id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 07 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091007.5 Rolnummer: 2007/AR/2569 Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2009-12-14 Raadplegingen: 157 - laatst gezien 2026-07-02 20:22 Fiche
- De door het Weens Koopverdrag opgesomde mogelijke sancties in geval de verkoper zijn verbintenissen niet nakomt, bijvoorbeeld door gebrekkige goederen te leveren, zijn de exceptie van niet-uitvoering (art. 71), de ontbinding van de overeenkomst (art. 49, 1)), de uitvoering in natura (art. 46, 1), de prijsvermindering (art. 50) en/of de schadevergoeding (art. 45, 1), b)).
- In het kader van het Weens Koopverdrag is het de koper, op wie de bewijslast van de niet-conformiteit rust. UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT Vrije woorden: Weens koopverdrag - sanctie t.a.v. de verkoper - niet-conformiteit - bewijslast Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 12 Kamer ________ Terechtzitting van 07 oktober 2009 EINDARREST - In de zaak met het rolnummer 2007/AR/2569 van: bvba LEBBE INTERNATIONAL AGENCIES, met zetel te 8000 Brugge, Collaert Mansionstraat 18a, met ondernemingsnr. 0431.864.784, appellante tegen het vonnis van de rechtbank van koophandel te Brugge - afdeling Brugge -, op tegenspraak gewezen door de tweede kamer dd. 19-6-2007, oorspronkelijk verweerster, hebbende als raadsman mr. MEWISSEN Erik, advocaat te 8000 Brugge, Riddersstraat 24 tegen : SCHMALBACH-LUBECA A.G., vennootschap naar Duits recht met zetel de Duitsland, D-38112 Braunschweig, Schmalbachstrasse 1, en ingeschreven in het handelsregister van de Rechtbank te Braunschweig onder nr. 36 HRB 1981, maar blijkens de appelakte met woonstkeuze bij gerechtsdeurwaarder LEYS Axel, kantoorhoudende te 8000 Brugge, Leopold II-laan 130, geïntimeerde, oorspronkelijk eiseres, hebbende als raadsman mr. KERREMANS Danni, advocaat te 2970 'S Gravenwezel, Wijnegemsteenweg 83/85 velt het hof het volgend arrest. Het hof heeft de partijen in openbare terechtzitting gehoord en kennis genomen van hun stukken en conclusies. Het hoger beroep tegen het vonnis op tegenspraak van de rechtbank van koophandel te Brugge, tweede kamer, van 19 juni 2007 (AR nr. A/03/02353), werd ingesteld bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het hof op 19 oktober
- Het is regelmatig naar de vorm. Het is eveneens tijdig aangezien er geen betekeningsakte wordt voorgelegd en door geen van de partijen beweerd wordt dat het vonnis betekend is. De vennootschap Schmalbach-Lubeca houdt niet voor dat het hoger beroep onontvankelijk is, terwijl het hof evenmin redenen van onontvankelijkheid vaststelt. Het hoger beroep is bijgevolg ontvankelijk. Antecedenten
- In 1993 bestond er een intensieve handelsrelatie tussen de bvba Lebbe International Agencies (hierna in het kort "Lebbe International" genoemd) en de vennootschap naar Duits recht White Cap Deutschland (hierna in het kort "White Cap" genoemd). White Cap was fabrikant van onder andere deksels, die door Lebbe International werden aangekocht en bestemd waren voor groentenbokalen. De deksels werden vervoerd naar Peru, waar ze door de firma Soconsa op de bokalen werden geplaatst. In het kader van deze handelsrelatie werd op 21.7.1993 door White Cap een levering van 20.7.1993 gefactureerd voor een hoeveelheid van tweemaal 219.200 deksels met een diameter van 58 mm en voor een totaal bedrag van 39.105,28 Nederlandse gulden. In de loop van hetzelfde jaar werd tussen Lebbe International en White Cap een drukke briefwisseling gevoerd omtrent problemen met de deksels met een diameter van 58 mm, 70 mm en 77 mm. Zo beweerde Lebbe International dat op veel deksels kraken in de verf voorkwamen, zodat deze na sterilisatie vatbaar waren voor snel roesten. Deze klachten werden door White Cap gedeeltelijk aanvaard, waarvoor zij dan creditnota's uitschreef. Naar aanleiding van een plaatsbezoek in Peru op 28 februari en 1 maart 1994 stelde de vertegenwoordiger van White Cap problemen vast met 25 kartons, die 22.500 deksels bevatten, zodat White Cap beloofde een interne creditnota voor een totaal bedrag van 10.489,50 NGL op te maken. Lebbe International beweerde echter dat er veel meer deksels gebrekkig waren. Met brief van 26.1.1995 van haar raadsman maakte zij aanspraak op een schadevergoeding van 83.633,59 NGL. Intussen weigerde zij de factuur van 21.7.1993 te betalen.
