← België

ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090611.11

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 11 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090611.11 Rolnummer: 2006/AR/2413 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-11-04 Raadplegingen: 1086 - laatst gezien 2026-07-02 19:57 Fiche De ouders van een minderjarig kind, dat op school een onrechtmatige daad heeft begaan, kunnen samen met de school worden aansprakelijk gesteld voor de veroorzaakte schade. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Algemeen (verbintenis uit onrechtmatige daad) Vrije woorden: Ongeval op school - Aansprakelijkheid school (artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek) - Aansprakelijkheid ouders (artikel 1384, lid 2 van het Burgerlijk Wetboek). Tekst van de beslissing HOF VAN BEROEP TE GENT *** 1e kamer *** terechtzitting van 11 juni 2009 TUSSENARREST (deels ten gronde - bijzondere rol) 2006/AR/2413 in de zaak van: VRIJE BASISSCHOOL PASSENDALE V.Z.W., met zetel te 8980 PASSENDALE, Passendaleplaats 5, appellante, hebbende als raadsman mr. DEVLOO Rik, advocaat te 8500 KORTRIJK, Koning Albertstraat 24, bus 1 tegen:

  1. V. H., handelend zowel in eigen naam als in haar hoedanigheid van moeder, wettelijke vertegenwoordigster van de persoon en beheerster over de goederen van haar minderjarige dochter V. A., geboren op , wonende te , eerste geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. BOUCKENOOGHE Benoit, advocaat te 8900 IEPER, Korte Torhoutstraat 23
  2. B. R., en zijn echtgenote: C. E., tweede geïntimeerden q.q., beiden handelend in hun hoedanigheid van ouders van hun minderjarige zoon B. T., geboren op , samenwonende te , en hebbende als raadsman mr. BOEDTS Herman, advocaat te 8970 POPERINGE, Burgemeester Bertenplein 31 wijst het hof het volgend arrest: Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van dit hof op 20 september 2006 heeft de v.z.w. Vrije Basisschool Passendale tijdig en op regelmatige wijze hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 23 juni 2006, op tegenspraak gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Ieper, vierde kamer. De partijen werden gehoord in openbare terechtzitting en de neergelegde conclusies en stukken werden ingezien. voorgaanden
  3. H. V. (thans eerste geïntimeerde) is de moeder van de minderjarige A.V. (geboren op ), die tijdens het schooljaar 2002-2003 school liep op de Vrije Basisschool Passendale, waarvan de v.z.w. Vrije Basisschool Passendale (appellante) de inrichtende macht is. Op 20 december 2002 was A.V. het slachtoffer van een ongeval op de speelplaats van de school. T.B. (geboren op ), de minderjarige zoon van R. B. en E. C. (geïntimeerden sub 2), was tijdens de speeltijd op de speelplaats aan het voetballen. Toen hij hard tegen de bal schopte, verloor hij een schoen, die in de lucht vloog en terecht kwam in het oog van A.V., waardoor het slachtoffer op één oog volledig blind werd. H.V. stelt zowel de school als de ouders van T.B. (die voetbalde met ‘skateschoenen', waarvan de veters niet waren dichtgebonden), aansprakelijk voor dit ongeval. Met dagvaarding van 23 december 2004 vordert zij de solidaire veroordeling van de v.z.w. Vrije basisschool Passendale en B.-C. tot betaling van een provisie van euro 2.500,00 in eigen naam en een provisie van euro 2.500,00 q.q. voor A.V., alsmede de aanstelling van een medisch deskundige.
  4. De eerste rechter stelt vooreerst vast dat de omstandigheid dat T.B. voetbalde met een onaangepast schoeisel een inbreuk vormt op de algemene zorgvuldigheidsnorm. Hij weerhoudt evenwel geen aansprakelijkheid in hoofde van de ouders B.-C., omdat op het ogenblik van de feiten hun minderjarige zoon onder toezicht stond van de school en hij van oordeel is dat zij hun zoon een goede opvoeding hebben gegeven. De school wordt wel aansprakelijk gesteld op grond van artikel 1384, lid 3 van het burgerlijk wetboek, omdat haar aangestelden het voetballen met skateschoenen hadden moeten verbieden, minstens T.B. hadden moeten verplichten om de veters van zijn schoenen dicht te maken. Aan H.V. in eigen naam en q.q. wordt een provisioneel bedrag toegekend van telkens euro 2.500,00 en dr. J. Blanckaert wordt aangesteld als deskundige.
