id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 22 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090422.10 Rolnummer: 2008/AR/3070 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-11-03 Raadplegingen: 92 - laatst gezien 2026-07-02 19:36 Fiche Art. 19, tweede lid Ger.W. legt geen verplichting op aan de rechter om, indien daartoe gevraagd, een voorafgaande maatregel te bevelen of de toestand van de partijen voorlopig te regelen. Opdat een voorafgaande onderzoeksmaatregel zou kunnen bevolen worden moet de maatregel betrekking hebben op een vordering die of een tussengeschil dat voorligt en moet de te nemen onderzoeksmaatregel op het eerste gezicht een aanwijsbaar nut vertonen voor de latere beoordeling van die vordering of dat tussengeschil. Voor de toepassing van artikel 19, tweede lid, van het gerechtelijk wetboek is niet vereist dat er urgentie bestaat om de gevorderde voorafgaande maatregel te bevelen. Een door de rechter bevolen deskundigenonderzoek mag enkel tot doel hebben feitelijke vaststellingen te doen of technisch advies te geven, om de rechter in staat te stellen de bedoelde rechtsregels toe te passen; de rechter kan de deskundige niet gelasten een advies te geven over de gegrondheid van de vordering zelf. Wanneer de aan de deskundige voorgelegde vraag samenvalt met die welke de rechter moet beslechten, dan schendt deze het eerste lid van artikel 11 van het gerechtelijk wetboek, dat bepaalt dat de rechters hun rechtsmacht niet kunnen overdragen. Het bepaalde in art. 11, lid 1 Ger. W. is van openbare orde. Aangezien de deskundige rechtstreekse handelingen zal dienen te stellen in een andere lidstaat van de Europese Unie, met name in Frankrijk, waar de te onderzoeken uitrichtmachine zich bevindt, is de Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken van toepassing. Frankrijk heeft tot uitvoering van de Verordening 1206/2001 als bevoegde autoriteit aangewezen het Ministère de la Justice, Direction des Affaires Civiles et du Sceau, Bureau de l'entraide civile et commerciale internationale, 13 Place Vendôme 75042 Paris Cedex 01, zodat tot die instantie, overeenkomstig artikel 17 van de Verordening 1206/2001, een verzoek tot rechtstreekse bewijsverkrijging wordt overgemaakt en er slechts tot uitvoering van de deskundigenopdracht in Frankrijk zal worden overgegaan nadat aan het hof of de voor het hof optredende griffier, de aanvaarding van het verzoek is overgemaakt. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Bewijs (gerechtelijk recht) - Deskundigenonderzoek - Aanwijzing Vrije woorden: - Voorafgaande maatregel - Art. 19 Ger.W. - Aanstelling deskundige - Feitelijke vaststellingen en technisch advies - Verordening (EG) nr. 1206/2001 van 28 mei 2001 - Handelingen door de deskundige in een andere EU-lidstaat. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 12 Kamer ________ Terechtzitting van 22 april 2009 TUSSENARREST aanstelling deskundige art. 973 §1 Ger.W. dd. 9-9-2009 om 16 h. art. 17 EG-Verord. 1206/2001 - In de zaak met het rolnummer 2008/AR/3070 van:
- nv ARDO, met zetel te 8850 Ardooie, Wezestraat 61, met ondernemingsnr. 0416.330.136,
