id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 18 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090518.2 Rolnummer: 2009/JZ/39 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-06-09 Raadplegingen: 156 - laatst gezien 2026-07-02 19:47 Fiche UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Inrichting en dienst rechtbanken - Rechtbank van eerste aanleg - Jeugdrechtbank Vrije woorden: Jeugdrechtbank - problematische opvoedingssituatie - kind op bestelling - object van recht - recht op een kind - recht op twee ouders - art. 7.1 I.V.R.K. Tekst van de beslissing 15 e kamer jeugd 2009/JZ/39 jeugd van het parket nr. van het arrest P.M. P.M. R.S. J.K. 18 mei 2009 art. 52 ter, 4° lid wet 8.4.1965 afschrift per gerechtsbrief op : 19.05.2009 aan : P.M. R.S. J.K. Art. 10 wet 8.4.1965 afschrift per fax op : 18.05.2009 aan : Mr. Saveyn + OM het hof van beroep te Gent, Vijftiende Kamer, recht doende in jeugdzaken, in nakoming van de wet van 8 april 1965 in de zaak van het openbaar ministerie uittr. PG uittr. ontv. veroordelingsbulletin inzake de minderjarige: P. M., geboren te op wonende te en zijn ouders: P. M., geboren te op wonende te R. S., geboren te op wonende te wensmoeder: J. K., geboren te op wonende te hebbende als raadsman Mr V. Van Asch, advocaat te Gent ***** Bij beschikking van de jeugdrechtbank te Gent d.d. 31 maart 2009 met inachtneming van o.a. de volgende overwegingen: " Het openbaar ministerie benadrukte in haar vordering dat een afdwingbare pedagogische maatregel dringend noodzakelijk is en dat de minderjarige dringend diende beschermd te worden tegen het gevaar van een ernstige krenking of aantasting van de menselijke waardigheid. Verder werd gesteld dat hulp en bijstand op vrijwillige basis niet mogelijk bleek. ..... De wettelijke, en blijkbaar ook de biologische, ouders van de tweeling werden nier gehoord. Uit het strafdossier blijkt immers duidelijk dat zij beide geen verantwoordelijkheid wensen op te nemen voor de kinderen en dat zij ook beiden akkoord zijn dat de kinderen verblijven en worden opgevoed bij mevrouw K. J.. ..... Eveneens dient vastgesteld dat er ondertussen - het strafonderzoek loopt toch al enkele maanden - aan de jeugdrechter nog geen elementen bekend zijn die er ontegensprekelijk op wijzen dat mevrouw K.J. enige strafrechtelijke regel heeft geschonden en bijgevolg enige criminele betrokkenheid zou hebben in de praktijken van de wettelijke ouders van de tweeling. Ook zijn er geen voldoende bewijzen dat er sprake is van commercieel draagmoederschap, in de zin dat er echt sprake is van een financiële compensatie voor de afstand van de kinderen. ..... Het feit dat er geen juridische basis is voor het fenomeen draagmoederschap betekent immers niet automatisch dat kinderen in een hoogdringende problematische opvoedingssituatie terecht komen bij wensouders. Ook het feit dat er geen juridische basis aanwezig is voor het verblijf van de kinderen bij mevrouw K.J. heeft niet zomaar tot gevolg dat er sprake zou zijn van een problematische opvoedingssituatie. ..... Ook dient opgemerkt te worden dat een loutere ondertoezichtstelling, indien dit zou noodzakelijk zijn (quod non) in afwachting van de afronding van het strafonderzoek, gelet op de vorderingsgrond van art. 37 lid 2° van het decreet van 7 maart 2008 niet mogelijk is. ..... De rechtbank stelt dan ook vast dat voorwaarden voorzien in art. 37 lid 2° van het decreet van 7 maart 2008 niet voorhanden zijn." werd als volgt beslist: " Zegt voor recht dat er geen aanleiding bestaat in te gaan op de vordering van het openbaar ministerie op grond van art. 37 lid 2° van het decreet van 7 maart
