id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 04 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090504.3 Rolnummer: 2009/EV/0017 Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-05-27 Raadplegingen: 100 - laatst gezien 2026-07-02 19:40 Fiche 1) Procedure van beslag inzake namaak blijft een uitzonderlijke procedure. Het tegensprekelijk debat is de regel. Bijgevolg moeten bijzondere elementen het gebruik van de procedure verantwoorden. De loutere snelheid en het gemak van bewijs zijn in deze zaak geen voldoende elementen om de procedure toe te staan. 2) Verwerping in concreto van het principieel bestaande auteursrecht op foto's en de HTML code van een website. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Beslag inzake namaak BURGERLIJK RECHT - VOORRECHTEN EN HYPOTHEKEN - Voorrechten - Algemene voorrechten op roerende goederen - Auteursrecht Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 7e Kamer ________ Terechtzitting van 04-05 2009 Nr. 2009/EV/17 ----------------------- in de zaak van : PELICAN WORLDWIDE B.V., vennootschap naar Nederlands recht ingeschreven in het handelsregister van Dordrecht onder nr. 23072017 en met maatschappelijke zetel te 3274 KJ Heinenoord (Nederland), Nijverheidsweg 5, appellante, hebbende als raadslieden mr. Tom Heremans en mr. Cédrine Morlière, advocaten met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpsesteenweg 178, velt het Hof volgend arrest I . Bestreden beslissing - Rechtspleging in hoger beroep
- Bestreden beslissing: de beschikking op eenzijdig verzoekschrift van 26 maart 2009 van de Voorzitter van de rechtbank van koophandel te Gent (V/09/70).
- Het hoger beroep is ingesteld bij eenzijdig verzoekschrift van 16 april
- Het is tijdig en regelmatig naar de vorm. Het Hof heeft artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken in acht genomen. De procedure gebeurde eenzijdig en dus niet tegensprekelijk. II. Overblijvende betwisting - Feiten - Procedure in eerste aanleg
- De betwisting betreft de vraag of de vennootschap naar Nederlands recht Pelican Worldwide B.V. (hierna "Pelican") een beschrijvend beslag inzake namaak wegens een beweerde inbreuk op het auteursrecht van Pelican mag leggen bij de bvba Perolo Distribution uit Menen in toepassing van artikel 1369bis Ger. Wb..
- Pelican en ook Perolo, bij wie Pelican beslag inzake namaak wil leggen, zijn beide actief op de markt van productie en distributie van producten die bestemd zijn voor de tank container nijverheid. Terecht vermeldde de eerste rechter de volgende feitelijke gegevens: "Uit de verstrekte gegevens blijkt dat de gerekestreerde in twee onderdelen van een website een foto zou hebben gebruikt en in een onderdeel zou hebben verwezen naar "Pelican", en vervolgens dat gerekestreerde een tekst letterlijk overneemt, luidende "dit product is direct beschikbaar uit voorraad. Om dit product te bestellen gelieve de hoeveelheden aan te duiden in de eerste kolom en klik op update of checkout".". Hieraan kan nog toegevoegd worden dat volgens Pelican het zou kunnen dat Perolo de Hyper Text Markup Language (HTML) code van de website van Pelican geheel of gedeeltelijk overgenomen heeft.
