id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 18 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090218.18 Rolnummer: 2003/AR/328 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-05-22 Raadplegingen: 90 - laatst gezien 2026-07-02 19:13 Fiche - De artikelen 1 tot en met 12 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van de advocaat zijn van toepassing op de zaken die hangende zijn op het moment dat ze in werking treden. - De omstandigheid dat de partijen, op het ogenblijk dat zij hun hoger beroep instelden, nog geen kennis hadden van de rechtsplegingsvergoeding, zoals zij thans van toepassing zijn, en zij daarmee geen rekening konden houden, kan niet ingeroepen worden voor de herleiding daarvan. - De wetgever heeft de wil uitgedrukt dat de nieuwe tarieven zonder onderscheid van toepassing zijn zowel op alle gedingen die hangend waren op het ogenblik van de inwerkingtreding van de wet van 21 april 2007 als op de gedingen die pas daarna werden ingeleid. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Uitgaven en kosten (gerechtelijk recht) - Rechtsplegingsvergoeding Vrije woorden: - Rechtsplegingsvergoeding - wet van 21 april 2007 - toepassing op hangende rechtsgedingen Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 12 Kamer ________ Terechtzitting van 18-2-2009 ARREST BEGROTING KOSTEN na eindarrest dd. 16-1-2008 - In de zaak met het rolnummer 2003/AR/328 van: D. F. D. L., afgevaardigde beheerder, wonende te ................................., appellant tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Oudenaarde, door de achtste kamer gewezen dd. 18-6-2002, oorspronkelijk verwerende partij, hebbende als raadslieden mr. DE HAUW Edward en mr. VAN DER SCHELDEN Jacques, beiden advocaat te 9700 Oudenaarde, Voorburg 3 tegen :
- nv BROUWERIJ VAN HONSEBROUCK, met zetel te 8770 Ingelmunster, Oostrozebekestraat 43, ingeschreven in het handelsregister te Kortrijk onder nr. 2061, eerste geïntimeerde, oorspronkelijk eisende partij, hebbende als raadsman mr. COPPENS Alain, advocaat te 8800 Roeselare, Westlaan 358
- (...),
- H. R., bestuurder van vennootschap, wonende te ......................................., derde geïntimeerde, oorspronkelijk verwerende partij, hebbende als raadsman mr. HEERMAN Ali, advocaat te 9700 Oudenaarde, Broekstraat 157
- (...)
- (...), velt het hof het volgend arrest. Gelet op het arrest van deze kamer van het hof, anders samengesteld, gewezen op 16 januari 2008, waarbij het hoger beroep van F. D. tegen het vonnis van 18 juni 2002, tussen partijen gewezen door de achtste kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Oudenaarde, ontvankelijk doch ongegrond werd verklaard en het "incidenteel" hoger beroep van R. H. als niet ontvankelijk werd afgewezen. In dit arrest veroordeelde het hof F. D. en R. H. solidair tot de gedingkosten in hoger beroep, die aan hun zijde niet dienden begroot te worden, aangezien zij te hunnen laste bleven, aan de zijde van de vzw Koninklijke voetbalclub Sint-Livinus, J. D. G. en E. D. C. niet te begroten waren bij gebrek aan opgave en aan de zijde van nv Brouwerij Van Honsebrouck werden aangehouden. De verschenen partijen werden gehoord op de openbare terechtzitting van 22 januari 2009 in hun middelen en conclusies en de zaak werd hernomen in de huidige samenstelling van het hof. Bespreking I.
- Overeenkomstig artikel 1021, tweede lid, van het gerechtelijk wetboek wordt de beslissing omtrent de kosten die in het vonnis niet of slechts gedeeltelijk werden vereffend en waarover niet werd gestatueerd, geacht te zijn aangehouden en geschiedt de vereffening van deze kosten op vordering van de meest gerede partij.
- Als meest gerede partij legde nv Brouwerij Van Honsebrouck op 5 november 2008 een conclusie ter griffie neer waarin zij vordert dat "de appellant" wordt veroordeeld tot betaling van 3.000,00 EUR, "meer de gerechtelijke rente vanaf heden tot de volledige betaling." Bovendien vordert zij dat het arrest uitvoerbaar wordt verklaard "bij voorraad, niettegenstaande welkdanig verhaal ook en zonder borgstelling noch kantonnement, conform de wet." De nv Brouwerij Van Honsebrouck zet uiteen dat de "vordering" van F. D. in geld waardeerbaar is en beoogde een veroordeling in hoofdsom van 61.248,94 EUR ongedaan te maken. Rekening gehouden daarmee vraagt zij het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding begroot op 3.000,00 EUR.
