← België

ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090921.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 21 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090921.7 Rolnummer: 2009/JZ/63 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-12-03 Raadplegingen: 110 - laatst gezien 2026-07-02 20:16 Fiche UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - JEUGDRECHT - Algemeen (jeugdrecht) Vrije woorden: psycholoog - niet op de lijst - gevolgen - wet 8 november 1993 Tekst van de beslissing 15e kamer jeugd het hof van beroep te Gent, vijftiende kamer, recht doende in jeugdzaken, in nakoming van de wet van 8 april 1965 in de zaak van het openbaar ministerie inzake de minderjarige: P. M., geboren te Gent op ............ voorheen toevertrouwd aan mevrouw K. J., wonende te ........................, thans toevertrouwd aan CKG Sloeberhof te 9940 EVERGEM, Langerbrugsestraat 69 en zijn ouders: P. M., geboren te Gent op ...................... wonende te ............................... R. S., geboren te Gent op ........................ wonende te ................................... pleegmoeder: J. K., geboren te Gent op .................... wonende te ....................................., hebbende als raadsman Mr V. Van Asch, advocaat te Gent en Mr B. Vrijens, advocaat te Gent ***** Ten aanzien van de minderjarige werden volgende voorafgaande beslissingen genomen: ۰ Beschikking van de jeugdrechtbank te Gent d.d. 31 maart 2009 waarbij voor recht werd gezegd dat er geen aanleiding bestaat in te gaan op de vordering van het openbaar ministerie op grond van art. 37 lid 2° van het decreet van 7 maart 2008 en er bijgevolg in de huidige omstandigheden geen redenen meer zijn om door de jeugdrechtbank ten aanzien van deze minderjarige voorlopig een pedagogische maatregel te nemen. ۰ Arrest van de Jeugdrechter in hoger beroep dd. 18 mei 2009 waarbij voor recht werd gezegd dat zich een dringende en voorlopige afdwingbare pedagogische maatregel opdringt en de minderjarige werd toevertrouwd aan het pleeggezin C.-S. te ......., ingaande op vrijdag 22 mei 2009 tot en met 18 november 2009, dit onder begeleiding van de pleeggezinnendienst Opvang Blaisantvest 103 te Gent. ***** Bij beschikking van de jeugdrechtbank te Gent dd. 20 mei 2009 met inachtneming van o.a. de volgende overwegingen: "... Op het moment van het in beraad nemen van het dossier door het hof van beroep, was er blijkbaar geen bijkomende informatie omtrent dit pleeggezin. Deze informatie is op heden wel bekend. Daaruit blijkt dat er toch grote vragen kunnen gesteld worden bij de stabiliteit van dit gezin, zeker gelet op het precair karakter van het dossier. Een van de overwegingen in het voormelde arrest was o.a. de noodzaak aan een opvang binnen een stabiel twee-oudergezin. Gelet op de nieuwe elementen kan dit echter niet worden waargemaakt. In die zin dringt de herziening van de genomen maatregel zich op, ook om te vermijden dat dergelijke jonge kinderen op korte termijn verschillende keren van gezin moeten veranderen. Op dit moment dient vastgesteld te worden dat er niet onmiddellijk een ander pleeggezin voorhanden is. (...) Een terugkeer naar de biologische ouders is niet aangewezen en daartoe is ook niemand vragende partij. De kinderen verblijven reeds vanaf de geboorte bij mevrouw K. J. en worden daar op een correcte manier opgevangen. Het is dan ook aangewezen dat het kind voorlopig wordt toevertrouwd aan mevrouw J. onder begeleiding van een pleeggezinnendienst." werd als volgt beslist: "Wordt de bij arrest van het hof van beroep te Gent van de jeugdrechtbank van Gent van 18 mei 2009 bevolen maatregel gewijzigd. Zegt dat voornoemde minderjarige vanaf heden voorlopig tot 18 november 2009 wordt toevertrouwd aan mevrouw K. J., wonende te ......................, mits begeleiding van de pleeggezinnendienst Sociaal Centrum, Visserij 153 te 9000 Gent, onder toezicht van de sociale dienst voor gerechtelijke jeugdbijstand. Kosten ten laste van de bevoegde Vlaamse Overheid. Beveelt de voorlopige tenuitvoerlegging van deze beslissing en belast het