← België

ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090422.9

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 22 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090422.9 Rolnummer: 2008/AR/2879 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-11-03 Raadplegingen: 97 - laatst gezien 2026-07-02 19:36 Fiche Art. 19, tweede lid Ger.W. legt geen verplichting op aan de rechter om, indien daartoe gevraagd, een voorafgaande maatregel te bevelen of de toestand van de partijen voorlopig te regelen. Opdat een voorafgaande onderzoeksmaatregel zou kunnen bevolen worden moet de maatregel betrekking hebben op een vordering die of een tussengeschil dat voorligt en moet de te nemen onderzoeksmaatregel op het eerste gezicht een aanwijsbaar nut vertonen voor de latere beoordeling van die vordering of dat tussengeschil. Voor de toepassing van artikel 19, tweede lid, van het gerechtelijk wetboek is niet vereist dat er urgentie bestaat om de gevorderde voorafgaande maatregel te bevelen. Overeenkomstig artikel 962 van het gerechtelijk wetboek kan de rechter, ter oplossing van een voor hem gebracht geschil of ingeval een geschil werkelijk en dadelijk dreigt te ontstaan, deskundigen gelasten vaststellingen te doen of een technisch advies te geven. Zonder zich reeds uit te spreken over de grond van de zaak dient de rechter, bij het beoordelen of de gevraagde voorafgaande maatregel moet bevolen worden, te onderzoeken of en in welke mate deze maatregel nuttig kan zijn voor de oplossing van het geschil ten gronde. Een door de rechter bevolen deskundigenonderzoek mag enkel tot doel hebben feitelijke vaststellingen te doen of technisch advies te geven, om de rechter in staat te stellen de bedoelde rechtsregels toe te passen; de rechter kan de deskundige niet gelasten een advies te geven over de gegrondheid van de vordering zelf. Wanneer de aan de deskundige voorgelegde vraag samenvalt met die welke de rechter moet beslechten, dan schendt deze het eerste lid van artikel 11 van het gerechtelijk wetboek, dat bepaalt dat de rechters hun rechtsmacht niet kunnen overdragen. Het bepaalde in art. 11, lid 1 Ger. W. is van openbare orde. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Bewijs (gerechtelijk recht) - Deskundigenonderzoek - Algemeen Vrije woorden: Voorafgaande maatregel - Art. 19, tweede lid Ger.W. - Geen verplichting voor de rechter - Geen urgentie vereist - Deskundigenonderzoek - Enkel van feitelijke vaststellingen of technisch advies. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 12 Kamer ________ Terechtzitting van 22 april 2009 TUSSENARREST aanstelling deskundige art. 973 §1 Ger.W.dd. 9-9-2009 om 16.30 h. - In de zaak met het rolnummer 2008/AR/2879 van: bvba IMMO BRUGGE OOSTKUST, met zetel te 8310 St.-Kruis (Brugge), Pijpeweg 110, met ondernemingsnr. 0474.306.640, appellant tegen het vonnis van de rechtbank van koophandel te Ieper, op tegenspraak gewezen door de enige kamer dd. 22-9-2008, oorspronkelijk verweerster op hoofdeis en eiseres op tegeneis, hebbende als raadsman mr. DE GRYZE Lieve, advocaat te 9990 Maldegem, Noordstraat 18 tegen : nv AUTOSTAR, met zetel te 8900 Ieper, Zwaanhofweg 8, met ondernemingsnr. 0436.632.335, geïntimeerde, oorspronkelijk eiseres op hoofdeis en verweerster op tegeneis, hebbende als raadsman mr. VANDEN BULCKE Sofie, advocaat te 8500 Kortrijk, Kon. Albertstraat 24/1 velt het hof het volgend arrest. De partijen werden gehoord in openbare terechtzitting in hun middelen en conclusies en de door hen neergelegde stukken werden ingezien. Bij akte van hoger beroep, neergelegd ter griffie van dit hof op 27 november 2008, heeft de bvba Immo Brugge Oostkust (hierna "IBO" genoemd) hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat op 22 september 2008 tussen partijen op tegenspraak werd gewezen door de rechtbank van koophandel te Ieper. Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van dit hof op 7 januari 2009, vordert IBO in toepassing van artikel 19, tweede lid, van het gerechtelijk wetboek de aanstelling van een gerechtsdeskundige. A. Antecedenten I.

