id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 28 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090928.8 Rolnummer: 2007/AR/2545 Rechtsgebied: Intellectuele eigendom Invoerdatum: 2010-05-31 Raadplegingen: 92 - laatst gezien 2026-07-02 20:19 Fiche Sabam bewijst niet dat de uitvoerende artiesten verzocht hebben hun rechten te beheren. De wettelijke voorwaarde van artikel 66 Auteurswet is niet vervuld. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INTELLECTUELE RECHTEN - Auteursrecht en Naburige rechten - Auteursrecht Vrije woorden: Art 66 Auteurswet 30 juni 1994 Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 7de Kamer ________ Terechtzitting van 28 september 2009 ________ Auteursrechten 2007/AR/2545 - In de zaak van: M............... A............, wonende te 9850 ........................... appellant, in persoon tegen: SABAM C.V.B.A., Belgische vereniging van auteurs, componis-ten en uitgevers, met maatschappelijke zetel te 1040 BRUSSEL, Aarlenstraat 75-77, ingeschreven met KBO-nummer 0402.989.270, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. GOETGHEBUER Bernard, advo-caat te 9000 GENT, Voldersstraat 42, velt het hof het volgend arrest: I Bestreden beslissing - Rechtspleging in hoger beroep
- Bestreden beslissing: het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk (06/2206/A) van 19 juni
- Het hoger beroep is ingesteld bij verzoekschrift van 17 oktober
- Het is tijdig en regelmatig naar de vorm. Een akte van bete-kening wordt niet voorgelegd. Het Hof heeft artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken in acht genomen. De procedure gebeurde op tegenspraak.
- Op 27 augustus 2009, dit is bijna twee en een halve maand na de sluiting van de debatten en het in beraad nemen van de zaak op 15 juni 2009 schrijft de heer M.............een brief aan het Hof met "in-formatie" en een stukkenbundel. Er is geen verzoek tot heropening der debatten bijgevoegd. Dit is evenmin uit de brief af te leiden. Gelet op de laattijdigheid van de neerlegging van de stukken en de brief, worden deze uit de debatten geweerd en niet gebruikt in het beraad. II Overblijvende betwisting - Feiten - Procedure in eerste aan-leg
- De overblijvende betwisting betreft of de heer M............... al dan niet auteursrechten verschuldigd is aan Sabam.
- Het Hof verwijst naar de uiteenzetting van de eerste rechter, die het juist bevindt en bijtreedt. Voor een goed begrip van wat volgt, herhaalt het Hof de volgende feiten. Uit de stukken 7, 9 en 10 van het dossier van Sabam blijkt dat de heer M.............. zelf onder meer op 19 augustus 2006 te ......... een zogeheten Gothic muziekfestival georganiseerd heeft. Soms gebruikt hij de naam Purple Moon. Er zou ook een vzw bestaan met deze naam, maar uit de stukken blijkt niet naar genoegen van recht dat deze de organisator is. Sabam heeft de heer M............. op voorhand per aangetekende brief gevraagd in overeenstemming met de wet de nodige formali-teiten m.b.t. de voorafgaande toestemming te vervullen (stuk 7 van het dossier van Sabam). De heer M................. heeft dit schriftelijk geweigerd (stuk 9 van hetzelfde dossier). De heer M............is van oordeel dat hij geen auteursrechten aan Sabam verschuldigd is, en deelt het repertoire niet mee. Hij weigert elke medewerking en belemmert zelfs de controleurs in hun wer-king. Een deurwaarder, hoewel enigszins belemmerd door de heer M............ in haar vaststellingen, stelt tijdens het genoemde festi-val vast dat er minstens vijf groepen aanwezig waren, die muziek zouden hebben uitgevoerd waarvan de rechten zouden beschermd zijn door Sacem (Franse auteursvereniging) en Gema (Duitse te-genhanger).