- S.A.S. ARDO VIOLAINES, vennootschap naar Frans recht met zetel te 56110 Gourin, Route de Carhaix, 414 879 619, maar woonst kiezende op het kantoor van haar raadsman, mr. Piet Lombaerts, hierna nader vermeld, appellanten tegen het vonnis van de rechtbank van koophandel te Ieper, op tegenspraak gewezen door de enige kamer dd. 13-10-2008, oorspronkelijk eisers op hoofdeis en verweerders op tegeneis, hebbende als raadsman mr. LOMBAERTS Piet, advocaat te 8530 Harelbeke, Kortrijksesteenweg 387 tegen :
- bvba D.D. ENGINEERING, handelsvennootschap met zetel te 8900 Ieper, Sint-Krispijnstraat 7, met ondernemingsnr. 0445.527.928, eerste geïntimeerde, oorspronkelijk verweerster op hoofdeis en eiseres op tegeneis, hebbende als raadslieden - mr. DESPIEGELAERE Ludo, advocaat te 8480 Ichtegem, Panoramastraat 27 - mr. D'HOORE Marc, advocaat te 8200 Brugge, Dirk Martensstraat 23 ;
- HDI - GERLING INDUSTRIE VERSICHERUNG AG, thans de nv HDI GERLING VERZEKERINGEN, met zetel te 1150 Brussel, Tervurenlaan 273/1, tweede geïntimeerde, oorspronkelijk vrijwillig tussenkomende partij, hebbende als raadsman mr. BOUTELIGIER Leo, advocaat te 2600 Berchem (Antwerpen), Koninklijkelaan 32 velt het hof het volgend arrest. De partijen werden gehoord in openbare terechtzitting in hun middelen en conclusies en de door hen neergelegde stukken werden ingezien. Bij akte van hoger beroep, neergelegd ter griffie van dit hof op 19 december 2008, hebben de nv Ardo en de vennootschap naar Frans recht S.A.S. Ardo Violaines (hierna samen "de appellanten" genoemd) hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat op 13 oktober 2008 tussen partijen op tegenspraak werd gewezen door de rechtbank van koophandel te Ieper. A. Antecedenten I.
- De nv Ardo (hierna "Ardo" genoemd) is gespecialiseerd in het bewerken en verwerken van groenten. De S.A.S. Ardo Violaines (hierna "Violaines" genoemd) is een filiaal van Ardo, dat uien verwerkt. Het geschil tussen partijen heeft betrekking op een door de bvba D.D. Engineering (hierna "DD" genoemd) ontwikkelde uitrichtmachine voor het gericht positioneren van uien vooraleer ze terechtkomen in een pelmachine. De appellanten zetten uiteen dat DD op hun vraag in 2006 een voorstudie en voorproject heeft gemaakt en dat op 30 maart 2007 een overeenkomst tot stand kwam tussen Ardo en DD, die onder meer een exclusiviteitsverbintenis voor de ontwikkeling van de uitrichtmachine en het eigendomsrecht van het te ontwikkelen concept tot voorwerp had. Op 2 maart 2007 sloten Violaines en DD een overeenkomst voor de ontwikkeling en de bouw van een dergelijke machine. Deze machine werd in oktober 2007 geleverd aan Violaines. Volgens de appellanten deden zich van meet af aan veel technische problemen voor en slaagde de machine er niet in om een voldoende vullingsgraad te bereiken, noch om de uien in voldoende mate in de juiste positie te krijgen.
- Bij dagvaarding van 11 juli 2008 vorderden de appellanten de veroordeling van DD tot betaling van een schadevergoeding, onder voorbehoud begroot op 10.000,00 EUR. Bovendien vroegen zij voorbehoud om hun vordering nader te formuleren in functie van de resultaten van een door hen eveneens gevorderd deskundigen-onderzoek op grond van artikel 19, tweede lid van het gerechtelijk wetboek.
- De vennootschap naar Duits recht HDI-Gerling Industrie Versicherung AG (hierna "Gerling" genoemd), die de verzekeraar burgerlijke aansprakelijkheid van DD is, kwam, onder voorbehoud van al haar rechten, vrijwillig tussen in het geding.