  1. Bij dagvaarding van 4 oktober 2007 vorderde de nv Autostar (hierna "Autostar" genoemd) de veroordeling van IBO tot betaling van 4.197,36 EUR, meer de conventionele rente aan 12% per jaar op 3.516,43 EUR vanaf de dagvaarding tot de datum van volledige betaling en de kosten van het geding. De vordering had betrekking op een onbetaald gebleven factuur van 6 februari 2007 voor werken aan een vrachtwagen.
  2. IBO zette uiteen dat zij opdracht gegeven had aan Autostar om, op grond van een offerte van 27 september 2006, een door haar aangekochte vrachtwagen Mercedes "volledig in orde te stellen" Zij stelde dat deze werken door Autostar werden uitgevoerd in oktober-november 2006 voor een totale prijs van 17.804,54 EUR. IBO betoogde verder dat Autostar begin januari 2007 in haar opdracht een lichtendrager met toebehoren monteerde op het dak van de cabine van de vrachtwagen. Bovendien verplaatste Autostar ook de trekhaak en voerde zij nog enkele bijkomende werken uit aan de vrachtwagen. Zij stelde daarvoor op 6 februari 2007 de litigieuze factuur van 3.516,43 EUR op. Volgens IBO manifesteerden zich reeds korte tijd nadat de wagen volledig in orde was gesteld, diverse mankementen aan de vrachtwagen. Aldus werd op 1 december 2006 vastgesteld dat de werklichten en de achteruitrijlichten niet meer werkten. De garage Auto Terminus te Brugge, bij wie het voertuig werd binnengebracht, stelde en een kortsluiting vast en herstelde de bekabeling. Dezelfde garage voerde een nieuwe herstelling uit nadat op 19 januari 2007 vastgesteld was dat de op de cabine gemonteerde werklichten niet meer functioneerden. In februari 2007 werd de vrachtwagen opnieuw binnengebracht bij de garage Auto Terminus Brugge, wegens een olieverlies aan de motor en olielekkage aan de luchtcompressor. Deze gebreken werden volgens IBO niet hersteld. Bij brief, gedateerd op 14 februari 2007, liet IBO, onder verwijzing naar de saldofactuur d.d. 27 december 2006 van 5.704,55 EUR voor het "volledig in orde stellen" van de vrachtwagen en naar de factuur van 6 februari 2007, weten niet tevreden te zijn over het gepresteerde werk en de aangerekende prijs. Ze wees erop dat zij de vrachtwagen reeds voor herstelling had dienen binnen te brengen bij de garage Auto Terminus en bovendien beklaagde zij er zich over dat Autostar op beide voormelde facturen allerhande klein materiaal in rekening had gebracht. IBO verklaarde geen bevredigend antwoord te hebben ontvangen op dit schrijven, noch op latere briefwisseling, waaronder een aangetekend schrijven van 10 juni 2007, waarin zij melding maakte van problemen met de door Autostar geplaatste lichtendrager, die op diverse punten aan het uitscheuren was. Dit zou te wijten zijn aan het feit dat deze drager geplaatst werd zonder het aanbrengen van de nodige dakversterkingen. IBO had inmiddels wel de saldofactuur in verband met het "volledig in orde stellen" van de wagen betaald, onder aftrek van een creditnota van 65,00 EUR die door Autostar was opgesteld. Wat de hoofdvordering betreft besloot IBO dat zij ongegrond was, omdat het werk niet goed was uitgevoerd. Minstens konden volgens haar geen intresten en schadevergoeding worden aangerekend. Bij tegeneis vorderde IBO terugbetaling door Autostar van het bedrag van de facturen van de garage Auto Terminus van 11 december 2006 en 27 maart 2007 voor respectievelijk 128,33 EUR en 150,43 EUR, evenals de kosten voor herstelling van de lichtendrager, die zij op basis van een bestek van garage Auto Terminus begrootte op 2.567,46 EUR. Daarnaast vorderde zij een bedrag van 7.260,00 EUR op grond van een factuur d.d. 15 januari 2008 voor kosten die zij had moeten maken omdat de vrachtwagen einde 2007 was afgekeurd door de Automobielinspectie wegens problemen met de verlichting en de remmen. Bij nazicht door garage Auto Terminus Brugge was gebleken dat de elektrische bedrading met kleefband was verbonden, de verlichtingsterkte van de lichten onvoldoende was en dat de remleidingen in slechte staat waren. IBO vorderde de compensatie van de beide vorderingen en de veroordeling van Autostar tot de gerechtskosten.