- De eerste rechter verklaarde het verzoek toelaatbaar maar ongegrond. Hij is van oordeel dat Pelican geen auteursrecht heeft over de foto's en de tekst. III . Grieven - Voorwerp van het hoger beroep
- Pelican werpt op dat: 1) de eerste rechter een verkeerde invulling gegeven heeft aan het begrip "auteursrecht" door de nadruk te leggen op de originaliteit in de plaats van op de intellectuele inspanning als vereiste om een auteursrechtelijke bescherming te kunnen genieten; 2) de eerste rechter geen uitspraak gedaan heeft, voor zover haar middel gebaseerd is op de schending van haar auteursrecht op de HTML code van de website. Pelican herneemt voor het overige haar middelen en argumentatie die zij in eerste aanleg ontwikkelde. IV. Beoordeling Toepasselijke wetgeving inzake beslag inzake namaak
- Artikel 1369bis/
- Ger. Wb. bepaalt: "§
- De personen die, op grond van een wet betreffende de ... merken ... een vordering wegens namaak kunnen instellen, kunnen, met de toestemming van de voorzitter van de rechtbank van koophandel ... door een of meerdere deskundigen die de magistraat benoemt, overal laten overgaan tot de beschrijving van alle voorwerpen, elementen, documenten of werkwijzen die van aard zijn de beweerde namaak alsook de oorsprong, de bestemming en de omvang ervan aan te tonen. §
- De voorzitter, die uitspraak doet over een verzoek tot verkrijging van maatregelen tot beschrijving, onderzoekt: 1) of het intellectueel eigendomsrecht waarvan de bescherming wordt ingeroepen, ogenschijnlijk geldig is; 2) of er aanwijzingen zijn dat inbreuk zou zijn gemaakt op het intellectueel eigendomsrecht of dat een inbreuk dreigt. ... §
- De voorzitter, die uitspraak doet over een verzoek tot verkrijging, naast de beschrijving, van beslagmaatregelen, onderzoekt: 1) of het intellectueel eigendomsrecht waarvan de bescherming wordt ingeroepen, ogenschijnlijk geldig is; 2) of de inbreuk op het betrokken intellectueel recht niet redelijkerwijze betwist kan worden; 3) of, na de betrokken belangen, waaronder het algemeen belang, te hebben afgewogen, de feiten en, in voorkomend geval, de stukken waarop de verzoeker zich baseert van dien aard zijn dat ze het beslag - dat tot bescherming strekt van het ingeroepen recht - redelijkerwijze verantwoorden". Het beslag inzake namaak is een uitzonderlijke procedure
- De procedure van beslag inzake namaak is een uitzonderlijke procedure en dit alleen al door het feit dat zij een uitzondering maakt op het principieel tegensprekelijk karakter van een burgerlijke procedure. Nu het om een uitzondering gaat, moet zij beperkend toegepast worden. Alleen als er specifieke redenen voorhanden zijn, is zij te verantwoorden.. In beginsel moet de voorkeur gegeven worden aan tegensprekelijke procedures, zoals bijvoorbeeld een procedure zoals in kort geding (bijvoorbeeld op grond van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken, de voorlichting en de bescherming van de consument, zoals achteraf gewijzigd (hierna WHPC) of zelfs een procedure ten gronde. Pas als er welbepaalde omstandigheden zijn die de "gewone" procedures nutteloos maken, kan er overgegaan worden tot de uitzonderlijke procedures, zoals de procedure van beslag inzake namaak. Hiermee voegt het Hof geen voorwaarde toe aan de betrokken bepalingen van deze procedure, maar kadert deze in het geheel van het geldende gerechtelijk recht.
- Welnu, in de voorliggende zaak is niet aangetoond dat er voldoende elementen voorhanden zijn om de invasieve procedure van beslag tot namaak toe te staan. De snelheid en het gemak van de bewijsvoering, die door de procedure kan verkregen worden, volstaan op zich in deze niet om beschrijvend beslag inzake namaak te laten leggen, laat staan om maatregelen te bevelen. Dit is zeker het geval nu Pelican zich in belangrijke mate beroept op het gebruik van "slaafse kopieën".
- Pelican toont niet aan dat zij Perolo in gebreke gesteld heeft om haar beweerdelijk laakbaar gedrag te stoppen. Voor zover nog nodig voegt het Hof nog het volgende toe. Pelican beschikt niet over een ogenschijnlijk geldig auteursrecht
- Pelican beroept zich op een auteursrecht op de foto's, een gedeelte van de tekst gebruikt op de website en een geheel of gedeelte van de HTML code van de website.