- In een conclusie, neergelegd op de terechtzitting van 21 januari 2009, vraagt F. D. het hof de rechtsplegingsvergoeding te begroten op het minimumbedrag van 1.000,00 EUR. Hij argumenteert dat het toekennen van de basisvergoeding niet billijk zou zijn en een kennelijk onredelijke situatie zou uitmaken. Hij wijst erop dat hij, op het ogenblik van het instellen van het hoger beroep, geen kennis had van de tarieven van de rechtsplegingsvergoeding, zoals ze thans van toepassing zijn, zodat hij daar op dat moment geen rekening kon mee houden. Verder argumenteert F. D. dat de procedure niet kan beschouwd worden als uitzonderlijk complex. Hij stelt dat er geen verwikkelingen waren en dat de procedure kan omschreven worden als een "minder dan gemiddeld complexe procedure".
- R. H. legde geen conclusie neer, doch verklaarde op de zitting van 21 januari 2009 zich aan te sluiten bij de vraag van F. D. tot herleiding van de rechtsplegingsvergoeding tot 1.000,00 EUR. Hij wijst er bovendien op dat de nv Brouwerij Van Honsebrouck enkel de veroordeling vordert van F. D.. II.
- De bedragen van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het gerechtelijk wetboek worden bepaald in het koninklijk besluit van 26 oktober 2007 "tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de artikelen 1 tot 13 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van de advocaat." Voor geschillen die betrekking hebben op in geld waardeerbare vorderingen wordt het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding, overeenkomstig de tarieven vermeld in artikel 2 van het Koninklijk Besluit van 26 oktober 2007, vastgesteld aan de hand van de waarde van de vordering, die wordt bepaald overeenkomstig de artikelen 557 tot 562 en 618 van het gerechtelijk wetboek. Het hoger beroep van F. D. en het "incidenteel" hoger beroep van R. H. strekten tot vernietiging van het vonnis, waarbij een overeenkomst "herschikking van het kontrakt van lening d.d. 28 november 1991" van 17 juni 1997 ontbonden werd in het nadeel en op kosten van vzw Koninklijke Voetbalclub Sint-Livinus, F. D., R. H., J. D. G. en E. D. C. en waarbij zij solidair veroordeeld werden tot betaling aan de nv Brouwerij Van Honsebrouck van 61.248,94 EUR, meer de vergoedende intresten aan 12% op 5.606,36 EUR van 25 april 2000 tot de dagvaarding, zijnde 97,74 EUR, meer de gerechtelijke intresten aan 7% op 61.248,94 EUR vanaf 13 juni 2000 tot de algehele betaling en tot de kosten van het geding. Het geschil in hoger beroep betrof aldus een in geld waardeerbare vordering voor een bedrag tussen 60.000,01 EUR en 100.000,00 EUR, waarvoor het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding 3.000,00 EUR bedraagt.
- Overeenkomstig artikel 1022 Ger. W. is een vermindering van de rechtsplegingsvergoeding onder het basisbedrag slechts mogelijk rekening gehouden met de financiële draagkracht van de verliezende partij, de complexiteit van de zaak, de contractueel bepaalde vergoedingen voor de in het gelijk gestelde partij of het kennelijk onredelijk karakter van de situatie.
