← België

ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090630.14

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 30 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090630.14 Rolnummer: 2008/AR/2803 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-02-02 Raadplegingen: 94 - laatst gezien 2026-07-02 20:06 Fiche Krachtens de devolutieve werking van het hoger beroep is het Hof van beroep bevoegd om het geschil te beslechten, ook indien de eerste rechter ratione loci niet bevoegd was om kennis te nemen van het verzet, vermits het Hof ook de bevoegde rechter is in hoger beroep van de beslagrechter die de bestreden beslissing heeft gewezen. Het verzet gesteund op veranderde omstandigheden op grond van art. 1419,2e lid Ger.W. is niet onderworpen aan een vervaltermijn. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Bewarend beslag - Bewarend beslag onder derden Vrije woorden: Beslag - Bewarend beslag onder derden - Verzet - Veranderende omstandigheden - Termijn - Bevoegde rechter. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 14b Kamer ________ Terechtzitting van 30 juni 2009 ________ TA HER DEB 27.10.2009 - 13u40 2008/AR/2803 in de zaak van: DRUWEL GROEP N.V., met maatschappelijke zetel te 9240 ZELE, Baaikensstraat 33, appellante, hebbende als raadsman mr. VANDELANOTTE Marijke, advocaat te 8500 KORTRIJK, Koning Albertstraat 24 bus 1 tegen: FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR DE VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN, met zetel te 1000 BRUSSEL, Simon Bolivarlaan 30, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. DEPLA Rik, advocaat te 8310 SINT-KRUIS (BRUGGE), Karel van Manderstraat 123 Wijst het Hof volgend arrest : Het Hof heeft kennis genomen van het bestreden vonnis van de Beslagrechter in de rechtbank van eerste aanleg te Gent van 1 april 2008, waartegen appellante tijdig en regelmatig hoger beroep heeft ingesteld bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 19 november

  1. De partijen werden gehoord in openbare terechtzitting van 2 juni 2009 bij monde van hun raadslieden. Zowel de neergelegde conclusies als de overgelegde stukken werden ingezien. Artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werd in acht genomen. I. Voorgaanden 1.
  2. Op 20 juni 2006 wordt appellante op verzoek van geïntimeerde gedagvaard voor de rechtbank van koophandel te Dendermonde in betaling van een reeks openstaande facturen voor een totaalbedrag in hoofdsom van 634.442,52 EUR (stuk 1 geïntimeerde). Tevens vordert geïntimeerde de wettelijke intrest a rato van 7% op de openstaande schuld en een gemeenrechtelijke schadevergoeding ten belope van 10% op de hoofdsom. De ingevorderde facturen worden niet door appellante betwist, zoals blijkt uit een schrijven dd. 21 september 2005 van appellante aan geïntimeerde, waarin zij een voorstel formuleerde tot betaling van de openstaande facturen en expliciet stelde dat zij haar schulden jegens geïntimeerde zal aanzuiveren (stuk 3 geïntimeerde). Appellante zou tegen het einde van de maand oktober 2005 reeds de som van 250.000 EUR betalen, waarna het saldo zou worden voldaan uiterlijk op 31 maart
  3. Geïntimeerde verklaart zich akkoord met dit voorstel bij haar schrijven dd.26 september 2005 (stuk 4 geïntimeerde). Bij schrijven dd.31 december 2005 laat de raadsman van appellante weten dat zijn cliënte spijtig genoeg de afbetaling niet heeft kunnen uitvoeren conform het afbetalingsplan, omdat bepaalde goederen die zijn cliënte in Roemenië bezit op heden nog niet zijn kunnen worden gerealiseerd. Opnieuw wordt herhaald dat appellante alles doet wat in haar mogelijkheden ligt om de geblokkeerde activa zo snel mogelijk te realiseren teneinde tot afbetaling te kunnen overgaan. Bij gebreke aan de beloofde betalingen, gaat geïntimeerde uiteindelijk over tot dagvaarding ten gronde op 20 juni 2006 in betaling van de facturen. Tijdens de procedure ten gronde geeft appellante bij besluiten dd.17 oktober 2006 (stuk 7 geïntimeerde) opnieuw openlijk toe dat zij de integrale gevorderde hoofdsom wel degelijk aan geïntimeerde verschuldigd is. Zij erkent in deze conclusie bovendien dat zij, ingevolge openstaande en niet betaalde vorderingen op haar onderaannemers, is terecht gekomen in een zeer belabberde financiële situatie, hetgeen ook blijkt uit de gepubliceerde balans en dat haar liquiditeitspositie tevens in het gedrang is gekomen ingevolge de zeer hoge investeringen die zij diende te doen in verband met de hygiëne en de voedselveiligheid, een belangrijk klantenverlies en de betrokkenheid in diverse procedures met klanten. 1.
