id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 20 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090420.6 Rolnummer: 2005/AR/2918 Rechtsgebied: Intellectuele eigendom Invoerdatum: 2009-07-02 Raadplegingen: 229 - laatst gezien 2026-07-02 19:35 Fiche Babyverzorgingstas die geen intellectuele stempel draagt die de op het ogenblik van de creatie aanwezige trends overstijgen - Geen bescherming. De Super Nanny babyverzorgingstas is niet auteursrechtelijk beschermd - Getoetst aan de algemene principes is deze tas niet origineel en de zin van de auteurswet. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INTELLECTUELE RECHTEN - Auteursrecht en Naburige rechten - Auteursrecht - Algemeen Vrije woorden: Auteursrecht - Algemene principes. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 7e Kamer ________ Terechtzitting van 20-04 2009 Nr. 2005/AR/2918 ------------------------- NA TUSSENARREST AUTEURSRECHT in de zaak van : B.V.B.A. PANDA, met maatschappelijke zetel te 9890 Gavere, Wannegatstraat 66 en met ondernemingsnummer 0420.767.687, appellante van de vonnissen van de eerste kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent gewezen op 20 september 2004 en 18 april 2005, hebbende als raadsman mr. Pierre De Keukelaere, advocaat met kantoor te 8000 Brugge, Zonnekemeers 19, tegen N.V. HOLDER, met maatschappelijke zetel te 2100 Antwerpen, Tweemontstraat 202, (voorheen de N.V. KIPLING BELGIUM, met maatschappelijke zetel te 2100 Antwerpen, Tweemontstraat 254) en met ondernemingsnummer 0466.367.783, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Thierry Van Innis, advocaat met kantoor te 1150 Brussel, Tervurenlaan 268 A, velt het Hof volgend arrest : Gegevens na het tussenarrest van 25 februari 2008 1. Het Hof verwijst partijen naar het tussenarrest van 25 februari 2008 voor wat de daarin uiteengezette feiten, procedurevoorgaanden, grieven en vorderingen in graad van beroep betreft. Dit tussenarrest verklaarde het hoger beroep ontvankelijk en wees het al af als ongegrond in de mate dat het opkwam tegen de beslissing van de eerste rechter die de oorspronkelijke vordering van geïntimeerde toelaatbaar verklaarde. In voormeld tussenarrest werd verder het volgende vermeld : "Met appellante stelt het Hof vast dat geïntimeerde de eerste rechter volledig in het ongewisse heeft gelaten met betrekking tot : - de overdracht van de volledige Kipling Business die blijkens haar eigen jaarrekening op 15 juni 2004 werd verkocht aan VF Corporation, (stuk 10 appellante) - de op 17 juni 2004 doorgevoerde naams- en statutenwijziging, en zetelverplaatsing, (stuk 9 appellante ) Blijkbaar is zij zelfs onder haar vorige benaming en met vermelding van haar vorige maatschappelijke zetel op 7 november 2005 nog overgegaan tot betekening van het bestreden vonnis. Geïntimeerde die de door appellante aan de hand van bijkomende stukken gestaafde vaststellingen niet betwist, erkent dat zij op 15 juni 2004 haar auteursrechten aan een derde overdroeg maar dat bij deze overname werd gepreciseerd dat haar recht op vergoeding van haar in deze zaak geleden schade niet in de overdracht begrepen was. Het Hof kan geen genoegen nemen met deze eigen bewering van geïntimeerde en acht het met het oog op een verdere beoordeling van de grond van de zaak noodzakelijk dat geïntimeerde de overeenkomst en alle andere nuttige en bewijskrachtige stukken zo met betrekking tot de overdracht van haar auteursrechten als met betrekking tot de overdracht van haar merkenrechten, waarvan blijkens het door appellante aanvullend voorgelegd stuk 11 een zekere VF INTERNATIONAL SAGL - vennootschap naar Zwitsers recht - minstens sinds 19 november 2005 de titularis blijkt te zijn. Geïntimeerde wordt tevens uitgenodigd om aan te tonen waar deze overeenkomsten precies voorzien dat, zoals zij