- Op grond van artikel 7 van het Decret d'Allarde van 2/17 maart 1791 geldt de vrijheid van beroep en bedrijf. Dit impliceert de vrijheid van mededinging. De vrijheid van de mededinging vindt een concrete toepassing in de vrijheid van kopie (cfr. ook GOTZEN, F., "De eerlijke gebruiken en de rechten van intellectuele eigendom", in STUYCK, J. en WYTINCK, P., De nieuwe wet handelspraktijken, Kluwer, 261-263). Intellectuele eigendomsrechten vormen een uitzondering op de vrijheid van handel en meer bepaald op de vrijheid van kopie. Intellectuele eigendomsrechten in het algemeen en het auteursrecht in het bijzonder kennen een monopolie toe en dat voorrecht moet niet toegekend worden aan elke prestatie of elk werk enkel en alleen omdat het de vrucht is van intellectuele inspanningen. Dit blijkt duidelijk uit artikel 1 van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten dat alleen de auteur van een werk van letterkunde of kunst het recht heeft om het op welke wijze of in welke vorm ook te reproduceren of te laten reproduceren (cfr. ook BERENBOOM, A., Le nouveau droit d'auteur et les droits voisins, Larcier, 1997, 2de ed., nr.28, p. 50). De uitzondering op de vrijheid van handel is derhalve aan welbepaalde voorwaarden gebonden, die niet steeds door de wet zelf ingevuld zijn, maar door rechtspraak en rechtsleer op basis van internationale verdragen en de dagelijkse praktijk bepaald zijn. Zo moet, om auteursrechtelijke bescherming te genieten, een werk uitgedrukt zijn in een bepaalde vorm, die mededeelbaar is aan het publiek (ideeën zijn niet beschermd, maar behoren tot het publiek domein). Bovendien moet het werk origineel zijn. Een origineel werk is een vorm, een voortbrengsel met een eigen persoonlijk karakter, dat de stempel draagt van de persoonlijkheid van de maker, op het gebied van de toegepaste kunst (Benelux Gerechtshof, inzake Screenoprints, 22 mei 1987, R.W., 1987-'88, 14), zonder dat uit het zicht van het werk moet kunnen afgeleid worden wie de auteur is. Om auteursrechtelijke bescherming te verkrijgen is het een noodzakelijke maar voldoende voorwaarde dat een voortbrengsel de uitdrukking is van de intellectuele inspanning van de maker. Die intellectuele inspanning is de onontbeerlijke voorwaarde om aan het werk het nodige individuele karakter te geven waardoor een creatie ontstaat (Cass., 27 april 1989, Pas., 1989, I, 908; Cass., 2 maart 1993, Pas., I, 234; Cass., 24 februari 1995, R.W., 1995-'96, 433 en I.R. D.I., 1996, 28; Cass., 10 december 1998, R.W. 1999-2000, 325; Cass., 11 maart 2005, www.cass.be). De foto's
- Technisch uitstekende foto's, die de eenvoudige weergave zijn van een voorwerp en die uitsluitend informatief zijn, komen niet in aanmerking voor auteursrechtelijke bescherming (zie Cass., 10 december 1998, R.W., 1999-2000, 325). De foto's die Pelican voorlegt van haar website zijn een weergave van de producten die zij verkoopt en zijn uitsluitend informatief. Het feit dat ze van een goede kwaliteit zijn, verleent ze nog geen auteursrechtelijke bescherming. Bovendien blijkt niet dat een andere bekwame beroepsfotograaf ze op een andere wijze zou gerealiseerd hebben en dat er dus voldoende eigen keuzes gemaakt zijn. Pelican toont niet naar genoegen van recht en prima facie aan dat er originele keuzes gemaakt zijn met betrekking tot lichtinval, afstand, perspectief, achtergrond, scherpte, schaduwspel, compositie en kleuren. De betrachting om zo mooi mogelijk haar producten voor te stellen aan de potentiële klant en aan de internetgebruiker vormt een element van marketing en eventueel van kwaliteitsbewaking, maar is op zich niet voldoende om een auteursrecht te verlenen. Dit onderdeel van de vordering wordt dan ook verworpen. De tekst
