id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 30 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090430.5 Rolnummer: 2008/AR/107 Rechtsgebied: Internationaal privaatrecht Invoerdatum: 2009-07-08 Raadplegingen: 80 - laatst gezien 2026-07-02 19:40 Fiche De rechtsmacht van de Belgische rechtscolleges wordt bepaald op het tijdstip van de rechtsingang. UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT - WETBOEK IPR - Algemene bepalingen - Rechterlijke bevoegdheid - Algemeen Vrije woorden: Rechterlijke bevoegdheid - Rechtsmacht woonplaats. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 1be kamer ________ terechtzitting van 30-04-2009 E.E.X.-verdrag 2008/AR/107 in de zaak van: R. F., , wonende te woonstkeuze doende bij zijn raadsman hierna vermeld, appellant, hebbende als raadsman mr. DU TRE Michel, advocaat te 9200 DENDERMONDE, Franz Courtensstraat 2 tegen: ASSURANCES DU CREDIT MUTUEL S.A., vennootschap naar Frans recht, met zetel Rue du Wacken 34, 67003 STRASBOURG (FRANCE), ingeschreven in het R.C.S. 303.528.442, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. PIETERS Edward, advocaat te 9200 DENDERMONDE, Sint-Gillislaan 6 bus 7 velt het Hof het volgend arrest:
- Het hof heeft de partijen in openbare terechtzitting gehoord in hun middelen en conclusies en heeft de stukken ingezien. Appellant heeft op 14 januari 2008 tijdig en op rechtsgeldige wijze hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat op 25 mei 2007 op tegenspraak werd uitgesproken door de zesde kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde. Het bestreden vonnis werd op 12 december 2007 betekend.
- Appellant, wiens voertuig Porsche op 7 juni 2000 door ene O. C. werd ontvreemd, vorderde op grond van de met geïntimeerde gesloten verzekering, een vergoeding van 44.620,00 EUR, te vermeerderen met de intresten en de gedingkosten, voor de geleden schade. Geïntimeerde wierp in hoofdorde de onbevoegdheid op van de Belgische rechter op grond van de Verordening (EG), nr. 44/2001 Raad 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken. Te gronde deed geïntimeerde een beroep op de in artikel 4.
- van de polis voorziene uitsluiting tot dekking. Geïntimeerde verwees daartoe naar een verklaring die appellant op 8 juni 2000 bij de Franse gendarmerie had afgelegd, waaruit bleek dat hij aan voornoemde O.C. de toestemming had gegeven om met de kwestieuze auto te rijden doch dat deze hem de auto niet had terugbezorgd.
- De eerste rechter stelt vast dat geïntimeerde vóór elk verweer de rechtsmacht van de geadieerde rechter heeft afgewezen zodat haar exceptie ontvankelijk is. De eerste rechter, die naar artikel 9.
- van de voormelde Verordening 44/2001 verwijst, stelt vast dat zowel appellant als geïntimeerde in Frankrijk woonplaats hebben zodat het voorwerp van appellants eis niet tot het imperium van de Belgische rechterlijke macht behoort. De eerste rechter veroordeelt appellant tot de gedingkosten. 4.
- De grieven van appellant, die grotendeels een herhaling zijn van de argumenten die hij voor de eerste rechter aanvoerde, worden hierna onderzocht. Volgens appellant is de vaststelling van de eerste rechter dat beide partijen hun woonplaats hebben in Frankrijk zowel in feite als in rechte onjuist: op 19 juli 2006 heeft appellant immers een verklaring van woonstkeuze bij zijn advocaat neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde. Ten gronde houdt appellant staande dat aan alle polisvoorwaarden is voldaan gezien de strafrechter definitief heeft beslist dat het voertuig werd gestolen. Appellant handhaaft onverkort zijn oorspronkelijke vordering. 4.
- Geïntimeerde vordert dat het hoger beroep als ongegrond zou worden afgewezen, dat het bestreden vonnis zou worden bevestigd en dat appellant tot de gedingkosten zou worden veroordeeld. Ondergeschikt vordert geïntimeerde dat appellants vordering ongegrond zou worden verklaard. In haar laatste appelconclusie behoudt geïntimeerde zich het recht voor om aanvullend te concluderen gezien de stukken 7 en 8 van het dossier van appellant haar niet werden meegedeeld. BEOORDELING 1.
