← België

ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090312.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 12 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090312.7 Rolnummer: 2006-AR-303 Rechtsgebied: Intellectuele eigendom Invoerdatum: 2009-06-02 Raadplegingen: 94 - laatst gezien 2026-07-02 19:24 Fiche Wanneer door de houder van het auteursrecht een reproductierecht wordt verleend op negen grafische creaties, nader gespecificeerd als 'modellen van zichtkaarten' en uitdrukkelijk wordt bedongen dat enkel de tekst bovenaan op deze zichtkaarten mag worden vertaald en dat geen enkele andere aanpassing mogelijk is, kan dit niet aldus worden geïnterpreteerd dat de houder van het reproductierecht het recht had andere foto's en andere geschriften te gebruiken, als hij maar de lay-out van de zichtkaarten behield. De lay-out van diverse zichtkaarten was immers identiek of quasi-identiek. Bovendien dient bij twijfel te worden geïnterpreteerd in het voordeel van de auteurs. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INTELLECTUELE RECHTEN - Auteursrecht en Naburige rechten - Auteursrecht - Algemeen Vrije woorden: Auteursrecht - Adaptatierecht - Zichtkaarten - Interpretatie - Twijfel - In voordeel van auteur. Tekst van de beslissing HOF VAN BEROEP TE GENT *** 1e kamer *** terechtzitting van 12 maart 2009 auteursrechten na tussenarrest d.d. 07.06.2007 2006/AR/303 in de zaak van: SOFAM S.V., met maatschappelijke zetel te 1030 BRUSSEL, Frans Courtenslaan 131, ingeschreven in het register der burgerlijke vennootschappen met handelsvorm te Brussel onder nr. 312, appellante, hebbende als raadsman mr. VINCOTTE Bernard, advocaat te 1200 BRUSSEL, Terkamerenstraat 22 C-D tegen: A.V.M. N.V., destijds met zetel te 8420 Wenduine, Brugsesteenweg 93, ingeschreven in het handelsregister te Brugge onder nr. 40.801 en met KBO-nummer 0427.944.501, oorspronkelijke geïntimeerde, waarvoor optreedt als curator over het faillissement van genoemde vennootschap, daartoe aangesteld bij vonnis d.d. 04.02.2008 van de rechtbank van koophandel te Brugge: M. J., kantoor houdende te qualitate qua, hebbende als raadsman mr. DE CLERCK Daniël, advocaat te 8000 BRUGGE, Hoogstraat 28 wijst het hof het volgend arrest: De partijen werden gehoord in openbare terechtzitting. Het dossier van de rechtspleging, inzonderheid het tussenarrest van 07.06.2007 - in hoger beroep van het bestreden vonnis d.d. 3 oktober 2005 van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, eerste kamer -, de neergelegde conclusies en stavingstukken werden ingezien. voorgaanden Voor wat betreft de aan de basis van huidig geschil liggende feiten, de vorderingen en het verweer van de partijen verwijst het hof naar het tussenarrest van 07.06.2007, waar deze omstandig werden uiteengezet. In dit tussenarrest werden het hoger beroep, het incidenteel beroep en de voor het eerst voor het hof gestelde vorderingen ontvankelijk verklaard. Verder werden de debatten ambtshalve heropend teneinde partijen toe te laten bijkomende informatie/verduidelijkingen/vertalingen van in het Frans gestelde stukken aan het hof te bezorgen, evenals het volledig bundel van de voor de rechtbank van koophandel te Brugge, afdeling Oostende, gevoerde procedure. In hun conclusies na tussenarrest volharden beide partijen in hun respectieve standpunten, met dien verstande: - dat SOFAM, gelet op de inwerkingtreding van de wet van 21.04.2007 inzake de verhaalbaarheid van advocatenkosten en -erelonen, afstand doet van haar vordering uit hoofde van kosten voor bijstand van een advocaat. In de plaats daarvan vraagt zij dat haar zowel voor de procedure voor de eerste rechter als voor de