← België

ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090529.9

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 29 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090529.9 Rolnummer: 2005/AR/1253 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-07-08 Raadplegingen: 107 - laatst gezien 2026-07-02 19:52 Fiche UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Bewijs (gerechtelijk recht) - Deskundigenonderzoek - Ereloon Vrije woorden: Gerechtsdeskundige - Begroting ereloon en kosten. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 9e kamer ________ terechtzitting van 29-05-2009 na tussenarrest d.d. 29.09.2006 d.d. 19.10.2007 d.d. 06.02.2009 tussenarrest begroting ereloon en kosten deskundige 2005/AR/1253 in de zaak van: IMBO-VY N.V., met maatschappelijke zetel te 8800 ROESELARE, Westlaan 263, ingeschreven met KBO-nummer 0418.878.662, appellante van het bestreden vonnis van 26 april 2005 van de tweede kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk, hebbende als raadsman mr. VYNCKIER Johan, advocaat te 8510 MARKE (KORTRIJK), Engelse Wandeling 74 tegen: 1. IMMO POGANY NV, met maatschappelijke zetel te 8300 KNOKKE-HEIST, Kustlaan 201, ingeschreven met KBO-nummer 0422.308.702, 2. F. D., wonende te 3. P. T., wonende te 4. V. P., wonende te geïntimeerden, hebbende als raadsman mr. D'HULST Xavier, advocaat te 8500 KORTRIJK, Doorniksewijk 66 BIJ TUSSENARREST d.d. 29.09.2006, deze kamer dit Hof: MERTENS Joris, bedrijfsrevisor, Keizersplein 44, 9300 AALST, gerechtsdeskundige, aanwezig in persoon. velt het Hof het volgend arrest: Partijen en de gerechtsdeskundige hebben uitvoerig hun standpunt uiteengezet in hun schriftelijke nota's en conclusies (die werden ingezien) evenals mondeling in de raadkamer van deze kamer van het hof. Het hof verwijst vooreerst naar zijn tussenarrest van 6 februari 2009, waarin reeds de belanghebbende antecedenten alsmede de vordering, strekkende tot begroting van de staat van ereloon en kosten van de gerechtsdeskundige werden uiteengezet. Het betreft hier een deskundigenonderzoek dat werd bevolen ruim vooraleer de wetswijziging ter zake het gerechtsdeskundigenonderzoek van 15 mei 2007 van kracht werd. Bij het tussenarrest van 6 februari 2009 werd de gerechtsdeskundige bevolen om vooreerst en binnen de hem reeds verleende opdracht, gevolg te geven: -

  1. a)aan de opmerkingen (weliswaar laattijdig geformuleerd buiten de daartoe door de gerechtsdeskundige verleende (en reeds verlengde) termijn) van de nv IMMO POGANY, F. D., P. T. en V. P., zoals aangehaald in de redengeving onder 1° van het tussenarrest in kwestie (het betrof opmerkingen waarvan het hof, indien niet op korte termijn opgeklaard vreesde dat de verdere gang van de procedure ten gronde erdoor mede zou worden bemoeilijkt); -
  2. b)aan het gevraagde in de redengeving onder 2° (dit is ter zake de reeds door de respectieve partijen gedane betalingen en consigneringen van de provisies aan ereloon en kosten van de gerechtsdeskundige). Het hof stelt vast dat de gerechtsdeskundige terdege gevolg heeft gegeven aan het voormeld gevraagde en dat de partijen desbetreffend eveneens standpunt hebben genomen in schriftelijke conclusies en nota's. Het hof acht, niettegenstaande het feit dat de nv IMMO POGANY, F. D., P. T. en V. P. andermaal (nog meer laattijdig) nieuwe of aanvullende opmerkingen hebben gemaakt, zoals op heden kan worden ingeschat, de opdracht van de gerechtsdeskundige toch voltooid te zijn, zodat op de vraag van de gerechtsdeskundige tot taxatie van zijn eindstaat van ereloon en kosten kan worden overgegaan. Het is met het oog op het recht doen desbetreffend niet vereist noch mogelijk