerlegging van de vonnissen niet verbieden of doen schorsen, zulks op straffe van nietigheid. Hiervan kan enkel afgeweken worden in uitzonderlijke omstandig-heden zoals o.m. een manifeste onregelmatigheid van de uitvoerbaar-verklaring en/of strijdigheid met de procesrechtelijke beginselen, meer bepaald wanneer de voorlopige uitvoerbaarheid niet werd gevorderd, wanneer zij niet door de wet is toegestaan of wanneer de beslissing tot stand gekomen is met miskenning van het recht van verdediging (vgl. CASS. 1 april 2004, R.W. 2004-05, 1422; CASS. 1 juni 2006, R.W. 2008-09, 1282). Het is hierbij wel te verstaan dat deze uitzonderlijke omstandigheden enkel betrekking moeten hebben op de beslissing zelf waarin de uitvoerbaarheid bij voorraad wordt toegestaan en niet op welkdanige andere beslissing in het bestreden vonnis. Appellante houdt ter staving van haar vordering tot schorsing van de voorlopige tenuitvoerlegging voor dat het vonnis a quo op dit punt niet gemotiveerd is doordat het geen enkele reden vermeldt waarom de uitzonderlijke maatregel van de uitvoerbaarheid bij voorraad zou moeten toegepast worden. Het hof stelt vast dat de uitvoerbaarheid bij voorraad door geïntimeerden uitdrukkelijk in het inleidend dagvaardingsexploot werd gevorderd en dat deze vordering in elke conclusie van geïntimeerden, zowel voor als na het tussenvonnis, uitdrukkelijk werd hernomen. Het hof stelt evenzeer vast dat appellante deze vordering van geïntimeerden op geen enkel ogenblik heeft betwist noch enig verweer hiertegen heeft gevoerd. Welnu, wanneer de eerste rechter in deze omstandigheden, op uitdrukkelijk verzoek van de oorspronkelijke eiseressen en bij afwezigheid van betwisting van de oorspronkelijke verweerster, de gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad zonder nadere motivering toestond, beging hij geen schending van zijn motiveringsplicht noch van het recht van verdediging. In haar arrest van 1 april 2004 (R.W. 2004-05, 1422) overwoog het Hof van Cassatie immers zeer duidelijk als volgt : "Overwegende dat het feit dat een eiser een vordering niet motiveert, niet met zich brengt dat de verweerder dienaangaande geen tegenspraak kan voeren ; dat zodoende de rechter die dergelijke vordering inwilligt, het recht van verdediging niet miskent." Aldus dient de vordering tot opschorting van de uitvoerbaarheid bij voorraad als ongegrond te worden afgewezen.
  6. Alle verdere beslissingen, ook deze omtrent de kosten, worden aangehouden. OP DEZE GRONDEN HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken, Rechtdoende omtrent de vordering tot opschorting van de voorlopige tenuitvoerlegging : Verklaart dit verzoek ontvankelijk doch ongegrond; En toepassing makend van artikel 1068, eerste lid, van het gerechtelijk wetboek : Bepaalt de rechtdag voor de behandeling van de zaak ten gronde op woensdag 13 oktober 2010 om 10.50 uur voor de twaalfde kamer van het Hof van Beroep te Gent (pleitduur : 40 minuten). Bepaalt de conclusietermijnen als volgt : - voor geïntimeerden : tegen uiterlijk 29 mei 2009 - voor appellante : tegen uiterlijk 30 september 2009 - voor geïntimeerden : tegen uiterlijk 29 januari 2010 - voor appellante : tegen uiterlijk 31 mei 2010 - voor geïntimeerden : tegen uiterlijk 6 september 2010 Zegt dat de laatste conclusies van een partij de vorm aannemen van syntheseconclusies. Houdt alle verdere beslissingen alsook de uitspraak omtrent de kosten aan. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van Beroep te Gent, TWAALFDE KAMER, zetelend in burgerlijke zaken, op heden 11-2-
  7. Aanwezig: - A. Van de Putte, raadsheer, wn. voorzitter; - E. Dursin, raadsheer; - G. Danneels, raadsheer; - B. De Wilde, griffier. B. De Wilde G. Danneels E. Dursin A. Van de Putte Rep.nr.: 2009/ Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.