id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 20 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090420.5 Rolnummer: 2008/AR/454 Rechtsgebied: Intellectuele eigendom Invoerdatum: 2009-05-26 Raadplegingen: 94 - laatst gezien 2026-07-02 19:35 Fiche - de wet van 26 juni 2003 werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 9 september 2003 en trad in werking op 19 september 2003. - Enkel het wederrechtelijk laten registreren van een domeinnaam, is vatbaar tot staking, niet de instandhouding van een domeinnaam die geregistreerd werd voor de inwerkingtreding van de wet. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INTELLECTUELE RECHTEN - Domeinnaam Vrije woorden: - artikel 4 wet van 26 juni 2003 betreffende het wederrechtelijk registreren van domeinnamen ('domeinnaamwet') - overgang - werking in de tijd. Tekst van de beslissing Hof van beroepte Gent 7de bis Kamer________________ Terechtzittingvan20 april 2009________________ Domeinnaam________________ 2008/AR/454 - In de zaak van: JUSTIN MONARD PRO-VINO N.V., met maatschappelijke zetel te 3520 ZONHOVEN, Industrieweg 2087, met ondernemingsnummer 0415.212.953, appellante,hebbende als raadsman mr. DOUKHOPELNIKOFF Stephan, advocaat te 3800 SINT-TRUIDEN, Tiensesteenweg 62/1 tegen: D. P., handeldrijvend onder PROVINO, wonende te .................................., ingeschreven met ondernemingsnummer 0683.399.147, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. MEESE Joachim, advocaat te 9820 MERELBEKE, Jozef Hebbelynckstraat 2 velt het hof het volgend arrest: Partijen werden gehoord ter openbare terechtzitting in hun middelen en conclusies, alsook werden hun stukken ingezien. 1.Bij verzoekschrift, neergelegd op 19 februari 2008, heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 19 december 2007 op tegenspraak gewezen door de Voorzitter van de rechtbank van koophandel te Veurne, zetelend zoals in kortgeding (A/06/00159). Een exploot van betekening ligt niet voor. Feiten en procedure in eerste aanleg 2.De NV JUSTIN MONARD PRO VINO (hierna: "appellante") is wijnhandelaar te 3520 Zonhoven en draagt reeds sinds haar oprichting (30 jaar geleden) de benaming "PRO VINO" in haar handelsnaam. Toen zij "PROVINO" wilde registreren als domeinnaam, bleek deze reeds te zijn vastgelegd door P. D. (hierna: "geïntimeerde"), groothandelaar in wijnen en andere dranken te Oostduinkerke, handeldrijvende sinds 1999 onder de naam "PROVINO", die sedert 21 augustus 2003 de domeinnaam www.Provino.be liet registreren bij DNS België. Appellante stelde op 10 oktober 2005 geïntimeerde in gebreke, die bij schrijven van 19 oktober 2005 de aanspraken van appellante op de domeinnaam betwistte. Volgens appellante is er ernstig verwarringsgevaar bij het publiek (zelfde handelsbenaming, handelsactiviteiten en territorium) en wordt haar cliënteel afgeworven. Ze beroept zich op artikel 4 van de Wet van 26 juni 2003 betreffende het wederrechtelijk registreren van domeinnamen om de staking van het gebruik van deze domeinnaam te vorderen. Bij dagvaarding, betekend op 16 maart 2006, vorderde appellante:
(1)aan geïntimeerde verbod op te leggen om de domeinnaam www.Provino.be nog verder te gebruiken;
(2)het vonnis mede te delen aan DNS België, zodat deze instantie het nodige kan doen tot schrapping van deze domeinnaam;
(3)de aanplakking van dit vonnis te bevelen in de showroom van geïntimeerde gedurende één maand, evenals de publicatie in een magazine van deze sector;
(4)dit alles onder verbeurte van een dwangsom van 5.000,00 EUR per dag vertraging na betekening van het vonnis;
(5)veroordeling van geïntimeerde tot de gedingkosten. Volgens geïntimeerde is de vordering onontvankelijk omdat de Wet van 26 juni 2003 nog niet in werking was op het ogenblik van de betrokken registratie. Ten gronde stelt hij dat er noch kwade trouw, noch wederrechtelijke registratie is. Hij beroept zich op de anterioriteitsregel en de conformiteit tussen de geregistreerde domeinnaam en zijn handelsbenaming. Appellante zou ook veeleer bekend zijn onder de naam "Justin Monard" en reeds op 2 september 2001 www.justinmonardprovino.be als domeinnaam hebben geregistreerd. Tenslotte wordt het beweerde verwarringsgevaar betwist. Geïntimeerde vorderde bij tegeneis een schadevergoeding van 2.500,00 EUR wegens tergend en roekeloos geding. Bij het vonnis a quo van 19 december 2007 oordeelde de Voorzitter:
(1)de hoofdvordering is niet ontvankelijk;
(2)de tegenvordering is ongegrond;
(3)appellante wordt tot de gedingkosten veroordeeld. Procedure in hoger beroep
- Het hoger beroep werd ingesteld door de oorspronkelijke eiseres. Appellante vraagt de vernietiging van het vonnis a quo en volhardt in haar oorspronkelijke vordering, thans aangevuld met de vordering om de overdracht van de betrokken domeinnaam aan appellante te horen bevelen. Geïntimeerde vraagt bevestiging van het vonnis a quo. Voor een gedetailleerde uiteenzetting van de grieven en argumenten van partijen, kan worden verwezen naar de beroepsakte en de conclusies. Beoordeling
- Art. 1057, 4° Ger.W. bepaalt dat de beroepsakte op straffe van nietigheid melding moet maken van de beslissing waartegen in hoger beroep wordt gekomen. In casu vermeldde appellante per materiële vergissing dat het vonnis a quo dateert van 19 december 2008 terwijl dit 19 december 2007 diende te zijn. Het Hof weerhoudt géén nietigheid van de beroepsakte op deze grond, omdat deze typefout nergens de belangen van geïntimeerde heeft geschaad. Ze wist precies welk vonnis a quo het betrof (rechtbank en rolnummer werden correct vermeld) en niets hinderde geïntimeerde om haar verdediging en conclusies op te stellen.
- Appellante beroept zich uitsluitend op Hoofdstuk II (Vordering tot staking), art. 4 van de Wet van 26 juni 2003 betreffende het wederrechtelijk registreren van domeinnamen ("Domeinnaamwet"), waarvan de tekst luidt: "De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, of, in voorkomend geval, de voorzitter van de rechtbank van koophandel, stelt het bestaan vast en beveelt de staking van elk wederrechtelijk registreren van een domeinnaam door een persoon met woonplaats of vestiging in België, en van elk wederrechtelijk registreren van een domeinnaam geregistreerd onder het BE-domein. Als het wederrechtelijk registreren van een domeinnaam wordt beschouwd, het, zonder enig recht of legitiem belang jegens die domeinnaam, en met het doel een derde te schaden of er een ongerechtvaardigd voordeel uit te halen, laten registreren door een officieel erkende instantie gemachtigd voor registratie, al dan niet via een tussenpersoon van een domeinnaam, die ofwel identiek is aan, of die zodanig overeenstemt dat hij verwarring kan scheppen met, onder meer, een merk, een geografische aanduiding of een benaming van oorsprong, een handelsnaam, een origineel werk, een naam van een vennootschap of van een vereniging, een geslachtsnaam of de naam van een geografische entiteit, die aan iemand anders toebehoort." In casu werd de domeinnaam www.provino.be door geïntimeerde reeds geregistreerd op 21 augustus 2003 (stuk 1 geïntimeerde), terwijl de Wet van 26 juni 2003 werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 9 september 2003 en pas in werking trad op 19 september
- Conform art. 2 B.W. beschikt de wet alleen voor de toekomst en heeft zij géén terugwerkende kracht. Terecht heeft de eerste rechter geoordeeld dat het enkel het wederrechtelijk laten registreren van een domeinnaam is, die vatbaar is voor een vordering tot staking en niet de instandhouding van een domeinnaam die geregistreerd werd vóór de inwerkingtreding van de wet. Anders oordelen zou inderdaad een voorwaarde toevoegen aan de wet. Terecht wees de eerste rechter de hoofdeis af als niet ontvankelijk, vermits appellante op basis van de Wet van 26 juni 2003 géén stakingsvordering kan instellen. Het hoger beroep is ongegrond. OM DEZE REDENEN, HET HOF, Recht doende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken. Verklaart het hoger beroep ontvankelijk, doch ongegrond. Bevestigt het bestreden vonnis. Veroordeelt appellante tot de gedingkosten van het hoger beroep, vereffend in hoofde van geïntimeerde op 1.200,00 EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, kamer zeven bis, op 20 april tweeduizend en negen.Aanwezig:dhr. Frank Deschoolmeester, raadsheer, wnd. kamervoorzitter; dhr. Yves Henderickx, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div