← België

ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090610.16

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 10 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090610.16 Rolnummer: 2007/AR/2219 Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2009-09-11 Raadplegingen: 89 - laatst gezien 2026-07-02 19:57 Fiche Het Hof beoordeelt de invordering van de facturen door een accountant met wie de klant de samenwerking had opgezegd. Bij marginale toetsing wordt enige fout niet afdoende aangetoond. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - FACTUUR - BESTELBON Vrije woorden: Accountant - mondelinge overeenkomst - rechten en plichten - wanprestatie - bewijs - marginale toetsing Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 12de BIS Kamer ________ Terechtzitting van 10-06 2009 Nr. 2007/AR/2219 ------------------------- in de zaak van : 1. B.V.B.A. FIREMASTER, met maatschappelijke zetel te 8520 Kuurne, Ringlaan 1 en met ondernemingsnummer 0457.369.846, 2. N.V. AQUAFLAM, met maatschappelijke zetel te 8520 Kuurne, Ringlaan 1 en met ondernemingsnummer 0419.844.407, 3. C. P., bestuurder, wonende te 4. B.V.B.A. CRICO ENGINEERING, met maatschappelijke zetel te 8520 Kuurne, Ringlaan 1 en met ondernemingsnummer 0466.256.828, appellanten, hebbende als raadsman mr. Filip Soetaert, advocaat met kantoor te 8500 Kortrijk, Doorniksewijk 66, tegen B.V.B.A. ACCOUNTANTSKANTOOR THEERLYNCK & CO, met maatschappelijke zetel te 8791 Beveren-Leie, Grote Heerweg 123 en met ondernemingsnummer 0467.019.168, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Rudy De Waele, advocaat met kantoor te 8500 Kortrijk, Doorniksesteenweg 206, velt het Hof volgend arrest : Partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies in openbare terechtzitting. De stukken werden ingezien. 1. Met dagvaarding betekend op 07.04.2006 vordert de bvba Accountantskantoor Theerlynck & C° (hierna ook verkort tot de bvba Theerlynck) de betaling van twee onbetaald gebleven facturen die zij had uitgeschreven ten laste van de bvba Firemaster, resp. op 04.01.2005 ad 3.705,63 euro en op 14.02.2006 ad 1.905,75 euro, vermeerderd met 12% rente (aldaar reeds begroot op 616,38 euro), 12% forfaitaire schade-vergoeding en de gedingkosten. Met dagvaarding betekend op 07.04.2006 vordert de bvba Theerlynck dan de betaling van een onbetaald gebleven factuur die zij had uitgeschreven ten laste van de nv Aquaflam op 14.02.2006 voor een bedrag van 7.713,75 euro in hoofdsom, vermeerderd met 12% rente (aldaar reeds begroot op 167,38 euro), 12% forfaitaire schadevergoeding en de gedingkosten. Met dagvaarding betekend op 07.04.2006 vordert de bvba Theerlynck tenslotte de betaling van twee onbetaald gebleven facturen die zij had uitgeschreven ten laste van de bvba Crico Engineering op 14.02.2006 resp. ad 2.722,50 euro en ad 1.905,75 euro, vermeerderd met 12% rente (aldaar reeds begroot op 100,43 euro), 12% forfaitaire schadevergoeding en de gedingkosten. Met hun eerste conclusie reeds, neergelegd op 18.05.2006, vorderen de bvba Firemaster, de nv Aquaflam en de bvba Crico de voeging van al deze betwistingen, die zij ontmoeten als 'de groep Aquaflam'; zij verwijten de bvba Theerlynck "nalatigheden, schuldig verzuim en professionele fouten" in de uitvoering van haar verplichtingen, waardoor bijkomende prestaties werden aangerekend met de thans opgevorderde facturen, dewelke zij verder als oncontroleerbaar, minstens overdreven verwerpen; aldus besluiten zij tot de ongegrondheid van de ingestelde vorderingen wijl zij op hun beurt voor elk van hen één euro provisie vorderen op de vergoeding voor