  3. De eerste rechter verklaarde de hoofdvordering van Autostar toelaatbaar en gegrond tot beloop van 3.516,43 EUR, meer de gemeenrechtelijke wettelijke intresten vanaf 6 april 2007 tot de datum van betaling. De tegeneis verklaarde hij toelaatbaar, maar ongegrond en hij veroordeelde IBO tot de gerechtskosten. De eerste rechter stelde vast dat niet werd betwist dat Autostar de door haar gefactureerde werken had uitgevoerd. Met betrekking tot de aanvankelijk door Autostar uitgevoerde werken, waarvan IBO voorhoudt dat ze gebrekkig waren, overwoog hij dat IBO herstellingen had laten uitvoeren door een derde, waardoor geen tegensprekelijke vaststellingen meer mogelijk waren en Autostar evenmin in de gelegenheid was om zelf nog te verhelpen aan eventuele problemen. Wat de vermeende gebreken aan de lichtendrager betreft, stelde de eerste rechter vast dat IBO ze pas voor het eerst ter sprake bracht in juni 2007, op een ogenblik dat de factuur reeds lang diende betaald te zijn. Hij besloot dat deze factuur niet tijdig was betwist, zodat betaling ervan verschuldigd was. Hij voegde eraan toe dat, wanneer er achteraf problemen rezen met de drager, het aan IBO toekwam een tegensprekelijke vaststelling uit te lokken, wat zij nog niet had gedaan. Hij stelde vast dat de verkoopsvoorwaarden van Autostar voorzagen in de toekenning van de wettelijke intrest en niet van de door haar gevorderde rente. Bovendien was daarin evenmin een schadebeding opgenomen. De tegeneis wees de eerste rechter af op grond van de overweging dat IBO de herstellingen had laten uitvoeren door een derde, zonder dat voldaan was aan de voorwaarden van artikel 1184 van het burgerlijk wetboek. II.
  4. Het hoger beroep van IBO strekt ertoe dat het hof het bestreden vonnis teniet doet en, opnieuw recht sprekend, de oorspronkelijke vordering van Autostar afwijst als ongegrond en haar tegenvordering, zoals "herbegroot" in hoger beroep, gegrond verklaart. Aldus vordert IBO de veroordeling van Autostar tot betaling van 7.538,76 EUR, meer een provisie van 3.000,00 EUR uit hoofde van reeds gemaakte en nog voorziene herstellingskosten. Ten slotte vraagt zij de veroordeling van Autostar tot de gedingkosten in beide aanleggen. IBO argumenteert dat het herstellen van de vrachtwagen bij de garage Auto Terminus te Brugge gebeurde na contactname en met het akkoord van Autostar. Dit was niet het geval voor de herstelling na de afkeuring van de vrachtwagen door de Automobielinspectie, doch in dat geval was de vaststelling van het gebrek gebeurd door een officiële instantie en was herstel dringend nodig. Bovendien benadrukt zij dat de factuur, die het voorwerp is van de vordering van Autostar, nog niet diende betaald te zijn op het ogenblik dat de problemen met de lichtendrager zich manifesteerden, aangezien zij terecht naliet deze factuur te betalen, rekening houdend met de andere problemen waarmee zij geconfronteerd was en waarvoor Autostar geen oplossing bood. Verder stelt zij vast dat de eerste rechter ten onrechte niet inging op de problematiek van het nog steeds bestaande olielek. Zij vordert bij tegeneis 7.538,76 EUR wegens door haar betaalde facturen aan garage Auto Terminus Brugge, evenals een provisioneel bedrag van 3.000,00 EUR voor herstellingskosten van de lichtendrager, van het uitgescheurd dak van de bestuurderscabine en andere schade, voor herstellingskosten van het olielek, als minderwaarde en als genotsderving.
  5. Op 7 januari 2009 legde IBO een verzoekschrift neer in toepassing van artikel 19, tweede lid, van het gerechtelijk wetboek. Zij vraagt dat het hof, alvorens recht te doen en bij wijze van voorafgaande maatregel, een deskundige aanstelt met als opdracht: - de door Autostar aan de vrachtwagen Mercedes, type 2635K 6x4, met chassisnummer WDB65913715913566 en nummerplaat VSH 064 uitgevoerde werken te identificeren, te onderzoeken, te beschrijven en gemotiveerd te zeggen of deze werken de door IBO aangehaalde gebreken vertoonden en/of nog vertonen; - de oorzaken van de vastgestelde én van de herstelde gebreken te bepalen en te zeggen aan wie ze technisch toerekenbaar zijn; - te bepalen of de herstellingen die IBO liet uitvoeren door garage Auto Terminus Brugge te beschouwen zijn als urgent; - de herstellingswijze van de nog aanwezige gebreken met kostprijs en duur te bepalen en tevens de genotsderving en andere geleden schade, evenals de blijvende minwaarde te bepalen.
