id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 16 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090216.2 Rolnummer: 2007/AR/1765 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-04-28 Raadplegingen: 96 - laatst gezien 2026-07-02 19:12 Fiche Bij gebrek aan voldoende concrete elementen bestaat geen bewijs van een rechtsgeldige oorzaak van een schuldbekentenis tussen schoonbroers.De schuldbekentenis is nietig en de vordering tot betaling op grond ervan wordt afgewezen. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSENRECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Eenzijdige rechtshandeling Vrije woorden: nietigverklaring van een schuldbekentenis wegens gebrek aan oorzaak Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 7e Kamer ________ Terechtzitting van 16-02 2009 Nr. 2007/AR/1765 ------------------------ in de zaak van : J.-P. T., , wonende te appellant, hebbende als raadsman mr. Geert Ampe, advocaat met kantoor te 8400 Oostende, Kerkstraat 8 bus 1, tegen W.V., wonende te geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Johan Decancq, advocaat met kantoor te 8370 Blankenberge, Koninginlaan 31, velt het Hof volgend arrest : I. Bestreden beslissing - Rechtspleging in hoger beroep
- Bestreden beslissing: het vonnis van de vijfde kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge (07/669/A) van 29 mei
- Het hoger beroep is ingesteld bij verzoekschrift van 9 juli
- Het is tijdig en regelmatig naar de vorm. Een akte van betekening wordt niet voorgelegd. Het Hof heeft artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken in acht genomen. De procedure gebeurde op tegenspraak. II. Overblijvende betwisting - Feiten en stelling van partijen - Procedure in eerste aanleg
- De overblijvende betwisting betreft of de schuldbekentenis van de heer T. al dan niet rechtsgeldig is en of hij op grond daarvan gehouden is te betalen aan de heer V..
- De heer T. is de schoonbroer van de heer V.. Beide waren op een bepaald ogenblik aandeelhouder in de nv Ambassadeur Hotel te Oostende. Op 10 augustus 2006 verkochten beiden de totaliteit van hun aandelen aan de bvba Alpha uit Oostende, naar zeggen van de heer T.. Hiervan liggen geen stukken voor. De heer V. betwist dit niet. Beide zouden ook nog geprobeerd hebben een andere verkoop van aandelen te organiseren, maar deze transactie is niet doorgegaan. De heer T. heeft op 23 november 2006 een schuldbekentenis getekend ten voordele van de heer V. voor een bedrag van euro 82.500,00 (stuk 1 van het dossier van appellant). Dit stuk is met de hand geschreven, gedateerd en ondertekend. Op dezelfde datum heeft hij nog twee schuldbekentenissen ten opzichte van andere personen getekend. Deze zijn niet in dit geding. De heer T. argumenteert dat er geen oorzaak is voor de schuldbekentenis. Hij deelt mee dat de heer V. een bedrag verstrekte aan de N.V. Ambassadeur Hotel in rekening-courant. Hiervan liggen geen stukken voor. Persoonlijk zou de heer T. nooit een bedrag ontvangen hebben van zijn schoonbroer. Hij deelt nog mee dat hij "in zwaar bedronken toestand" was bij de ondertekening. De heer V. argumenteert dat dit bedrag verschuldigd is uit hoofde van een lening die hij aan de heer T. verstrekt heeft (zie zijn aangetekende brief van 5 januari 2007 - stuk 2 van het dossier van geïntimeerde).
- De eerste rechter oordeelde dat de schuldbekentenis rechtsgeldig was en niet tegengesproken werd door enig geschrift. Zij veroordeelde de heer T. tot betaling van de gevraagde som. III . Grieven - Voorwerp van het hoger beroep
- De heer T. werpt twee middelen op: 1) het bestreden vonnis is onvoldoende gemotiveerd. Er is geen antwoord op de middelen van gebrek aan oorzaak en voorwerp van de schuldbekentenis; 2) ten onrechte is de geldigheid van de schuldbekentenis aanvaard. Er is geen oorzaak, geen voorwerp en de akte is behept met wilsgebreken nu de heer T. zwaar dronken was op het ogenblik van de ondertekening en bovendien onder druk werd gezet. Hij vordert de oorspronkelijke vordering als niet toelaatbaar, minstens ongegrond af te wijzen.
- De heer V. stelt beperkt incidenteel hoger beroep in omdat de eerste rechter de vordering tot betaling van een forfaitaire schadevergoeding van 10% op de hoofdsom heeft afgewezen. IV. Beoordeling
- Op de volgende gronden hervormt het Hof het bestreden vonnis.