de geleden schade. Met verzoekschrift neergelegd ter griffie 01.12.2006 komt de heer C. P. vrijwillig tussen, blijkbaar enkel in het geschil dat de bvba Theerlynck had ingeleid ten laste van de nv Aquaflam; hij zet uiteen dat hij, bestuurder van de nv Aquaflam en zaakvoerder van de bvba Firemaster en de bvba Crico, eveneens beroep deed op de bvba Theerlynck met betrekking tot zijn "wettelijke verplichtingen inzake de boekhoud-wetgeving, de vennootschapswetgeving en de fiscale wetgeving"; hij herhaalt dezelfde klachten als de overige verweerders en vordert op die grond 8.516,08 euro ten laste van de bvba Theerlynck als vergoeding voor de schade die hij heeft opgelopen, vermeerderd met de gerechtelijke rente en de gedingkosten. Het vonnis dd. 16.05.2007 op tegenspraak gewezen door de eerste kamer van de rechtbank van koophandel te Kortrijk stelt vast dat de drie onderscheiden vorderingen die de bvba Theerlynck heeft ingeleid alle betrekking hebben op de invordering van ereloon ten laste van een firma waarvan de heer C. P. zaakvoerder dan wel bestuurder is en dat de argumenten in al deze betwistingen identiek zijn; op die grond worden de zaken gevoegd, waarop de rechtbank dan elk der betwistingen afzonderlijk ontmoet, zelfs per factuur; het verweer van de bvba Firemaster, de nv Aquaflam en de bvba Crico wordt als ongegrond verworpen zodat zij worden veroordeeld tot de hoofdsom zoals gevorderd in de respectieve dagvaardingen, vermeerderd met 12% forfaitaire schadevergoeding en de rente zoals aldaar nader bepaald; de tussenkomst van de heer P. wordt ontvankelijk verklaard doch als ongegrond afgewezen; uiteindelijk worden de bvba Firemaster, de nv Aquaflam, de bvba Crico en de heer P. veroordeeld tot de gedingkosten, houdende de onderscheiden dagvaardingen en de rechtsplegingsvergoeding. Met verzoekschrift neergelegd ter griffie van dit Hof op 31.08.2007 stellen de bvba Firemaster, de nv Aquaflam, de heer P. en de bvba Crico Engineering tijdig en regelmatig naar de vorm hoger beroep in; zij herhalen dat de bvba Theerlynck voor hen 'taken' verrichte zoals "boekhouding, audit en consulting, het opmaken en het neerleggen van jaarrekeningen en balansen, het opmaken en indienen van de aangiften in de vennootschapsbelasting, BTW etc..." en benadrukken zelfs: "Gedurende een bepaalde periode werd zelfs de volledige boekhouding door [de bvba Theerlynck] bijgehouden" (cfr. sub I.1, p. 4); zij zetten verder uiteen dat zij de samenwerking op 01.01.2005 hebben beëindigd, omdat zij "een gebrek aan stiptheid en accuraatheid van [de bvba Theerlynck] ondervonden" en dat zij nadien "anomalieën" hebben vastgesteld wijl "de thans gevorderde erelonen ... betrekking [hebben] op prestaties die mits een correcte uitvoering van haar verplichtingen vermeden konden worden, hetgeen de kern van de zaak is" (cfr. II.1.1.2, 3, p. 13); ook werpen appellanten op dat de facturen voorwerp van deze vordering "oncontroleerbaar, niet ernstig en minstens schromelijk overdreven" zijn, zodat zij uiteindelijk besluiten tot de afwijzing van de aanspraken van de bvba Theerlynck als ongegrond; de heer P. van zijn kant herhaalt dat hij ten onrechte voor 8.516,08 euro werd getaxeerd op 'fictieve debetrente' ingevolge een verkeerde boeking van de bvba Theerlynck, wijl de overige appellanten dan nog één euro provisie vorderen op hun schade; uiteindelijk vorderen zij hogere provisiesommen. De bvba Theerlynck verwerpt dit hoger beroep als onontvankelijk (waarvoor zij geen enkel argument aanhaalt en derhalve geen inhoud heeft), minstens ongegrond. 