- De eerste rechter oordeelde dat de heer M............. auteursrech-ten verschuldigd was en veroordeelde hem om een bedrag van euro 2.843,87 te betalen, te vermeerderen met de gerechtelijke rente vanaf 5 december 2006 tot de dag van uiteindelijke betaling. III Grieven - Voorwerp van het hoger beroep
- De heer M..............werpt de volgende grieven op: 1) de eerste rechter keerde de bewijslast om. Het is Sabam die moet bewijzen dat het gerechtigd is op te treden voor reke-ning van de uitsluitend buitenlandse artiesten op het bewus-te festival. Het is niet de heer M..............die moet bewijzen dat zij niet aangesloten waren bij buitenlandse verenigingen waarmee Sabam een overeenkomst heeft. De wederkerigheidscontracten met buitenlandse verenigin-gen waarnaar Sabam verwijst als bewijs van haar rechts-grond tot innen, verlenen een niet - exclusief recht aan Sa-bam, zodat de heer M.............. het recht behield auteurs en uitvoerders rechtstreeks zelf te vergoeden. 2) Ten onrechte oordeelde de eerste rechter dat de heer M............ te kwader trouw handelde en de vaststellingen, nodig voor het bepalen van de rechten, belemmerde. 3) Ten onrechte besliste de eerste rechter zonder meer dat de Franse artiest O........ T............ bij Sacem aangesloten is (was). 4) Ten onrechte oordeelde de eerste rechter dat Sabam haar positie niet misbruikt. 5) De tegenvordering tot terugbetaling van vroeger betaalde auteursrechten ten belope van euro 1.498,05 werd ten onrechte verworpen. De heer M............ vordert dan ook dat de eis van Sabam "ontoe-laatbaar en ongegrond" zou verklaard worden. Verder vordert hij dat zijn tegeneis tot terugbetaling van de eerder betaalde auteurs-rechten gegrond zou verklaard worden.
- Sabam tekent incidenteel beroep aan voor het bedrag van de ver-oordeling. Zij vordert de som van euro 4.490,
- Met betrekking tot het hoofdberoep vraagt zij de afwijzing als onge-grond. IV Beoordeling Wettelijke basis voor de vordering van Sabam
- De bepalingen voor de beslechting van dit geschil zijn in opgeno-men in "Hoofdstuk VII. Vennootschappen voor het beheer van de rechten" van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten, zoals achteraf gewijzigd (hierna "de Au-teurswet"). Zij bevatten het wettelijk kader op grond waarvan en waarbinnen Sabam in rechte kan optreden voor het innen van een vergoeding voor het reproductierecht bij een muziekfestival als het betwiste festival in deze zaak. Art. 65 " De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op al wie de bij deze wet erkende rechten int of verdeelt voor re-kening van verschillende rechthebbenden. Het beheer moet worden waargenomen door een vennoot-schap die op regelmatige wijze is opgericht in een van de landen van de Europese Unie, waar zij op geoorloofde wijze als vennootschap voor de inning of de verdeling van die rechten werkzaam is. De vennoten moeten de hoedanigheid bezitten van auteur, uitvoerend kunstenaar, producent van geluidswerken of au-diovisuele werken, uitgever, of van rechtverkrijgende van de voormelde personen. Is de vennootschap gevestigd in een land dat geen lid is van de Europese Unie, dan moet zij haar werkzaamheden in België verrichten via een vennootschap of een instelling die in een land van de Europese Unie op regelmatige wijze is opgericht en waarvan degene die met het beheer is belast, voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 198 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen. Art. 66 " De vennootschap heeft de plicht de rechten te beheren die door deze wet worden erkend wanneer de rechthebben-de daarom verzoekt en dat verzoek overeenstemt met de doelstelling en de statuten van de vennootschap. De statuten van de vennootschappen mogen in geen geval het recht beperken van de personen die zij vertegenwoordi-gen om vertegenwoordigd te zijn in de organen van de ven-nootschap. Niettegenstaande enig andersluidend beding, kunnen de statuten, reglementen of overeenkomsten van de vennoot-schappen een rechthebbende niet beletten om het beheer van een of meer categorieën van werken of prestaties van zijn repertoire toe te vertrouwen aan de vennootschap van zijn keuze of om het beheer zelf uit te oefenen. In geval van terugtrekking, en onverminderd de rechtshan-delingen die voordien door zijn vennootschap zijn verricht, moet de rechthebbende een toereikende opzeggingstermijn in acht nemen. De vennootschappen zijn verplicht ter plaatse inzage te verlenen van de repertoires waarvan zij het beheer waarne-men. Art. 67 " Om op het nationale grondgebied werkzaam te kunnen zijn, moeten de in artikel 65 bedoelde vennootschappen een vergunning bezitten van de minister die bevoegd is voor het auteursrecht. Een koninklijk besluit bepaalt op welke wijze de vergunnin-gen moeten worden aangevraagd en onder welke voorwaar-den zij verkregen kunnen worden. De minister kan een vergunning intrekken wanneer de vennootschap niet voldoet aan de voorwaarden voor het ver-krijgen van de vergunning of wanneer zij zware of herhaalde overtredingen van de bepalingen van deze wet begaat of heeft begaan. Het weigeren en het intrekken van de vergunning moeten met redenen worden omkleed. De intrekking heeft gevolg na verloop van twee jaar te re-kenen van de kennisgeving van de intrekking. De intrekking van de vergunning geldt als ontbinding van de toetredings-overeenkomst of van de overeenkomst waarbij de leden aan de vennootschap machtiging hebben verleend. Elke toekenning en elke intrekking van een vergunning moet in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt. Art. 73 De vennootschappen zijn bevoegd om in rechte op te treden met het oog op de verdediging van de rechten die zij krach-tens de statuten beheren. Art. 74 Het bewijs van een opvoering, uitvoering, reproductie of enige andere exploitatie, alsook het bewijs van een onjuiste verklaring over de opgevoerde, uitgevoerde of gereprodu-ceerde werken of over de ontvangsten kan niet alleen door de processen-verbaal van de officieren of de agenten van de gerechtelijke politie worden geleverd, maar ook door de vaststellingen van een gerechtsdeurwaarder of tot het te-gendeel bewezen is van een door beheersvennootschappen aangewezen persoon die erkend is door de Minister bevoegd voor het auteursrecht en beëdigd is overeenkomstig artikel 572 van het Gerechtelijk Wetboek. De oorspronkelijke vordering van Sabam
- De vordering van de heer M...........om de oorspronkelijke vorde-ring ontoelaatbaar te verklaren wordt door hem niet verder uitge-werkt. Het gaat dus blijkbaar enkel om een stijlformule. Ambtshalve zijn geen middelen van ontoelaatbaarheid op te wer-pen. De vordering is dan ook toelaatbaar.