- DD vroeg de afwijzing van de hoofdeis. Zij wees erop dat het door haar in opdracht van de appellanten uitgevoerde project onuitgegeven was, aangezien het automatisch positioneren en uitrichten van uien onbestaande was. Zij benadrukte dat geen forfaitaire prijs overeengekomen was, doch dat de opgegeven prijzen niet bindende estimatieprijzen waren en dat bijkomende prestaties in regie werden aangerekend. Verder stelde DD onder meer dat zij geen resultaatsverbintenis had aangegaan, doch dat de machine wel degelijk beantwoordde aan het concept van Ardo. Zij laakte tevens de wijze waarop Violaines gebruik maakte van de machine, onder meer door er rotte uien in te verwerken. Bovendien verweet zij Violaines de machine slecht te onderhouden en niet vakkundig te herstellen. DD verzette zich tegen de toekenning van een schadevergoeding en de aanstelling van een deskundige, omdat zij slechts een inspanningsverbintenis had aangegaan en haar geen enkele tekortkoming kon verweten worden. Bij tegeneis vorderde DD de veroordeling van de appellanten tot betaling van 137.222,85 EUR, te vermeerderen met de nalatigheidsrente aan de wettelijke rentevoet, vermeerderd met 3%, op 117.835,67 EUR vanaf 11 augustus 2008 tot aan de dag der algehele betaling op grond van onbetaald gebleven facturen. Minstens vorderde zij betaling van een provisie van 76.116,55 EUR en de veroordeling van de appellanten tot de gedingkosten.
- De eerste rechter verleende akte aan Gerling van haar vrijwillige tussenkomst. Hij verklaarde de hoofdeis ontvankelijk doch ongegrond. Op tegeneis veroordeelde hij de appellanten tot betaling aan DD van 124.942,58 EUR, meer de gerechtelijke intresten aan de intrestvoet van 10% op de hoofdsommen van 117.836,17 vanaf 11 augustus 2008 en de gerechtelijke intresten aan de wettelijke rentevoet op 1.860,00 EUR vanaf dezelfde datum. Ten slotte veroordeelde hij de appellanten tot de gedingkosten en verklaarde hij het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. De eerste rechter stelde vast dat DD verschillende bezoeken had gebracht aan de werkplaats van de appellanten om de oorzaak van de problemen na te gaan, doch dat volgens DD de appellanten zonder haar akkoord of medeweten diverse wijzigingen hadden aangebracht aan de machine, die ze bovendien in het algemeen hadden verwaarloosd. Verder wees hij erop dat, alhoewel DD onder andere na een bezoek van 5 juni 2008 had meegedeeld hoe de problemen konden worden verholpen, de appellanten daaraan geen gevolg hadden gegeven. Hij besloot dat de appellanten zelf verantwoordelijk waren voor het feit dat de machine niet kon worden getest. Verder stelde de eerste rechter vast dat de appellanten niet betwistten dat hun technisch personeel het advies, de procedures en de materiaalkeuze van DD naast zich neerlegden en dat zij door hun houding de minnelijke pogingen om de machine te testen onmogelijk maakten. De eerste rechter meende dat de haalbaarheid van het concept niet ter beoordeling aan een gerechtsdeskundige kon worden voorgelegd. Het enthousiasme van beide partijen over het project en het feit dat zelfs afspraken werden gemaakt over intellectuele eigendomsrechten, toonden volgens hem aan dat het project haalbaar was. Onder meer het feit dat de machine zich in een erbarmelijke staat bevindt, die niet aan DD te wijten is, en dat de appellanten zelf allerlei aanpassingen hebben aangebracht aan de machine, had volgens de eerste rechter tot gevolg dat zij niet in ideale omstandigheden zou kunnen worden onderzocht. Hij zag het nut niet in van de aanstelling van een deskundige, wiens oordeel zou gebaseerd zijn op testen, die werden uitgevoerd op een verwaarloosde en aangepaste machine, zodat dit geen objectief beeld zou kunnen geven over de mogelijkheden van de machine en de prestaties van DD. Bovendien zou een deskundige onmogelijk de door partijen afgelegde weg in de realisatie van het project kunnen reconstrueren. Wat de tegeneis betrof, stelde de eerste rechter vast dat de appellanten nooit opmerkingen gemaakt hadden over de kwaliteit van de uitgevoerde werken of over de daarvoor aangerekende bedragen. Zij hadden de facturen niet geprotesteerd. Bovendien had DD geen resultaatsverbintenis op zich genomen wat de ontwikkeling van de machine betrof. Verder ontkenden de appellanten volgens hem niet dat bepaalde meerkosten moesten worden verrekend, terwijl de door DD gehanteerde en gefactureerde prijzen niet als onevenredig konden worden bestempeld, zeker niet gelet op het innovatieve karakter van de operatie. De eerste rechter kende de hoofdsom van de facturen in verband met de uitrichtmachine toe, namelijk 103.488,07 EUR, vermeerderd met de intresten vanaf hun respectieve vervaldagen. Het schadebeding herleidde hij tot 1.860,00 EUR. Bovendien verklaarde hij ook de vordering in verband met een factuur van 14.348,10 EUR voor een project in verband met het frituren van uien gegrond. II.