Openbaar Ministerie met de uitvoering ervan" * * * Tegen deze beschikking werd hoger beroep ingesteld: · op 04.06.2009, door het openbaar ministerie, tegen alle schikkingen ervan * * * Bij tussenarrest van het Hof van Beroep te Gent, vakantiekamer, rechtdoende in jeugdzaken dd. 15.07.2009, werd als volgt beslist: " Ontvangt het hoger beroep en erover oordelend. Verzoekt de Sociale Dienst voor Gerechtelijke Jeugdbijstand bij de Jeugdrechtbank van Gent om een CKG te zoeken dat de minderjarige samen met zijn broer kan opnemen. Stelt de zaak voor verdere behandeling op de zitting van de jeugdkamer in het Hof van Beroep Gent van maandag 7 september 2009 om 9 uur. Houdt de uitspraak over de kosten aan. Verklaart dit arrest voorlopig uitvoerbaar." ***** Bij tussenarrest van het Hof van Beroep te Gent, 15e kamer, rechtdoende in jeugdzaken dd. 07.09.2009, werd als volgt beslist: " Stelt de zaak voor het verdere behandelen uit op de zitting van maandag 21 september 2009 om 9 uur. Verzoekt de Sociale Dienst voor Gerechtelijke Jeugdbijstand bij de Jeugdrechtbank van Gent om zo haast mogelijk te rapporteren wanneer er plaats vrij is in CKG Kinderkasteeltje in Nazareth. Houdt de uitspraak over de kosten van de publieke vordering aan. Verklaart dit arrest voorlopig uitvoerbaar." ***** Werden gehoord in openbare terechtzitting in het Nederlands en buiten de aanwezigheid van andere minderjarigen: · Het openbaar ministerie, in zijn vordering, bij monde van substituut-procureur-generaal Inge T'Hooft · P. M., minderjarige, in zijn middelen van verdediging, omwille van zijn jeugdige leeftijd vertegenwoordigd door Mr S. Bekaert, advocaat te Dadizele, loco mr Valerie Saveyn, advocaat te Gavere · P. M., vader van de minderjarige, in persoon, in zijn middelen van verdediging, bijgestaan door mr Schuddinck Nicole, advocaat te Sint-Amandsberg · R. S., moeder van de minderjarige, in haar middelen van verdediging, verschijnt ter terechtzitting niet, maar wordt met instemming van het openbaar ministerie, vertegenwoordigd door haar raadsman Mr Guy Delabie, advocaat te Kortrijk, loco mr Tom Van Heuverzwyn, advocaat te Wondelgem · J. K., wensmoeder, verschijnt niet maar mag met toestemming van het openbaar ministerie vertegenwoordigd worden door mr. Landtsheere Edward, loco mr Veronique Van Asch, beiden advocaat te Gent en tevens loco mr. Vrijens Bertrand, advocaat te Gent. **** DE JEUGDKAMER IN HET HOF VAN BEROEP GENT VELT OP TEGENSPRAAK VOLGEND ARREST BESLISSING Gelet op Art. 24 Wet 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtzaken Art. 162 - 190 - 211 Sv De door de eerste rechter aangehaalde wetsartikelen Al deze wetsbepalingen ter zitting van heden voorgebracht door de voorzitter, Doet de bestreden beschikking teniet en opnieuw wijzende: Besteedt de minderjarige vanaf heden uit in CKG Sloeberhof, Langerbrugsestraat 69 9940 Evergem. Zegt dat deze maatregel loopt tot 18 november

  1. Zegt dat deze maatregel zal uitgevoerd worden onder toezicht van de Sociale Dienst voor Gerechtelijke Jeugdbijstand bij de Jeugdrechtbank van Gent. Zegt dat het uitvoeren van deze maatregel geen kosten meebrengt voor het Fonds Bijzondere Jeugdbijstand. Zegt dat er op dit ogenblik geen aanleiding is om aan wie ook een bijdrage op te leggen in de kosten voor het uitvoeren van de maatregel. Verzoekt de zonet genoemde Sociale Dienst om te onderzoeken of, wanneer en eventueel met welke hulpverlening de minderjarige kan toevertrouwd worden aan het milieu van vader. Verzoekt de Sociale Dienst om daarover te rapporteren aan de eerste rechter. Ontslaat de pleeggezinnendienst Sociaal Centrum Gent van verdere tussenkomst. Laat de kosten van deze procedure in hoger beroep ten laste van de Staat. Verklaart dit arrest voorlopig uitvoerbaar. REDENGEVING De overwegingen van het arrest van deze kamer van 18 mei 2009 blijven grotendeels van kracht zoals voor de goede leesbaarheid in de huidige procedure thans aangepast als volgt: 1 het aanhangig maken De zaak werd regelmatig bij de jeugdrechter aanhangig gemaakt door de vordering van 5 december 2008 van de Procureur des Konings van Gent. Deze vordering werd genomen op basis van art. 37,2° Decreet bijzondere jeugdbijstand 7 maart