voorhoudt, haar in deze zaak geformuleerde aanspraak op schadevergoeding uit hoofde van een inbreuk op haar auteursrechten niet in de overdracht begrepen is. ... Met betrekking tot de door appellante voorgelegde stukken nodigt het Hof appellante uit concreet aan te duiden of , en zo ja hoe, uit het voorgelegd stuk 2 - een op 30.09.1987 gedateerde factuur van Tung Sun Industrial Company - blijkt dat dit betrekking heeft op de tas die zij als stuk 3 meedeelt en die door de deskundige Castelein op pagina 9 van haar expertiseverslag werd beschreven. Tevens wordt appellante uitgenodigd om concreet aan te duiden of er een verband bestaat tussen het voormeld stuk 2 en het stuk 7, waarvan de beëdigde vertaling als stuk 8 wordt voorgelegd. Meer bepaald zal appellante preciseren of de tas waarvan voormeld stuk 7 melding maakt, al dan niet het voorwerp uitmaakt van de als stuk 2 voorgelegde factuur. Het Hof stelt verder vast dat stuk 2 en stuk 7 respectievelijk gericht zijn aan of melding maken van een zekere firma Cheung Wah (H.K.) Co. (stuk 2) en/of Xiang Hua Hongkong (stuk 7 en de als stuk 8 bijgevoegde vertaling). Appellante zal willen preciseren hoe dit in overeenstemming kan worden gebracht met haar argumentatie dat zij de Super Nanny babyverzorgingstas niet heeft nagebootst maar bij haar Chinese fabrikant Tung Sun Industrial Company een tas bestelde op basis van een model dagtekenend van 1987. De stukken 2 en 7 die blijkbaar van Tung Sun Industrial Company uitgaan bevatten geen enkele vermelding van of verwijzing naar appellante." Vooraleer over de verdere al dan niet gegrondheid van het hoger beroep te oordelen heropende het Hof ambtshalve te debatten teneinde partijen toe te laten schriftelijk standpunt in te nemen met betrekking tot de voormelde vaststellingen. 2. In haar conclusie na tussenarrest merkt appellante op dat geïntimeerde grotendeels heeft nagelaten in te gaan op de bij tussenarrest gestelde vragen en slechts zeer partiële en onvolledige documenten heeft meegedeeld die niet het bewijs opleveren dat geïntimeerde wel degelijk vorderingsgerechtigd zou zijn. Appellante sommeert geïntimeerde om terzake nadere uitleg te verstrekken en de volledige overeenkomst mee te delen zoals bij tussenarrest uitdrukkelijk gevraagd. Voor zover geïntimeerde hierop niet mocht ingaan is appellante van oordeel dat de vordering als ongegrond dient te worden afgewezen. Mede aan de hand van de door haar aanvullend bijgebrachte stukken herneemt appellante in hoofdzaak haar vòòr het tussenarrest ingenomen standpunt en besluit zij tot de vernietiging van de bestreden vonnissen en tot de afwijzing van de oorspronkelijke vordering van geïntimeerde. Bij tegenvordering vordert zij tevens de toekenning van een provisioneel op 1,00 EUR begrote schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding. 3. Verwijzend naar het gezag van gewijsde van een door de veertiende kamer van dit Hof op 9 september 2008 gewezen arrest, argumenteert geïntimeerde vooreerst dat thans vaststaat dat zij haar recht op schadevergoeding niet heeft overgedragen. Verder betwist geïntimeerde op haar beurt de door appellant aanvullend overgelegde stukken, die naar haar oordeel geen afdoend antwoord verstrekken op de bij tussenarrest gestelde vragen. Nog volgens geïntimeerde beweert, maar bewijst appellante dan ook niet dat reeds in 1987 een identiek model van de ter discussie staande babyverzorgingstas bestond. Geïntimeerde besluit dan ook tot de ongegrondverklaring van het hoger beroep. Beoordeling 4. Omtrent het geschil nopens de vraag of met de overeenkomst van 15 juni 2004 waarbij geïntimeerde haar auteursrechten aan een derde overdroeg, zij al dan niet meteen ook haar in huidige procedure geformuleerde vergoedingsaanspraak heeft overgedragen, werd in een tussen partijen door dit Hof op 9 