  5. De v.z.w. Vrije Basisschool Passendale kan niet berusten in deze beslissing. Vooreerst acht zij het ondenkbaar dat de leerlingen tijdens de speeltijd speciale schoenen of schoenen met veters zouden moeten aantrekken om te voetballen. Bovendien meent zij dat aan haar aangestelden geen enkele fout of tekortkoming in het toezicht kan worden verweten. Het voetbalspel is een normale activiteit en het is hen onmogelijk alle kinderen in de gaten te houden en hun bewegingen te volgen. Tenslotte acht zij ook het oorzakelijk verband tussen de aan haar aangestelden verweten fout en de schade niet bewezen. Zij besluit derhalve tot de afwijzing van de tegen haar gestelde vordering.
  6. H.V. besluit tot de afwijzing van het hoger beroep. Zij stelt incidenteel beroep in wat haar afgewezen vordering tegen B.-C. betreft en vordert hun solidaire veroordeling met de Vrije Basisschool Passendale.
  7. B.-C. besluiten tot de afwijzing van de tegen hen gerichte hogere beroepen en de volledige bevestiging van het bestreden vonnis. beoordeling
  8. B.-C. betwisten niet dat, toen het ongeval gebeurde, hun zoon T. skateschoenen droeg. In conclusies verduidelijken zij dat het gaat om sportschoenen met hoge en dikke wanden, waarbij het de gewoonte is de veters niet vast te binden, maar in de zijkant tussen de wand en de voet te stoppen. Het hof treedt de eerste rechter bij waar hij heeft geoordeeld dat de toen tienjarige T.B. een onrechtmatige daad heeft begaan door met dergelijk schoeisel te voetballen. Ook een kind van die leeftijd moet er zich van bewust zijn dat voetballen met los zittende schoenen, waarvan de veters niet zijn dichtgebonden, het risico inhoudt dat bij een trapbeweging een schoen kan los komen. Dat het dragen van skateschoenen met niet dichtgeknoopte veters een modeverschijnsel is en talrijke jongeren hun schoenen op die manier dragen, doet geen afbreuk aan het feit dat op een dergelijke wijze deelnemen aan het voetbalspel een onverantwoord risico inhoudt. Het gaat er niet om dat leerlingen die voetballen tijdens de speeltijd een speciaal schoeisel zouden moeten aantrekken. Ze moeten er wel voor zorgen dat hun schoenen behoorlijk vast om hun voeten zitten (ingeval het gaat om schoenen met veters, door deze vast te maken) en niet dermate los zitten dat ze bij het spel kunnen afvliegen. De opmerking van B.-C. dat naderhand: "de school een richtlijn heeft uitgevaardigd, of minstens een feitelijk gedrag heeft gestipuleerd, waarbij het niet meer toegelaten werd op de speelplaats te voetballen met niet gebonden schoenen" en dat het voetballen met skateschoenen zelfs werd verboden, houdt de bevestiging in dat men (spijtig genoeg pas na het incident waarvan A.V. het slachtoffer was) de risico's van het spelen met niet-vastgemaakte schoenen heeft ingezien en dat maatregelen konden getroffen worden om deze risico's te vermijden.
