id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 04 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090304.8 Rolnummer: 2007/AR/1258 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-06-03 Raadplegingen: 87 - laatst gezien 2026-07-02 19:20 Fiche Het hof beoordeelt de ontvankelijkheid van een beroepsakte per fax verzonden. Een reisbureau moet een overeenkomst bewijzen alvorens een factuur te kunnen invorderen. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Algemeen (bijzondere overeenkomsten) Vrije woorden: Overeenkomst - Wilsovereenstemming - Bewijs - Akte hoger beroep - Ontvankelijkheid. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 12de BIS Kamer ________ Terechtzitting van 04-03 2009 Nr. 2007/AR/1258 ------------------------ in de zaak van : K.V., , wonende te appellant, hebbende als raadsman mr. Kris Verberckmoes, advocaat met kantoor te 9200 Dendermonde, Koningin Astridlaan 19, tegen SAWADEE REIZEN, vennootschap naar Nederlands recht met maatschappelijke zetel te 1017 NX Amsterdam (Nederland), Leidsestraat 67-71 en ingeschreven in de Kamer van Koophandel te Amsterdam onder nr. 33223550, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Danni Kerremans, advocaat met kantoor te 2630 Aartselaar, Guido Gezellestraat 12b, velt het Hof volgend arrest : Partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies in openbare terechtzitting. De stukken werden ingezien.
- Met dagvaarding betekend op 19.01.2005 vordert de vennootschap naar Nederlands recht Sawadee Reizen (hierna ook verkort aangeduid als Reizen Sawadee) de betaling van haar factuur nr. 9790 uitgeschreven op 20.01.2004 ten laste van de heer K.V. ad 2.680,45 euro, vermeerderd met 12% rente (begroot op 321,65 euro), 10% forfaitaire schadevergoeding en de gedingkosten. Meteen werpt de heer V. tegen dat hij het voorstel dat Reizen Sawadee heeft aangerekend met de factuur, nooit heeft aanvaard en zelfs niet eens op reis vertrokken is; zodoende verwerpt hij deze vordering wijl hij op zijn beurt een schadevergoeding vordert van 533,30 euro voor de gemaakte kosten. Het vonnis dd. 02.11.2006 op tegenspraak gewezen door de zevende kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde stelt vast dat de heer V. geen protest heeft geuit bij de ontvangst van de factuur, noch bij de ontvangst van de vluchtgegevens, noch bij de ontvangst van ingebrekestellingen, zodat wordt aangenomen dat een wilsovereen-stemming tot stand was gekomen, waardoor de heer V. gehouden is tot betaling van de hoofdsom, de rente aan de wettelijke rentevoet vanaf 12.02.2004 en de gedingkosten. Met verzoekschrift neergelegd ter griffie van dit Hof op 14.05.2007 stelt de heer V. beroep in; hij is gegriefd waar de eerste rechter het bestaan van een overeenkomst aannam, terwijl er geen wilsovereenstemming tot stand was gekomen en opnieuw vordert hij 533,30 euro vergoeding voor de opgelopen schade. Reizen Sawadee werpt tegen dat op de laatste nuttige dag van de beroepstermijn een deels onleesbare kopie werd doorgefaxt naar het Hof, zodat het hoger beroep niet-ontvankelijk is; ten gronde bevestigt zij dat de heer V. weliswaar een reis geboekt had van 01.02 tot en met 23.02.2004 doch dat de overeenstemmende vliegtuigtickets niet beschikbaar waren; zij houdt staande dat er daarop een akkoord tot stand kwam met betrekking tot een reis van 31.01 tot en met 25.02.2004, zoals dit werd aangerekend in de thans opgevorderde factuur en de opvolgende vluchtgegevens, dewelke de heer V. nooit heeft betwist; zij herhaalt haar oorspronkelijke aanspraken ook waar zij met toepassing van haar factuurvoorwaarden een conventionele rente en schadevergoeding vordert.
- Reizen Sawadee klaagt aan dat het verzoekschrift, zoals doorgefaxt naar de griffie van het Hof, deels onleesbare lijnen bevat. Artikel 860 van het gerechtelijk wetboek bepaalt dat, wat de verzuimde of onregelmatig verrichte vorm ook zij, geen proceshandeling nietig kan worden verklaard, indien de wet de nietigheid ervan niet uitdrukkelijk heeft bevolen. Artikel 867 van het gerechtelijk wetboek bepaalt verder dat het verzuim of de onregelmatigheid van de vorm van een proceshandeling niet tot nietigheid kan leiden, wanneer uit de gedingstukken blijkt dat de handeling het doel heeft bereikt dat de wet ermee beoogt. Het hoger beroep kan onder meer worden ingesteld bij verzoekschrift dat ingediend wordt op de griffie (art. 1056, 2° Ger. W.). Er bestaat geen betwisting dat de heer V. deze wijze van inleiden heeft verkozen, waarbij het gebruik van de fax geen grond tot nietigheid opleveren kan. Zoals blijkt uit de aangebrachte afstempeling heeft deze fax, houdende het verzoekschrift, de griffie bereikt op 14.05.2007; er bestaat geen betwisting omtrent het feit dat aldus de termijn voor het instellen van hoger beroep werd nageleefd. Dit verzoekschrift werd vervolgens, geheel conform art. 1056, 2° Ger. W., ter kennis gebracht van Reizen Sawadee de eerste werkdag nadat het was ingediend, hetzij op 15.05.
