← België

ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090402.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 02 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090402.8 Rolnummer: 2008/AR/886 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-06-09 Raadplegingen: 83 - laatst gezien 2026-07-02 19:30 Fiche Wanneer de rechter machtiging verleent om een akte van geboorte of een akte van bekendheid te vervangen door een beëdigde verklaring, in plaats van, zoals door verzoeker gevraagd, een akte van bekendheid te homologeren, kan dit niet worden rechtgezet door middel van een verbeterend vonnis, aangezien hierdoor de in het oorspronkelijk vonnis bevestigde rechten worden gewijzigd. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Behandeling van de zaak - Vonnis - Uitlegging en verbetering Vrije woorden: Verbetering van een vonnis - wijziging van de vordering is geen verbetering van een materiële vergissing. Tekst van de beslissing HOF VAN BEROEP TE GENT *** 1e kamer *** terechtzitting van 02 april 2009 W.B.N. (nietig vonnis - schending art. 779 Ger.W. - verzoek tot verbetering vonnis ongegrond) 2008/AR/886 in de zaak van: de PROCUREUR DES KONINGS bij de RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUGGE, in de persoon van eerste substituut-procureur des Konings Hilde Deslypere, het ambt uitoefenend van openbaar ministerie, in graad van beroep waargenomen door de PROCUREUR-GENERAAL bij het HOF VAN BEROEP TE GENT, met kabinet in het gerechtsgebouw te 9000 GENT, Koophandelsplein 23, appellant, verschijnend in de persoon van advocaat-generaal Louis Vandenberghe, tegen: J. A., geboren op , volgens het ene document te (), volgens het andere te (, thans ), van nationaliteit, wonende te , geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. DEKUYPER Marnix, advocaat te 8400 OOSTENDE, Léon Spillaertstraat 45 bus 1 wijst het hof het volgend arrest: Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van dit hof op 28 maart 2008 heeft de procureur des Konings te Brugge (thans de procureur-generaal bij dit hof) tijdig en op regelmatige wijze hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 11 maart 2008, op tegenspraak gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, zevende kamer. De partijen werden gehoord in openbare terechtzitting en de neergelegde conclusies en stukken werden ingezien. voorgaanden

  1. A. J. (hierna genoemd geïntimeerde), geboren te (voorheen , thans ) op , bekwam bij beschikking van de vrederechter van het eerste kanton te Oostende van 29 juni 2007 een akte van bekendheid, in vervanging van een geboorteakte, in het kader van een aanvraag tot verkrijging van de Belgische nationaliteit (artikel 5, §1 en 2 van het Wetboek van de Belgische Nationaliteit). Deze akte van bekendheid diende te worden gehomologeerd door de rechtbank van eerste aanleg te Brugge en geïntimeerde legde daartoe op 10 juli 2007 een verzoekschrift neer ter griffie van de rechtbank. Deze procedure mondde op 13 november 2007 uit in een vonnis van de zevende kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, waarbij geïntimeerde werd gemachtigd "om met het oog op een procedure tot het bekomen van de Belgische nationaliteit, de akte van geboorte en de akte van bekendheid te vervangen door een beëdigde verklaring". Geïntimeerde is de mening toegedaan dat dit vonnis behept is met een materiële vergissing aangezien zij in haar eenzijdig verzoekschrift niet had verzocht om een dergelijke machtiging, maar om de homologatie van de haar op 29 juni 2007 door de vrederechter over het eerste kanton te Oostende verleende akte van bekendheid in vervanging van de geboorteakte. Bij verzoekschrift neergelegd op 23 november 2007 vraagt zij deze materiële vergissing vast te stellen en te statueren dat het beschikkend gedeelte van het vonnis van 13 november 2007, uitgesproken door de zevende kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, dient verbeterd te worden in die zin dat de akte van bekendheid van 29 juni 2007 wordt gehomologeerd.
  2. Het thans bestreden vonnis verklaart de vordering van geïntimeerde toelaatbaar en gegrond, en zegt voor recht dat het dispositief van het vonnis van 13 november 2007 dient te worden gelezen als volgt: "HOMOLOGEERT met het oog op een procedure tot het bekomen van de Belgische nationaliteit, de akte van bekendheid opgesteld door de Vrederechter van het eerste kanton te Oostende, in datum van 29.6.2007 op naam van J. A., geboren te () op , van nationaliteit, ongehuwd, wonende te , en die bestemd is ter vervanging van de geboorte-akte van verzoekster".