beroepsprocedure de maximale (nieuwe) rechtsplegingsvergoeding wordt toegekend, met name telkens 10.000,00 euro; - dat de curator van het inmiddels bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Brugge failliet verklaarde NV AVM vraagt dat indien de vordering van SOFAM in enigerlei mate wordt toegekend, geen veroordeling tot betaling kan worden uitgesproken, maar hoogstens voor recht kan worden gezegd dat SOFAM beschikt over een schuldvordering jegens AVM voor een bepaald bedrag, waarna zij dan opname van haar schuldvordering zal moeten vragen aan de rechtbank van koophandel te Brugge. beoordeling

  1. aangevoerde inbreuk op het adaptatierecht van de modellen van postkaarten 1.1 De BVBA Wilemma - nl. de vennootschap van C. P. die net als P. zelf vennoot is van SOFAM, dat de auteursrechten van P. en van Wilemma beheert - heeft in november 2000 het reproductierecht van negen "créations graphiques" (grafische creaties) overgedragen aan AVM. Op de factuur van 07.11.2000 werd in verband met de omvang en de draagwijdte van het overgedragen reproductierecht vermeld dat het ging om een gebruiksrecht voor de commercialisering in de Benelux van negen "modellen van zichtkaarten" ("modèles de cartes de vues ") voor een periode van een jaar. Verder werd bepaald dat enkel de teksten "La Côte d'Opale" en "Le Littoral" op de voorkant van de zichtkaarten mochten worden vertaald ("traduit") teneinde de kaarten te adapteren aan de Nederlandstalige markt. Tenslotte werd er uitdrukkelijk bepaald dat geen enkele andere, zelfs gedeeltelijke wijziging, toegelaten was ("aucune autre modification, même partielle, ne sera autorisée"). Begin 2002 heeft Wilemma vastgesteld dat AVM zichtkaarten op de markt bracht met dezelfde lay-out als die van bepaalde van de voormelde "modellen van zichtkaarten", maar waarbij een ander opschrift dan de vertaling van "Le Littoral" werd gebruikt (met name o.a. de namen van Belgische Badsteden zoals "Wenduine", "Heist", "Westende" enz., alsook namen van Nederlandse plaatsen, zoals "Texel" enz.) en waarbij ook andere foto's waren gebruikt dan de foto's die Wilemma in de negen "modellen van zichtkaarten" had verwerkt. Aldus werden in totaal 99 zichtkaarten aangetroffen, waarvan er volgens Wilemma 56 niet toegelaten adaptaties zijn van haar modellen van zichtkaarten. Op alle 99 zichtkaarten waren bovendien foto's gereproduceerd die op de postkaartmodellen van Wilemma voorkwamen. Op deze 99 postkaarten werd de naam van de heer P. niet vermeld. AVM argumenteert dat haar het reproductierecht van negen "grafische modellen", wat volgens haar wil zeggen de lay-out van deze modellen, werd overgedragen, met het recht om het opschrift te wijzigen met het oog op de commercialisering op de Nederlandstalige markt, zodat er van enige inbreuk op het auteursrecht geen sprake kan zijn. 1.2 In tegenstelling tot de eerste rechter is het hof van oordeel dat AVM in deze argumentatie niet kan worden bijgetreden. Zoals gezegd werd aan AVM het reproductierecht van negen "grafische creaties", nader gespecificeerd als het gebruiksrecht van negen "modellen van zichtkaarten", overgedragen. Daarbij werd uitdrukkelijk bedongen enkel de tekst "La Côte d'Opale" en "Le Littoral" mocht worden vertaald en dat geen enkele andere, zelfs gedeeltelijke aanpassing toegelaten was. AVM kan niet worden gevolgd waar het stelt dat het gebruik van de term "modellen van zichtkaarten" slechts kan slaan op het model van de kaart, met andere woorden op de specifieke lay-out en de specifieke schikking van de tekst en foto's op de kaart, terwijl dit niet zou slaan op de foto's zelf die binnen deze lay-out zijn opgenomen, zodat zij het recht had om