← België

ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090309.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 09 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090309.5 Rolnummer: 2008/JR/23 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-04-28 Raadplegingen: 93 - laatst gezien 2026-07-02 19:22 Fiche Omzetting van een (gewone) adoptie van een Ethiopisch kind in volle adoptie kan niet. De adoptanten hebben er zich in Ethiopië akkoord mee verklaard dat het kind in de familie van oorsprong blijft. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BIJZONDERE RECHTSPLEGINGEN (BURGERLIJKE ZAKEN) - Adoptie (rechtspleging) - Interlandelijke adoptie (rechtspleging) Vrije woorden: Interlandelijke adoptie - Ethiopië - omzetting in volle adoptie - ongegrond. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent Jeugdkamer ________ Terechtzitting van 09 maart 2009 ________ 2008/JR/23 - In de zaak van: DE PROCUREUR-GENERAAL VAN HET HOF VAN BEROEP TE GENT, met burelen te 9000 GENT, Koophandelsplein 23, appellant, in de persoon van substituut-procureur-generaal Inge T'Hooft tegen :

  1. R.G., en zijn echtgenote
  2. A.E., samenwonende te geïntimeerden, beiden hebbende als raadsman mr. LEENAARDS Wim, advocaat te 2610 WILRIJK (ANTWERPEN), Ridderveld 16 VELT DE JEUGDKAMER IN HET HOF VAN BEROEP GENT OP TEGENSPRAAK VOLGEND ARREST BESLISSING Ontvangt het hoger beroep en erover oordelend. Doet teniet het bestreden vonnis en opnieuw wijzende. Verklaart ongegrond de vraag van geïntimeerden om de adoptie van S. om te zetten in volle adoptie. Laat de kosten van de procedure in eerste aanleg en in hoger beroep ten laste van geïntimeerden. REDENGEVING I procesgang Bij verzoekschrift ter griffie neergelegd op 13 februari 2008 heeft de Procureur des Konings van Dendermonde hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 17 januari 2008 van de Jeugdrechtbank van Dendermonde 24e Kamer. Geïntimeerden werden gehoord in persoon en bij monde van hun raadsman. De neergelegde conclusies en de overgelegde stukken werden ingezien. Art. 24 Wet 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werd in acht genomen. De zaak werd behandeld in raadkamer. De uitspraak geschiedde in openbare terechtzitting. II toelaatbaarheid Het hoger beroep is tijdig en regelmatig naar de vorm ingesteld. III retroacta en omschrijving van de vordering W.N., de échte moeder van S. en huidige geïntimeerden sloten een adoptiecontract. Daarin stemde moeder toe in de adoptie. In het inleidend verzoekschrift vroegen geïntimeerden de omzetting van de gewone adoptie in volle adoptie. In het bestreden vonnis werd die eis ingewilligd. In graad van beroep is het voorwerp van de vordering: het afwijzen van de initiële vraag van geïntimeerde. IV ten gronde Het openbaar ministerie kan ten deze in hoger beroep komen tegen het bestreden vonnis (art. 1231-16 Ger.W.). Het openbaar ministerie dient te worden gevolgd waar het meent dat de Belgische rechter bevoegd is om over de oorspronkelijke vordering uitspraak te doen (art. 66 WIP). Beide adoptanten zijn immers Belg. Eveneens terecht wordt door het openbaar ministerie art. 67 WIP aangehaald. De totstandkoming van de adoptie wordt beheerst door het recht van de staat waarvan (in dit geval) beide adoptanten onderdaan zijn onverminderd de toepassing van art. 357 B.W. In hoc casu, in dit geval is het toepasselijke recht het Belgische recht. Het openbaar ministerie heeft het nog steeds bij het rechte eind waar art. 68 WIP wordt aangehaald. Onverminderd de toepassing van art. 358 B.W. wordt de toestemming van o.a. de ouders van de adoptandus beheerst door het recht van de staat op wiens grondgebied de adoptandus zijn gewone verblijfplaats heeft vlak vóór de overbrenging ter adoptie. Het hier bedoelde recht is zonder twijfel het Ethiopische recht. Ook art. 69 WIP vindt toepassing. De wijze van totstandkoming van een adoptie in België wordt beheerst door het Belgische recht. Art. 70 WIP: Het recht toepasselijk krachtens art. 67 bepaalt de aard van de door de adoptie geschapen band en of de geadopteerde ophoudt lid te zijn van zijn oorspronkelijke familie. En art. 71, § 1 WIP: onverminderd de toepassing van art. 359-2 B.W. wordt de omzetting van een adoptie beheerst door het recht toepasselijk krachtens art. 67 tot art.
