← België

ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090529.12

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 29 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090529.12 Rolnummer: 2008/ar/1539 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-09 Raadplegingen: 92 - laatst gezien 2026-07-02 19:52 Fiche UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Verordeningen - Stedenbouwkundige verordeningen Vrije woorden: Vordering van appellante niet ontvankelijk - gevorderde betaling betreft een substantieel onderdeel van wederrechtelijk uitvoeren en in stand houden van handelingen na vernietiging van de stedenbouwkundige vergunning Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 9ter Kamer Terechtzitting van 29 mei 2009 2008/AR/1 539 - In de zaak van: DE COENE CONSTRUCT N.V., met maatschappelijke zetel te 8500 KORTRIJK, Pres. Kennedypark 15, appellante, hebbende als raadsman mr. HONORE Rik, advocaat te 8500 KORTRIJK, President Kennedypark 4A tegen : CD CONSULTING N.V., met maatschappelijke zetel te 8670 KOKSIJDE, Strandlaan 168, ingeschreven met KBO-nummer 0425.384.491, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. D'HULST Xavier, advocaat te 8500 KORTRIJK, Doorniksewijk 66 velt het hof het volgend arrest: 1.Het hof heeft kennis genomen van het vonnis d.d. 16 mei 2008, gewezen door de rechtbank van koophandel te Kortrijk, derde kamer. Tegen dit vonnis werd tijdig en geldig hoger beroep ingesteld. De partijen werden, bij monde van hun raadslieden gehoord in openbare terechtzitting en in het Nederlands. Zowel de door hen regelmatig neergelegde conclusies als de overgelegde stukken werden ingezien.