binnen de lay-out andere foto's en andere opschriften dan de vertaling van "Le Littoral" te gebruiken. Ten eerste kan dit niet worden afgeleid uit het feit dat de term "modellen van zichtkaarten" werd gebruikt in plaats van zonder meer de term "zichtkaarten". Het gebruik van de termen "modellen van zichtkaarten" ("modèles de cartes de vues") en "grafische creaties" ("créations graphiques") kan perfect worden verklaard door het feit dat de kwestieuze zichtkaarten inderdaad grafische creaties waren, waarbij diverse kleinere foto's werden geplaatst tegen een bepaalde achtergrond. Dat de term "model van zichtkaarten" werd gebruikt kan ook worden verklaard door het feit dat er een - weliswaar zeer beperkt - adaptatierecht was, nl. om het opschrift van de kaarten te vertalen naar het Nederlands. Ook dit kan verklaren waarom niet louter van de overdracht van het reproductierecht van "zichtkaarten" zonder meer werd gesproken. Het gebruik van de term "model" wijst dus niet noodzakelijk naar de lay-out van de kaarten. Voorts wijst SOFAM er terecht op dat de structuur, de lay-out van diverse van de negen modellen van zichtkaarten identiek of nagenoeg identiek is. Dit is met name het geval voor de lay-out van de kaarten L21 (10/07), L22 (10/08) en L23 (10/09) die identiek of nagenoeg identiek is, nl. een wit-blauwe achtergrondfoto en op de voorgrond zes kleine foto's onder het opschrift "Le Littoral". Ook de lay-out van de kaarten L05 (10/03) en L06 (10/4) is identiek. Welnu, voor AVM was het uiteraard zinledig om diverse keren dezelfde of nagenoeg dezelfde lay-out van zichtkaarten aan te kopen. Indien bijgevolg deze zichtkaarten met dezelfde of nagenoeg dezelfde lay-out afzonderlijk werden verkocht, kan dit niets anders betekenen dan dat het reproductierecht sloeg op de zichtkaarten inclusief de specifieke foto's die erop voorkwamen. Tenslotte dient erop gewezen te worden dat zelfs indien er nog enige twijfel zou kunnen bestaan over de vraag of met "modellen van zichtkaarten" enkel de lay-out dan wel de zichtkaart inclusief de gebruikte foto's moet worden begrepen, deze twijfel in het voordeel van de auteur moet worden geïnterpreteerd. Overeenkomstig artikel 3 §1, 3e lid van de Auteurswet dienen contractuele bedingen met betrekking tot het auteursrecht en de exploitatiewijzen ervan immers restrictief te worden geïnterpreteerd. In voorliggend geval betekent dit dat moet worden geopteerd voor de interpretatie waarbij het recht van AVM om wijzigingen aan te brengen aan de "modellen van zichtkaarten" van Wilemma, beperkt wordt opgevat. Besloten moet dan ook worden dat de overdracht van het reproductierecht van de negen modellen van zichtkaarten inhield dat AVM enkel en alleen het opschrift van de zichtkaarten mocht vertalen voor gebruik op de Nederlandstalige markt, dat zij geen enkele andere wijziging mocht aanbrengen en dat zij bijgevolg een inbreuk op het auteursrecht van Wilemma/P. pleegde door kaarten met dezelfde lay-out als deze van de modellen maar met andere foto's en met andere opschriften op de markt te brengen. Wat de opschriften betreft dient daarbij nog te worden opgemerkt dat op de negen modellen (zie stuk 10 SOFAM) enkel het opschrift "Le Littoral" voorkomt - en dus niet "La Côte d'Opale", zoals blijkbaar per vergissing op de factuur werd vermeld - zodat deze zichtkaarten na vertaling perfect commercialiseerbaar waren op de Nederlandstalige markt, dit des te meer nu de foto's die in de zichtkaarten zijn verwerkt niet gelinkt zijn aan of verwijzen naar een welbepaalde plaats. Over de schade die de vennoten van SOFAM hebben geleden door de inbreuk op hun auteursrecht wordt hierna onder punt 3 geoordeeld.