september 2008 gewezen arrest (2006/AR/1419) reeds als volgt geoordeeld: "Met betrekking tot de overdracht van rechten aangaande de schadevergoeding, waartoe appellante werd veroordeeld en tot zekerheid waarvan het bewarend beslag werd gelegd, komt uit de stuken, die [geïntimeerde] onder het nummer 7 in het debat brengt, trouwens nog vast te staan : - dat [geïntimeerde] bij overeenkomst van 15 juni 2004 de ‘business', die in de preambule van deze overeenkomst wordt omschreven als de ontwerp-, distributie en verkoopactiviteiten met betrekking tot ondermeer de onder het Kipling merk verkochte tassen overdroeg aan de BVBA VF Europe; - dat onder artikel 2.01 (
- a)tot en met (
- n)van deze overeenkomst wordt aangegeven wat in de overdracht is begrepen en dat in artikel 2.01 (
- i)wordt gepreciseerd wat wordt overgedragen, met name (vrij vertaald) ‘alle gelicentieerde intellectuele eigendomsrechten en intellectuele eigendomsrechten in eigendom, daarbij inbegrepen de in Bijlage 3.17 opgenomen items'; - dat daaruit blijkt dat de auteursrechten ...werden overgedragen; - dat evenwel met artikel 2.02 (
- k)van dezelfde overeenkomst wordt bepaald dat niet worden overgedragen : ‘alle rechten onder de hangende geschillen daarbij inbegrepen de geschillen aangaande om het even welke intellectuele eigendomsrechten zoals op datum van de overeenkomst' (vrije vertaling); - dat het geschil met appellante werd opgenomen in de bijlage 3.11 aan de overeenkomst, waarin alle hangende geschillen werden opgenomen; - dat deze uitsluiting uit de overdracht wordt bevestigd door de zaakvoerder van de overnemer, VF Europe, alsook door de verantwoordelijke van de sagl VF International, die op haar beurt bepaalde rechten had overgenomen van VF Europe; Oordelend in onderhavige procedure van het verzet tegen het gelegde bewarend beslag, stelt het hof derhalve vast dat het recht op schadevergoeding ... dus niet werd overgedragen door [geïntimeerde] en [geïntimeerde] steeds houder van dit recht is geweest en dit tot op heden is gebleven." Waar appellante in huidige procedure de door geïntimeerde voorgelegde stukken blijft betwisten en nog steeds voorhoudt dat geïntimeerde niet aantoont dat zij nog steeds titularis is van de vergoedingsaanspraak die zij ten aanzien van appellante formuleert, miskent appellante het gezag van het gewijsde van het voormelde arrest waarbij reeds over dezelfde en aan de tegenspraak van partijen onderworpen betwisting werd geoordeeld. Het feit dat deze betwisting werd beoordeeld in het kader van een door appellante opgestarte procedure verzet tegen bewarend beslag doet hieraan geen afbreuk. Uit de enkele vaststelling dat het voorwerp van voormelde verzetsprocedure en van de oorspronkelijke vordering van geïntimeerde niet gelijk zijn, volgt niet noodzakelijk dat dergelijke gelijkheid ten aanzien van geen enkele aanspraak of betwisting bestaat. (Cass. (1e k.) AR C.02.0420.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040930.1, 30 september 2004 (M.A / F.J.-P. et B.Y.), Arr. Cass. 2004, afl. 9, 1489; Cass., 27 juni 1975, Arr.Cass. 1975, 1163) Ten overvloede stelt het Hof nog vast dat appellante het door geïntimeerde opgeworpen gezag van gewijsde van voormeld arrest van 9 september 2008 niet betwist. Derhalve dient met geïntimeerde te worden vastgesteld dat zij steeds houder is geweest van het recht om op basis van een voorgehouden miskenning van haar auteursrechten een vergoedingsaanspraak lastens appellante in te stellen en voort te zetten. 