- Het hoger beroep van de appellanten strekt ertoe dat het hof het bestreden vonnis teniet doet en, opnieuw recht doende, hun oorspronkelijke vorderingen gegrond verklaart. Zij hernemen de uitvoerige argumentatie die zij reeds voor de eerste rechter ontwikkeld hebben. Als grieven tegen het bestreden vonnis voeren zij in essentie aan: - dat wel degelijk de nodige vaststellingen kunnen worden gedaan aan de machine, zodat het aanstellen van een deskundige noodzakelijk is; - dat in het licht daarvan de veroordeling van de appellanten tot betaling van de openstaande facturen voorbarig is; - dat in ieder geval de veroordeling van Ardo tot betaling van facturen onterecht is, aangezien deze facturen niet aan haar gericht zijn. Meer bepaald vorderen de appellanten dat het hof aan de aan te stellen deskundige - burgerlijk ingenieur, de volgende opdracht geeft: · op het adres F-62138 Chemin de la Cochiette de door DD geleverde uitrichtmachine te identificeren en te beschrijven en gemotiveerd te zeggen: o of het concept van deze uitrichtmachine, zoals uitgewerkt door DD, haalbaar is; o zo ja, na te gaan of de geleverde machine in overeenstemming is met de overeenkomst en de doelstelling ervan en of de machine de kwaliteit bezit die er normalerwijze van verwacht mag worden; o na te gaan wat de technische oorzaken zijn van het niet naar behoren functioneren van de geleverde machine; o na te gaan of de geleverde machine nog in overeenstemming kan gebracht worden en de kostprijs ervan te begroten; o na te gaan of de door DD gefactureerde prestaties overeenstemmen met de werkelijke waarde en het bekomen resultaat; o de door partijen geleden schade te begroten; · de afrekening tussen partijen op te maken. Bovendien vorderen de appellanten in conclusies, neergelegd ter griffie op 27 februari 2009, dat DD veroordeeld wordt tot afgifte van alle paswoorden, codes, enz. om de machine in geval van blokkeren te deblokkeren, alsook de ermee corresponderende uitleg. Ten slotte vragen de appellanten akte van hun voorbehoud om hun argumentatie in verdere conclusies uiteen te zetten nadat geoordeeld werd over de voorafgaande maatregel.
- DD stelt dat het niet mogelijk is om nuttige vaststellingen te doen omdat Violaines de installatie volledig "verwaarloosd en verprutst" heeft. Bovendien acht zij een deskundigenonderzoek zonder belang voor de beoordeling van het geschil, omdat de opgegeven prijzen geen bindend karakter hadden, de overeenkomst uitgevoerd werd in regie en zij zich niet verbonden heeft tot het bereiken van enig resultaat. Zij vraagt dat het hof haar hoger beroep, met inbegrip van de uitbreiding ervan, ongegrond verklaart. Zij stelt incidenteel hoger beroep in dat ertoe strekt dat Violaines veroordeeld wordt tot betaling aan haar van 137.222,85 EUR, te vermeerderen met de nalatigheidsrente aan de wettelijke rentevoet, vermeerderd met 3%, op 117.835,67 EUR vanaf 11 augustus 2008 tot de dag der algehele betaling. Minstens vordert zij dat Violaines bij toepassing van artikel 19, tweede lid, van het gerechtelijk wetboek veroordeeld wordt tot betaling van een provisie van 76.116,55 EUR. Ten slotte vraagt zij dat de appellanten veroordeeld worden tot de kosten en dat de uitspraak uitvoerbaar verklaard wordt bij voorraad niettegenstaande elk verhaal en zonder borgtocht, noch kantonnement. B. Beoordeling I.