  2. aangevoerde onrechtmatige reproductie van foto's 2.1 De vennoten van SOFAM - aanvankelijk de heer P. zelf, nadien zijn vennootschap Wilemma - hebben vanaf 1996 tot 2000 diverse dia's verkocht aan AVM. Het betreft dia's van enerzijds diverse taferelen en zichten aan de kust en anderzijds van voornamelijk historische gebouwen in Belgische steden (Gent, Brugge, Brussel, Veurne). Diverse van deze foto's werden door AVM gecommercialiseerd, met name hoofdzakelijk gebruikt op zichtkaarten. Sommige foto's werden ook gebruikt in toeristische gidsen en kalenders. SOFAM stelt dat aldus het auteursrecht van haar vennoten werd miskend en vordert vergoeding van de geleden schade. AVM argumenteert in hoofdorde dat de foto's niet auteursrechtelijk beschermd zijn en ondergeschikt dat het reproductierecht over de foto's haar wel degelijk werd overgedragen, hetgeen o.m. zou blijken uit de houding van P. en W., die jarenlang geen enkele opmerking hebben geformuleerd over de commerciële aanwending van de foto's. 2.2 AVM kan niet worden bijgetreden waar zij stelt dat de aan haar verkochte foto's geen auteursrechtelijke bescherming genieten. Om auteursrechtelijke bescherming te genieten, is het nodig maar voldoende dat een werk de uitdrukking is van de intellectuele inspanning van de maker ervan, welke voorwaarde onontbeerlijk is om aan het werk het vereist individueel karakter te geven waardoor een schepping ontstaat (vgl. Cass. 27.04.1989, Pas. 1989, I, 908; Cass. 10.12.1998 website cassatie). Het is daarbij niet vereist dat het werk nieuw is, noch dat het esthetische of artistieke waarde heeft. Het dient enkel oorspronkelijk te zijn, wat inhoudt dat het de persoonlijke stempel draagt van de auteur. Dat laatste is het geval wanneer het werk de uitdrukking is van een intellectuele inspanning van de auteur. De foto's die P./Wilemma hebben verkocht aan AVM voldoen aan deze vereiste. Zij zijn zonder twijfel het resultaat van een intellectuele inspanning van de heer P. en dragen als dusdanig zijn persoonlijke stempel. In het algemeen kan daarbij worden opgemerkt dat het hier zeker niet gaat om lukraak gemaakte foto's, maar om foto's die door een professioneel fotograaf werden genomen met de bedoeling om te worden gebruikt voor zichtkaarten en andere te commercialiseren dragers. Het spreekt voor zich dat in dergelijk geval door de fotograaf zal worden gezocht naar taferelen en zichten die potentiële kopers, naar verwachting, zullen aanspreken, wat hetgeen op zich al een intellectuele arbeid veronderstelt. Er mag worden aangenomen dat over de wijze waarop foto's worden genomen die dienstig moeten zijn voor zichtkaarten en andere dragers, wordt nagedacht. Bij het nazicht van de diverse foto's - die het hof één voor één bekeken heeft - blijkt dat ook wel degelijk het geval te zijn geweest. Het gaat - en dit geldt zowel voor de foto's in verband met het thema "kust" als voor de foto's van de steden - om foto's waarbij bijzondere aandacht is besteed aan: - compositie, kleurschakering en contrast (zie wat dit betreft in het bijzonder de foto's stuk 35d/2, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 13, 14, 15, 22, 51, 65, 70, 71; zie ook foto 35a/2, 3, 4); - perspectief en verlichting/belichting van de gefotografeerde gebouwen en objecten, alsook de plaatsing/inkadering ervan in de foto (zie bijvoorbeeld alle 20 foto's in stuk 35e, foto 35b, 35c) en van de inval van het zonlicht (35a/4, 6); - de hoek waaruit de foto's werden genomen en het moment waarop (zie bijv. de foto's met opspattend zeewater zoals 35a/3, 5 en 35d/39, 40, foto's van het strand en van de zeedijk vanuit een welbepaalde hoek); - bepaalde effecten, zoals een scherpe voorgrond tegen een wazige achtergrond (in het bijzonder foto 35a 4, 35d/38). Aan de voormelde elementen is bij alle foto's, in meerdere of in mindere mate, aandacht besteed. Zij zijn derhalve de vrucht van een intellectuele inspanning en dragen de persoonlijke stempel van de auteur. Dat deze foto's eventueel ook door een andere fotograaf zouden kunnen worden gemaakt - waarbij al mag worden opgemerkt dat de foto's zeker niet door de eerste de beste amateur zouden kunnen worden getrokken, wat ongetwijfeld de reden is waarom AVM beroep heeft gedaan op een professioneel fotograaf - doet daaraan geen afbreuk. Het is niet omdat een creatie kan worden overgedaan door een andere dan de auteur, dat deze ophoudt zijn persoonlijke stempel te dragen. 