voor het hof om thans reeds een volledig kwaliteitsoordeel uit te voeren van het gerechtsdeskundigenonderzoek MERTENS in het licht van de waarde daarvan om de grond van de discussie van partijen te kunnen oplossen (hetgeen nochtans nv IMMO POGANY, F. D., P. T. en V. P. op heden reeds lijken te betrachten). Slechts een marginale toetsing van het gerechtsdeskundigenonderzoek is op heden vereist en mogelijk en deze marginale toetsing wijst geenszins uit dat het gerechtsdeskundigenonderzoek MERTENS kennelijk niet dienstig noch bruikbaar zou zijn voor de beslechting van het geschil ten gronde. Het hof stelt vast dat de gerechtsdeskundige in een zeer uitvoerige nota van 6 januari 2009, sereen en objectief heeft geantwoord op de vele opmerkingen die de nv IMMO POGANY, F. D., P. T. en V. P. veeleer los uit de pen lijken te hebben geformuleerd. Zonder exhaustief te zijn of te moeten zijn merkt het hof op dat de gerechtsdeskundige: - de waarborgen en merites van de architect waarop hij beroep deed, - de controle die er terdege door hem steeds geweest is op het verantwoorde werk van deze architect, dat hij na controle tot het zijne heeft gemaakt, - zijn eigen werkwijze en deze van zijn medewerkster, - het feit dat de uitvoering van dergelijk project en de eruit resulterende winst weinig impact heeft op de niet-project gebonden (indirecte, vaste) kosten van een onderneming e.d. voor het hof aannemelijk heeft weten te maken in de huidige stand van zaken. De nv IMBO-VY heeft daar geen fundamentele opmerkingen op geformuleerd en kan de gegeven uitleg van de gerechtsdeskundige veeleer bijtreden. Het hof kan op heden de nv IMMO POGANY, F. D., P. T. en V. P. in hun veelvuldig en omstandig geuite kritiek op de expert niet bijtreden. Het hof kan alleen vaststellen dat de expert, die in dergelijke omstandigheden heeft moeten werken (want ook tijdens de uitvoering van de opdracht was kritiek alomtegenwoordig), er steeds blijk van heeft gegeven de nodige objectiviteit en sereniteit te bewaren, zoals het behoort. Het hof refereert voor de goede orde nog eens naar hetgeen overwogen werd in het arrest van 19 oktober 2007 en wat berust op hetgeen de partijen toen in grote overeenstemming, nadat de eerste conflicten in verband met de expertise waren gerezen, aan het hof wisten te zeggen: "5. Uiteindelijk en na voorlegging van de stukken en de gegeven uitleg in raadkamer stellen de raadslieden dat er geen discussie meer is over de werkwijze en de (uur)tarieven die de gerechtsdeskundige hanteert, maar wél over de hoegrootheid van zijn werk en dit van de architect waarop de gerechtsdeskundige in het kader van de uitvoering van zijn opdracht een beroep deed. Ook betrekkelijk de omvang en inhoud van de opdracht gegeven in het arrest van 29 september 2006 is er geen onenigheid of onduidelijkheid nog aangekaart tussen partijen. Het hof kan slechts vaststellen dat de gerechtsdeskundige heeft gehandeld overeenkomstig de hem bij arrest van 29 september 2006 gegeven opdracht en dat het hem in dat kader toegestaan was beroep te doen op een architect. Er wordt niet aangetoond noch aannemelijk gemaakt (gelet op de gegeven opdracht en het belang ervan, gelet ook op de waarde van het geschil) dat er thans zou kunnen/dienen te worden aangenomen dat door de gerechtsdeskundige en de architect waarop hij een beroep deed in het kader van zijn opdracht overbodig werk zou zijn gepresteerd of dat hij bij voorkeur op een andere, minder tijdrovende maar even goede wijze zou dienen te hebben gehandeld, of dat het in het kader van de opdracht gepresteerde niet het aantal uren en kosten kon omvatten waarvan de gerechtsdeskundige het omstandige detail heeft