- Het hoger beroep van de appellanten, dat tijdig werd ingesteld en regelmatig is naar de vorm, is ontvankelijk. Hetzelfde geldt voor het incidenteel hoger beroep van DD.
- Op de inleidende zitting van 7 januari 2009 vroegen de appellanten de zaak vast te stellen met het oog op behandeling voor de vraag tot aanstelling van een deskundige. Na de geïntimeerden hierover te hebben gehoord stelde het hof de zaak op de openbare terechtzitting van 18 maart 2009 voor behandeling enkel over de vraag tot aanstelling van een deskundige in het kader van artikel 19 van het gerechtelijk wetboek. 2.
- DD heeft een uitvoerige conclusie (54 bladzijden) neergelegd waarin zij het debat ten gronde voert. Bovendien vordert zij in deze conclusie, in het kader van haar incidenteel hoger beroep, bij toepassing van artikel 19, al.2 Ger.W. dat het hof Violaines veroordeelt tot betaling van een provisie van 76.116,55 EUR. De eerste rechter veroordeelde de beide appellanten tot betaling aan DD van 124.942,58 EUR, meer intresten. De appellanten vorderen op hun beurt in hun conclusie (26 bladzijden), ter griffie neergelegd op 27 februari 2009, dat DD veroordeeld wordt tot afgifte van alle paswoorden, codes, enz..., nodig om de machine in geval van blokkering te deblokkeren, alsook de ermee corresponderende uitleg. Uit de voorliggende stukken blijkt dat Violaines voor het eerst bij brief van 26 januari 2009 de mededeling van niet nader gespecificeerde codes heeft gevraagd en dat DD haar op 28 januari 2009 geantwoord heeft dat Violaines in het bezit is van de operator-code en de engineering-code die haar moeten toelaten om eventuele depannages uit te voeren en de installatie opnieuw juist af te stellen. 2.
- Aangezien de zaak op de inleidende zitting voor behandeling werd vastgesteld enkel over de vraag tot aanstelling van een deskundige in het kader van artikel 19 van het gerechtelijk wetboek, vallen de twee bovenvermelde vorderingen buiten het bestek van het huidige debat. II.
- Het tweede lid van art. 19 van het gerechtelijk wetboek, zoals gewijzigd door de wet van 26 april 2007 (B.S. 12 juni 2007) luidt als volgt: " Alvorens recht te doen, kan de rechter, in elke stand van de rechtspleging, een voorafgaande maatregel bevelen om de vordering te onderzoeken of een tussengeschil te regelen dat betrekking heeft op een dergelijke maatregel, dan wel de toestand van de partijen voorlopig te regelen. De meest gerede partij kan hiertoe de zaak in elke stand van het geding voor de rechter brengen bij eenvoudig schriftelijk verzoek neergelegd ter of toegezonden aan de griffie; de griffier roept de partijen en, in voorkomend geval, hun advocaat op bij gewone brief of, ingeval de partij verstek heeft laten gaan op de inleidingszitting en geen advocaat heeft, bij gerechtsbrief. " Op grond van artikel 1042 van het gerechtelijk wetboek is deze bepaling ook van toepassing in hoger beroep. Art. 19, tweede lid Ger.W. legt geen verplichting op aan de rechter om, indien daartoe gevraagd, een voorafgaande maatregel te bevelen of de toestand van de partijen voorlopig te regelen. Opdat een voorafgaande onderzoeksmaatregel zou kunnen bevolen worden moet de maatregel betrekking hebben op een vordering die of een tussengeschil dat voorligt en moet de te nemen onderzoeksmaatregel op het eerste gezicht een aanwijsbaar nut vertonen voor de latere beoordeling van die vordering of dat tussengeschil. Voor de toepassing van artikel 19, tweede lid, van het gerechtelijk wetboek is niet vereist dat er urgentie bestaat om de gevorderde voorafgaande maatregel te bevelen.