- Het koninklijk besluit van 26 oktober 2007 bepaalt dat de artikelen 1 tot en met 13 van de wet van 21 april 2007 in werking traden op 1 januari
- De artikelen 1 tot en met 12 van deze wet zijn van toepassing op de zaken die hangende zijn op het moment dat ze in werking treden (artikel 13 van deze wet). Een zaak is hangend tot een eindbeslissing wordt geveld in de betrokken aanleg (vgl. LINDEMANS, J.-D., De toepasselijkheid van de Wet verhaalbaarheid Erelonen op "hangende" geschillen, R.W., 2007-08, p. 1387). Aangezien het eindarrest in deze zaak uitgesproken werd op 16 januari 2008, dus na de inwerkingtreding van de wet van 21 april 2007, is het tarief van de rechtsplegingsvergoeding, zoals vastgesteld in het K.B. van 26 oktober 2007, van toepassing. De omstandigheid dat F. D. en R. H., op het ogenblik dat zij hun hoger beroep, respectievelijk "incidenteel" hoger beroep, instelden, nog geen kennis hadden van de tarieven van de rechtsplegingsvergoeding, zoals zij thans van toepassing zijn en zij daarmee geen rekening konden houden, kan niet ingeroepen worden voor de herleiding daarvan. De wetgever heeft de wil uitgedrukt dat de nieuwe tarieven zonder onderscheid van toepassing zijn zowel op alle gedingen die hangend waren op het ogenblik van de inwerkingtreding van de wet van 21 april 2007 als op de gedingen die pas daarna werden ingeleid. Er kan dan ook niet tot vermindering van het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding overgegaan worden omdat een geding reeds hangend was op het ogenblik van de inwerkingtreding van de wet en de partijen nog geen kennis hadden van de nieuwe tarieven op het tijdstip van de inleiding van dit geding, zonder aan de wil van de wetgever afbreuk te doen. Het loutere feit dat in een geding, dat hangend was geruime tijd vóór de inwerkingtreding van de wet van 21 april 2007, de einduitspraak dateert van na de inwerkingtreding van deze wet, verleent daarom aan de situatie nog geen onredelijk karakter, terwijl F. D. en R. H. geen andere elementen aanhalen die daartoe kunnen doen besluiten. Bovendien is de graad van complexiteit van de zaak niet van die aard dat zij een vermindering van de rechtsplegingsvergoeding kan verantwoorden. Het geschil betrof de geldigheid en de uitvoering van een borgstelling voor een aanzienlijke som. Naast het gemotiveerd verzoekschrift tot hoger beroep legde D. twee conclusies neer. Ook H. concludeerde twee maal in hoger beroep.
- R. H. kan uit het feit dat de nv Brouwerij Van Honsebrouck in haar conclusie vraagt "appellant [ = F. D.] te veroordelen" om 3.000,00 EUR rechtsplegingsvergoeding te betalen en niet F. D. en R. H. solidair, geen argument putten om te doen besluiten tot de begroting van de rechtsplegingsvergoeding op het minimumbedrag. Het hof heeft in het arrest van 16 januari 2008 beslist tot solidaire veroordeling van F. D. en R. H. tot de kosten van het geding in hoger beroep. Het voorwerp van het geding is thans nog enkel de begroting van de rechtsplegingsvergoeding aan de zijde van nv Brouwerij Van Honsebrouck. De omstandigheid dat zij in haar conclusie enkel van F. D. de veroordeling tot betaling van deze rechtsplegingsvergoeding vraagt, kan geen afbreuk doen aan het gezag van gewijsde van het voormeld arrest, terwijl dit evenmin een van de wettelijke redenen is tot vermindering van de rechtsplegings-vergoeding.
- De rechtsplegingsvergoeding aan de zijde van nv Van Honsebrouck wordt aldus begroot op 3.000,00 EUR. Gerechtelijke intrest wegens vertraging in de betaling is, met betrekking tot de gerechtskosten, slechts verschuldigd vanaf de aanmaning tot betaling van die kosten (Arr. Cass. 22 maart 1960, Arr. Cass. 1960, I, 856).
- Krachtens artikel 1397 Ger.W. schorsen verzet en hoger beroep tegen eindvonnissen de uitvoerbaarheid daarvan. Tegen een tegensprekelijk arrest kan geen verzet noch hoger beroep worden aangetekend, doch staat enkel nog een voorziening in Cassatie open, die evenwel geen opschortende werking heeft en de uitvoerbare kracht van de beslissing die in laatste instantie is gewezen niet beperkt. De partij die een arrest heeft verkregen dat voor het Hof van Cassatie wordt betwist, kan de tenuitvoerlegging van dat arrest voortzetten, zelfs na de indiening van de voorziening. Het is dan ook overbodig de voorlopige tenuitvoerlegging van een tegensprekelijk arrest te bevelen. OP DEZE GRONDEN, HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak tussen nv Brouwerij Van Honsebrouck, F. D. en R. H.; Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Begroot de kosten van het geding aan de zijde van nv Brouwerij Van Honsebrouck op 3.000,00 EUR rechtsplegingsvergoeding. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van Beroep te Gent, TWAALFDE KAMER, zetelend in burgerlijke zaken, op heden 18-2-
- Aanwezig: - A. Van de Putte, raadsheer, wn. voorzitter; - E. Dursin, raadsheer; - G. Danneels, raadsheer; - B. De Wilde, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div