← België

ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090423.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 23 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090423.8 Rolnummer: 2004/AR/2531 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-07-02 Raadplegingen: 88 - laatst gezien 2026-07-02 19:37 Fiche Indien bij eindarrest het hof de zwarigheden in het kader van een gerechtelijke vereffening en verdeling heeft beslecht en de zaak heeft terugverwezen naar de boedelnotarissen om de verbeterde eindstaat op te stellen volgens de gegeven onderrichtingen, is de rechtsmacht van het hof uitgeput. Indien hierna nieuwe zwarigheden worden geformuleerd, is het hof niet bevoegd om kennis te nemen van het verzoek tot homologatie van de eindstaat. Overeenkomstig de artikelen 1219 en 1223 Ger.W. dient de zaak in eerste aanleg aanhangig te worden gemaakt. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - ERFRECHT - Erfrecht - Vereffening en verdeling - Algemeen Vrije woorden: Gerechtelijke vereffening-verdeling - beweringen en zwarigheden - nieuwe zwarigheden -rechtsmacht en bevoegdheid. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 11 Kamer ________ Terechtzitting van 23 april 2009 ________ Na eindarrest d.d. 22 juni 2006 Onbevoegd wat betreft aanpassingen staat vereffening verdeling 2004/AR/2531 - In de zaak van: V. G. A., wonende te , appellante van een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde, vierde kamer d.d. 23 september 2004,in persoon, tegen : N. H., wonende te , geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. QUIRYNEN Paul, advocaat te 2840 REET, Molenstraat 1 velt het hof het volgend arrest: Notaris Anne Vander Donckt, met standplaats te Dendermonde heeft op 21 januari 2008 het gelijkvormig afschrift van de aanvullende staat van vereffening van 3 december 2007 neergelegd ter griffie van het hof. Beide partijen hebben navolgend geconcludeerd. Ter terechtzitting van 5 maart 2009 werden de partijen uitgenodigd om standpunt in te nemen over de ambtshalve gestelde vraag of het hof bevoegd is om kennis te nemen van het huidige geschil, gelet op het artikel 1223 Ger. W.. BEOORDELING

  1. De feitelijke en procedurele voorgaanden Teneinde de transparantie van de feitelijke en procedurele voorgaanden te optimaliseren, wordt in het hiernavolgend overzicht abstractie gemaakt van de tussen partijen gevoerde procedures die geen rechtstreekse relevantie en/of impact hebben voor de beoordeling in de voorliggende procedure. Partijen zijn op 11 juni 1955 gehuwd voor de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Hofstade onder het stelsel van gemeenschap van aanwinsten, ingevolge huwelijkscontract verleden voor notaris Henri Wambacq met standplaats te Aalst op 30 april 1955, dat niet werd bevestigd en evenmin werd gewijzigd. Bij vonnis van 16 maart 2000 van de negende kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde, werd de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en werden notaris Anne Vander Donckt, met standplaats te Dendermonde, als penhouder en notaris Danièle Breckpot, met standplaats te Aalst, aangesteld als boedelnotarissen voor de vereffening en verdeling van het ontbonden huwelijksstelsel. Notaris Luc Eeman, met standplaats te Lebbeke, werd gelast met de opdracht vervat in art. 1209, al. 3 Ger. W. Het vonnis bekwam kracht van gewijsde op 9 mei
  2. Op 12 februari 2003 werd het proces-verbaal van opening van werkzaamheden opgesteld. Op 20 februari 2003 volgde de staat van vereffening en verdeling. Het proces-verbaal van zwarigheden van de partijen dateerde van 2 oktober 2003, en werd op 10 oktober 2003 door de boedelnotarissen neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde. Bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde van 23 september 2004 heeft de eerste rechter de debatten ambtshalve heropend op een aantal nader in de redengeving van het bestreden vonnis bepaalde punten en werd de beslissing over de kosten aangehouden. Tegen het voornoemd vonnis heeft de appellante hoger beroep ingesteld bij beroepsakte neergelegd ter griffie op 13 oktober
  3. Daarop volgend heeft het hof (anders samengesteld) op 22 juni 2006 een eindarrest gewezen waarbij de zaak werd teruggewezen naar de boedelnotarissen, om de verbeterde eindstaat op te stellen volgens de gegeven onderrichtingen. Op 3 december 2007 werd de eindstaat van vereffening van de ontbonden huwgemeenschap tussen partijen verleden, waarbij de appellante weigerde te tekenen, en notaris Luc Eeman tekende als vertegenwoordiger van de weerspannige partij. Op 4 december 2007 legde de appellante conclusies neer ter griffie van het Hof. In haar begeleidend schrijven kondigde zij aan dat de boedelnotaris de eindstaat ter homologatie zou neerleggen ter griffie van het hof van beroep te Gent, en zij verzocht aangetekend te worden opgeroepen, onder verwijzing naar de artikelen 1219 en 1223-1224 Ger. W.. Tevens vroeg zij om die brief "in voorkomend geval" te aanzien als aanvraag rechtsdag overeenkomstig art. 747 Ger. W.. Op 21 januari 2008 legde notaris Vander Donckt de eindstaat van 3 december 2007 neer ter griffie van het hof. Navolgend legden de beide partijen conclusies neer, waarin zij wederzijds de ontvankelijkheid en de gegrondheid van de gestelde vorderingen betwistten. Ter terechtzitting van 5 maart 2009 werden partijen uitgenodigd standpunt in te nemen over de vraag of het hof bevoegd is om kennis te nemen van het huidige geschil, waarna partijen pleiten en het hof verzochten de zaak enkel in beraad te nemen met betrekking tot de vraag of het hof al dan niet bevoegd is, gelet op art. 1223 Ger. W.