- Overeenkomstig artikel 962 van het gerechtelijk wetboek kan de rechter, ter oplossing van een voor hem gebracht geschil of ingeval een geschil werkelijk en dadelijk dreigt te ontstaan, deskundigen gelasten vaststellingen te doen of een technisch advies te geven. Een door de rechter bevolen deskundigenonderzoek mag enkel tot doel hebben feitelijke vaststellingen te doen of technisch advies te geven, om de rechter in staat te stellen de bedoelde rechtsregels toe te passen; de rechter kan de deskundige niet gelasten een advies te geven over de gegrondheid van de vordering zelf (vgl.: CASS., 10 november 2006, R.W., 2007-2008, 21; CASS., 3 juni 2004, R.A.B.G., 2004, 1169). Wanneer de aan de deskundige voorgelegde vraag samenvalt met die welke de rechter moet beslechten, dan schendt deze het eerste lid van artikel 11 van het gerechtelijk wetboek, dat bepaalt dat de rechters hun rechtsmacht niet kunnen overdragen (vgl.: CASS., 19 februari 2003, Arr. Cass., 2003, 438). Het bepaalde in art. 11, lid 1 Ger. W. is van openbare orde (CASS., 14 september 1992, Arr. Cass., 1991-92, 1099).
- De vragen of DD in het kader van de overeenkomsten met de appellanten inspanningsverbintenissen of resultaatsverbintenissen is aangegaan, of zij haar verbintenissen behoorlijk heeft uitgevoerd en of zij aanspraak kan maken op de door haar gefactureerde bedragen, kunnen als zodanig niet het voorwerp uitmaken van een deskundigen-onderzoek. Om met kennis van zaken over sommige van deze geschilpunten te kunnen oordelen, acht het hof het wel noodzakelijk om over een nauwkeurige beschrijving te beschikken van de bij Violaines geleverde uitrichtmachine, over de toestand waarin zij zich bevindt, over de werking ervan, over de eventuele gebreken of onvolkomenheden die daarbij gebeurlijk naar voorkomen, evenals over de mogelijke technische oorzaken daarvan en de schadelijke gevolgen. Gelet op de tegenstrijdige verklaringen daaromtrent van partijen komt het aangewezen voor bij wijze van voorafgaande maatregel een deskundige aan te stellen, teneinde een en ander tegensprekelijk vast te stellen. Het is nuttig deze maatregel thans te nemen bij toepassing van artikel 19, tweede lid, van het gerechtelijk wetboek en de behandeling van de zaak ten gronde niet af te wachten. Dit is niet enkel het geval om proceseconomische redenen, maar ook om te vermijden dat, door het verstrijken van de tijd, een nuttige tegensprekelijke vaststelling moeilijker wordt. Het is in het belang van de appellanten dat een deskundigen-onderzoek wordt bevolen, terwijl de bevolen bewarende maatregel de rechten van DD op geen enkele wijze aantast. Onverminderd de mogelijkheid voor de deskundige om een verzoening tussen de partijen tot stand te brengen, is het hoe dan ook in het belang van alle partijen en nuttig met het oog op de informatie met het oog op de beoordeling van het geschil, dat tegensprekelijke vaststellingen gebeuren van de feitelijke toestand van de geleverde machine en in verband met de beweerde gebreken waarmee het behept is, en dat tegelijk technisch advies wordt verleend over de gebeurlijke tekortkomingen aan de machine, de wijze waaraan daaraan kan verholpen worden en de schade die daardoor desgevallend is ontstaan.
- Rekening houdend met wat voorafgaat stelt het hof een deskundige aan met de opdracht zoals hierna bepaald. III.
- Op de openbare terechtzitting van 18 maart 2009 verklaarden de partijen, voor het geval dat een deskundige werd aangesteld, afstand te doen van de formaliteiten voorzien bij art. 972 § 1, 2 van het gerechtelijk wetboek in verband met de installatievergadering.