2.3 AVM kan evenmin worden gevolgd waar zij stelt dat door P./Wilemma afstand werd gedaan van het reproductierecht op de foto's. Luidens artikel 3 §1, 2e lid van de Auteurswet worden alle contracten ten aanzien van de auteur schriftelijk bewezen, regel die uiteraard ook van toepassing is op contracten houdende afstand van het reproductierecht op een creatie. Bovendien dienen, zoals hiervoor reeds beklemtoond, contractuele bedingen met betrekking tot het auteursrecht en de exploitatiewijzen ervan restrictief te worden geïnterpreteerd (art. 3 §1, 3e lid Auteurswet). Terzake ligt geen schriftelijk bewijs voor dat Potigny/Wilemma de reproductierechten op de foto's aan AVM hebben overgedragen. Dat geldt zeker voor de dia's verkocht in 1996-1997 waarop geen enkele vermelding in verband met reproductierechten voorkomt (zie stukken 45/1 tot en met 45/7). Ook voor de dia's die in 1998 (factuur nr. 9810083 d.d. 02.10.1998) en in 1999 (factuur nr. 990901013 d.d. 08.09.1999) werden verkocht, ligt geen schriftelijk bewijs van overdracht van het reproductierecht voor. De op deze facturen voorkomende vermelding "AFSTAND VAN REPRODUCTIE - GEEN" houdt geenszins het bewijs in dat de reproductierechten werden overgedragen. Deze vermelding kan naar het oordeel van het hof geen andere betekenis hebben dan een bevestiging dat de reproductierechten niet werden overgedragen. De uitleg die AVM geeft, nl. dat "afstand van reproductie" een affirmatie zou zijn dat de rechten worden overgedragen en dat "geen" zou slaan op de prijs en dus zou betekenen dat geen prijs/vergoeding werd gevraagd voor de reproductierechten, is gekunsteld en overtuigt niet. De vermelding "geen" staat overigens niet in de kolom waarin de prijs wordt vermeld, maar volgt onmiddellijk na "afstand van reproductie" in de kolom "beschrijving". Daarbij dient te worden opgemerkt dat de verklaring van de vennoten van SOFAM, nl. dat AVM foto's kocht voor de aanleg van een collectie/diatheek en dan nadien uit deze collectie de foto's koos die zij zou commercialiseren, waarbij het de bedoeling was dat alsdan de reproductierechten zouden worden betaald, steun vindt in de voorliggende facturen waarop herhaaldelijk na "diapositives" is vermeld "(diatheque)". Dit verklaart waarom dia's werden verkocht zonder dat meteen ook de reproductierechten erop werden overgedragen. Tenslotte kan uit de houding van P./Wilemma - die inderdaad lange tijd geen aanspraak hebben gemaakt op een vergoeding voor reproductierechten, terwijl zij wisten dat diverse van hun foto's door AVM werden gecommercialiseerd - niet met zekerheid worden afgeleid dat zij definitief afstand hebben gedaan van het reproductierecht. De uitleg die zij geven voor het jarenlang niet opvorderen van de reproductierechten, nl. dat dit door de vingers werd gezien in de hoop op een nauwere samenwerking met of mogelijk een job bij AVM, is plausibel en heeft in elke geval tot gevolg dat de houding van P. niet éénduidig wijst op een afstand van reproductierechten. Dat er afstand werd gedaan van reproductierechten kan overigens zeker niet worden aangenomen voor de in 1998 en 1999 verkochte dia's nu op de facturen uitdrukkelijk het tegenovergestelde werd vermeld ("afstand van reproductie: geen"). Besloten moet dan ook worden dat de reproductierechten door de vennoten van SOFAM niet aan AVM werden overgedragen, zodat ook hier het auteursrecht werd geschonden door de commercialisering van de foto's, voor een deel ervan bovendien zonder naamsvermelding van de auteur.