- Aansluitend heeft Reizen Sawadee verklaard te verschijnen met de brief van 24.07.2007, en heeft zij conclusies neergelegd op 21.08.2007 en op 22.06.
- Aldus blijkt vaststaand dat het verzoekschrift het doel bereikt heeft dat de wet ermee beoogt. Tenslotte blijkt uit het op 14.05.2007 neergelegde verzoekschrift duidelijk dat de heer V. hoger beroep instelt tegen de vóórmelde uitspraak van de eerste rechter, waarbij (in het licht van art. 1057 Ger. W.) hoogstens kan worden aangenomen dat niet alle grieven correct leesbaar zijn, terwijl reeds een volkomen leesbaar origineel exemplaar van het verzoekschrift werd neergelegd op 15.05.
- Deze exceptie kan dan ook niet verder staande worden gehouden.
- Het staat vast dat de heer V. een bestelling heeft geplaatst bij Reizen Sawadee voor een reis naar Tanzania, met als vertrekdatum zondag 01.02.2004 en als terugkomstdatum maandag 23.02.2004 (stuk nr. 1 appellant). Evenzeer staat vast dat deze reis niet is kunnen doorgaan. Reizen Sawadee houdt staande dat er "voor de gevraagde data geen vliegtuigtickets meer beschikbaar waren", zodat zij naar aanleiding van een "telefonisch contact" aan de heer V. zou hebben medegedeeld "dat hij wel nog kon vertrekken op 31.01.2004 en terugkomen op 25.02.2004" (cfr. synthese conclusie neergelegd op 22.07.2008, p. 6). Terecht onderstreept de heer V. dat Reizen Sawadee het bewijs moet aanbrengen van zijn akkoord daaaromtrent.
- Zoals de eerste rechter ook kon vaststellen is de heer V. geen koopman. Het bestaan van een overeenkomst kan tegenover hem niet bewezen worden aan de hand van een aanvaarde factuur (artikel 25 W.Kh.). Reizen Sawadee kan het bestaan van een overeenkomst met de heer V. dan ook slechts bewijzen met toepassing van de bewijsregels van het burgerlijk wetboek. Aangezien het bedrag van de beweerde reisovereenkomst 375,00 euro te boven ging, diende minstens een onderhandse akte te worden opgemaakt (artikel 1341 B.W.). Deze ligt evenwel niet voor. Nergens beweert noch bewijst Reizen Sawadee dat het haar niet mogelijk is geweest zich een schriftelijk bewijs te verschaffen van de verbintenis die jegens haar is aangegaan en al evenmin brengt zij enig geschrift aan die is uitgegaan van de heer V. en waardoor het bestaan van de beweerde overeenkomst waarschijnlijk wordt gemaakt. Integendeel heeft de heer V. steeds het bestaan van een overeenkomst met Reizen Sawadee betwist en zelfs houdt hij staande dat hij de factuur dienaangaande nooit heeft aanvaard. Bij gebrek aan begin van bewijs door geschrift kan Reizen Sawadee het bestaan van de overeenkomst dan ook niet bewijzen door getuigen of vermoedens; haar uiteenzettingen zijn dan ook niet ter zake. Bovendien kan een factuur op zich, zelfs al maakt zij deel uit van een regelmatige boekhouding, in wezen slechts als een eenzijdig opgemaakt geschrift worden aangezien, terwijl naar luid van art. 1331 B.W. dergelijk papier geen bewijs oplevert ten voordele van degene die dit geschreven heeft en de boeken van kooplieden zelfs bewijs opleveren tegen hen (art. 1330 B.W.). Tenslotte is het louter stilzwijgen nog steeds geen bron van verbintenissen - zelfs niet tegenover handelaars (als het handelsrecht toelaat dat bewijswaarde wordt verleend aan een factuur, is deze onlosmakelijk verbonden aan de aanvaarding van de factuur door haar bestemmeling-handelaar). Aldus bewijst Reizen Sawadee geenszins het bestaan van enige wilsovereenstemming tussen partijen omtrent een reis van 31.01 tot en met 25.02.
- Terecht verwerpt Reizen Sawadee de tegenvordering van de heer V. in betaling van 533,30 euro. Niet alleen is de oorsprong of de samenstelling van dit bedrag volkomen onduidelijk bovendien ligt er al evenmin enig bewijs voor dat dit schade betreft die in rechtstreeks oorzakelijk verband kan worden gebracht met enige fout van Reizen Sawadee. Deze tegenvordering dient dan ook te falen. Om deze redenen, Het Hof, rechtdoende op tegenspraak; met toepassing van art. 24 van de wet van 15.06.1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; verklaart het principaal en het incidenteel hoger beroep toelaatbaar doch enkel dit eerste gegrond; vernietigt het aangevochten vonnis en opnieuw wijzende; verklaart de hoofdvordering van Reizen Sawadee en de tegenvordering van de heer V. beide ontvankelijk doch ongegrond; veroordeelt Reizen Sawadee in de kosten van beide instanties, aan de zijde van de heer V. op heden begroot op: 349,37 euro rechtsplegings-vergoeding eerste aanleg, 186,00 euro rolrecht en 650,00 euro rechtsplegingsvergoeding hoger beroep; Aldus gewezen door de twaalfde bis kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit Joseph Baudrez, alleenrechtsprekend raadsheer bijgestaan door Achiel Ferdinande, griffier en uitgesproken door de alleenrechtsprekend raadsheer in openbare terecht-zitting op vier maart tweeduizend en negen. Repertorium nr. 2009/ A. Ferdinande J. Baudrez Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div