5. Met haar oorspronkelijke vordering streeft geïntimeerde auteursrechterlijke bescherming na van haar "Super Nanny" babyverzorgingstas. Voorwaarde voor auteursrechtelijke bescherming: het oorspronkelijk karakter van het werk Herhaling van de algemene principes 6. Op grond van artikel 7 van het Decreet d'Allarde van 2/17 maart 1791 geldt de vrijheid van beroep en bedrijf. Dit impliceert de vrijheid van mededinging. De vrijheid van de mededinging vindt een concrete toepassing in de vrijheid van kopie (cfr. ook GOTZEN, F., "De eerlijke gebruiken en de rechten van intellectuele eigendom", in STUYCK, J. en WYTINCK, P., De nieuwe wet handelspraktijken, Kluwer, 261-263). Intellectuele eigendomsrechten vormen een uitzondering op de vrijheid van handel en meer bepaald op de vrijheid van kopie. Intellectuele eigendoms-rechten in het algemeen en het auteursrecht in het bijzonder kennen een monopolie toe en dat voorrecht moet niet toegekend worden aan elke prestatie of elk werk enkel en alleen omdat het de vrucht is van intellectuele inspanningen. Dit blijkt duidelijk uit artikel 1 van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten dat alleen de auteur van een werk van letterkunde of kunst het recht heeft om het op welke wijze of in welke vorm ook te reproduceren of te laten reproduceren (cfr. ook BERENBOOM, A., Le nouveau droit d'auteur et les droits voisins, Larcier, 1997, 2de ed., nr.28, p. 50). Anderzijds kan een inbreuk op het auteursrecht, en het onterecht maken van een kopie in het algemeen, aanleiding geven tot concurrentievervalsing. Het auteursrecht beoogt "free riding", dit wil zeggen het ongeoorloofd gebruik maken van de inspanningen tot ontwikkeling en innovatie van een ander, te voorkomen en te beteugelen. De uitzondering op de vrijheid van handel is derhalve aan welbepaalde voorwaarden gebonden, die niet steeds door de wet zelf ingevuld zijn, maar door rechtspraak en rechtsleer op basis van internationale verdragen en de dagelijkse praktijk bepaald zijn. Zo moet, om auteursrechtelijke bescherming te genieten, een werk uitgedrukt zijn in een bepaalde vorm, die mededeelbaar is aan het publiek (ideeën zijn niet beschermd, maar behoren tot het publiek domein). Bovendien moet het werk origineel zijn. 7. Om auteursrechtelijke bescherming te verkrijgen is het een noodzakelijke maar voldoende voorwaarde dat een voortbrengsel de uitdrukking is van de intellectuele inspanning van de maker. Die intellectuele inspanning is de onontbeerlijke voorwaarde om aan het werk het nodige individuele karakter te geven waardoor een creatie ontstaat (Cass., 27 april 1989, Pas., 1989, I, 908; Cass., 2 maart 1993, Pas., I, 234; Cass., 24 februari 1995, R.W., 1995-'96, 433 en I.R. D.I., 1996, 28; Cass., 10 december 1998, R.W. 1999-2000, 325; Cass., 11 maart 2005, www.cass.be). Een origineel werk is een vorm, een voortbrengsel met een eigen persoonlijk karakter, dat de stempel draagt van de persoonlijkheid van de maker, op het gebied van de toegepaste kunst (Benelux Gerechtshof, inzake Screenoprints, 22 mei 1987, R.W., 1987-'88, 14), zonder dat uit het zicht van het werk moet kunnen afgeleid worden wie de auteur is. Drukt het werk de activiteit uit van zijn auteur? Heeft het werk een individueel karakter? Een zekere mentale activiteit is vereist, zoniet komt de persoonlijkheid van de auteur niet tot uiting in het werk. Elementen die op zich niet origineel zijn kunnen door de wijze waarop ze samen gebracht zijn een origineel geheel opleveren. De artistieke noch de esthetische waarde zijn relevant om te bepalen of een werk al dan niet auteursrechtelijk beschermd is (Cass., 27 april 1989, Pas., 1989, I, 908; STROWEL, A., "L' originalité en droit d'auteur: un critère à géométrie variable", J.T., 1991, 513 (inz. 514-515)). Handigheid, technische vaardigheid of omvangrijk werk (zonder de persoonlijke inbreng van de maker) zijn onvoldoende opdat een werk auteursrechtelijk beschermd zou zijn. Nieuwheid is in beginsel geen criterium om een werk auteursrechtelijk te beschermen (DE VISSCHER, F. en MICHAUX, B., Précis du droit d'auteur et des droits voisins, 2000, Brussel, Bruylant, nrs. 