← België

ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090223.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 23 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090223.4 Rolnummer: 2008/JR/182 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-04-15 Raadplegingen: 78 - laatst gezien 2026-07-02 19:16 Fiche Het verzet is ontoelaatbaar in verband met het bepaalde in art. 58,2e alinea Jb. Tegen beslissingen in civiele jeugdzaken is geen verzet mogelijk. Art. 58, 2e alinea Jb. heeft het over vonnissen. Maar er wordt bedoeld rechterlijke uitspraken in het algemeen. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Verzet (gerechtelijk recht) - Algemeen Vrije woorden: Verzet ontoelaatbaar (art. 58 al. 2 Wet 8/04/1965). Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent jeugdkamer ________ Terechtzitting van 23 februari 2009 ________ Verzet ontoelaatbaar (2006/JR/202 arrest dd. 30.06.2008) 2008/JR/182 - In de zaak van: B.K., wonende te eiser op verzet, hebbende als raadsman mr. WERY Etienne, advocaat te 7500 TOURNAI, Place Clovis 1 tegen : L.F., wonende te verweerster op verzet, hebbende als raadsman mr. PARMENTIER Indra, advocaat te 8510 MARKE (KORTRIJK), Engelse Wandeling 74 VELT DE JEUGDKAMER IN HET HOF VAN BEROEP GENT VOLGEND ARREST OP TEGENSPRAAK BESLISSING Verklaart het verzet ontoelaatbaar. Compenseert de rechtsplegingvergoedingen in verzet en laat de overige kosten van het verzet ten laste van de partij die ze maakte. REDENGEVING I procesgang Bij dagvaarding betekend op 24 september 2008 door gerechtsdeurwaarder mr. Philippe Brecx met standplaats in Doornik heeft B.K. verzet aangetekend tegen het arrest van 30 juni 2008 van de Jeugdkamer van het Hof van Beroep van Gent. Appellant werd gehoord in persoon. De raadslieden van partijen hebben de zaak uiteengezet. Er werd kennis genomen van het advies van Substituut-Procureur-Generaal Carl Bergen. Gezien de omstandigheden van de zaak werd dit advies mondeling voorgebracht ter zitting van 16 februari 2009. Appellant heeft mondeling gereageerd op het advies van het openbaar ministerie. Geïntimeerde heeft niet gereageerd op het advies van het openbaar ministerie hoewel zij daartoe uitgenodigd werd. De neergelegde conclusies en de overgelegde stukken werden ingezien. Art. 24 Wet 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werd in acht genomen. Niet alle partijen waren in persoon aanwezig. Daarom kon niet overeenkomstig art. 387, bis B.W. gepoogd worden hen te verzoenen. Noch konden alle nuttige inlichtingen verstrekt worden over de rechtspleging en in het bijzonder over het nut een beroep te doen op de in het zevende deel van het Gerechtelijk Wetboek bepaalde bemiddeling. Dit alles geschiedde in openbare terechtzitting. II toelaatbaarheid Het verzet is ontoelaatbaar in verband met het bepaalde in art. 58, 2e alinea Jb. Tegen beslissingen in civiele jeugdzaken is geen verzet mogelijk. Art. 58, 2e alinea Jb. heeft het over vonnissen. Maar er wordt bedoeld rechterlijke uitspraken in het algemeen. Beide partijen worden verondersteld alleen te ageren in het belang van het kind en niet voor het behalen van het eigen gelijk. Daarom is over en weer geen rechtsplegingvergoeding verschuldigd. De verzetdoende partij dient de overige kosten van haar verzet zelf integraal te dragen. Aldus uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, VIJFTIENDE KAMER, zitting houdende in jeugdzaken van DRIEENTWINTIG FEBRUARI TWEEDUIZEND EN NEGEN. Aanwezig: Stefaan Oplinus, Kamervoorzitter; Jeugdrechter in hoger beroep Carl Bergen, Substituut-procureur-generaal; Jenny Dammekens, Griffier. J. Dammekens S. Oplinus Rep. 2009/ Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.