id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 15 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090515.12 Rolnummer: 2008/AR/1374 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-03-08 Raadplegingen: 98 - laatst gezien 2026-07-02 19:46 Fiche Toepasselijk recht aannemingsovereenkomst vraag het Belgisch recht geldt ingevolge art 4 E.V.O. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - EUROPEES EN INTERNATIONAAL GERECHTELIJK RECHT - Betekening - Verordening EG nr. 1393/2007 van 13 november 2007 - Betekening en kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en handelszaken Vrije woorden: Bevoegdheid Belgisch Recht - forumbedrag voldoet aan de vereisten van art 23 van de Verordening (EG) 44/
- Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 9ter Kamer ________ Terechtzitting van 15 mei 2009 ________ 2008/AR/1374 - In de zaak van: LOFT 47 S.A.R.L., vennootschap naar Frans recht, met maatschappelijke zetel te Fourierstraat 47, F - 59000 Lille, appellante, hebbende als raadsman mr. DECRAMER Marc, advocaat te 8940 WERVIK, Nieuwstraat 23 tegen : VLIEGHE RAAMFABRIEK N.V., met maatschappelijke zetel te 8500 KORTRIJK, Gentsesteenweg 143, ingeschreven met KBO-nummer 0428.947.262, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. REYNAERT Frank, advocaat te 8630 VEURNE, Astridlaan 2A velt het hof het volgend arrest:
- Het hof nam kennis van het vonnis, gewezen op 17 maart 2008 door de rechtbank van koophandel te Kortrijk, vierde kamer. Tegen dit vonnis werd tijdig en regelmatig hoger beroep ingesteld. De partijen werden, bij monde van hun raadslieden gehoord in openbare terechtzitting en in het Nederlands. Zowel de door hen regelmatig neergelegde conclusies als de overgelegde stukken werden ingezien.
- Blijvende betwisting betreft in de eerste plaats de bevoegdheid van de Belgische rechtbanken om kennis te nemen van het onderhavige geschil tussen partijen betreffende de uitvoering van de overeenkomst d.d. 11 september 2006 tot fabricatie en plaatsing door n.v. VLIEGHE RAAMFABRIEK van een lot ramen op een werf gelegen op de vennootschapszetel van s.a.r.l. LOFT 47 te Frankrijk, Lille (Rijsel), Rue Fourier nr. 47 (voorschotfactuur d.d. 25 oktober 2006 t.b.v. 30.000,00 EUR; saldofactuur d.d. 20 december 2006 t.b.v. 77.412,18 EUR). Partijen hebben op 11 september 2006 een overeenkomst ondertekend, waarin uitdrukkelijk en in niet mis te verstane bewoordingen wordt bedongen dat in geval van geschil of betwisting enkel de rechtbanken van het arrondissement Kortrijk bevoegd zijn (dossier/VLIEGHE, stuk 2, p. 7 met eensluidende vertaling in het Nederlands door beëdigd vertaler Annie VAN THIENEN). De forumkeuze werd blijkens de voorliggende overeenkomst onmiskenbaar in onderling akkoord bedongen ten voordele van n.v. VLIEGHE RAAMFABRIEK, zijnde een vennootschap naar Belgisch recht met zetel en werkplaatsen in België en die in België instaat voor de productie van de kwestieuze ramen. Dit geldig tot stand gekomen forumbeding beantwoordt aan alle vereisten van art. 23 van de Verordening (EG) 44/2001 en geldt derhalve in deze ten volle. S.a.r.l. LOFT 47 dient als contractpartij deze uit de voormelde Verordening geldende forumkeuze te respecteren. De thans dienaangaande aangevoerde middelen, waaronder de verwijzing naar het IPR-Wetboek en het Belgisch Gerechtelijke Wetboek falen dan ook volkomen. Het oordeel van de eerste rechter dat de Belgische rechtbank in deze bevoegd is, is aldus te bevestigen.