  4. In afwachting van de uitkomst van deze procedure ten gronde laat geïntimeerde op 22 januari 2007 bewarend beslag onder derden leggen lastens appellante in handen van de Belgische Staat, FOD Volksgezondheid, tot zekerheid van voornoemde facturen. Dit beslag werd gelegd krachtens de machtigende beschikking van de beslagrechter dd.15 december
  5. Na het beslag betaalt appellante alle openstaande en niet betwiste facturen, met uitzondering van één betwiste factuur dd.1 januari 2005 ten bedrage van 21.496,65 EUR, alsook de opslagen en de intresten. Omdat zij meent dat er ingevolge de vereffening na beslag van alle niet betwiste facturen en de ernstige betwisting van nog één enkele factuur geen redenen meer zijn om het bewarend derdenbeslag te handhaven, tekent appellante op 25 oktober 2007 verzet aan. In haar verzetsakte vraagt appellante: - het bewarend derdenbeslag te horen opheffen; - geïntimeerde te veroordelen om binnen de 24 uur na de uitspraak van het te wijzen vonnis vrijwillig opheffing te verlenen; - bij gebreke hieraan te voldoen binnen de gestelde termijn, te zeggen voor recht dat het vonnis als opheffing zal gelden; - geïntimeerde te veroordelen tot de kosten van het geding. In ondergeschikte orde vraagt appellante het beslag te beperken tot 238.453,88 EUR. 1.
  6. Bij de thans bestreden beschikking wordt het verzet van appellant toelaatbaar, maar ongegrond verklaard. De eerste rechter stelde vast dat appellante op geen enkel ogenblik het bestaan van de noodzakelijke hoogdringendheid voor het leggen van het bewarend beslag betwistte, maar enkel de kwaliteit van de schuldvordering, m.a.w. het zeker, vaststaand en opeisbaar karakter van de schuldvordering waarvoor beslag werd gelegd. De eerste rechter besluit dat de betalingen die appellante na het leggen van het derdenbeslag uitvoerde niet volstaan om de openstaande schuldvordering van geïntimeerde te voldoen. Bovendien dienden de betalingen bij gebreke aan specificatie hierover in eerste instantie te worden toegerekend op de kosten en de intresten en pas in tweede instantie op de hoofdsom. Wat betreft de betwiste factuur van 1 januari 2005 stelt de eerste rechter vast dat appellante de factuur pas voor het eerst heeft betwist nadat zij in betaling van onder meer deze factuur werd gedagvaard, zodat op heden geïntimeerde prima facie nog steeds beschikt over een openstaande schuldvordering die de handhaving van het beslag rechtvaardigt tot zekerheid van het bedrag van deze factuur, en van de te vervallen intresten. 1.