  1. Blijvende betwisting tussen partijen betreft in essentie de vraag of en in welke mate n.v. DECOENE CONSTRUCT een rechtmatig belang kan aantonen betreffende de door haar gevorderde kostprijs van werken die zij heeft uitgevoerd in een gebouw dat voorwerp is van een stedenbouwkundig misdrijf. Het betreft de bouw van een appartementsgebouw "la Poudrière" te Koksijde (Sint-Idesbald), Koninklijke baan nr. 355 (hoek Kapelstraat), waarvoor op 15 maart 2005 een stedenbouwkundige vergunning werd afgeleverd door de gemeente Koksijde. Blijkens de aannemingsovereenkomst d.d. 28 maart 2006 was bouwheer n.v. CASTGLIONE a3 + a5 en algemene aannemer n.v. DECOENE CONSTRUCT (onder de naam "HEIJMANS"). Door n.v. CD CONSULTING werd bij notariële akte d.d. 9 mei 2006 op plan appartement "03.04" aangekocht, waarbij de afwerking was voorzien ten laatste op 31 december
  2. Tijdens de bouwwerken werd door n.v. CD CONSULTING rechtstreekse opdracht gegeven aan n.v. DECOENE CONSTRUCT om bepaalde bijkomende werken aan haar appartement uit te voeren, waarvoor de kwestieuze thans ingevorderde facturen daterende van tussen 31 augustus 2006 en 13 juli
  3. Door de Raad van State werd bij arrest nr. 172.828 d.d. 27 juni 2007 op verzoek d.d. 20 mei 2005 van omwonende Marcel WOLTER-HOFMANS de voormelde stedenbouwkundige vergunning vernietigd. Op 28 augustus 2007 heeft de n.v. CD CONSULTING vanwege de GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR een proces-verbaal van vaststelling met stillegging der werken en van staken van gebruik d.d. 23 augustus 2007 ontvangen alsmede de overeenkomstige bekrachtigingbeslissing d.d. 27 augustus 2007 en een proces-verbaal van zegellegging d.d. 23 augustus
  4. N.v. DECOENE CONSTRUCT meent dat zij niets te zien heeft met de stedenbouwkundige situatie van het gebouw en dat zij niet het slachtoffer kan worden van een discussie tussen bouwheer en koper, koopovereenkomst waaraan zij, steeds volgens haarzelf, vreemd zou zijn. Zij meent geen vruchten te genereren die zouden voortvloeien uit een stedenbouwkundig misdrijf, nu het een gebeurlijk misdrijf betreft waaraan zij part noch deel heeft. De kwestieuze gefactureerde werken werden, steeds volgens n.v. DECOENE CONSTRUCT door haar als aannemer volkomen rechtmatig uitgevoerd, in rechtstreekse opdracht en voor rekening van eigenaar/koper n.v. CD CONSULTING, dit onder het bestaan van een geldige stedenbouwkundige vergunning, die niet opgeschort was door de procedure bij de Raad van State, waarbij zij niet was betrokken en zonder dat zij daarvan op de hoogte was. N.v. DECOENE CONSTRUCT kan geenszins in één en ander worden gevolgd. De gefactureerde werken betreffen, volgens de er gegeven beschrijvingen de afwerking van het appartement (installatie sanitaire toestellen, branddeur, schilderdeuren). De gevorderde betaling daarvan betreft onmiskenbaar een substantieel onderdeel van wederrechtelijk uitvoeren en in stand houden van handelingen, werken en wijzigingen overeenkomstig art. 146, 1° van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, na vernietiging (Raad van State, arrest nr. 172.828 d.d. 27 juni 2007) van de stedenbouwkundige vergunning, waaronder wordt begrepen het afwerken, bewonen en instandhouden van een appartement zonder te beschikken over een uitvoerbare stedenbouwkundige vergunning. Het op 28 augustus 2007 betreffende dit bouwmisdrijf betekende proces-verbaal van vaststelling met stillegging der werken en van staken van gebruik d.d. 23 augustus 2007 alsmede de overeenkomstige bekrachtigingbeslissing d.d. 27 augustus 2007 en het proces-verbaal van zegellegging d.d. 23 augustus 2007, stelt n.v. CD CONSULTING bij niet-naleving bloot aan juridische vervolging en een onmiddellijke inning van een administratieve geldboete van 5.000,00 EUR en bij een mogelijke herstelvordering kan de meerwaarde niet meer worden gevorderd (zie kennisgeving d.d. 28 augustus 2007, dossier/CD CONSULTING, stuk 7) De strafrechtelijk gesanctioneerde bepalingen van art. 146 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening gelden niet alleen t.a.v. n.v. CD CONSULTING, doch jegens elkeen, ook n.v. DECOENE CONSTRUCT als aannemer, die op enige wijze zou meewerken aan de instandhouding van het bouwmisdrijf. In de gegeven omstandigheden en in die zin kunnen noch mogen zowel n.v. CD CONSULTING als n.v. DECOENE CONSTRUCT overgaan tot de betaling zoals door deze laatste beoogd. Het gebeurlijk feit dat de werken zelf, waarvan thans betaling wordt gevorderd, uitgevoerd zijn vóór de vernietiging van de stedenbouwkundige vergunning is in deze irrelevant, evenals de bewering vanwege n.v. DECOENE CONSTRUCT dat zij niet in de vernietigingsprocedure was betrokken en evenmin daarvan op de hoogte zou zijn geweest: Immers, de beide partijen hebben onmiskenbaar kennis van het ex tunc (retroactief) werking hebbende vernietigingarrest d.d. 27 juni 2007, minstens vanaf de datum van de uitspraak, zodat zij ook minstens vanaf dan geen enkele onwetendheid meer kunnen inroepen voor elke vorm van meewerken aan de instandhouding van het bouwmisdrijf. N.v. DECOENE CONSTRUCT kan overigens geenszins ernstig voorhouden dat zij met de stedenbouwkundige discussie niets te maken zou hebben, nu zij niet enkel de onderhavige meerwerken voor n.v. CD CONSULTING heeft uitgevoerd doch als algemene aannemer het volledige appartementsgebouw heeft opgetrokken (dossier/DECOENE, stuk 2) alsook, gelet op haar brief d.d. 12 juni 2007, instond voor alle voorlopige opleveringen ervan (dossier/CD CONSULTING, stuk 3). Waar in de voormelde omstandigheden de onderhavige aanspraak van n.v. DECOENE CONSTRUCT er kennelijk en specifiek op gericht is het bouwmisdrijf als ongeoorloofde situatie te behouden, staat de nauwe band tussen de ongeoorloofde toestand enerzijds en de rechtsvordering anderzijds vast en is deze wegens strijdigheid met de openbare orde af te wijzen als niet ontvankelijk: Immers, deze invordering van de kostprijs van werken, onderdeel van een stedenbouwkundig misdrijf, betekent in hoofde van n.v. DECOENE CONSTRUCT de verwezenlijking van een onrechtmatig verkregen belang of het herstel daarvan, hetgeen niet kan worden toegelaten. Het oordeel van de eerste rechter betreffende de niet ontvankelijkheid van de door n.v. DECOENE CONSTRUCT gestelde vordering is in die zin te bevestigen.
  5. Gelet op het voorgaande is de nadere beoordeling van de overige middelen niet dienend. Alle anders luidende conclusies worden verworpen als ongegrond, niet dienend en/of irrelevant. OM DEZE REDENEN, HET HOF, Recht doende op tegenspraak; In acht genomen artikel 24 van de wet van 15 juni 1935; Verklaart het hoger beroep ontvankelijk; Wijst het hoger beroep af als ongegrond; Bevestigt aldus het vonnis van 16 mei 2008 mits de hogere overwegingen en voor zover niet tegenstrijdig; Verwijst n.v. DECOENE CONSTRUCT in de kosten van het hoger beroep, hier nuttig te bepalen in hoofde van n.v. CD CONSULTING op de (niet betwiste) basisrechtsplegingvergoeding t.b.v. 900,00 EUR; Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, NEGENDE ter KAMER, zitting houdende in burgerlijke zaken, van 29 mei
  6. Aanwezig: L. Thabert, Raadsheer wn. Voorzitter An Van Wijnsberge, griffier Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.