- Een schuldbekentenis is een eenzijdige rechtshandeling, waarbij een persoon erkent iets verschuldigd te zijn aan een andere persoon. Elke niet - abstracte rechtshandeling, of ze nu eenzijdig of wederkerig is, moet op straffe van nietigheid een eigen oorzaak hebben (artikel 1131 B.W.; Cass., 13 november 1969, R.C.J.B., 1970, p. 326, noot VAN OMMESLAGHE, P.; Brussel 10 oktober 1997, J.T. 1998, 291). De oorzaak is het waarom, de bestaansreden, de extrinisieke beweegredenen van de overeenkomst en van de verbintenis, het geheel van de objectieve en subjectieve elementen die iemand er toe brachten een overeenkomst of een verbintenis aan te gaan (PUTZ, A., "La "cause" des actes juridiques, et plus particulièrement des reconnaissances de dette", noot onder Mons, 25 maart 2003, T.B.B.R., 2005, 524). Het moet gaan om de determinerende beweegredenen. Bij een eenzijdige rechtshandeling worden ook de subjectieve elementen in overweging genomen. Zo is bij een schenking niet enkel de wil te schenken een deel van de oorzaak maar ook het subjectieve motief van de schenker om te geven (Cass., 16 november 1989, Pas., 1990, I, 331). De nietigheid bij afwezigheid van een oorzaak is relatief, zolang de openbare orde niet in het geding is (zie PUTZ, A., loc. cit., 525). De oorzaak moet niet uitgedrukt zijn in de overeenkomst (artikel 1132 B.W.) of de verbintenis. De bewijslast met betrekking tot het gebrek aan oorzaak berust bij de heer T.. Nu de oorzaak niet is uitgedrukt, geldt er een vermoeden van geldigheid, tot bewijs van het tegendeel (zie ook Gent, 30 mei 2001, R.W., 2004-05, 1554, met noot; Brussel, 30 april 2003, R.W., 2005-06, 589, met noot). Het is de heer T. die het gebrek aan oorzaak inroept (artikel 870 Ger. Wb.). Het gaat tenslotte om een zaak tussen partijen, zonder dat het algemeen belang betrokken is. Enkel als er geen (rechtsgeldige) oorzaak bestaat, is de rechtshandeling nietig. Het staat de heer V. derhalve vrij het bestaan van een rechtsgeldige oorzaak bij te brengen en te bewijzen. De bewijslast verschuift derhalve in de mate de heer T. naar genoegen van recht voldoende aannemelijk maakt dat de rechtshandeling geen oorzaak heeft.
- Toegepast op deze zaak betekent dit alles het volgende. Een negatief bewijs kan de heer T. niet bijbrengen. Hij wijst op geldbewegingen die er geweest zouden zijn met een vennootschap waarin zowel de heer V. als de heer T. aandeelhouder zouden geweest zijn. De vennootschappen waarnaar hij verwijst zouden commercieel geen succes geweest zijn. De heer V. zou financieel een verlies geleden hebben, waarvoor hij zijn schoonbroer verantwoordelijk zou stellen en dat hij bij hem zou hebben proberen te recupereren. Daargelaten de vraag wat de invloed is van de "zwaar bedronken toestand" van de heer T. en van het feit dat hij zichzelf in een dergelijke toestand gebracht heeft, oordeelt het Hof dat de heer T. voldoende aannemelijk maakt dat er geen rechtsgeldige oorzaak voorhanden is voor de schuldbekentenis. De heer V. werpt op dat hij geld geleend heeft aan de heer T. en dat dit de oorzaak is van de schuldbekentenis. Hij brengt evenwel geen enkel element aan, zoals bijvoorbeeld de overdracht van geld, dat een geldlening aantoont. De aangetekende brief van 4 januari 2007 is onmiddellijk gevolgd door een oproeping in verzoening, die evenwel niet gelukt is. Om die reden kan die brief niet als niet betwist en een erkenning van het bestaan van een lening gelden. Er zijn geen aanwijzingen, laat staan bewijzen, dat de heer T. een schuld van de vennootschap of vennootschappen persoonlijk op zich zou genomen hebben. De hoedanigheid van schoonbroer is op zichzelf onvoldoende om als beweegreden voor een schuldbekentenis te gelden.
- Er zijn dan ook onvoldoende elementen aanwezig om te besluiten dat de schuldbekentenis een oorzaak heeft. Bij gebrek aan oorzaak is de schuldbekentenis nietig. De oorspronkelijke rechtsvordering heeft geen rechtsgrond en wordt om die reden afgewezen. Het bestreden vonnis wordt in die zin hervormd.
- Gelet op het voorgaande is het niet nodig verder in te gaan op de overige middelen en argumenten van partijen, die betrekking hebben op het hoofdberoep. Het incidenteel hoger beroep
- Op grond van het voorgaande is het incidenteel hoger beroep ongegrond. Nu de hoofdsom niet verschuldigd is, is een schadebeding zeker niet verschuldigd. Kosten
- Op grond van de artikelen 1042, 1017 en 1022 Ger. Wb. wordt geïntimeerde tot betaling van de kosten veroordeeld. De basisvergoeding voor de hoofdvordering bedraagt euro 3.
- De heer V. vraagt de maximumvergoeding. Ter motivering van dit verzoek verwijst hij naar de wijze van proces voeren door de heer T.. Het hoger beroep is gegrond en alleen al om die reden geen onnodige kost. Het feit dat geen verzoening bekomen werd voor de huidige procedure is in deze zaak ook niet voldoende om de maximumvergoeding toe te staan. V. Beslissing Het hoger principaal en incidenteel beroep zijn toelaatbaar, maar enkel het principaal hoger beroep gegrond in de hierna volgende mate; Het Hof: - hervormt het bestreden vonnis; - zegt voor recht dat de schuldbekentenis van de heer T. tegenover de heer V. van 23 november 2006 voor een bedrag van euro 82.500,00 nietig is; - verklaart de oorspronkelijke vordering ongegrond; - veroordeelt geïntimeerde tot betaling van de kosten, bepaald als volgt: appellant: eerste aanleg: rechtsplegingvergoeding: euro 364,40 hoger beroep: rolrecht: euro 186,00 rechtsplegingvergoeding: hoofdvordering: euro 3.000,00 Aldus gewezen door de zevende kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit Pieter Vanherpe, raadsheer, waarnemend voorzitter, Frank Deschoolmeester, raadsheer Geneviève Vanderstichele, raadsheer, bijgestaan door Achiel Ferdinande, griffier en uitgesproken door de wn. voorzitter in openbare terechtzitting op zestien februari tweeduizend en negen. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div