gegeven. Uit het detail verstrekt door de gerechtsdeskundige blijkt tevens dat alleen het tijdsverbruik inzake de briefwisseling wordt aangerekend en niet de desgevallend gemaakte kosten van aangetekend versturen ervan." Het hof moet vaststellen dat de voormelde beoordeling, behoudens waar daar hierna zou worden van afgeweken, actueel en van toepassing blijft. Het hof moet daarnaast ook vaststellen dat nv IMMO POGANY, F. D., P. T. en V. P. uiteindelijk de uurtarieven van euro 125,- voor de gerechtsdeskundige- bedrijfsrevisor en van euro 85,- voor zijn medewerkster, die zij stelden niet meer te betwisten thans toch opnieuw ter discussie stellen en voorhouden dat niet ál het werk dat de gerechtsdeskundige presteerde als bedrijfsrevisor zou zijn gepresteerd en aldus aan het tarief van een bedrijfsrevisor zou mogen worden gerekend. Het hof kan alleen maar vaststellen dat de gerechtsdeskundige bedrijfsrevisor is van kwalificatie en dat hem als bedrijfsrevisor tevens de deskundigenopdracht werd toebedeeld en dat hij uiteraard zijn deskundigenwerk volledig heeft gepresteerd als bedrijfsrevisor. Ook de werkwijze van de gerechtsdeskundige wordt thans opnieuw bekritiseerd (welke kritiek door de gerechtsdeskundige zoals voormeld werd tegengesproken en weerlegd). De gerechtsdeskundige wordt daarenboven verweten de termijnen niet te hebben gerespecteerd, maar niet alleen door de gerechtsdeskundige, ook door de nv IMBO-VY werd in detail uiteengezet hoe het de nv IMMO POGANY, F. D., P. T. en V. P. waren die telkens weer en bij herhaling op (verder) uitstel aandrongen. Anderzijds is het ook zo dat de voortdurende kritiek/opmerkingen en de noodzaak van de gerechtsdeskundige om daar telkens weer en met de nodige kalmte, objectief blijvend, tegen te reageren en zich waar nodig te verweren de omvang van het gepresteerde en te presteren werk door de gerechtsdeskundige uiteraard nog hebben doen toenemen. Er was ook schorsing van de expertise omdat nv IMMO POGANY, F. D., P. T. en V. P. niet tijdig de provisies aan ereloon van de expert betaalden/consigneerden. Waar zijn verslag enige onvolkomenheid vertoonde heeft de gerechtsdeskundige dat rechtgezet, deels uit eigen initiatief, deels als gevolg aan de opmerkingen van de partijen, waarvan hij de opmerkingen van de nv IMMO POGANY, F. D., P. T. en V. P. niet veronachtzaamd heeft en zelfs door het hof werd gevraagd om een bepaalde opmerking door laatstgenoemden buiten de (reeds verlengde) termijn geformuleerd toch nog te ontmoeten. De initiële eindstaat van ereloon en kosten van de gerechtsdeskundige (die eigenlijk geen eigen kosten rekent/deze zitten reeds vervat in het gerekende uurtarief van de gerechtsdeskundige en zijn medewerkster) is voldoende gedetailleerd. De initiële eindstaat sloot af op een bedrag van euro 15.597,42 + euro 3.275,46 btw = euro 18.872,88. Daarin zit er voor euro 6.657,42 aan kosten en ereloon (excl. btw) van de architect op wie de gerechtsdeskundige een beroep deed. Blijft een ereloon van euro 8.940,00 (excl. btw) voor de gerechtsdeskundige bedrijfsrevisor zelf en zijn medewerkster. De voornoemde initiële ereloonstaat van de gerechtsdeskundige is niet overdreven te noemen en hij kan worden aanvaard, daarbij in de eerste orde rekening houdend met de mate van zorgvuldigheid waarmee het werk werd uitgevoerd, de nakoming van de termijnen en de kwaliteit van het geleverde werk zoals dat alles, mede rekening houdend met de (hiervoor uiteengezette) rol die de partijen zelf daarin hebben gespeeld, op heden kan worden nagegaan. Ingevolge de door het hof op 6 februari 2009 gegeven opdracht heeft de gerechtsdeskundige een aanvullend verslag opgemaakt en een