23 en 31, met verwijzing; STROWEL, A., "L' originalité en droit d'auteur: un critère à géométrie variable", J.T., 1991, 513-514), net zo min als omvangrijk opzoekingswerk of een grote inspanning om het werk te maken (ibidem). Wat nieuw is, is niet automatisch origineel. Wat origineel is, kan nieuw zijn en zal vaak een aspect van nieuwheid impliceren. De twee begrippen vallen evenwel niet samen. De maker van een later werk mag nog steeds bewijzen dat zijn werk onafhankelijk van het eerste werk tot stand gekomen is. Een origineel werk is niet vanzelfsprekend. Het is ook niet banaal. De originaliteit van een babyverzorgingstas is in een veeleer beperkt aantal kenmerken gelegen, gelet op de functionaliteit en de bestemming ervan. 8. De bewijslast van geïntimeerde beperkt zich tot het aanduiden waarin de originaliteit van de creatie ligt. Zij dient aan te tonen dat de babyverzorgingstas niet geheel bepaald is door de aard en dat de vormgeving het resultaat is van de eigen keuzes van de ontwerper (DE VISSCHER, F. en MICHAUX, B., Précis du droit d'auteur et des droits voisins, 2000, Brussel, Bruylant, nrs. 24, met referenties). Toepassing 9. Principieel kan een babyverzorgingstas voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komen. Door de praktische en functionele noodwendigheden van een baby-verzorgingstas, meer bepaald doordat een dergelijke tas de gangbare luiers, zuigflessen e.d. moet kunnen bevatten en dat deze ook bedoeld is om aan een buggy of kinderwagen gehangen te worden, is een persoonlijke inbreng van de maker wel mogelijk maar veeleer beperkt. Enkel in geval de vormgeving gekenmerkt wordt door hoogst persoonlijke keuzes binnen de beperkingen door de praktische en functionele vereisten van een babyverzorgingstas, waardoor de persoonlijkheid van de auteur tot uiting komt, is de voorwaarde van oorspronkelijkheid vervuld en kan auteursrechtelijke bescherming verleend worden. 10. De ontwerptekening die geïntimeerde als stuk 3 van haar stukkenbundel voorlegt, getuigt van een zekere inspanning maar het resultaat, zoals dit blijkt uit de als stuk 2 voorgelegde babyverzorgingstas, toont niet aan dat er welbepaalde vormen gekozen zijn, die het vereiste individuele karakter aan de babyverzorgingstas geeft waardoor een creatie zou ontstaan. Een eigen persoonlijk karakter, dat de stempel draagt van de persoonlijkheid van de maker, is onvoldoende aanwezig in de voorgelegde babyverzorgingstas om auteursrechtelijke bescherming te kunnen verkrijgen. De geleverde inspanning is onvoldoende om een intellectuele inspanning te zijn, waardoor de babyverzorgingstas het nodige individuele karakter krijgt. In haar oorspronkelijke dagvaarding en in haar conclusies voor de eerste rechter benadrukte geïntimeerde hoofdzakelijk zoniet uitsluitend dat de originaliteit van de "Super Nanny" babyverzorgingstas, bestaat in de originele combinatie van elementen die op zich banaal zijn. Naar het oordeel van het Hof blijft zij evenwel in gebreke de originaliteit van de combinatie aan te tonen. Een loutere opsomming van de functionele elementen van de "Super Nanny" babyverzorgingstas volstaat daartoe niet. De onder stuk 2 voorgelegde babyverzorgingstas beantwoordt dan ook niet aan de hiervoor omschreven vereisten om auteursrechterlijke bescherming te verkrijgen. Geïntimeerde toont niet naar genoegen van recht de eigen keuzes aan. De neergelegde "Super Nanny" babyverzorgingstas toont aan dat geïntimeerde aan het werk gegaan is met de mogelijkheden die nieuwe materialen ook voor babyverzorgingstassen met zich meebrengen. Dit is in deze zaak evenwel niet voldoende om tot het oorspronkelijk karakter in de zin van het auteursrecht van de "Super Nanny" babyverzorgingstas als concrete, onderscheidenen gedetailleerde uitdrukking te besluiten. In deze zaak is tenslotte