- Aangezien de deskundige rechtstreekse handelingen zal dienen te stellen in een andere lidstaat van de Europese Unie, met name in Frankrijk, waar de te onderzoeken uitrichtmachine zich bevindt, is de Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken van toepassing. Frankrijk heeft tot uitvoering van de Verordening 1206/2001 als bevoegde autoriteit aangewezen het Ministère de la Justice, Direction des Affaires Civiles et du Sceau, Bureau de l'entraide civile et commerciale internationale, 13 Place Vendôme 75042 Paris Cedex 01, zodat tot die instantie, overeenkomstig artikel 17 van de Verordening 1206/2001, een verzoek tot rechtstreekse bewijsverkrijging wordt overgemaakt en er slechts tot uitvoering van de deskundigenopdracht in Frankrijk zal worden overgegaan nadat aan het hof of de voor het hof optredende griffier, de aanvaarding van het verzoek is overgemaakt.
- De uitspraak waarbij een deskundige wordt aangesteld is van rechtswege uitvoerbaar bij voorraad (artikel 1496 Ger.W.) Bovendien kan tegen een tegensprekelijk arrest geen verzet, noch hoger beroep worden aangetekend, doch staat enkel nog een voorziening in Cassatie open, die geen opschortende werking heeft en de uitvoerbare kracht van de beslissing die in laatste instantie is gewezen niet beperkt. De partij die een arrest heeft verkregen dat voor het Hof van Cassatie wordt betwist, kan de tenuitvoerlegging van dat arrest voortzetten, zelfs na de indiening van de voorziening. Het is dan ook overbodig de voorlopige tenuitvoerlegging van een tegensprekelijk arrest te bevelen. OP DEZE GRONDEN, HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak; Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep van de appellanten ontvankelijk en reeds in de volgende mate gegrond; Doet het bestreden vonnis teniet in de mate dat het de vordering van de appellanten tot aanstelling van een deskundige op grond van artikel 19, tweede lid van het gerechtelijk wetboek, ongegrond heeft verklaard; En, hierover opnieuw recht doende; Toepassing makend van artikel 19, tweede lid van het gerechtelijk wetboek; Verklaart het verzoek tot aanstelling van een deskundige ontvankelijk en gegrond in de zin die volgt: Stelt aan als deskundige de heer Didier De Buyst, burgerlijk ingenieur, Technologiepark 3, 9052 Gent-Zwijnaarde (tel. 09/241.56.12 - fax 09/241.56.59), die zich desnoods mag laten bijstaan door een specialist ter zake op voorwaarde dat de expert diens conclusies tot de zijne maakt, en die overeenkomstig de artikelen 962 en volgende van het gerechtelijk wetboek de volgende opdracht vervult: Na voorafgaande uitnodiging van de partijen bij een ter post aangetekende brief en hun raadslieden met gewone brief, met mededeling van de plaats, dag en uur waarop hij zijn werkzaamheden zal aanvangen; De partijen aanhoren, kennis nemen van hun verklaringen, stukken, bescheiden en bundels, alle nodige of nuttige inlichtingen inwinnen bij de partijen en zonodig bij derden, en de partijen zo mogelijk verzoenen; Te F-62138 Chemin de la Cochiette (Frankrijk) de door de bvba D.D. Engineering aan de S.A.S. Ardo Violaines geleverde uitrichtmachine voor uien identificeren en beschrijven; Een nauwkeurige beschrijving geven van de werking van deze machine, zoals ze ingeschakeld is in de productielijn van de S.A.S. Ardo Violaines; Gemotiveerd zeggen of de technische kenmerken van de machine beantwoorden aan de technische omschrijving die daarvan gegeven is in de overeenkomst van 2 maart 2007 tussen de bvba D.D. Engineering en de S.A.S. Ardo Violaines; Gemotiveerd zeggen welke aanpassingen gebeurlijk aan deze machine werden aangebracht door anderen dan de bvba D.D. Engineering; deze aanpassingen beschrijven en zo mogelijk zeggen door wie ze zijn aangepast; Vaststellen of