  2. 2 de noodzaak tot het nemen van een dringende afdwingbare pedagogische maatregel Of er een problematische opvoedingssituatie aanwezig is, dient thans niet te worden uitgemaakt. Nu rijst alleen de vraag of er dringend een afdwingbare pedagogische maatregel moet worden opgelegd. Het antwoord op die vraag is positief. Er is voldaan aan de grondvoorwaarden voorzien in het Decreet bijzondere jeugdbijstand. - er zijn voldoende aanwijzingen dat de minderjarige onmiddellijk moet worden beschermd tegen een vorm van lichamelijk of geestelijk geweld, letsel of misbruik, lichamelijke of geestelijke verwaarlozing of nalatige behandeling, mishandeling of exploitatie met inbegrip van seksueel misbruik. De biologische en tevens wettelijke ouders kunnen (wat vader betreft) of willen (wat moeder betreft) niet instaan voor het kind. Dat komt op dit ogenblik neer op een verregaande lichamelijke en geestelijke verwaarlozing - het verlenen van hulp en bijstand op vrijwillige basis is niet meteen mogelijk. In de huidige stand van zaken blijven beide ouders inert. 3 de aard van de voorlopige maatregel In hoc casu, in deze zaak moet onder andere rekening gehouden worden met art. 3.1 I.V.R.K. Het belang van het kind is de ultieme maatstaf bij het bepalen van de aard van de voorlopige maatregel. Zoals het er nu voor staat hebben alle betrokken partijen (it est, d.w.z. de biologische tevens wettelijke ouders en de wensouder) het belang van het kind volledig genegeerd. Zij zijn louter en alleen uitgegaan van hun eigen wensen casu quo, in voorkomend geval hun eigen inzichten. Moeder wou de wensmoeder "helpen" zoals zij het zelf stelt. De wensmoeder wou haar kinderwens hoe dan ook voldaan zien. Moeder vond dat zij een kind kon maken op bestelling en het met voorbedachtheid kon verstoten; nog voor het geboren was. Thans moet die houding in hoofde van vader weliswaar gerelativeerd worden. Zo blijkt reeds uit zijn verklaring bij de jeugdrechter in hoger beroep tijdens de vorige procedure in hoger beroep die aanleiding gaf tot het arrest van 18 mei
  3. Informeel verklaarde vader toen nog aan de jeugdrechter in hoger beroep dat hij nu té veel kinderen ten laste heeft om voor de huidige minderjarige te zorgen. De wensouder heeft geen rekening gehouden met art. 7.1 I.V.R.K. Ieder kind heeft het recht om zijn ouders te kennen en erdoor te worden verzorgd. Hier is met voorbedachtheid het kind het recht op een vader ontzegd. Dat de wensmoeder eventueel later nog een partner kan vinden, is louter speculatie en thans nog op niets gebaseerd. Er kan nog nuttig verwezen worden naar art. 18 I.V.R.K. Volgens de logica van het I.V.R.K. heeft niemand recht op een kind. Elk kind heeft wel recht op twee (zijn) twee ouders. In deze zaak hebben alle betrokkenen het kind tot een object gemaakt, tot het (lijdend) voorwerp van een transactie met bestelling, productie, levering en bijhorende kostenplaatje. Op geen enkel vlak werd er rekening mee gehouden dat elk kind op de eerste plaats een rechtssubject is, een drager van onder meer de hoger vermelde rechten vervat in het I.V.R.K. Daarnaast is er nog het feit dat de biologische ouders en de wensouder reeds vóór de geboorte van het kind een overeenkomst hebben gesloten waarin het kind ter adoptie aan de wensouder werd afgestaan. Dat is in tegenstrijd met art. 348-4 B.W. In dat verband is het ook nuttig om te verwijzen naar art. 391, quater S.W. Al die omstandigheden vormen op dit ogenblik niet de goede opvoedingsomgeving voor het kind. Het is zaak om het kind zo spoedig als mogelijk te laten opgroeien in een normaal gezin in de betekenis van het I.V.R.K., met eerbiediging van alle hierboven geschetste rechten die het kind heeft. Aan dit alles wordt geen afbreuk gedaan door de bedenking dat het kind gehecht wordt/ is aan de wensmoeder. Door de bovenstaande maatregel ontstaat immers geen gebrek aan hechting doch alleen het vervangen van de ene hechting door de andere. Dat zal des te meer zo zijn wanneer het kind