← België

ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090629.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 29 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090629.8 Rolnummer: 2007/AR/2519 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-11-26 Raadplegingen: 84 - laatst gezien 2026-07-02 20:06 Fiche Het is niet de woonplaats van de betekende, maar de gemeente waar de betekening in feite is gebeurd, die als maatstaf moet worden genomen om na te gaan of er al dan niet een vertaling van de akte moet worden gevoegd. De nietigheid van de betekende akte geldt ten opzichte van alle betekenden die erbij betrokken zijn. De nietigheid is onafhankelijk van de vraag wie moest zorgen voor de vertaling (in casu de griffie). UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - TAALGEBRUIK GERECHTSZAKEN Vrije woorden: Taalwet - taalgebruik in gerechtszaken Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 7e Kamer ________ Terechtzitting van 29-06 2009 Nr. 2007/AR/2519 ------------------------ BEROEPSAKTE NIETIG in de zaak van : N.V. BAVIK, brouwerij met maatschappelijke zetel te 8531 Harelbeke - Bavikhove, Rijksweg 33 en met ondernemingsnummer 0442.443.823, appellante, hebbende als raadsman mr. Godfried Duchi, advocaat met kantoor te 8500 Kortrijk, Minister Lefevrelaan 9, tegen

  1. C. S., leraar, wonende te ..............................., woonstkeuze doende ten kantore van zijn raadsman mr. Bernard Leterme, hierna vernoemd, eerste geïntimeerde, hebbende als raadslieden mr. Bernard Leterme, mr. Gwendoline Supply en mr. Maria Ankoné, advocaten met kantoor te 8500 Kortrijk, Engelse Wandeling 2 F01 L,
  2. R. T., werkzoekende, voorheen wonende te .................. en thans te ..............................., tweede geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Gaël Tilman, advocaat met kantoor te 4040 Herstal, rue En Bois 9, alwaar woonstkeuze gedaan wordt, velt het Hof volgend arrest : De partijen zijn gehoord en het hof heeft kennis genomen van hun stukken en besluiten. Gezien het hoger beroep met verzoekschrift neergelegd op 15 oktober 2007 tegen het tussenvonnis d.d. 18 april 2006, het tussenvonnis d.d. 6 maart 2007 en het eindvonnis d.d. 18 september 2007, alle gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk, derde kamer. WET VAN 15 JUNI 1935 OP HET GEBRUIK DER TALEN IN GERECHTSZAKEN I. De tweede geïntimeerde, mevrouw R. T., werpt op dat er geen vertaling in de Franse taal is toegevoegd geworden aan de beroepsakte en dit in strijd met art. 38 van de taalwet van 15 juni 1935, zodat de beroepsakte nietig moet worden verklaard. Mw. R.T. heeft woonplaats gekozen bij haar raadsman, Mr. G.Tilman, Rue en Bois 9 te 4040 Herstal. Uit het gerechtsdossier blijkt dat de beroepsakte aan het gekozen adres te Herstal ook effectief is betekend geworden. Art. 38 van de taalwet van 15 juni 1935 bepaalt onder de eerste alinea wat volgt: " Aan elke in het Nederlands gestelde akte van rechtspleging en aan elk in dezelfde taal gesteld vonnis of arrest, waarvan de betekening of de kennisgeving moet gedaan worden in het Franse taalgebied, zal een Franse vertaling toegevoegd worden. " Aan de beroepsakte die in het Franse taalgebied, met name in Herstal, betekend is, is er geen Franse vertaling gevoegd. Dit is strijdig met het voormelde art.
  3. Het is niet de woonplaats van de betekende, maar de gemeente waar de betekening in feite is geschied, die als maatstaf moet worden genomen om na te gaan of er al dan niet een vertaling aan de akte moet worden gevoegd (zie o.m. L.Lindemans, Taalgebruik in Gerechtszaken, APR, nr. 78, blz. 51). Herstal lig in het eentalig Frans taalgebied van België. Zelfs als de woonplaats van mw. R.T. de determinerende factor zou zijn, dan nog zou er een Franse vertaling nodig zijn geweest, aangezien mw. R.T. haar woonplaats had in ....... II. Uit art. 40 van de taalwet van 15 juni 1935 dat onder meer ook voor de vorenstaande regel van art. 38, de nietigheid als sanctie voorziet, volgt dat de beroepsakte nietig is. De beroepsakte is in onderhavige zaak weliswaar aan meer dan één geïntimeerde betekend geworden, doch zij is één document dat door de nietigheid wordt getroffen door de niet inachtneming van de taalwet. Het verzoekschrift is nietig ten opzichte van alle erbij betrokken personen. III. Tevergeefs wijst de appellante erop dat zij bij de neerlegging van haar beroepsakte twee griffiebons heeft bezorgd aan de griffie, de eerste voor het rolrecht en de tweede " met het oog op het uitvoeren van de betaling vertaling van de beroepsakte " (zie stuk nr. 13, dossier appellante). De wet is formeel: ongeacht wie de vertaling diende uit te voeren moet de regel van art. 38 van de taalwet gevolgd worden en dit op straffe van nietigheid (art. 40). Ten onrechte wijst de appellante erop dat mw. R.T. de taal van het Nederlands voor de rechtspleging zou hebben gekozen of aanvaard (toepassing art. 38, achtste alinea, taalwet). Dergelijke keuze is er alleszins niet, terwijl er nergens blijkt dat zij de Nederlandse taal als taal van de rechtspleging zou hebben aanvaard. Van in den beginne heeft zij overigens de exceptie van territoriale onbevoegdheid opgeworpen tot verwijzing van de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Liège. IV. Er is geen aanleiding om af te wijken van het basisbedrag voor de vaststelling van de rechtsplegingsvergoeding. OP DEZE GRONDEN, HET HOF, Recht doende op tegenspraak; Bevestigt dat toepassing is gemaakt van artikel 24 van de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Verklaart de beroepsakte nietig; Veroordeelt de appellante tot de gerechtskosten verbonden aan onderhavige beroepsprocedure, die niet nader cijfermatig hoeven vastgesteld te worden aan haar zijde daar zij te haren laste blijven, en vastgesteld aan de zijde van S. C. op 3.000,00 EUR rechtsplegingsvergoeding en aan de zijde van T. R. eveneens op 3.000,00 EUR rechtsplegingsvergoeding. Aldus gewezen door de zevende kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit Pieter Vanherpe, raadsheer, waarnemend voorzitter, Geneviève Vanderstichele, raadsheer, Geert De la Ruelle, raadsheer, bijgestaan door Achiel Ferdinande, griffier en uitgesproken door de wn. voorzitter in openbare terechtzitting op negenentwintig juni tweeduizend en negen. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.