- Vervolgens wordt blijvend betwisting gevoerd over het in deze toepasselijke recht. Het betreft een aannemingovereenkomst waarop, bij ontstentenis van uitdrukkelijke rechtskeuze door de partijen, ingevolge art. 4 EVO (Europees verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, Rome 19 juni 1980; W. 14 juli 1987, B.S. 9 oktober 1987, voor België in werking getreden deels op 1 januari 1988 en deels op 1 april 1991) het Belgische recht geldt als zijnde het recht van het land dat het nauwst met de overeenkomst is verbonden, hier dus meer bepaald de bepalingen van art. 1779 e.v. B.W. inzake aanneming. Het is immers onmiskenbaar dat in de onderhavige aannemingovereenkomst de meest kenmerkende prestatie dient te worden verricht door n.v. VLIEGHE RAAMFABRIEK, zijnde een vennootschap naar Belgisch recht met zetel en werkplaatsen in België en die in België instaat voor de productie op maat van de kwestieuze ramen. Het gegeven op zich dat de werf gelegen is te Frankrijk (Lille/Rijsel) alwaar de plaatsing is voorzien, is gelet op het voorgaande niet van aard om te besluiten tot een nauwere band van Frankrijk met de overeenkomst: Immers, het blijven steeds prestaties door een vennootschap naar Belgisch recht met zetel en werkplaatsen in België en die er instaat voor de productie van de te plaatsten ramen. Het plaatsen zelf is onmiskenbaar slechts een onderdeel dat niet als de meest kenmerkende prestatie is te aanzien. Hetzelfde dient te worden besloten wat betreft het beweerde feit dat de kwestieuze ramen behoren te voldoen aan de vigerende Franse normen en regelgeving: Immers, ongeacht de in acht te nemen normen bij de productie en plaatsing van de kwestieuze ramen (zijnde op zich slechts een modaliteit van de door s.a.r.l. LOFT 47 gedane bestelling bij n.v. VLIEGHE RAAMFABRIEK), blijven het steeds prestaties te leveren door een vennootschap naar Belgisch recht met zetel en werkplaatsen in België en die er instaat voor de productie van de te plaatsten ramen. Zodoende geldt in deze dan ook het Belgische recht als zijnde het recht van het land dat het nauwst met de overeenkomst is verbonden. Ook het gegeven dat de verzekering voor de tienjarige aansprakelijkheid afgesloten werd door n.v. VLIEGHE RAAMFABRIEK op een daartoe (noodzakelijk) genomen administratief adres in Frankrijk (Boeschepe) ontneemt geenszins de voormelde bevinding dat de meest kenmerkende prestaties dienden te worden geleverd door n.v. VLIEGHE RAAMFABRIEK in België. Er weze trouwens opgemerkt dat er door partijen kennelijk zelfs impliciet voor het Belgische recht werd gekozen in de overeenkomst, waar bepaald wordt dat de verkoopsvoorwaarden gekend zijn door de klant (dossier/VLIEGHE, stukken 2, p. 7 en 26). De lezing van deze verkoopsvoorwaarden laat er immers geen twijfel over bestaan dat deze werden opgesteld naar Belgisch recht (met herhaalde verwijzingen naar het Belgisch Burgerlijk Wetboek). Het oordeel van de eerste rechter dat in deze het Belgische recht (en niet het Franse recht) toepasselijk is, is aldus te bevestigen.
- Ten gronde wordt in essentie blijvend betwisting gevoerd over het standpunt van s.a.r.l. LOFT 47 dat volgens de tussen partijen geldende overeenkomst de betreffende ramen uit één stuk ("monobloc") moesten worden gemaakt. S.a.r.l. LOFT 47 houdt in de beroepsakte en in beroepsbesluiten dienaangaande uitdrukkelijk voor dat uit de gedetailleerde tekeningen, zoals gehecht aan het door haar als stuk 6 voorgebrachte "beschrijvend bestek", zou blijken dat alle raamwerk in één geheel ("monobloc") dienden te worden aangemaakt. Het is, volgens haar, precies dit beschrijvend bestek dat zij met de als stuk 5 voorgebrachte brief d.d. 22 juni 2006, onmiddellijk na het bekomen van de bouwvergunning in mei 2006, heeft overgemaakt aan n.v. VLIEGHE RAAMFABRIEK en op basis waarvan de offerte d.d. 11 september 2008 werd opgesteld die uiteindelijk de als stuk 8 voorgelegde overeenkomst tussen partijen is geworden. Een zorgvuldige studie van deze stukken laat echter geenszins toe te besluiten dat ergens wordt vermeld of aangegeven dat de kwestieuze ramen in één stuk dienen te worden vervaardigd. Dit wordt nergens aldus bepaald in de voormelde (als stuk 8 voorgebrachte) ondertekende overeenkomst d.d. 11 september