  4. Beoordeling Aangezien de bepalingen terzake de rechterlijke organisatie van openbare orde zijn, dient het hof - zelfs ambtshalve - zijn bevoegdheid te onderzoeken om kennis te nemen van het voorgelegde geschil. Bij eindarrest van 22 juni 2006 van deze kamer (anders samengesteld) werd de rechtsmacht van het hof ingevolge de appèlakte van partij V. G. van 13 oktober 2004 uitgeput. Eventueel navolgende geschillen dienen bij de rechtbank te worden aangebracht op de door de wet bepaalde wijze, namelijk zoals voorzien in de artikelen 1219 Ger. W., 1222 Ger. W. en 1223 Ger. W.. Het is duidelijk dat de neerlegging van conclusies door partij V. G. op 4 december 2007 geen rechtsgeldige adiëring inhoudt waardoor voor het hof een nieuwe rechtsmacht zou ontstaan. De vraag rijst daarbij of de navolgende neerlegging op 21 januari 2008 van de eindstaat door notaris Vander Donckt als een rechtsgeldige nieuwe adiëring kan worden aanzien. Deze neerlegging ter homologatie is in wezen een nieuwe procedure die, procedureel gezien, niet voortbouwt op die welke beëindigd werd door het eindarrest van 22 juni
  5. Luidens art. 1222, 2de lid Ger. W. gaat de notaris, nadat hij de staat van vereffening heeft opgemaakt, te werk zoals wordt bepaald in de artikelen 1218 en 1219 Ger. W.. Met name voorziet art. 1219 § 2 Ger. W. dat de zaak - door neerlegging van de aldaar vermelde stukken door de notaris - aanhangig wordt bij de rechtbank. Luidens art. 1223 beslecht de rechtbank de geschillen, homologeert zonder meer de staat van vereffening of verzendt deze aan de aangewezen notaris om een aanvullende staat van vereffening of een staat van vereffening overeenkomstig de door de rechter gegeven richtlijnen op te maken. Zowel art. 1219 Ger. W. als 1223 Ger. W. voorzien expliciet de neerlegging bij en de adiëring van de rechtbank van eerste aanleg. Er zijn in de voorliggende zaak geen elementen aanwezig die toelaten te oordelen dat de devolutieve werking van de appèlakte van partij V. G. van 13 oktober 2004, zich ook zou uitstrekken tot een desgevallend navolgende procedure tot homologatie van de staat van vereffening en verdeling van 3 december 2007 van de instrumenterende boedelnotarissen. Concreet impliceert dit én dat het hof niet bevoegd is om van het verzoek tot homologatie van de eindstaat kennis te nemen, én dat de zaak in eerste aanleg aanhangig dient te worden gemaakt overeenkomstig art. 1223 Ger. W..
  6. De kosten van het geding De geïntimeerde verzoekt het hof de kosten van deze instantie ten laste te leggen van appellante en begroot de rechtsplegingsvergoeding waarop hij aanspraak kan maken op 10.000,00 euro, gelet op de waarde van de vordering die 121.523,81 euro zou bedragen. De appellante betwist de lastens haar gevorderde rechtsplegingsvergoeding, omdat hier geen nieuwe zaak in hoger beroep is ingesteld, maar wel een verzoek bestaat om de staat, die in januari 2008 ter griffie werd neergelegd, niet te homologeren omdat de tussengekomen arresten niet correct zijn uitgevoerd en omdat de arresten reeds uitspraak hebben gedaan over de rechtsplegingsvergoeding. Nu hoger werd geoordeeld dat het voorliggend verzoek tot homologatie van de staat van vereffening van 3 december 2007 niet ressorteert onder de devolutieve werking van het op 13 oktober 2004 door appellante ingestelde hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde, uitgesproken op 23 september 2004 en het hof zijn rechtsmacht heeft uitgeput bij het uitspreken van het eindarrest van 22 juni 2006 betreffende de zwarigheden, kan appellante niet worden gevolgd in haar standpunt dat er voor de voorliggende procedure geen rechtsplegingsvergoeding zou verschuldigd zijn. Anderzijds kan ook geïntimeerde niet worden gevolgd in zijn standpunt dat de rechtsplegingsvergoeding zou moeten worden begroot rekening houdend met een vordering van 121.523,81 euro, aangezien de procedure houdende homologatie van de staat van vereffening en verdeling een niet in geld waardeerbare vordering betreft. Bij ontstentenis van enige argumentatie en/of element dat ertoe noopt af te wijken van de basisrechtsplegingsvergoeding voor een niet in geld waardeerbare vordering, dient de aan geïntimeerde toekomende rechtsplegingsvergoeding te worden begroot op 1.200,00 euro. De kosten dezer worden ten laste van de massa gelegd. OP DIE GRONDEN, HET HOF, Recht doende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, Verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van de op 21 januari 2008 ter griffie van het hof neergelegde staat, verleden op 3 december 2007 door Anne Vander Donckt, met standplaats te Dendermonde, als penhouder en notaris Danièle Breckpot, met standplaats te Aalst; Legt de kosten dezer ten laste van de massa, en begroot deze aan de zijde van de geïntimeerde op een rechtsplegingsvergoeding van 1.200,00 euro, en aan de zijde van appellante op 0,00 euro. Aldus gewezen door de ELFDE KAMER, van het Hof van beroep te Gent, zetelend in burgerlijke zaken, samengesteld uit: Alexander Deene, raadsheer wn. voorzitter, Nadia De Turck, raadsheer, Kristin Vandenberghe, raadsheer, en uitgesproken door de raadsheer wn. voorzitter van de kamer in openbare terechtzitting van 23 april 2009, bijgestaan door Kurt Goossens, griffier. Kurt Goossens K. Vandenberghe N. De Turck A. Deene Rep. 2009/ Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.