aanvullende ereloonstaat desbetreffend opgemaakt van euro 1.750,00 + euro 367,50 = euro 2.117,50. Betrekkelijk deze aanvullende staat is het hof van oordeel dat deze enerzijds betrekking heeft op een rechtzetting van een vergissing begaan in het initiële verslag, waarvoor op zich uiteraard geen ereloon kan aangerekend worden, maar dat het anderzijds ook zo is dat wanneer de gerechtsdeskundige van de eerste keer op de opmerking zou hebben geantwoord en hij tevens van meet af aan de exacte situatie inzake de betaling en het consigneren van zijn provisies aan ereloon zou hebben uiteengezet (waarin nv IMMO POGANY, F. D., P. T. en V. P. inderdaad soms laattijdig en onvolledig waren en het nog gebeurd is dat nv IMBO-VY, alhoewel daartoe niet gehouden, deze verplichtingen voor haar rekening nam/voorschoot in afwachting van terugbetaling door nv IMMO POGANY, F. D., P. T. en V. P. opdat de expertise verder doorgang had kunnen vinden), dit alles voor de gerechtsdeskundige dan meteen ook extra-werk en tijdbesteding zou hebben geïmpliceerd die wél moeten gehonoreerd worden Rekening gehouden met het voornoemde bepaalt het hof in billijkheid het ereloon voor dit extra-werk gedurende deze extra bestede tijd van de gerechtsdeskundige (en zijn medewerkster) op in totaal euro 1.000,00 + euro 210,00 btw = euro 1210,00. Aldus komt de totale staat aan ereloon en kosten van de gerechtsdeskundige, zoals getaxeerd door het hof op euro 20.082,88, btw incl. (= euro 18.872,88 + euro 1210,00) Er is in totaal euro 10.000,00 reeds voldaan aan de gerechtsdeskundige ( euro 1.815,00 rechtstreeks door nv IMMO POGANY, F. D., P. T. en V. P. en euro 8.185,00 door de gerechtsdeskundige opgenomen van de geconsigneerde provisies op de griffie). De gerechtsdeskundige wordt bij deze vooreerst gemachtigd om de som van euro 3.260,00 aan resterende consignaties op de griffie op te nemen. De nv IMMO POGANY, F. D., P. T. en V. P. worden bij deze verder nog veroordeeld, elk voor het geheel gehouden, tot betaling aan de gerechtsdeskundige als resterend nog verschuldigd saldo aan ereloon en kosten de som van euro 6.822,88. Het hof is van oordeel dat er thans en betrekkelijk dit tussengeschil alleen geen nieuwe gedingkosten te bepalen zijn. Om deze redenen, het hof, recht doende in raadkamer en op tegenspraak, met toepassing van art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken. Bepaalt de totale staat aan ereloon en kosten van de gerechtsdeskundige op euro 20.082,88, btw incl.. Machtigt in dat kader de gerechtsdeskundige tot opneming van het resterend geconsigneerd saldo aan provisies ter griffie van het hof, meer bepaald de som van euro 3.260,00. Veroordeelt nv IMMO POGANY, F. D., P. T. en V. P., elk voor het geheel gehouden, tot betaling van het nog openstaand bedrag van euro 6.822,88 aan ereloon en kosten, rechtsreeks te voldoen aan de gerechtsdeskundige. Zegt zo nodig dat het hier niet om de definitieve tenlastelegging van de kosten en ereloon van de gerechtsdeskundige gaat, waarover pas wordt beslist met het eindarrest. Zegt dat er thans en betrekkelijk dit tussengeschil alleen geen nieuwe gedingkosten te bepalen zijn. Aldus gewezen door de negende kamer van het Hof van beroep te Gent, recht doende in burgerlijke zaken, samengesteld uit: De heer M. Hanssens Raadsheer, wn. voorzitter, Mevrouw M. Beerens Raadsheer, De heer A. Colpaert Raadsheer, en uitgesproken door de raadsheer wn. voorzitter van de kamer in openbare terechtzitting op negenentwintig mei tweeduizend en negen, bijgestaan door Mevrouw M. Vercruysse Griffier. M. Vercruysse A. Colpaert M. Beerens M. Hanssens Rep. nr.: 2009/ Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.