  3. Nog is het openbaar ministerie juist waar verwezen wordt naar art. 347-3 B.W.: De omzetting in een volle adoptie wordt slechts toegestaan indien alle voorwaarden tot het totstandkomen van de volle adoptie worden nageleefd inzonderheid betreffende de toestemming. Tenslotte is er art. 358 B.W.: Volle adoptie kan in België slechts plaatsvinden indien, ingeval zulks vereist is, ...zijn moeder...hebben toegestemd in een adoptie die tot gevolg heeft dat de bestaande band van afstamming tussen het kind en zijn moeder en vader wordt verbroken. In het licht van deze wetsartikelen zijn volgende gegevens van belang: - er is geen bekende échte vader - de échte moeder stemde toe in de adoptie. Er werd in die toestemming onder artikel 4 uitdrukkelijk gestipuleerd dat het kind de band met de familie van afkomst zal behouden. Die tekst is duidelijk en niet voor interpretatie vatbaar. De overige bepalingen van de toestemming doen aan die tekst geen afbreuk. Uit het laatste deel van art. 4 van het adoptiecontract blijkt geenszins dat er eigenlijk ook een stilzwijgende toestemming tot volle adoptie is. De bewuste zinsnede zegt alleen dat het adoptiegezin de bovenhand haalt wanneer er een keuze gemaakt moet worden tussen het adoptiegezin en de échte familie. Hier is van dergelijke keuze geen sprake. Als geïntimeerden vinden dat in huidige zaak wèl zo'n keuze moet gemaakt worden, dan bewijzen zij daar alleen mee dat het de bedoeling is om het kind van zijn oorsprong te vervreemden. Mocht er nog enige twijfel zijn dan moet er overigens geïnterpreteerd worden in het voordeel van diegene die zich verbonden heeft (art. 1162 B.W.). In deze zaak is het ongetwijfeld de échte moeder die zich verbonden heeft. Zij heeft zich namelijk verbonden om haar kind af te staan. Geïntimeerden verwijzen nog naar het belang van het kind. Dat belang moet afgewogen worden aan de hand van de bepalingen van het I.V.R.K. Art. 3.1 I.V.R.K. stelt dat het belang van het kind een eersterangs overweging moet zijn bij het beoordelen van geschillen zoals dit. Dit wordt voor de adoptie nog eens herhaald in art. 21 I.V.R.K. Art. 7.1 I.V.R.K. stipuleert dat elk kind onder andere het recht heeft zijn ouders te kennen. Bij een volle adoptie zou dat recht juridisch vervallen. De enige ouders die juridisch nog tellen zouden dan immers de adoptieouders zijn. Een beloofde feitelijke inschikkelijkheid van de adoptieouders op dat punt doet daaraan geen afbreuk want laat de echte ouders juridisch weerloos. Art. 8.1 I.V.R.K. stelt dat de Staten die partij zijn er zich toe verbinden om het recht van het kind te eerbiedigen onder andere zijn familiebetrekkingen te onderhouden zonder onrechtmatige inmenging. Dit alles wordt nog versterkt door het feit dat de huidige adoptiewetgeving in wezen een maatregel van jeugdbescherming sensu lato, in ruime zin is. Ook is het zo dat geïntimeerden niet concreet aantonen wat voor het kind de juridische of feitelijke meerwaarde van een volle adoptie zou zijn. Integendeel, het is in principe voor het kind interessanter om bijvoorbeeld in twee families te kunnen erven of om (hoe theoretisch dat op dit ogenblik moge klinken) contact met de échte moeder te kunnen hebben. Geïntimeerden leggen omgekeerd alleszins niet uit waarom het in het belang van het kind zou zijn dat het volledig uit de familie van oorsprong wordt weggesneden. Uit niets blijkt dat moeder ooit de toestemming zou hebben gegeven om het kind volledig uit haar familie te laten verdwijnen. Dat is nochtans de consequentie van een volle adoptie. Geïntimeerden brengen aan dat de échte moeder zelf geen binding meer wil met het kind. Zij bewijzen dat niet. Die affirmatie is bovendien in strijd met de bedingen uit het adoptiecontract. Daarover ter zitting ondervraagd zeggen beide adoptanten dat het reeds bij het ondertekenen van de adoptieakte de bedoeling was dat er een volle adoptie zou komen. Adoptanten hebben met andere woorden gelogen toen zij de adoptieakte bij volmacht ondertekenden. Zij lieten het voorkomen dat het kind in de familie van oorsprong zou mogen blijven. Maar zij meenden dat toen al niet. Nemo proprio dolo consequitur actionem: niemand slaagt door list in een gerechtelijke actie. In die omstandigheden is de vraag van De Procureur-Generaal terecht. Het bestreden vonnis moet worden teniet gedaan. Aldus uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, VIJFTIENDE KAMER, zitting houdende in jeugdzaken van NEGEN MAART TWEEDUIZEND EN NEGEN. Aanwezig: Stefaan Oplinus, Kamervoorzitter, Jeugdrechter in hoger beroep; Inge T'Hooft, Substituut-procureur-generaal Jenny Dammekens, Griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.