2. Het staat vast dat de bvba Theerlynck op basis van een mondelinge overeenkomst samenwerkte met de bvba Firemaster, de nv Aquaflam, de bvba Crico en de heer P. en dat hieraan een einde werd gesteld door huidige appellanten, met de aangetekende brief van 22.12.2004 aan de heer Theerlynck (stuk nr. 7 geïntimeerde): "Wij wensen u via dit schrijven op de hoogte te brengen van onze recente beslissing om de samenwerking met u en uw kantoor vanaf 1 januari 2005 te beëindigen. Wij vragen u vriendelijk om de lopende afsluitingen zo spoedig mogelijk te willen finaliseren. Wij zullen vanzelfsprekend instaan voor een correcte financiële afhandeling van uw erelonen. Vanaf 1 januari 2005 zal Ernst & Young, vertegenwoordigd door de heer P. V., verder onze dossiers behartigen. Mogen wij u vriendelijk vragen ten volle mee te werken, bij latere contactname door Ernst & Young, aan de overdracht van de boekhoudkundige en fiscale dossiers? Tenslotte wensen wij u en uw kantoor te bedanken voor de jarenlange samenwerking". Enige concrete inhoud aan die (mondeling aangegane) samenwerking wordt nergens aangeduid, zodat het uitweiden omtrent welke taken de bvba Theerlynck nu precies diende uit te voeren en voor wie, volkomen vrijblijvend is. Wél kan worden aangenomen dat het accountantskantoor bvba Theerlynck niet alleen werd aangesproken voor materiële daden, maar ook en vooral omwille van haar deskundigheid inzake accountancy. De overeenkomst te dezen houdt aldus noodzakelijk in dat de bvba Theerlynck, krachtens de bijzondere rechtspositie die zij overeenkomstig de wil van partijen ten aanzien haar medecontractanten (appellanten) bekleedde, over een ruime mate van beoordelingsvrijheid beschikte en alzo naar eigen keuze beslissingen heeft kunnen (moeten) nemen en handelingen heeft (gemeend

  1. te)kunnen (moeten) verrichten, zelfs al werden de rechten van de medecontractant daarbij beïnvloed. Deze verplichtingen kunnen niet louter beoordeeld worden in functie van de uiteindelijke resultaten die de concrete beslissingen en handelingen hebben gehad, zonder tevens ook de initiële onzekerheid en de beoordelingsvrijheid daarbij te onderkennen. Ook kan niet ieder aspect van de geleverde prestaties in detail worden onderzocht; zulks klemt hier des te meer nu partijen daaromtrent zelfs niet eens duidelijkheid (kunnen) verschaffen, terwijl zij gedurende jaren dergelijke werkwijze in stand hebben gehouden zonder protest of voorbehoud. In beginsel kan enkel worden onderzocht op welke wijze de bvba Theerlynck gebruik heeft gemaakt van haar bijzondere positie, in de context van een normale dienstverlening die mag worden verwacht van een accountantskantoor geplaatst in dezelfde feitelijke omstandigheden. Enkel daar kan er worden ingegrepen, waar het voldoende duidelijk is dat zij een kennelijk onredelijk gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheden en/of dat haar beslissingen ingaan tegen de desbetreffende opvattingen van elke normaal voorzichtige en redelijke 'soortgenoot'; daarbij zal men zich ervoor hoeden geen 'nieuwe beslissing' als maatstaf te hanteren, die reeds rekening houdt met de gevolgen van het concrete handelen van destijds. De bewijslast dat enige handeling, tussenkomst of beslissing kennelijk onredelijk zou zijn, ligt bij diegene die zulks meent te moeten inroepen, in casu appellanten, net zoals voor andere fouten, zoals appellanten zelf vermelden (cfr. inleidend verzoekschrift neergelegd op 31.08.2007, sub II.1.1.1, p. 10). 