  6. Autostar, die zich het recht voorbehoudt om ten gronde te concluderen, besluit tot de afwijzing van de vordering op grond van artikel 19, tweede lid, van het gerechtelijk wetboek. Autostar stelt dat IBO geen bewijzen voorlegt omtrent beweerde problemen met de lichtendrager. Zij stelt dat hiervan voor het eerst gewag gemaakt werd in een brief van 14 juni 2007 en dat daarover geen nuttige vaststellingen meer kunnen gedaan worden. Ook in verband met het beweerde olielek kunnen er volgens Autostar geen vaststellingen meer gebeuren, nu IBO een beroep deed op garage Auto Terminus Brugge om de beweerde problemen op te lossen, zoals blijkt uit de brief d.d. 14 februari 2007 van IBO. Evenmin kan volgens Autostar een deskundige worden aangesteld om niet nader genoemde "andere mankementen" op te sporen, waaromtrent zij niet aannemelijk maakt dat zij eventueel zouden kunnen bestaan. B. Beoordeling I.
  7. Het hoger beroep van de appellanten, dat tijdig werd ingesteld en regelmatig is naar de vorm, is ontvankelijk.
  8. Ingevolge het verzoekschrift op grond van artikel 19, tweede lid, van het gerechtelijk wetboek, dat IBO ter griffie van het hof neerlegde op 7 januari 2009, werden de partijen op 23 januari 2009 opgeroepen om te verschijnen op de openbare terechtzitting van de twaalfde kamer van het hof van 11 februari 2009 voor de behandeling van dit verzoekschrift. Op verzoek van IBO werd de zaak op de voormelde zitting uitgesteld naar de openbare terechtzitting van 25 maart 2009, waar zij behandeld werd. Het debat blijft thans beperkt tot het voorwerp van het verzoekschrift van 7 januari
  9. II.
  10. Het tweede lid van art. 19 van het gerechtelijk wetboek, zoals gewijzigd door de wet van 26 april 2007 (B.S. 12 juni 2007) luidt als volgt: " Alvorens recht te doen, kan de rechter, in elke stand van de rechtspleging, een voorafgaande maatregel bevelen om de vordering te onderzoeken of een tussengeschil te regelen dat betrekking heeft op een dergelijke maatregel, dan wel de toestand van de partijen voorlopig te regelen. De meest gerede partij kan hiertoe de zaak in elke stand van het geding voor de rechter brengen bij eenvoudig schriftelijk verzoek neergelegd ter of toegezonden aan de griffie; de griffier roept de partijen en, in voorkomend geval, hun advocaat op bij gewone brief of, ingeval de partij verstek heeft laten gaan op de inleidingszitting en geen advocaat heeft, bij gerechtsbrief. " Op grond van artikel 1042 van het gerechtelijk wetboek is deze bepaling ook van toepassing in hoger beroep. Art. 19, tweede lid Ger.W. legt geen verplichting op aan de rechter om, indien daartoe gevraagd, een voorafgaande maatregel te bevelen of de toestand van de partijen voorlopig te regelen. Opdat een voorafgaande onderzoeksmaatregel zou kunnen bevolen worden moet de maatregel betrekking hebben op een vordering die of een tussengeschil dat voorligt en moet de te nemen onderzoeksmaatregel op het eerste gezicht een aanwijsbaar nut vertonen voor de latere beoordeling van die vordering of dat tussengeschil. Voor de toepassing van artikel 19, tweede lid, van het gerechtelijk wetboek is niet vereist dat er urgentie bestaat om de gevorderde voorafgaande maatregel te bevelen.
  11. Overeenkomstig artikel 962 van het gerechtelijk wetboek kan de rechter, ter oplossing van een voor hem gebracht geschil of ingeval een geschil werkelijk en dadelijk dreigt te ontstaan, deskundigen gelasten vaststellingen te doen of een technisch advies te geven. Zonder zich reeds uit te spreken over de grond van de zaak dient de rechter, bij het beoordelen of de gevraagde voorafgaande maatregel moet bevolen worden, te onderzoeken of en in welke mate deze maatregel nuttig kan zijn voor de oplossing van het geschil ten gronde. 2.