  9. Krachtens artikel 1384, lid 2 van het burgerlijk wetboek rust op de ouders van een minderjarig kind dat een onrechtmatige daad heeft begaan een vermoeden van aansprakelijkheid, dat slechts kan worden weerlegd indien zij het bewijs leveren dat het feit dat tot hun aansprakelijkheid leidt niet het gevolg is van een gebrek aan toezicht of van een tekortkoming in de opvoeding van hun minderjarig kind. Waar het ongeval zich heeft voorgedaan op school kan worden aangenomen dat het kind toen onder toezicht stond van de aangestelden van de inrichtende macht, zodat in hoofde van de ouders geen tekortkoming aan hun bewakingsplicht kan worden verweten. B.-C. dienen evenwel ook het bewijs te leveren van een goede opvoeding. Het volstaat daarvoor niet vast te stellen dat de onrechtmatige daad van de minderjarige op zich niet wijst op een gebrekkige opvoeding, noch op een laakbaar gedrag. Onder meer bij gebrek aan stukken wordt het vereist tegenbewijs in casu niet geleverd. Integendeel, in de wetenschap dat hun zoon zijn schoenen op de hiervoor beschreven wijze droeg, hadden zij hem het besef moeten bijbrengen dat een dergelijk schoeisel onaangepast is voor deelname aan spel- en sportactiviteiten. Dienvolgens zijn B.-C. aansprakelijk voor het ongeval op grond van artikel 1384, lid 2 van het burgerlijk wetboek.
  10. Dat de aansprakelijkheid van de ouders wordt weerhouden, belet niet dat ook de aansprakelijkheid van de school in het gedrang komt. In de mate het de leerlingen is toegestaan tijdens de speeltijd te voetballen, dient de school erover te waken dat dit in veilige omstandigheden kan gebeuren en dat de spelende kinderen andere leerlingen niet in gevaar brengen. Zoals hiervoor reeds aangehaald, is er geen sprake van dat leerlingen tijdens de speeltijd een speciaal schoeisel zouden moeten aantrekken om te voetballen. Voetballen met skateschoenen, met de veters in de schoen gestopt in plaats van dichtgeknoopt (wat ongetwijfeld opvalt), is evenwel dermate risicovol dat de school de leerlingen daarop had moeten wijzen en hen desgevallend ertoe diende te verplichten de veters vast te maken. Het causaal verband is duidelijk. Met dichtgemaakte veters zou de schoen niet zijn afgevlogen en niet het oog van het slachtoffer getroffen hebben. Dat het altijd mogelijk is dat een omstaander wordt geraakt door de bal, neemt dit causaal verband niet weg. Bijgevolg is de Vrije Basisschool Passendale mede aansprakelijk op grond van artikel 1382 van het burgerlijk wetboek. Besluit: het hoofdberoep van de Vrije Basisschool Passendale en het incidenteel beroep van H.V. zijn gegrond, in die zin dat B.-C. in solidum met de Vrije Basisschool Passendale gehouden zijn tot vergoeding van het slachtoffer. Voor het overige dient het bestreden vonnis te worden bevestigd, zowel wat betreft de toegekende provisionele vergoedingen, als de aanstelling van een deskundige. OP DIE GRONDEN, HET HOF, recht doende op tegenspraak, gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; Verklaart de hogere beroepen toelaatbaar en als volgt gegrond: Bevestigt het bestreden vonnis, behoudens waar het de vordering van H.V. tegen R. B. en E. C. ongegrond verklaart en uitspraak doet over de kosten. Doet het op deze punten teniet en opnieuw wijzende: Veroordeelt B.-C. in solidum met de v.z.w. Vrije Basisschool Passendale om aan H.V. te betalen de provisionele som van euro 2.500,00 en aan H.V. qualitate qua de provisionele som van euro 2.500,
  11. Verwijst de zaak naar de bijzondere rol van deze kamer voor verdere afhandeling. Houdt de beslissing over de kosten aan. Aldus gewezen door de EERSTE KAMER van het hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken, samengesteld uit: D. FLOREN, raadsheer-wnd. voorzitter, B. WYLLEMAN, raadsheer, L. TAVERNIER, raadsheer, en uitgesproken door de raadsheer-wnd. voorzitter van de kamer in openbare terechtzitting op ELF JUNI TWEEDUIZEND EN NEGEN, bijgestaan door D. VAN DEN DRIESSCHE, griffier. D. Van den Driessche L. Tavernier B. Wylleman D. Floren rep.nr. 2009/ Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.