  7. In haar beroepsakte vraagt appellante het bestreden vonnis teniet te doen en opnieuw recht doende, het bewarend beslag op te heffen en zonder waarde te verklaren, met veroordeling van geïntimeerde tot de kosten van het geding. Zij blijft erbij dat niet voldaan is aan de vereisten inzake beslag, minstens dat de eerste rechter het beslag diende te beperken tot het saldo van de openstaande vordering. Zij stelt dat geïntimeerde misbruik pleegt van haar beslagrechten, door het beslag aan te houden voor een bedrag dat driemaal groter is dan haar schuldvordering en bovendien in tegenstrijd met haar eigen brief van 28 september
  8. Zij betwist ook de verschuldigdheid van de factuur van 1 januari
  9. Zij vraagt in subsidiaire orde het bedrag, waarvoor beslag, te beperken tot het bedrag van de factuur t.b.v. 21.596,65 EUR en uiterst subsidiair tot de eigen afrekening van geïntimeerde dd.25.09.2007 ten belope van 238.453,88 EUR (stuk 11 appellante). II. Beoordeling 2.
  10. Het Hof dient zich uit te spreken over het verzet van appellante tegen het bewarend beslag onder derden dat geïntimeerde op 22 januari 2007 lastens haar liet leggen in handen van de Belgische Staat, FOD Volksgezondheid, op grond van de machtigende beschikking van de beslagrechter te Dendermonde dd.15 december 2006 tot zekerheid van de betaling van een reeks facturen in hoofdsom bepaald op 634.442,52 EUR (stuk 2 geïntimeerde; stuk 10 appellante). Tegen de beschikking, waarbij toelating tot bewarend beslag wordt verleend, kan de beslagene derdenverzet aantekenen (art.1419 Ger.W.). Het derdenverzet dient uitdrukkelijk te strekken tot de intrekking van de beschikking en niet enkel tot de opheffing van het beslag. De beschikking tot intrekking geldt trouwens als opheffing van het beslag (art.1419in fine Ger.W.). Het derdenverzet moet worden ingesteld binnen de termijn van één maand vanaf de betekening van de beschikking tot machtiging. Het gaat om een vervaltermijn. De termijn van één maand begint te lopen vanaf de aanzegging van het beslag aan de beslagene overeenkomstig artikel 1457 Ger.W. Het derdenverzet wordt overeenkomstig artikel 1125, 1e lid Ger.W. met dagvaarding aan alle partijen gebracht voor de rechter die de bestreden beslissing heeft gewezen. Het Hof stelt vast dat appellante : - pas op 25 oktober 2007, d.i. meer dan 9 maanden na het derdenbeslag, verzet aantekende tegen het beslag dat reeds lastens haar werd gelegd op 22 januari 2007 in handen van FOD Volksgezondheid; - in haar dagvaarding in verzet dd.25 oktober 2007, alsook in haar beroepsakte, zich ertoe beperkt de opheffing te vragen van het bewarend derdenbeslag dat op 22 januari 2007 werd gelegd, doch nergens de intrekking vraagt van de beschikking dd.15 december 2006 houdende machtiging tot het bewarend beslag, op grond waarvan het beslag werd gelegd; - verzet instelde voor de beslagrechter in de rechtbank van eerste aanleg te Gent en niet voor de beslagrechter in de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde, die de machtiging tot het beslag verleende; Bovendien legt geen van partijen een exploot van aanzegging voor van deze beschikking aan de beslagen debiteur, zijnde appellante. Enkel het exploot van betekening aan de derde-beslagene wordt overgelegd. Uit de voorgelegde stukken kan derhalve niet met zekerheid worden afgeleid dat geïntimeerde het beslag dd.22 januari 2007 en de machtigende beschikking ook aan appellante liet aanzeggen (hoewel appellante zelf wel een afschrift van het verzoekschrift van geïntimeerde en van de machtigende beschikking voorlegt, stuk 10), maar evenmin dat appellante tijdig - d.i. binnen de vervaltermijn van één maand - de beschikking