- Zegt dat er bijgevolg in de huidige omstandigheden geen redenen meer zijn om door de jeugdrechtbank ten aanzien van deze minderjarige voorlopig een pedagogische maatregel te nemen." * * * Tegen deze beschikking werd hoger beroep ingesteld: · op 10.04.2009, door het openbaar ministerie, tegen alle schikkingen ervan * * * Werden gehoord in openbare terechtzitting in het Nederlands en buiten de aanwezigheid van andere minderjarigen: · Het openbaar ministerie, in zijn vordering, bij monde van substituut-procureur-generaal Inge T'Hooft · P. M., minderjarige, in zijn middelen van verdediging, omwille van zijn jeugdige leeftijd vertegenwoordigd door Mr Valerie Saveyn, advocaat te Gavere · P. M., vader van de minderjarige, in persoon, in zijn middelen van verdediging, bijgestaan door Mr Schuddinck, advocaat te Gent · R. S., moeder van de minderjarige, in haar middelen van verdediging, in persoon, bijgestaan door Mr Tom Van Heuverzwyn, advocaat te Gent · J. K., wensmoeder, in persoon, bijgestaan door Mr Veronique Van Asch, advocaat te Gent * * * DE JEUGDKAMER IN HET HOF VAN BEROEP GENT VELT OP TEGENSPRAAK VOLGEND ARREST BESLISSING Gelet op Art. 24 Wet 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtzaken Art. 162 - 190 - 211 Sv De door de eerste rechter aangehaalde wetsartikelen. Art. 44 - 45,2° - 46 - 52, ter - 54 - 54, bis - 55 - 56 - 58 - 62 - 63, bis Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming. Art 37, 2° - 38, § 1, 10° - 38, § 2 - 40, § 3 - 41, 1e alinea - 41, 3e alinea - 43 - 44 - 46 Decreet 7 maart 2008 inzake bijzondere jeugdbijstand. Al deze wetsbepalingen ter zitting van heden voorgebracht door de voorzitter, Ontvangt het hoger beroep en erover oordelend. Verklaart het gegrond. Doet dientengevolge de bestreden beschikking teniet en opnieuw wijzende: Zegt voor recht dat zich een dringende en voorlopige afdwingbare pedagogische maatregel opdringt. Vertrouwt de minderjarige toe aan het pleeggezin C.-S. . Deze maatregel gaat in op vrijdag 22 mei 2009 om 10 uur. Zegt dat deze maatregel duurt tot en met 18 november
- Deze maatregel zal worden uitgevoerd onder begeleiding van pleeggezinnendienst Opvang Blaisantvest 103 9000 Gent. Op het uitvoeren van de maatregel zal toezicht worden uitgeoefend door de Sociale Dienst voor Gerechtelijke Jeugdbijstand bij de Jeugdrechtbank van Gent. De kosten voor het uitvoeren van deze maatregel vallen ten laste van het Fonds Jongerenwelzijn. De kosten van deze procedure in hoger beroep vallen ten laste van de Staat. Verklaart dit arrest voorlopig uitvoerbaar. REDENGEVING Het hoger beroep is tijdig en regelmatig naar de vorm. 1 het aanhangig maken De zaak werd regelmatig bij de jeugdrechter aanhangig gemaakt door de vordering van 5 december 2008 van de Procureur des Konings van Gent. Deze vordering werd genomen op basis van art. 37,2° Decreet bijzondere jeugdbijstand 7 maart
- 2 de noodzaak tot het nemen van een dringende afdwingbare pedagogische maatregel Of er een problematische opvoedingssituatie aanwezig is, dient thans niet te worden uitgemaakt. Nu rijst alleen de vraag of er dringend een afdwingbare pedagogische maatregel moet worden opgelegd. Het antwoord op die vraag is positief. Er is voldaan aan de grondvoorwaarden voorzien in het Decreet bijzondere jeugdbijstand. -een afdwingbare pedagogische maatregel is dringend noodzakelijk. Nu vertoeft de minderjarige in een juridisch vacuüm. Aan die toestand moet dringend verholpen worden. -er zijn voldoende aanwijzingen dat de minderjarige onmiddellijk moet worden beschermd tegen een vorm van lichamelijk of geestelijk geweld, letsel of misbruik, lichamelijke of geestelijke verwaarlozing of nalatige behandeling, mishandeling of exploitatie met inbegrip van seksueel misbruik. De biologische en tevens wettelijke ouders kunnen (wat vader betreft) of willen (wat moeder betreft) niet instaan voor het kind. Dat komt op dit ogenblik neer op een verregaande lichamelijke en geestelijke verwaarlozing -het verlenen van hulp en bijstand op vrijwillige basis is niet meteen mogelijk. In de huidige stand van zaken blijven beide ouders inert. De argumenten die het openbaar ministerie in de vordering van 5 december 2008 aanhaalde blijken met de werkelijkheid overeen te stemmen na lectuur van het dossier en het aanhoren van vordering en pleidooien ter zitting. 