  3. schadevergoeding 3.1 SOFAM vordert een schadevergoeding van in totaal 173.844,44 euro. Deze vergoeding werd berekend op basis van de SOFAM-tarieven, waarnaar verwezen werd in de verkoopsvoorwaarden van P.-Wilemma op de rugzijde van hun facturen. Bij deze berekening (p. 36-44 syntheseconclusies SOFAM) wordt uitgegaan van een oplage van 50.000 exemplaren wat de postkaarten betreft en 5.000 exemplaren voor de kalenders. 3.2 De SOFAM-tarieven kunnen niet worden geacht deel uit te maken van het tussen P./Wilemma en AVM gesloten contract. In de door SOFAM onder haar stuk 6 neergelegde algemene verkoopsvoorwaarden wordt weliswaar verwezen naar deze SOFAM-tarieven, maar deze tarieven zelf worden in de verkoopsvoorwaarden niet vermeld. AVM kan dan ook niet worden geacht daarmee te hebben ingestemd. Dit geldt des te meer nu deze tarieven toch wel zeer aanzienlijke vergoedingen voorzien in geval van gebruik van het werk zonder toestemming (200 % van de basisvergoeding) en zonder naamsvermelding (nog eens 100 % van de basisvergoeding). Indien P.-Wilemma wensten dat deze zeer aanzienlijke vergoedingen voor AVM bindend zouden zijn, diende zij haar van deze tarieven in het bijzonder in te lichten, bijvoorbeeld door opname ervan in haar algemene voorwaarden. Deze SOFAM-tarieven kunnen ook niet zomaar als "algemeen geldend gebruik" worden toegepast. Bij gebrek aan contractueel overeengekomen vergoeding dient de schade ingevolge de inbreuk op het auteursrecht in concreto te worden begroot, niet door de verwijzing naar tarieven, waarvan overigens niet duidelijk is op welke basis en op grond van welke begrotingselementen deze werden vastgesteld. 3.3 SOFAM kan in de eerste plaats aanspraak maken op de basisvergoeding, dit is de vergoeding die AVM normaal had moeten betalen voor de overdracht van de reproductierechten of voor de verder gaande adaptatierechten dan degene die werden toegestaan (wat de "modellen van zichtkaarten" betreft). Daarbij dient, teneinde de schade zo concreet mogelijk te begroten, aansluiting te worden gezocht bij de prijzen die effectief werden gevraagd door P./Wilemma, niet bij de door SOFAM aanbevolen basisvergoedingen. Richting gevend daarvoor is de factuur nr. 20001160 van 07.11.2000 waarbij: - voor het reproductierecht gedurende een jaar op de modellen van zichtkaarten een vergoeding van 2.000 BEF (49,58 EUR) werd aangerekend; - voor het reproductierecht van een dia voor een periode van een jaar voor postkaarten met een oplage van 3.000 exemplaren, een vergoeding van 1.500 BEF (37,18 EUR). Het hof is van oordeel dat, uitgaande van deze tarieven en bij gebrek aan gegevens over de oplage van de postkaarten en kalenders (gegevens die ingevolge het faillissement niet meer kunnen worden bekomen), de geleden schade als volgt passend wordt vergoed. a. voor de 56 modellen van zichtkaarten die onrechtmatig werden gewijzigd, komt een basisvergoeding gelijk aan de prijs voor de overdracht van het reproductierecht op de modellen van zichtkaarten passend voor. Derhalve: 49,58 euro (2.000 BEF) x 56 = 2.776,48 euro; b. voor de reproductie van foto's komt het niet aangewezen voor om de basisvergoeding te berekenen per postkaart of andere drager waarop een bepaalde foto voorkomt. Het is meer passend om per foto die door AVM werd gecommercialiseerd één basisvergoeding toe te kennen die aansluit bij de prijzen die partijen concreet hanteerden. Rekening houdend met het feit dat de meeste foto's alleen op postkaarten werden afgedrukt, maar sommige ook op andere dragers (kalenders of toeristische gidsen) en bij gebrek aan concrete gegevens over oplage en duurtijd van het gebruik, komt een vergoeding in billijkheid begroot op 60,00 euro per foto passend voor. Vermits in totaal 156 aan AVM verkochte dia's werden aangetroffen op postkaarten, kalenders, toeristische gidsen (zie de optelsom van de op facturen, stuk 45 van SOFAM, vermelde aantallen "geïdentificeerde foto's"), kan als basisvergoeding voor de foto's worden toegekend: 156 x 60,00 euro = 9.360,00 euro. Uit hoofde van basisvergoeding is dus toewijsbaar: 2.776,48 euro + 9.360,00 euro = 12.136,48 euro. 3.4 Daarnaast kan SOFAM aanspraak maken op de bijkomende schade en kosten die haar vennoten hebben geleden door de inbreuken op het auteursrecht. Deze schade bestaat ten eerste, in het