  12. Het door IBO gevorderde deskundigenonderzoek strekt ertoe tegensprekelijke vaststellingen te laten doen over beweerde gebreken aan een vrachtwagen, waarvan zij voorhoudt dat zij veroorzaakt zijn door de gebrekkige uitvoering van werken door Autostar aan deze vrachtwagen. Ongeacht de betwisting over de juridische gevolgen van het feit dat IBO sommige van deze gebreken, al dan niet met goedkeuring van Autostar, door een derde liet herstellen, kan thans geen nuttige vaststelling meer gedaan worden van de toestand zoals hij was vóór de herstelling. De vordering tot aanstelling van een deskundige moet dan ook afgewezen worden in zover zij de door garage Auto Terminus herstelde gebreken betreft. 2.
  13. Evenmin dient aan de deskundige opdracht gegeven te worden zich uit te spreken over de urgentie van deze herstellingen. Gelet op de omschrijving die IBO daarvan geeft, acht het hof zich daaromtrent voldoende geïnformeerd. In de mate dat de urgentie van belang kan zijn voor de beoordeling van de vraag of IBO de betreffende herstellingen mocht laten uitvoeren zonder voorafgaande tegensprekelijke vaststelling, betreft dit geen feitelijke vaststelling meer, maar gaat het over de gevolgen in rechte. Het behoort niet aan een deskundige de rechter daarover advies te geven. Een door de rechter bevolen deskundigenonderzoek mag enkel tot doel hebben feitelijke vaststellingen te doen of technisch advies te geven, om de rechter in staat te stellen de bedoelde rechtsregels toe te passen; de rechter kan de deskundige niet gelasten een advies te geven over de gegrondheid van de vordering zelf (vgl.: CASS., 10 november 2006, R.W., 2007-2008, 21; CASS., 3 juni 2004, R.A.B.G., 2004, 1169). Wanneer de aan de deskundige voorgelegde vraag samenvalt met die welke de rechter moet beslechten, dan schendt deze het eerste lid van artikel 11 van het gerechtelijk wetboek, dat bepaalt dat de rechters hun rechtsmacht niet kunnen overdragen (vgl.: CASS., 19 februari 2003, Arr. Cass., 2003, 438). Het bepaalde in art. 11, lid 1 Ger. W. is van openbare orde (CASS., 14 september 1992, Arr. Cass., 1991-92, 1099). 2.
  14. Wat de lichtendrager betreft, die door Autostar op de cabine van de vrachtwagen werd gemonteerd, legt IBO foto's voor. Daaruit blijkt dat er eventueel aanwijzingen zouden kunnen zijn van scheurvorming. Het loutere verstrijken van de termijn heeft niet tot gevolg dat hieromtrent geen nuttige vaststellingen meer kunnen gebeuren. 2.
  15. Er is betwisting over de vraag of een olielek aan de vrachtwagen al dan niet hersteld werd. Het deskundigenonderzoek kan daarover uitsluitsel brengen. 2.
  16. Terecht merkt Autostar op dat aan de deskundige niet in algemene woorden opgedragen kan worden om eventuele andere mankementen op te sporen. Een deskundigenonderzoek kan maar bevolen worden in de mate dat er een begin van bewijs of minstens aanwijzingen bestaan van wat men wil bewijzen, teneinde de rechtbank toe te laten over de opportuniteit tot aanstelling van een deskundige en over de omvang van zijn opdracht te oordelen en fictieve of louter speculatieve vorderingen te vermijden. IBO maakt niet aannemelijk dat er andere gebreken zijn dan het beweerde probleem met de lichtendrager en het beweerde olielek die een deskundigenonderzoek kunnen verant-woorden.
  17. Het is in het belang van IBO dat een deskundigenonderzoek wordt bevolen omtrent de twee voormelde door haar aangehaalde problemen, terwijl de bevolen bewarende maatregel de rechten van Autostar op geen enkele wijze aantast. Rekening houdend met wat voorafgaat stelt het hof een deskundige aan met de opdracht zoals hierna bepaald.