- Sabam legt haar statuten neer (stuk 20 van haar dosssier). De heer M............ betwist de geldigheid van deze statuten niet, net zo min als er discussie is om de eventuele rechtsgeldige vergunning van Sabam. Er mag dan ook aangenomen worden dat Sabam in de wet-telijke voorwaarden is om de rechten van haar leden - vennoten te innen.
- Op grond van artikel 66 van de Auteurswet en op grond van artikel 870 Ger. Wb. heeft Sabam de plicht te bewijzen dat de voorwaar-den voor haar vordering vervuld zijn. De bewijslast berust bij haar. Welnu, Sabam brengt het bewijs niet bij dat de vijf groepen, waar-van met zekerheid vaststaat dat zij opgetreden hebben op het be-wuste Gothic festival, of minstens dat muziek van deze vijf groepen is gespeeld, haar verzocht hebben hun rechten te beheren. Integendeel, de heer M........ maakt aannemelijk voor twee groepen dat zij dit beheer niet wensten (zie de niet betwiste citaten op de pagina's 10 en 11 van de conclusie van de heer M.............k). Op grond van het derde lid van artikel 66 van de Auteurswet, kan een auteur steeds het beheer van zijn rechten zelf uitoefenen. Het loutere bestaan van akkoorden tussen Sabam en analoge Duit-se en Franse auteursverenigingen is niet voldoende om te bewijzen dat aan Sabam het beheer van de rechten van de groepen werd toevertrouwd. Sabam moet nog steeds aantonen dat de muziek-groepen waarvoor zij vergoedingen voor de reproductie wil innen, bij deze buitenlandse verenigingen aangesloten zijn en deze ver-zocht hebben hun rechten te beheren. Dit bewijs ontbreekt. Het is niet voldoende dat zij in haar syntheseconclusie (op p. 5) schrijft: "De gespeelde muziek is wel speciaal doch belet niet dat de auteurs aangesloten zijn voor hun auteursrechten bij zusterorganisaties in andere landen.". Ook wat Sabam op pagina 15 van haar synthese-conclusie schrijft, vormt geen bewijs, maar blijft bij een bewering. Het is evenmin een voldoende bewijs te schrijven "Dat bij onder-zoek heel duidelijk blijkt dat voor verschillende groepen met zeker-heid kan gesteld worden dat de componisten aangesloten zijn bij een auteursvereniging waarmede Sabam een wederkerigheids-overeenkomst heeft en dat zij dan recht zullen hebben op auteurs-rechten naar gelang de frequentie dat hun repertorium wordt ge-bruikt. (kan natuurlijk door zichzelf gebeuren of met een groep)." (p.7 van de syntheseconclusie van Sabam). Sabam moet minstens de stukken van dat "onderzoek" bij brengen, zodat de tegenpartij en het Hof deze kunnen beoordelen. Sabam werpt op dat er tienduizenden auteurs bij haar aangesloten zijn, met nog veel meer beschermde werken en die lijst bezwaarlijk elke dag meegedeeld kan worden aan alle potentiële organisato-ren. Dit is geen rechtsgeldig verweermiddel of argument. Zij blijft degene die moet bewijzen dat een auteur haar het beheer van zijn rechten heeft toevertrouwd, vooraleer zij van een organisator ver-goedingen kan vragen. Nu daarover betwisting bestaat, moet zij dit bewijs leveren. Sabam brengt tenslotte de wettelijke basis niet bij op grond waar-van telkens voorafgaand aan een muziekfestival een "voorafgaan-delijke aanvraag tot toelating" (p. 5 van de syntheseconclusie van Sabam) zou moeten worden ingediend. Deze voorafgaandelijke aanvraag tot toelating lijkt aldus een praktische werkwijze te vor-men voor Sabam, voor het beheer van de aangesloten auteurs. Dit is evenwel iets anders dan een juridisch afdwingbare wettelijke verplichting. Het feit dat Sabam met alle middelen van recht, vermoedens en ge-tuigenissen inbegrepen, het bewijs zou mogen leveren van het feit dat bepaalde muziek daadwerkelijk gespeeld werd, is niet relevant, gelet op het voorgaande. Het gaat hier om het bewijs van een op-dracht aan de auteursvereniging.