3. De "lijst van anomalieën accountancy" die appellanten neerleggen als hun tweede overtuigingsstuk, blijkbaar de (enige) neerslag van de kritiek van de bvba Firemaster, de nv Aquaflam en de bvba Crico op het werk van de bvba Theerlynck, overtuigt niet. Waar deze lijst blijkbaar werd neergelegd namens de bvba Firemaster, de nv Aquaflam, de bvba Crico en de heer P. samen, werd er geen enkele inspanning geleverd om deze klachten te onderscheiden naar de diverse (rechts)personen toe; zelfs kan niet worden uitgemaakt op welk tijdstip de daarin opgenomen vermeldingen moeten worden geplaatst. Bovendien kan de gegrondheid van deze opmerkingen niet eens worden getoetst; weliswaar brengen appellanten enkele honderden fotokopies aan, die zij vervolgens per firma bundelen en neerleggen als hun overtuigingsstukken nrs. 10 (Aquaflam), 11 (Firemaster) en 12 (Crico), doch nergens kan enig verband tussen één en ander worden aangeduid. De discussies die uit deze fotokopies blijken omtrent verworpen aftrekposten of opstartkosten voor een buitenlandse afdeling, laten alleszins niet toe daarin enige fout te zien, zoals hiervóór bedoeld, ten laste van de bvba Theerlynck. Tenslotte stellen deze appellanten nog steeds geen enkele concrete schadebegroting voor, en beperken zij zich ertoe voor elk van hen een provisie te vorderen, die zij pas in hun syntheseconclusie neergelegd op 14.11.2008 begroten op 8.000 euro voor de bvba Firemaster, 1.500 euro voor de nv Aquaflam en 350 euro voor de bvba Crico, zonder enig bewijs, noch verwijzing naar enig overtuigingsstuk; zelfs bieden zij niet eens enige grond aan, om hun voorgehouden schade te (laten) onderzoeken. Waar er thans ruim vier jaar verstreken zijn sinds het einde van de samenwerking en de bvba Firemaster, de nv Aquaflam en de bvba Crico, bijgestaan door de bedrijfsrevisoren Ernst & Young, nog steeds geen enkel sluitend bewijs van enige schade, dan wel van enige fout aanbrengen die daarmede in oorzakelijk verband staat, mag geredelijk worden aangenomen dat deze appellanten dan ook niet beschikken over enig bewijs van concrete schade, terwijl zij verder al evenmin een bewijs aanbrengen van enige fout zoals hierboven omschreven van de bvba Theerlynck, die hen schade zou hebben berokkend. 4. In eerste aanleg is de heer C. P. vrijwillig tussengekomen in het geschil ingeschreven op de algemene rol onder nummer A/06/01436 inzake de bvba Theerlynck tegen de nv Aquaflam (stuk nr. 15 rechtsplegingsdossier eerste aanleg); hij klaagt thans nog steeds dat hij gedurende twee opeenvolgende jaren getaxeerd geworden is door de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit ten belope van resp. 5.626,14 euro en 2.889,94 euro, "terwijl dit kon vermeden worden wanneer het vast voorschot van de KBC correct was geboekt" (cfr. syntheseconclusie neergelegd op p. 15). Weliswaar zet de heer P. uiteen dat hij die belasting had kunnen vermijden, doch nergens toont hij aan dat deze hoegenaamd door niemand moest betaald worden, terwijl een belasting in beginsel nog steeds niet als een schade kan worden aangemerkt. Hoe dan ook dateert deze boeking reeds van 1999, terwijl er geen enkele ingebrekestelling noch opmerking ten laste van de bvba Theerlynck daaromtrent kan worden aangeduid en het de heer Pollet allicht niet zal zijn ontgaan dat een rekening met 2 miljoen BEF was aangegroeid. Enige fout ten laste van de bvba Theerlynck, bij de marginale toetsing zoals hiervóór uiteengezet, wordt te dezen dan ook niet afdoende aangetoond. 5. Appellanten klagen dat de facturen van de bvba Theerlynck onvoldoende gedetailleerd zijn, derhalve "oncontroleerbaar" en alleszins "schromelijk overdreven" zijn; alvast is dit laatste niet in overeenstemming te brengen met dit eerste. Uit de neerliggende overtuigingsstukken blijkt dat de bvba Theerlynck regelmatig zélf afrekende en alsdan mits eenvoudige opgave van het aantal gepresteerde uren, de betaling hiervan vorderde middels facturen die zij aan de betrokken partijen overmaakte. Deze laatsten ontkennen niet in het verleden regelmatig dergelijke facturen ontvangen te hebben en alleszins tonen zij geen andere werkwijze aan, terwijl zij ook niet aantonen waarin de (werkwijze of uitwerking van