niet aangetoond dat de vormgeving van de babyverzorgingstas de trends overstijgen en een duidelijkere individuele intellectuele stempel dragen dan de trends die op het ogenblik van de creatie als geheel aanwezig waren. Ook boekentassen en handtassen worden voortdurend vernieuwd en zijn aan trends onderhevig, zonder dat zij daarom zonder meer beschermd worden door het auteursrecht. Zonder het op de babyverzorgingstas aangebrachte merk Kipling, waarvoor hier geen bescherming wordt gevorderd, heeft de "Super Nanny" babyverzorgingstas geen individueel karakter en draagt zij niet de stempel van de persoonlijkheid van de maker. Zij is niet origineel in de zin van de auteurswet en kan dan ook niet op enige bescherming rekenen. Zelfs indien mocht worden aangenomen dat appellante geen anterioriteit bewijst, dan nog doet dit geen afbreuk aan wat voorafgaat. Zoals hiervoor vermeld, is nieuwheid op zich immers geen voldoende element om auteursrechtelijke bescherming te verlenen. 11. Gelet op al het voorgaande is het niet relevant verder in te gaan op de overige middelen en argumenten van partijen. 12. De door appellante bij tussenvordering gevorderde en provisioneel op 1,00 EUR begrote schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding, is gesteund op de argumentatie dat geïntimeerde heeft nagelaten de rechtbank op de hoogte te brengen van het feit dat zij haar Kipling Business en al haar auteurs- en merkenrechten op 15 juni 2004 heeft overgedragen, maar niettemin de procedure heeft verder gezet hoewel zij geen rechten meer had. Hetgeen hiervoor onder randnummer 4 werd uiteengezet en waarbij werd vastgesteld dat geïntimeerde steeds houder is geweest van het recht om op basis van een voorgehouden miskenning van haar auteursrechten een vergoedingsaanspraak lastens appellante in te stellen en voort te zetten, houdt meteen de ongegrondheid in van de aanspraak van appellante tot het bekomen van de voormelde schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding. 13. Op grond van de artikelen 1042, 1017 en 1022 Ger. Wb. verwijst het Hof geïntimeerden in de hiernabepaalde kosten van de beide aanleggen, met uitzondering van de kosten verbonden aan de tussenvordering wegens tergend en roekeloos hoger beroep die het Hof ten laste van appellante legt. OP DEZE GRONDEN, HET HOF, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, Rechtdoende op tegenspraak, Verklaart het hoger beroep van de BVBA PANDA als volgt gegrond, Doet de bestreden vonnissen teniet, behoudens waar het bestreden vonnis van 18 april 2005 de oorspronkelijke vordering van geïntimeerde ontvankelijk verklaarde, En, opnieuw rechtdoende, Wijst de oorspronkelijke vordering van NV HOLDER af als ongegrond, Verklaart de tussenvordering van de BVBA PANDA ontvankelijk maar niet gegrond, Verwijst NV HOLDER in de kosten van de beide aanleggen, aan de zijde van de BVBA PANDA begroot op : - rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg : 349,53 EUR - rolrecht hoger beroep : 186,00 EUR - rechtsplegingsvergoeding hoger beroep : 3.000,00 EUR Verwijst BVBA PANDA in de kosten verbonden aan de tussenvordering wegens tergend en roekeloos geding, aan de zijde van de NV HOLDER niet begroot bij gebrek aan opgave. Aldus gewezen door de zevende kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit Pieter Vanherpe, raadsheer, waarnemend voorzitter, Geneviève Vanderstichele, raadsheer, Geert De la Ruelle, raadsheer, bijgestaan door Achiel Ferdinande, griffier en uitgesproken door de wn. voorzitter in openbare terechtzitting op twintig april tweeduizend en negen. Repertorium nr. 2009/ A. Ferdinande G. De la Ruelle G. Vanderstichele P. Vanherpe Gerelateerde publicatie(
- s)citeert: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040930.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div