  18. Op de openbare terechtzitting van 25 maart 2009 verklaarden de partijen, voor het geval dat een deskundige werd aangesteld, afstand te doen van de formaliteiten voorzien bij art. 972 § 1, 2 van het gerechtelijk wetboek in verband met de installatievergadering. OP DEZE GRONDEN, HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak; Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep van de bvba Immo Brugge Oostkust ontvankelijk; Verklaart haar verzoek in toepassing van artikel 19, tweede lid, van het gerechtelijk wetboek, tot aanstelling van een gerechtsdeskundige, ontvankelijk en in de navolgende mate gegrond; Stelt aan als deskundige de heer Tom Christiaens, industrieel ingenieur, Vaartstraat 9, 9030 Mariakerke (tel. 09.234.05.16), die zich desnoods mag laten bijstaan door een specialist ter zake op voorwaarde dat de expert diens conclusies tot de zijne maakt, en die overeenkomstig de artikelen 962 en volgende van het gerechtelijk wetboek de volgende opdracht vervult: Na voorafgaande uitnodiging van de partijen bij een ter post aangetekende brief en hun raadslieden met gewone brief, met mededeling van de plaats, dag en uur waarop hij zijn werkzaamheden zal aanvangen; De partijen aanhoren, kennis nemen van hun verklaringen, stukken, bescheiden en bundels, alle nodige of nuttige inlichtingen inwinnen bij de partijen en zonodig bij derden, en de partijen zo mogelijk verzoenen; - zich begeven naar de garage bvba V. B., te Zedelgem, De Arend 8; - de vrachtwagen Mercedes, type 2635K 6x4, met chassisnummer WDB65913715913566 en nummerplaat VSH 064 identificeren en beschrijven; - de daarop door de nv Autostar gemonteerde lichtendrager beschrijven; gemotiveerd zeggen of deze lichtendrager volgens de regels van de kunst gemonteerd werd op de cabine van de vrachtwagen en, indien niet, de schade beschrijven die veroorzaakt werd omdat deze lichtendrager niet volgens de regels der kunst werd gemonteerd; - in voorkomend geval de wijze van herstel van deze schade bepalen, evenals de herstelduur, en de kostprijs daarvan begroten; - in voorkomend geval de werken beschrijven die nodig zijn om de lichtendrager volgens de regels te monteren op de cabine, de uitvoeringsduur en de kostprijs daarvan bepalen; - onderzoeken of deze vrachtwagen olielekken vertoont; in bevestigend geval de feitelijke en technische oorzaken daarvan bepalen en zeggen aan wie ze feitelijk en technisch zijn toe te schrijven; de herstelwijze, de herstelduur en de kostprijs ervan ramen, evenals de eventuele andere schade die de bvba Immo Brugge Oostkust daardoor heeft geleden. Antwoorden op alle vragen van de partijen, nuttig voor de oplossing van het geschil; Hiervan een gemotiveerd en onder eed bevestigd verslag neerleggen ter griffie van dit hof, op te stellen binnen vijf maanden na de aanvaarding van zijn opdracht, met dien verstande dat de partijen over vier weken na de verzending van het voorlopig deskundigenverslag beschikken om hierop opmerkingen te formuleren; Beveelt de deskundige en de partijen of hun raadslieden in toepassing van art. 973 § 1 van het gerechtelijk wetboek om te verschijnen voor het hof zetelend in raadkamer op woensdag 9 september 2009 te 16.30 uur teneinde het hof in te lichten over het verloop van de werkzaamheden; Verstaat evenwel dat deze verschijning vervalt indien het verslag vóór de gestelde datum wordt neergelegd of wanneer alle partijen hun schriftelijk akkoord hebben meegedeeld met de verlenging van de toegestane termijn; Zegt dat de bvba Immo Brugge Oostkust als meest gerede partij de kosten en het ereloon van de deskundige zal voorschieten; Bepaalt het voorschot dat de bvba Immo Brugge Oostkust ter griffie van het hof zal consigneren binnen de 15 dagen na de kennisneming van onderhavig arrest op 1.250,00 EUR + 21 % BTW, samen 1.512,50 EUR. Bepaalt het redelijk deel van het voorschot dat aan de deskundige kan worden vrijgegeven teneinde de kosten van het onderzoek te dekken op 625,00 EUR + 21 % BTW, samen 756,25 EUR. Houdt de beslissing omtrent de gerechtkosten aan en verwijst de zaak naar de bijzondere rol van deze kamer. Aldus gewezen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof van Beroep te Gent, de 12e kamer, rechtdoende in burgerlijke zaken, op heden 22-4-
  19. Aanwezig: - A. Van de Putte, raadsheer, waarnemend voorzitter ; - E. Dursin, raadsheer; - G. Danneels, raadsheer; - B. De Wilde, griffier. B. De Wilde G. Danneels E. Dursin A. Van de Putte Rep.nr.: 2009/ Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.