bijzonder wat die reproducties betreft waarop de naam van de auteur niet werd vermeld, uit het verlies aan een kans om naambekendheid te verwerven. Deze schade, die uit haar aard niet voor exacte begroting vatbaar is, wordt op passende wijze vergoed door toekenning van één globaal in billijkheid begroot bedrag - dus niet door toekenning van een bedrag per drager waarop de naam van de auteur niet werd vermeld -, waarbij rekening wordt gehouden met het feit dat het niet hebben kunnen verwerven van naambekendheid enerzijds reëel is, maar anderzijds ook niet mag worden overdreven. Een globale vergoeding van 5.000,00 euro komt passend voor. Voorts zijn er kosten geweest voor het opsporen van de inbreuken. Ook deze zijn niet exact becijferbaar. In billijkheid kan een bedrag van 1.250,00 euro worden toegekend. Andere schade ingevolge de inbreuken wordt niet bewezen. Daarbij dient opgemerkt dat het in voorliggend geval niet aannemelijk is dat P./Wilemma geschokt waren door het aantreffen van hun foto's op diverse dragers zonder dat zij hun toestemming daartoe hadden verleend, nu de foto's bestemd waren voor commercialisering op de betreffende dragers en de toestemming, ware ze gevraagd, ongetwijfeld zou zijn gegeven. Een vergoeding om onrechtmatig gebruik van auteursrechten te ontmoedigen en speculatie op de niet-ontdekking van misbruik te vermijden, kan niet worden toegekend nu dit zou neerkomen op een private boete waarvoor naar Belgisch recht geen ruimte is. 3.5 Besluit: in totaal kan worden toegekend: 12.136,48 euro + 6.250,00 euro = 18.386,48 euro, te vermeerderen met vergoedende interest vanaf 01.01.2002 zoals gevorderd. Gelet op het faillissement kan de curator niet wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag. Er kan slechts voor recht worden gezegd dat SOFAM beschikt over een vordering jegens AVM voor dit bedrag.
  4. gedingkosten Het komt passend voor om de gedingkosten in beide aanleggen ten laste te leggen van AVM, als in het ongelijk gestelde partij. De procedure voor de eerste rechter heeft zich volledig afgespeeld vóór de inwerkingtreding van de wet van 21.04.2007 inzake de verhaalbaarheid van advocatenerelonen en -kosten, die geen terugwerkende kracht heeft en die per aanleg van toepassing is. Voor deze aanleg kan bijgevolg slechts aanspraak worden gemaakt op de vroegere rechtsplegingsvergoeding. Wat de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep betreft, zijn de nieuwe tarieven van toepassing. Gelet op het tussengekomen faillissement en het feit dat de kosteloze rechtspleging werd bevolen in het faillissementsvonnis, dient deze te worden bepaald op de minimumvergoeding van 1.000,00 euro. Ook wat de gedingkosten betreft, kan geen veroordeling worden uitgesproken, behoudens wat de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep betreft en dit voor de totaliteit ervan, gelet op het feit dat de curator het geding heeft verdergezet. OP DIE GRONDEN, HET HOF, recht doende op tegenspraak, gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; Zegt voor recht dat SOFAM SV beschikt over een vordering jegens NV AVM voor een bedrag van 18.386,48 euro, te vermeerderen met vergoedende interest aan de wettelijke interestvoet vanaf 01.01.2002 tot heden en vanaf heden met moratoire interest eveneens aan de wettelijke interestvoet tot de dag der betaling. Zegt voor recht dat SOFAM SV eveneens beschikt over een vordering tegen NV AVM uit hoofde van de navolgende gedingkosten: - dagvaarding en rolstelling: 252,56 euro - rolrecht hoger beroep: 186,00 euro - rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg: 356,97 euro. Veroordeelt mr. J. M., in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van de NV AVM tot betaling aan SOFAM SV van de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep, begroot op 1.000,00 euro. Aldus gewezen door de EERSTE KAMER van het hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken, samengesteld uit: D. FLOREN, raadsheer-wnd. voorzitter, G. JOCQUE, raadsheer, B. WYLLEMAN, raadsheer, en uitgesproken door de raadsheer-wnd. voorzitter van de kamer in openbare terechtzitting op TWAALF MAART TWEEDUIZEND EN NEGEN, bijgestaan door D. VAN DEN DRIESSCHE, griffier. D. Van den Driessche B. Wylleman G. Jocqué D. Floren rep.nr. 2009/ Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.