3 de aard van de voorlopige maatregel In hoc casu, in deze zaak moet onder andere rekening gehouden worden met art. 3.1 I.V.R.K. Het belang van het kind is de ultieme maatstaf bij het bepalen van de aard van de voorlopige maatregel. Zoals het er nu voor staat hebben alle betrokken partijen (it est, d.w.z. de biologische tevens wettelijke ouders en de wensouder) het belang van het kind volledig genegeerd. Zij zijn louter en alleen uitgegaan van hun eigen wensen casu quo, in voorkomend geval hun eigen inzichten. Moeder wou de wensmoeder "helpen" zoals zij het zelf stelt. De wensmoeder wou haar kinderwens hoe dan ook voldaan zien. De ouders vonden dat zij een kind konden maken op bestelling en het met voorbedachtheid konden verstoten; nog voor het geboren was. Thans moet die houding in hoofde van vader weliswaar gerelativeerd worden. Zo blijkt uit zijn verklaring van heden bij de jeugdrechter in hoger beroep. Informeel verklaarde vader nog aan de jeugdrechter in hoger beroep dat hij nu té veel kinderen ten laste heeft om voor de huidige minderjarige te zorgen. De wensouder heeft geen rekening gehouden met art. 7.1 I.V.R.K. Ieder kind heeft het recht om zijn ouders te kennen en erdoor te worden verzorgd. Hier is met voorbedachtheid het kind het recht op een vader ontzegd. Dat de wensmoeder eventueel later nog een partner kan vinden, is louter speculatie en thans nog op niets gebaseerd. Er kan nog nuttig verwezen worden naar art. 18 I.V.R.K. Volgens de logica van het I.V.R.K. heeft niemand recht op een kind. Elk kind heeft wel recht op twee (zijn) twee ouders. In deze zaak hebben alle betrokkenen het kind tot een object gemaakt, tot het (lijdend) voorwerp van een transactie met bestelling, productie, levering en bijhorende kostenplaatje. Op geen enkel vlak werd er rekening mee gehouden dat elk kind op de eerste plaats een rechtssubject is, een drager van onder meer de hoger vermelde rechten vervat in het I.V.R.K. Daarnaast is er nog het feit dat de biologische ouders en de wensouder reeds vóór de geboorte van het kind een overeenkomst hebben gesloten waarin het kind ter adoptie aan de wensouder werd afgestaan. Dat is in tegenstrijd met art. 348-4 B.W. In dat verband is het ook nuttig om te verwijzen naar art. 391, quater S.W. Al die omstandigheden vormen op dit ogenblik niet de goede opvoedingsomgeving voor het kind. Het is zaak om het kind zo spoedig als mogelijk te laten opgroeien in een normaal gezin in de betekenis van het I.V.R.K., met eerbiediging van alle hierboven geschetste rechten die het kind heeft. Aan dit alles wordt geen afbreuk gedaan door de bedenking dat het kind gehecht wordt/ is aan de wensmoeder. Door de bovenstaande maatregel ontstaat immers geen gebrek aan hechting doch alleen het vervangen van de ene hechting door de andere. Dat zal des te meer zo zijn wanneer het kind na een korte overgangsperiode in een stabiel twee-oudergezin gerecht komt. Op gebied van hechting moet er overigens nog aan toegevoegd worden dat er nu helemaal geen hechting kan geschieden aan een vaderfiguur. Daarom is de bovenstaande voorlopige maatregel nodig als overgang naar een meer definitieve oplossing. Om de overgang voor alle betrokkenen zo menselijk mogelijk te laten verlopen gaat de maatregel slechts in zoals hierboven aangegeven. 4 de duur van de voorlopige maatregel Vooralsnog moet worden voorzien in een duur van zes maanden. 5 het toezicht Er is toezicht nodig om na te gaan of het belang van de minderjarige blijvend gediend wordt in de beste omstandigheden. De meer concrete begeleiding van de maatregel zelf moet geschieden door de aangewezen pleeggezinnendienst. 6 de kosten voor het uitvoeren van de maatregel Deze kosten moeten ten laste gelegd worden van het Fonds Jongerenwelzijn. Er is thans nog geen aanleiding om een bijdrage te bepalen in de kosten van uitvoering. Er moet immers nog ten gronde geoordeeld worden over de vraag of er al dan niet een problematische opvoedingssituatie aanwezig is. 7 de kosten van deze procedure in hoger beroep Deze kosten dienen ten laste te blijven van de Staat. 8 de voorlopige uitvoerbaarheid Om geen leemte te veroorzaken in de hulpverlening dient dit arrest voorlopig uitvoerbaar te zijn. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div