na een korte overgangsperiode in een stabiel twee-oudergezin terecht komt. Op gebied van hechting moet er overigens nog aan toegevoegd worden dat er nu helemaal geen hechting kan geschieden aan een vaderfiguur. Noch de argumenten die in conclusie worden aangehaald noch het pleidooi van de partijen noch de overgelegde stukken nopen ertoe om van het bovenstaande af te wijken. In het dossier bevindt zich thans een zogenaamd screeningverslag. Het is niet gedateerd. Het werd opgesteld door J. V. en E. B.. Deze beide personen noemen zich psycholoog. Zij doen dat ten onrechte. Geen van beide is ingeschreven op de lijst van psychologen (www.psychologencommissie.be/lijsten). Dat wordt nochtans vereist door art. 1,1° en art. 2, § 1 Wet 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog. Daarom kan met dit verslag geen enkele rekening worden gehouden, noch in rechte noch in feite. Niet in rechte omdat de wet van 8 november 1993 van openbare orde is. Er zijn voor inbreuken op de wet zelfs strafsancties voorzien in art. 9 van de wet. Ook niet in feite omdat geeneens erga omnes, voor de buitenwereld vaststaat dat de voormelde personen wel de nodige kwalificaties hebben om dergelijk verslag op te stellen. Art. 2,2° Wet 8 november 1993 vereist dat wie de titel van psycholoog wil dragen daartoe de nodige diploma's moet voorleggen aan de Psychologencommissie. Wie niet op de lijst van psychologen staat, heeft bij de Psychologencommissie niet van zijn/haar voldoende kwalificaties laten blijken. K. J. legt een advies voor van prof.dr. P. A. van Universiteit Leuven van 10 juni
  4. Dat advies overtuigt niet. Om te beginnen heeft de professor blijkbaar geen enkele belanghebbende persoonlijk gezien. Hij geeft er ook geen blijk van dat hij de achtergrond van de situatie op objectieve wijze kent. Maar zelfs zijn algemene affirmaties moeten worden gerelativeerd. Hij stelt dat het onderbreken van een hechting ernstige gevolgen kan hebben voor het kind. Maar elders leert hij dat men zelfs voorzichtig moet omspringen met het ontbreken van een veilige hechting als oorzaak van psychisch leed. Een onveilige hechting leidt niet rechtstreeks tot persoonlijkheidsstoornissen op latere leeftijd. Het vormt wel een risico voor en het verhoogt de kans dat het kind in de loop van zijn ontwikkeling met andere risicofactoren in contact komt die elkaar gaan versterken (P. A., Opvoeden is moeilijk, in Denken voor morgen XXI, Leuven, Universitaire Pers, 1998, blz. 21) Hoeveel te minder vormt het veranderen van milieu dan een risico voor de huidige minderjarige. Iedereen is het erover eens dat K. J. de dagdagelijkse zorg voor het kind goed waarneemt. Er is hier met andere woorden geen situatie van hechtingstoornis, alleen van het vervangen van de ene hechting door een andere (die van vader of een andere langdurige vervangouder). Bovendien kan de stelling van de professor er in geen enkele mate toe leiden dat de biologische ouder in hoc casu, in dit geval vader voor altijd het opvoeden van zijn kind wordt ontzegd. Of omgekeerd kan dit er evenmin toe leiden dat het kind niet toegelaten wordt om een band met zijn vader op te bouwen in een opvoedingsrelatie. In een coherent beleid dienen de bakens voor de hulpverlening duidelijk te worden uitgezet, in het belang van het kind zoals het hierboven reeds is geschetst. Het kind dient van een object tot transactie weer tot titularis van rechten te worden gemaakt. Aan de echte ouders moet nog steeds volop de kans worden gelaten om hun verantwoordelijkheid op te nemen. Blijven zij volharden in hun verstoten dan dient voor het kind ofwel een pleeggezin ofwel een adoptiegezin te worden gevonden bestaande uit een vaderfiguur én een moederfiguur. In afwachting daarvan dient het kind in een neutraal milieu te worden ondergebracht. Het is een illusie te denken dat een vlotte overgang zal kunnen gebeuren vanuit het milieu waar het kind nu verblijft. Ter zitting van 7 september 2009 deed zich in dat verband een coup de théâtre, een onverwachte ommekeer voor. Vader verklaarde er dat hij zelf voor de minderjarige wil (hij zei "zal") zorgen mocht een verblijf bij de pleegmoeder niet verder mogelijk blijken. Hij zegde dat dit in zijn persoonlijk leven vroeger niet mogelijk was. Hij stond er toen immers alleen voor. Nu heeft hij een relatie met M. O. Er moet op gewezen worden dat dit voor vader niet echt verwonderlijk is. Tijdens de vorige procedure in hoger beroep had hij reeds laten kennen dat hij een band met de minderjarige wou behouden. Hij werd ter zitting aan de tand gevoeld over de ernst van zijn affirmatie. Vader hield voet bij stuk. En het eigenaardige is dat hij naar zijn zeggen nog geen enkele keer gecontacteerd werd door de sociale dienst. Terwijl het een uitgangspunt van de jeugdbijstand is dat op de eerste plaats gestreefd wordt naar het herstel van de band tussen ouders en kind. Eén en ander zal toch nader onderzocht moeten worden. Het kan immers een heel nieuwe dimensie openen in de hulpverlening aan de minderjarige. Des te meer omdat vader zich thans ook betrokken opstelt tegenover zijn andere kinderen met S. R.. Moeder is zeer ernstig ziek. Vader neemt in die situatie zijn verantwoordelijkheid. Hij is reeds akkoord gegaan met een alternerend verblijf voor die kinderen om moeder te ontlasten van de zorg voor de kinderen. Mocht verblijf bij vader onmogelijk blijken, dan moet toch minstens een langdurig en stabiel pleeggezin gezocht worden dat wèl bereid is om te werken aan een band tussen vader en kind. Dat kan niet bij K. J.. Ter zitting van 7 september 2009 herhaalde zij dat zij duidelijk adoptief ingesteld blijft. Dat houdt in dat zij vader het recht ontzegt om zelf zijn kind op te voeden. In afwachting van verder onderzoek bij vader is het evenzeer nodig om het kind voorlopig in een neutraal milieu onder te brengen van waaruit het hopelijk zo spoedig mogelijk naar vader kan of naar een pleeggezin zoals hierboven omschreven. Het nemen van een maatregel is en blijft dringend. De band tussen vader en kind is immers in het geding. Het wijzigen van de door de eerste rechter bevolen maatregel werd ter zitting gevorderd door het openbaar ministerie. Aan de bovenstaande redenering wordt geen afbreuk gedaan door de argumenten die de pleegmoeder aanbrengt. Er is van harentwege blijkbaar nog geen enkele stap gezet om contact tussen de ouders casu quo, in voorkomend geval de vader mogelijk te maken. Dat zij alle administratieve formaliteiten als pleegmoeder voor de kinderen heeft vervuld, geeft haar geen eeuwig recht op haar pleegkind. Hetzelfde geldt voor het gegeven dat de pleegmoeder zonder twijfel goed voor de minderjarige zorgt. De pleegmoeder citeert nog uit het werk van P. van den Bergh en T. Weterings. Maar ook dat gaat volledig voorbij aan het feit dat het verblijf bij een pleegouder slechts een maatregel van jeugdbijstand is it est, dat wil zeggen als eerste bekommernis moet hebben de terugkeer naar het ouderlijke milieu. Dat de pleegmoeder het van meetaf aan anders voorhad, heeft zij alleen aan zichzelf te wijten. Zij dacht dat zij kon handelen zonder dat er een vader in het spel was. Maar nu is het net die met voorbedachtheid weggecijferde vader die de verantwoordelijkheid voor zijn kind wil opnemen. In haar conclusie meent de pleegmoeder ten onrechte dat er opmerkingen gemaakt worden over haar gezondheidstoestand. 1 de duur van de voorlopige maatregel De wijzigende maatregel dient niet verder te lopen dan de maatregel die bestreden werd. 2 het toezicht Er is toezicht nodig van de Sociale Dienst. Gelijk kan de hierboven gevraagde onderzoeksmaatregel uitgevoerd worden. 3 de kosten voor het uitvoeren van de maatregel Er zijn geen kosten ten laste van het Fonds Jongerenwelzijn. 4 de bijdrage in die kosten Als er geen kosten van uitvoering zijn dient ook geen bijdrage te worden bepaald. Des te meer omdat het gaat om een voorlopige maatregel. 5 de kosten van deze procedure in hoger beroep Deze kosten dienen ten laste te blijven van de Staat. 6 de voorlopige uitvoerbaarheid Om geen leemte te veroorzaken in de hulpverlening dient dit arrest voorlopig uitvoerbaar te zijn. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.