- In het voormelde (als stuk 6 voorgebrachte) "beschrijvend bestek" wordt onder punt 01.102 dienaangaande vermeld: "ramen en deuren van het chassis uit hout volgens bijgevoegde nomenclatuur" (vrije vertaling wel begrepen door het hof). Dit laatste is duidelijk in tegenstelling met de door s.a.r.l. LOFT 47 pas op 20 november 2006 voorgebrachte versie van het "beschrijvend bestek", waarin onder punt 01.102 wél uitdrukkelijk wordt vermeld "ramen en deuren van het chassis uit één stuk (in het Frans: "monobloc") volgens bijgevoegde nomenclatuur" (vrije vertaling wel begrepen door het hof). Deze versie geldt echter, blijkens de uiteenzetting van partijen, onmiskenbaar niet als overeenkomst tussen hen (dossier/VELGHE, stuk 12). Overigens weze opgemerkt dat, in tegenstelling tot hetgeen s.a.r.l. LOFT 47 in besluiten thans poogt voor te houden, er noch uit de tekeningen in het voormelde "beschrijvend bestek", noch uit de tekeningen in de voormelde overeenkomst d.d. 11 september 2006 kan worden besloten dat het zou gaan om "ononderbroken raamkozijnen, in één geheel", zoals beweerd door s.a.r.l. LOFT 47: Immers, voor zoveel dit de onderhavige problematiek zou uitmaken en daarvoor relevant zou zijn, blijken de betreffende tekeningen de raamkozijnen zelfs telkens te onderbreken d.m.v. lijnen. De daarop gesteunde bewering dat n.v. VLIEGHE RAAMFABRIEK zou hebben geweten én zou hebben bevestigd dat alles in één geheel moest zijn uitgevoerd, faalt derhalve evenzeer. Er kan derhalve uit de voorgebrachte gegevens nergens besloten worden dat n.v. VLIEGHE RAAMFABRIEK de kwestieuze ramen anders zou hebben uitgevoerd dan overeengekomen. De blijkens de voorliggende correspondentie vanaf november 2006 door s.a.r.l. LOFT 47 aangevoerde voorwaarde van ramen uit één stuk ("monobloc") gaat kennelijk de overeenkomst tussen partijen te buiten. Het behoort uitsluitend aan s.a.r.l. LOFT 47, blijkens de voorgebrachte beschrijvende bestekken en correspondentie ter zake trouwens bijgestaan door een architect (Véronique MALFATTO), erop toe te zien dat het als basis van de overeenkomst geldende "beschrijvend bestek" voldoet aan zowel haar wensen als de beweerdelijk geldende architecturale/stedenbouwkundige vereisten (die volgens haar m.b.t. de kwestieuze werf, zijnde een oud industrieelarcheologisch gebouw, zeer streng zouden zijn): zij kan haar gebeurlijk verzuim dienaangaande achteraf niet afwentelen op n.v. VLIEGHE RAAMFABRIEK d.m.v. bijkomende eisen die de overeenkomst te buiten gaan. De in dat verband gedane verwijzing naar het als stuk 25 voorgebrachte, op eigen eenzijdig verzoek van s.a.r.l. LOFT 47 opgestelde en niet aan n.v. VLIEGHE RAAMFABRIEK tegenstelbare verslag/WAUQUIEZ (Tourcoing/Frankrijk), is geenszins dienend: Immers, zo s.a.r.l. LOFT 47 en/of haar architect om enige reden in onzekerheid waren betreffende de te bestellen constitutieve elementen van het kwestieuze raamwerk, dan behoorden zij dit uiteraard zelf tijdig (zijnde vóór de contractsluiting) te (laten) verifiëren en aan te kaarten. Blijkens de voorliggende stukken (zie bv. de gegevens van het "beschrijvend bestek" met de door hen opgestelde plannen) heeft s.a.r.l. LOFT 47 ter zake onmiskenbaar als professioneel gehandeld met kennis van zaken en kan zij geenszins achteraf opwerpen dat zij onvoldoende zou zijn voorgelicht en/of dat zij in onwetendheid zou zijn geweest over één en ander. De weigering vanwege s.a.r.l. LOFT 47 om de ramen af te nemen steunt dan ook louter op beweerde gronden die n.v. VLIEGHE RAAMFABRIEK hoe dan ook niet toerekenbaar zijn. Ook de dienaangaande door s.a.r.l. LOFT 47 nader aangevoerde middelen en grieven steunen allen op het voormelde onjuist bevonden standpunt en falen derhalve volkomen. Het hof is met de voorliggende gegevens afdoende voorgelicht en er is, gelet op het voorgaande, geen afdoende grond tot de in ondergeschikte orde gevraagde onderzoeksmaatregel. Het oordeel van de eerste rechter is in die zin wat dit onderdeel betreft te bevestigen.
- Er is in de voormelde omstandigheden geen sprake van contractuele wanprestatie vanwege n.v. VLIEGHE RAAMFABRIEK. De bij tegeneis door s.a.r.l. LOFT 47 gevorderde ontbinding van de overeenkomst lastens n.v. VLIEGHE RAAMFABRIEK met schadevergoeding is dan ook volkomen ongegrond. Het oordeel van de eerste rechter is in die zin ook wat dit punt betreft te bevestigen.
- De beide partijen hebben in conclusies de rechtsplegingvergoeding begroot op 5.000,00 EUR, wat gelet op de aard van de zaak kan worden toegekend zoals hierna te bepalen.
- Alle anders luidende conclusies worden verworpen als ongegrond, niet dienend en/of irrelevant. OM DEZE REDENEN, HET HOF, Recht doende op tegenspraak; In acht genomen artikel 24 van de wet van 15 juni 1935; Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch wijst het af als ongegrond; Bevestigt aldus het vonnis d.d. 17 maart 2008; Verwijst s.a.r.l. LOFT 47 in de kosten van het hoger beroep, op heden nuttig te bepalen in hoofde van de n.v. VLIEGHE RAAMFABRIEK op de basisrechtsplegingvergoeding t.b.v. 5.000,00 EUR; Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, NEGENDE ter KAMER, zitting houdende in burgerlijke zaken, van 15 mei
- Aanwezig: L. Thabert, Raadsheer wn. Voorzitter An Van Wijnsberge, griffier Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.