- Terecht heeft de eerste rechter geoordeeld dat de stukken tekst waarop Pelican zich beroept niet beschermd worden door het auteursrecht. Zij vormen niet de uitdrukking van de intellectuele inspanning van de maker, die de tekst het nodige individuele karakter verlenen. Het feit dat de tekst op de website van Perolo het woord "Pelican" vermeldt bij de aanduiding van een product, zou eventueel een inbreuk kunnen vormen op eventuele andere rechten van Pelican, maar verleent haar daardoor geen auteursrecht. Om die reden wordt dit onderdeel van de vordering verworpen. De HTML code
- Zoals bij foto's en tekst kan een HTML code principieel door het auteursrecht beschermd worden. Pelican laat evenwel na aan te tonen waaruit de intellectuele inspanning van de maker van de opmaak bestaat, die de website, en meer specifiek de HTML code haar individueel karakter heeft verleend. De eigen-aardigheid van de realisatie door de uiting van de individuele aanpak van de ontwerper (zie ook GOTZEN, F., "Overzicht van rechtspraak. Auteurs- en modellenrecht 1990 - 2004", T.P.R., 2004, 1451, nr. 22) is in deze procedure niet, minstens niet voldoende, aangetoond. Om die reden wordt dit onderdeel van de vordering verworpen. De beweerdelijk slaafse kopie
- Vermits de vrijheid van nabootsing, in de mate dat er geen privatieve rechten worden geschonden, tot de grondbeginselen van het mededingingsrecht behoort wordt de slaafse kopie als dusdanig slechts uitzonderlijk aanvaard als een daad van oneerlijke concurrentie (Voorz. Kh. Kortrijk, 5 mei 1977, B.R.H., 1978, 578; zie ook BRISON, F., "Parasitaire mededinging. Bevoegdheid ratione loci van de voorzitter van de rechtbank van koophandel", Jaarboek Handelspraktijken, 1988, 281-187) . Er wordt algemeen aangenomen dat er vrijwel geen enkele menselijke bedrijvigheid is, hoe creatief ze ook moge voorkomen, die niet in min of meerdere mate voortvloeit uit wat reeds door anderen tot stand werd gebracht (Voorz. Kh. Kortrijk, 5 december 1983, Ing. Cons., 1984, 184; Voorz. Kh. Kortrijk, 14 juli 1983, Ing. Cons., 1984, 171 en Voorz. Kh. Antwerpen, 6 juli 1964, R.W., 1964-65, 326). De eigenlijke vervaardiging en verhandeling worden daarom meestal niet verboden, maar wel de begeleidende omstandigheden, die verwarringstichtend of parasitair kunnen zijn. De slaafse kopie stopt dus vrij te zijn van zodra er een verwarringsgevaar met betrekking tot de oorsprong van de producten ontstaat of van zodra de nabootser profijt haalt uit andermans inspanningen. In een stelsel van vrije concurrentie is het immers toegelaten dat een concurrent bepaalde vondsten van zijn mededingers overneemt, maar het misbruik ervan dient te worden gesanctioneerd (Voorz. Kh. Mechelen, 16 mei 1986, T.B.H., 1987, 151). Uit dit alles blijkt dat het beoordelen van de vordering op grond van een beweerdelijk slaafse kopie niet tot de rechtsmacht van de Voorzitter behoort, die hem of haar is toegekend op grond van artikel 1369 bis Ger. Wb.. Ook dit vormt een rechtsgrond om de vordering te verwerpen. Gevorderde maatregelen
- Gelet op het voorgaande wordt ook dit onderdeel van de vordering verworpen. Kosten
- Op grond van de artikelen 1042, 1017 en 1022 Ger. Wb. wordt appellante tot betaling van de kosten veroordeeld, die om die reden niet verder bepaald worden. V. Beslissing Het hoger principaal beroep is toelaatbaar maar ongegrond. Het Hof: - bevestigt de bestreden beschikking; - veroordeelt appellante tot betaling van de kosten, die niet verder bepaald worden. Aldus gewezen door de zevende kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit P. Vanherpe, raadsheer, waarnemend kamervoorzitter, G. Vanderstichele , raadsheer, G. De la Ruelle, raadsheer, bijgestaan door Achiel Ferdinande, griffier en uitgesproken door de wn. kamervoorzitter in raadkamer op vier mei tweeduizend en negen. Repertorium nr. 2009/ A. Ferdinande G. De la Ruelle G. Vanderstichele P. Vanherpe Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div