  3. Het openbaar ministerie, dat in hoofdorde besluit tot de nietigheid van het bestreden vonnis wegens de miskenning van artikel 779 van het gerechtelijk wetboek, is het niet eens met deze beslissing. Volgens appellant kan de rechter enkel verschrijvingen of misrekeningen die in een door hem gewezen beslissing voorkomen, verbeteren, zonder evenwel de daarin bevestigde rechten uit te breiden, te beperken of te wijzigen (artikel 794 van het gerechtelijk wetboek). Nu in het verbeterend vonnis aan geïntimeerde andere rechten worden toegekend, is het openbaar ministerie van oordeel dat de vordering van geïntimeerde diende te worden afgewezen.
  4. Geïntimeerde gedraagt zich naar het oordeel van het hof. beoordeling
  5. Met het openbaar ministerie moet worden vastgesteld dat uit de zittingsbladen blijkt dat ondervoorzitter Johan Verhaeghen op 22 januari 2008 het openbaar ministerie heeft gehoord in de lezing van het schriftelijk advies. Aan de verzoekende partij werd een termijn toegekend voor schriftelijke repliek, waarna hij op 12 februari 2008 de zaak in beraad heeft genomen en voor uitspraak gesteld op de zitting van de zevende kamer van 11 maart
  6. Desalniettemin blijkt dat het op 11 maart 2008 uitgesproken vonnis werd gewezen door rechter Liesbet Macours, zonder dat enige aanwijzing daartoe voorligt. Dienvolgens moet worden besloten dat de op straffe van nietigheid door artikel 779 van het gerechtelijk wetboek voorgeschreven bepalingen niet werden nageleefd. Het bestreden vonnis is derhalve nietig en het hof dient de zaak tot zich te trekken, overeenkomstig artikel 1068 van het gerechtelijk wetboek.
  7. Waar het vonnis van de zevende kamer in de rechtbank van eerste aanleg te Brugge van 13 november 2007 geïntimeerde machtigt om de akte van geboorte en de akte van bekendheid te vervangen door een beëdigde verklaring, vraagt geïntimeerde in het op 23 november 2007 neergelegd verzoekschrift het beschikkend gedeelte te verbeteren (wijzigen) in die zin dat de akte van bekendheid opgesteld door de vrederechter van het eerste kanton te Oostende op 29 juni 2007, wordt gehomologeerd. Het thans bestreden vonnis, dat op dit verzoek ingaat, is strijdig met artikel 794 van het gerechtelijk wetboek, aangezien de rechter enkel verschrijvingen of misrekeningen die in een door hem gewezen beslissing voorkomen, kan verbeteren, zonder evenwel de daarin bevestigde rechten uit te breiden, te beperken of te wijzigen. Dit laatste is ten deze het geval, nu het verlenen van de machtiging om een akte van bekendheid te vervangen door een beëdigde verklaring en de homologatie van een akte van bekendheid totaal verschillende rechtshandelingen betreft. Bijgevolg is het hoger beroep gegrond en dient de vordering van geïntimeerde te worden afgewezen. OP DIE GRONDEN, HET HOF, recht doende op tegenspraak, gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep toelaatbaar en gegrond. Doet het bestreden vonnis teniet en opnieuw wijzende: Wijst het verzoek van geïntimeerde, zoals geformuleerd in het verzoekschrift van 23 november 2007, af als ongegrond. Verwijst geïntimeerde de kosten van de beide instanties, die aan haar zijde niet dienen te worden begroot daar zij haar ten laste blijven, en aan de zijde van geïntimeerde vereffend worden op nihil. Aldus gewezen door de EERSTE KAMER van het hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken, samengesteld uit: D. FLOREN, raadsheer-wnd. voorzitter, G. JOCQUE, raadsheer, B. WYLLEMAN, raadsheer, en uitgesproken door de raadsheer-wnd. voorzitter van de kamer in openbare terechtzitting op TWEE APRIL TWEEDUIZEND EN NEGEN, bijgestaan door D. VAN DEN DRIESSCHE, griffier. D. Van den Driessche B. Wylleman G. Jocqué D. Floren rep.nr. 2009/ Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.