de machine gebrekkig werkt, in voorkomend geval deze gebreken beschrijven; Advies geven over de feitelijke en technische oorzaken van deze gebeurlijke gebreken en zeggen aan wie ze feitelijk en technisch zijn toe te schrijven; zo mogelijk de aanpassingen en/of herstellingen beschrijven die nodig of mogelijk zijn om daaraan te verhelpen en de kostprijs daarvan ramen; De nadelige invloed van deze gebreken op de productie van S.A.S. Violaines beschrijven, rekening houdend met haar bestaande productielijn, en de schade ramen die zij daardoor desgevallend lijdt; Antwoorden op alle vragen van de partijen, nuttig voor de oplossing van het geschil; Hiervan een gemotiveerd en onder eed bevestigd verslag neer te leggen ter griffie van dit hof, op te stellen binnen vijf maanden na de aanvaarding van zijn opdracht, met dien verstande dat de partijen over vier weken na de verzending van het voorlopig deskundigenverslag beschikken om hierop opmerkingen te formuleren; Beveelt de deskundige en de partijen of hun raadslieden in toepassing van art. 973 § 1 van het gerechtelijk wetboek om te verschijnen voor het hof zetelend in raadkamer op woensdag 9 september 2009 te 16.00 uur teneinde het hof in te lichten over het verloop van de werkzaamheden; Verstaat evenwel dat deze verschijning vervalt indien het verslag vóór de gestelde datum wordt neergelegd of wanneer alle partijen hun schriftelijk akkoord hebben meegedeeld met de verlenging van de toegestane termijn; Zegt dat de nv Ardo en de S.A.S. Ardo Violaines als meest gerede partijen de kosten en het ereloon van de deskundige zullen voorschieten; Bepaalt het voorschot dat de nv Ardo en de S.A.S. Ardo Violaines (in totaal) ter griffie van het hof zullen consigneren binnen de 15 dagen na de kennisneming van onderhavig arrest op 2.500,00 EUR + 21 % BTW, samen 3.025,00 EUR. Bepaalt het redelijk deel van het voorschot dat aan de deskundige kan worden vrijgegeven teneinde de kosten van het onderzoek te dekken op 1.250,00 EUR + 21 % BTW, samen 1.512,50 EUR. Houdt de beslissing omtrent de gerechtskosten aan en verwijst de zaak naar de bijzondere rol van deze kamer. Zeggen voor recht dat, vooraleer partijen de deskundige laten overgaan tot uitvoering van de deskundigenopdracht op het grondgebied van Frankrijk, overeenkomstig artikel 17 van de Verordening (EG) 1206/2001, aan de aangestelde deskundige - of een eventueel andere naderhand aan te stellen deskundige bij verhindering van de hiervoor aangestelde -, aan de partijen of hun raadslieden, door het hof de aanvaarding door de Franse bevoegde autoriteit van het verzoek tot rechtstreekse bewijsverkrijging via het bevolen deskundigenonderzoek zal moeten zijn overgemaakt; Bevelen daartoe de heer hoofdgriffier, met gebruikmaking van het Franstalig formulier I in bijlage gevoegd bij Verordening 1206/2001, voor het hof een verzoek tot rechtstreekse bewijsverkrijging over te maken per aangetekende brief aan de bevoegde autoriteit van Frankrijk, namelijk het Ministère de la Justice, Direction des Affaires Civiles et du Sceau, Bureau de l'entraide civile et commerciale internationale, 13 Place Vendôme 75042 Paris Cedex 01, alle eventuele vragen van de aangezochte autoriteit te beantwoorden en bij aanvaarding van het verzoek door de aangezochte autoriteit de partijen en hun raadslieden daarvan een afschrift over te maken. Aldus gewezen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof van Beroep te Gent, de 12e kamer, rechtdoende in burgerlijke zaken, op heden 22-4-
- Aanwezig: - A. Van de Putte, raadsheer, waarnemend voorzitter ; - E. Dursin, raadsheer; - G. Danneels, raadsheer; - B. De Wilde, griffier. B. De Wilde G. Danneels E. Dursin A. Van de Putte Rep.nr.: 2009/ Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div