van 15 december 2006 voor de hiertoe krachtens artikel 633 Ger.W. territoriaal bevoegde beslagrechter heeft aangevochten. In de verzetsakte dd.22 januari 2007 wordt zelfs geen enkele melding gemaakt van de machtigende beschikking van de beslagrechter te Dendermonde. Ook in de beroepsakte wordt de beschikking niet vermeld, enkel in de conclusies voor dit Hof komt zij terloops ter sprake. Indien de intrekking van de machtigende beschikking niet werd gevraagd, dan kan dit niet meer worden rechtgezet door een uitbreiding van de eis in conclusie, wanneer de termijn van artikel 1034 Ger.W. verstreken is. Het Hof ziet zich op grond van het voorgaande genoodzaakt, alvorens verder over wat dan ook te oordelen, het debat te heropenen, teneinde partijen toe te laten zich uit te spreken over de vraag: - of de rechtbank van eerste aanleg te Gent territoriaal bevoegd was om kennis te nemen van het derdenverzet van appellante en - in ontkennend geval - wat het gevolg is van de in hoger beroep eventueel vast te stellen territoriale onbevoegdheid van de eerste rechter, die van openbare orde is, voor de beoordeling van huidig verzet, m.a.w. of de eventuele nietigheid van het bestreden vonnis is gedekt door de uitspraak ervan; - of de machtigende beschikking van 15 december 2006 en het exploot van derdenbeslag dd.22 januari 2007 niet alleen werd betekend aan de derde-beslagene (FOD Volksgezond-heid), maar op die datum of op een andere conform art.1457 Ger.W. ook werd aangezegd aan de beslagen debiteur, zijnde appellante, zodat overeenkomstig artikel 1034 en 1419 Ger.W. kan worden nagegaan of en wanneer de vervaltermijn voor het instellen van verzet, zijnde één maand na deze betekening is beginnen lopen; - indien het bewijs van aanzegging van de beschikking wordt voorgelegd, of het feit dat appellante de machtigende beschikking niet binnen de vervaltermijn van één maand heeft aangevochten voor gevolg heeft dat haar verzet niet kan worden toegelaten, nu haar derdenverzet laattijdig is; - in het andere geval, indien het bewijs van aanzegging van de beschikking niet wordt voorgelegd, of het feit dat het verzet van appellante niet strekt tot de intrekking van deze beschikking maar enkel tot de opheffing van het beslag, niet voor gevolg heeft dat haar verzet niet kan worden toegelaten. Teneinde het recht op tegenspraak te respecteren en de partijen vooralsnog de gelegenheid te geven hun standpunt te laten kennen omtrent de voorgaande door het Hof opgeworpen punten, beveelt het Hof ambtshalve de heropening van het debat. Appellante wordt toegelaten de gevraagde stukken en een conclusie neer te leggen tegen uiterlijk 31.08.2009 en geïntimeerde tegen uiterlijk 25.09.2009 De zaak zal worden behandeld op 27.10.2009 om 13u40 OM DEZE REDENEN HET HOF Alvorens over wat dan ook te oordelen, Beveelt ambtshalve de heropening van het debat partijen toe te laten hun standpunt te laten kennen omtrent de voorgaande door het Hof opgeworpen vraagpunten en de gevraagde stukken over te leggen. Appellante wordt toegelaten de gevraagde stukken en een conclusie neer te leggen tegen uiterlijk 31.08.2009 en geïntimeerde tegen uiterlijk 25.09.
  11. Stelt de zaak voor verdere behandeling op de zitting van 27.10.2009 om 13u
  12. Houdt de beslissing over de kosten aan; Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, VEERTIENDE bis KAMER, zitting houdende in burgerlijke zaken, van 30 juni 2009 Aanwezig: Karen Broeckx, Raadsheer wn. Voorzitter Carine Sonneville, griffier C. Sonneville K. Broeckx Rep. 2009/ Gerelateerde publicatie(s) Link JUSTEL: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091124.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.