  2. de)facturen die het voorwerp uitmaken van huidig geschil, zou verschillen van diegene die zij voorheen ontvingen en vereffenden. Overigens vertonen de facturen van de bedrijfsrevisoren Ernst & Young voor het jaar 2005, zoals appellanten die neerleggen gebundeld onder hun overtuigingsstuk nr. 9, evenmin enig specifiek detail en vermelden zij ook enkel het aantal gepresteerde uren. Uiteindelijk ontkennen appellanten trouwens niet dat zij van de bvba Theerlynck - hierom gevraagd - een vrij precieze detaillering van de aangerekende tijd hebben verkregen; alleszins geven appellanten thans aan duidelijk te weten welke werken de bvba Theerlynck aanrekent, niet alleen waar zij reeds in het inleidend verzoekschrift aanvoeren dat deze "erelonen ... betrekking [hebben] op prestaties die mits een correcte uitvoering van haar verplichtingen vermeden konden worden" maar ook waar zij nadien nogmaals benadrukken "dat de thans gevorderde erelonen quasi uitsluitend betrekking hebben op prestaties die door [de bvba Theerlynck] zouden zijn gevoerd met betrekking tot deze controles (voorbereiding van controles, antwoorden op vragen om inlichtingen, bijwonen van controles, antwoorden op berichten van wijziging, etc..." (cfr. syntheseconclusie neergelegd op 14.11.2008, sub II.1.1.2.4, p. 13). Nergens bewijzen appellanten dat zij met de bvba Theerlynck een prijsbinding waren overeengekomen, noch waar laatstgenoemde zich anderszins aan een vaste prijs zou hebben verbonden. De vaststelling dat zij tijdens de duur van de samenwerking het uurloon hebben aangepast (allicht aan de gangbare normen) kan niet worden aangemerkt als een 'wanprestatie'; bovendien beweren noch bewijzen appellanten dat de prijs voor de specifiek uitgevoerde werken niet te verantwoorden was, noch waar de bvba Theerlynck duidelijk misbruik heeft gemaakt van haar recht op prijsbepaling en op een onredelijke wijze is te werk gegaan bij het aanrekenen van haar prestaties - waarvan het bestaan zelf door hen wordt aangenomen, zoals blijkt uit hetgeen hiervóór werd aangehaald. Gelet op de jarenlange samenwerking mag worden aangenomen dat partijen zich hebben verbonden onder de algemene voorwaarden die de bvba Theerlynck voert, zodat de eerste rechter terecht de rente en de forfaitaire schadevergoeding dienovereenkomstig heeft toegekend. Zodoende faalt het verweer van appellanten dan ook volkomen. Om deze redenen, Het Hof, rechtdoende op tegenspraak; met toepassing van art. 24 van de wet van 15.06.1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; verklaart het hoger beroep toelaatbaar doch ongegrond; bevestigt het bestreden vonnis in al zijn beschikkingen; veroordeelt de bvba Firemaster, de nv Aquaflam, de bvba Crico en de heer P. in de kosten van deze instantie, aan de zijde van de bvba Theerlynck op heden begroot op: 2.000 euro rechtsplegingsvergoeding hoger beroep; Aldus gewezen door de twaalfde bis kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit Joseph Baudrez, alleenrechtsprekend raadsheer bijgestaan door Achiel Ferdinande, griffier en uitgesproken door de alleenrechtsprekend raadsheer in openbare terecht-zitting op tien juni tweeduizend en negen. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.