- De vordering van appellant tegen geïntimeerde is gestoeld op een tussen hen bestaande verzekeringsovereenkomst en niet op een strafbaar feit. Ten onrechte beroept appellant zich daarom op artikel 5.4 van de verordening 44/
- Appellant woont in Frankrijk, de maatschappelijke zetel van geïntimeerde is in Frankrijk gevestigd en de litigieuze verzekeringsovereenkomst waarop appellants vordering is gestoeld, werd in Frankrijk gesloten. 1.
- De rechtsmacht van de Belgische rechtscolleges wordt bepaald op het tijdstip van de rechtsingang. De dagvaarding voor de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde ten verzoeke van appellant dateert van 3 februari
- Appellant vermeldt als zijn woonplaats: In de dagvaarding doet appellant geen woonstkeuze op het adres van zijn Belgische advocaat noch op een ander adres in België. 1.
- Appellants advocaat heeft de verklaring van woonstkeuze neergelegd op 19 juli 2006 ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde, d.i. drie jaar nadat geïntimeerde in haar op 2 juli 2003 neergelegde conclusies de exceptie van onbevoegdheid had opgeworpen. M.a.w., op het tijdstip van de rechtsingang had appellant zijn woonplaats in Frankrijk zodat het voorwerp van de eis toentertijd niet onder de Belgische rechtsmacht ressorteerde. 1.
- Een procespartij kan, nadat de tegenpartij vóór elk verweer een exceptie van gebrek aan rechtsmacht heeft opgeworpen, door een woonstkeuze bij haar advocaat, geen rechtsgeldige wijziging aanbrengen aan de rechtspositie van partijen zoals die op het tijdstip van de rechtsingang bestond. 1.
- De betekening van het bestreden vonnis de dato 25 mei 2007 van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde diende verplicht te gebeuren aan de woonplaats die appellant in een op 19 juli 2006 ter griffie neergelegde conclusie ter kennis van geïntimeerde had gebracht. Die betekening van het vonnis aan de door appellant gekozen woonplaats heeft als dusdanig geen uitstaans met de beoordeling van de rechtsmacht op het tijdstip van de rechtsingang.
- Op goede gronden, die het hof bijvalt en tot de zijne maakt, heeft de eerste rechter beslist dat in het voorliggend geschil toepassing diende te worden gemaakt van artikel 9.
- van de Verordening (EG) nr. 44/2001 Raad 22 december
- Appellant brengt voor het overige geen argumenten aan, in feite of in rechte, die van aard zijn de beoordeling en de besluitvorming door de eerste rechter te ontzenuwen.
- Het hof maakt voor de in deze aanleg gevallen kosten toepassing van de wet van 21 april 2007 en van het K.B. van 26 oktober 2007 die vanaf 1 januari 2008 gelden. Ter terechtzitting hebben de procespartijen bevestigd akkoord te gaan dat de basisrechtsplegingvergoedingen worden toegepast. De basisrechtsplegingvergoeding te dezen bedraagt 2.500,00 EUR. Als in het ongelijk gestelde partij dient appellant tot dit bedrag te worden veroordeeld. OP DIE GRONDEN, HET HOF recht doende op tegenspraak en met inachtneming van artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken. Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en wijst het af als ongegrond. Bevestigt het bestreden vonnis. Veroordeeld appellant tot de in deze aanleg gevallen kosten Aan de zijde van geïntimeerde worden die kosten tot dusver bepaald op 188,80 EUR voor de uitgifte en de betekening van het bestreden vonnis, en op 2.500,00 EUR rechtsplegingvergoeding in hoger beroep. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, eerste bis kamer, recht doende in burgerlijke zaken van dertig april tweeduizend en negen. Aanwezig: de heer D. Vandorpe, Kamervoorzitter, alleenrechtsprekend en mevrouw M. Vercruysse, griffier. M. Vercruysse D. Vandorpe Rep. Nr. : 2009/ Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div