- De vraag rijst wat de invloed is van het feit dat de heer M.......... op het festival van augustus 2006 vaststellingen door Sabam heeft verhinderd. Nu de wet hiervoor geen sanctie bepaalt, nu het festival op een privé-terrein doorging, waarop de uitbater in beginsel niet verplicht is toegang te verlenen en nu Sabam niet de tussenkomst van het publiek gezag gevorderd had, blijft dit gedrag zonder sanc-tie. Het feit dat de heer M..............dreigende taal gebruikt, vormt geen rechtsgrond voor het innen van vergoedingen voor auteursrechten en kan desgevallend met de gepaste vordering bestreden worden.
- Op grond van het voorgaande besluit het Hof dat Sabam faalt in haar bewijslast. Het is om die reden niet relevant de overige midde-len en argumenten van partijen te onderzoeken en beoordelen. Om die redenen is de oorspronkelijke vordering ongegrond. Het be-roep is gegrond in dit onderdeel. Het bestreden vonnis wordt op dit punt hervormd. De oorspronkelijke tegenvordering van de heer M.............
- De heer M............... brengt geen enkel bewijs bij met betrekking tot de betaling die hij zou verricht hebben aan Sabam. Het Hof kan niet nagaan of er werkelijk betaald is, om welke evenementen het zou gegaan zijn en welke artiesten zouden betrokken zijn. De heer M...................... heeft nochtans ruim de gelegenheid gehad zijn dossier samen te stellen en neer te leggen. Bij gebrek aan voldoende bewijs moet de tegenvordering afgewe-zen worden als ongegrond. Het bestreden vonnis wordt op dit punt bevestigd, zij het met een andere motivering. Kosten
- Op grond van de artikelen 1042, 1017 en 1022 Ger. Wb. wordt Sa-bam tot betaling van de kosten voor de oorspronkelijke hoofdvorde-ring veroordeeld. De heer M...............wordt veroordeeld tot betaling van de kosten voor zijn oorspronkelijke tegenvordering De basisvergoeding voor de hoofdvordering bedraagt euro
- De basisvergoeding voor de tegenvordering bedraagt euro
- Het incidenteel hoger beroep wordt niet apart vergoed, nu zij in het verweer tegen het principaal beroep kadert. OP DIE GRONDEN, HET HOF, Recht doende op tegenspraak, Het hoger principaal en incidenteel beroep zijn toelaatbaar, maar enkel het principaal hoger beroep is gegrond in de volgende mate; Het Hof: - hervormt het bestreden vonnis, behalve voor zover het de vorderingen toelaatbaar verklaarde, de oorspronkelijke te-genvordering ongegrond verklaarde en de kosten bepaalde; - doet gedeeltelijk opnieuw recht en verklaart de oorspronke-lijke hoofdvordering ongegrond; - verwerpt het principaal hoger beroep voor het overige als ongegrond; - verwerpt het incidenteel hoger beroep als ongegrond; - veroordeelt geïntimeerde tot betaling van de kosten voor de eerste aanleg (bepaald door de eerste rechter) en voor de kosten van het hoger beroep voor zover het de oorspronke-lijke hoofdvordering betreft en veroordeelt appellant tot beta-ling van de kosten van het hoger beroep, voor zover het de oorspronkelijke tegenvordering betreft, bepaald als volgt: appellant: eerste aanleg: rechtsplegingvergoeding: euro 364,40 (p.m.) hoger beroep: rolrecht: euro 186,00 rechtsplegingvergoeding hoofdvordering: euro 1.200,00 geïntimeerde: tegenvordering appellant op hoofdberoep: euro 900,
- Aldus gewezen door de zevende kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit: Pieter Vanherpe, raadsheer, waarnemend kamervoorzitter, Geneviève Vanderstichele, raadsheer, Geert De la Ruelle, raadsheer, bijgestaan door Kristoffel Goossens, griffier en uitgesproken door de ka-mervoorzitter in openbare terechtzitting op maandag achtentwintig sep-tember tweeduizend en negen. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div