- Omdat de partijen er niet in slaagden hun geschil minnelijk op te lossen, ging de vennootschap naar Duits recht Schmalbach-Lubeca (hierna in het kort "Schmalbach" genoemd), aan wie White Cap haar schuldvorderingen had overgedragen, op 19.2.1997 over tot dagvaarding van Lebbe International, van wie zij de veroordeling vorderde tot betaling van de tegenwaarde in Belgische frank, aan de hoogste officiële koers op de dag van de betaling, van de som van 45.166,28 NGL, meer de verdere intresten tegen een rentevoet van 7% per jaar vanaf 17.2.1997, en meer de gerechtelijke intresten en de gerechtskosten, dit alles bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad niettegenstaande elk rechtsmiddel en zonder borgstelling noch kantonnement. Het bedrag van 45.166,28 NGL was als volgt samengesteld: - factuur van 21.7.1993: 39.105,28 NGL - min creditnota van 9.2.1993: - 285,00 NGL - intresten vanaf 11.1.1995 tot en met 16.2.1997 6.346,00 NGL Lebbe International betwistte de vordering en vorderde op haar beurt bij tegeneis de veroordeling van Schmalbach tot betaling van 83.633,59 NGL, hetzij 37.951,27 EUR, meer de vergoedende rente aan de wettelijke rentevoet vanaf 1.1.1994 en de gerechtelijke rente. Ondergeschikt vorderde zij de hoofdeis te compenseren met de tegeneis en te zeggen voor recht dat deze laatste minstens provisioneel het bedrag in hoofdsom en alle aanhorigheden bereikte van wat op de hoofdeis gegrond voorkwam. Zij vorderde in dit geval ook de aanstelling van een deskundige met opdracht haar totale schade te begroten, op grond van een tegensprekelijk onderzoek van de boekhoudkundige en contractuele stukken, doch onder aanvaarding van het principe dat de schade aan de geleverde potdeksels vaststaat zoals zij dat "gerelateerd" had gekregen vanuit de fabriek in Peru. Ook zij vroeg de uitvoerbaarverklaring van het vonnis bij voorraad.
- Bij vonnis van 19 juni 2007 verklaarde de eerste rechter de hoofd- en de tegenvordering ontvankelijk en in volgende mate gegrond: hij veroordeelde Lebbe International om aan Schmalbach 12.855,95 EUR te betalen, meer de wettelijke rente aan de gemeenrechtelijke wettelijke rentevoet vanaf 11.1.1995 tot de dagvaarding en vanaf dan de gerechtelijke rente aan dezelfde rentevoet en meer de gerechtskosten. Hij verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. De motivering van de eerste rechter kan als volgt worden samengevat: - het verdrag van de Verenigde Naties van 11 april 1980 inzake Internationale Koopovereenkomsten betreffende roerende zaken is van toepassing op het geschil; - het komt de koper, zijnde Lebbe International, toe het bewijs te leveren van het feit dat de koopwaar niet conform was aan de overeenkomst; - Lebbe International bewijst de gebrekkigheid van de aangehaalde hoeveelheden niet; aanvankelijk waren er een aantal klachten vanwege Lebbe International betreffende gedeelten van bepaalde bestellingen, waaromtrent een minnelijke regeling werd getroffen; achteraf werden nog in het kader van een minnelijke expertise 25 kartons met gebrekkige deksels van 70 mm ontdekt; Lebbe International levert niet het bewijs van grotere partijen gebrekkige deksels; - de door Lebbe International ingeroepen regeling van invoerrechten, welke in Peru zou gelden, doet op zich geen afbreuk aan de bewijsregeling; - er is enkel aangetoond dat 25 kartons deksels van 70 mm niet conform waren, waaromtrent Schmalbach een creditnota van 10.489,50 NGL of 4.759,92 EUR opstelde, die evenwel bij dagvaarding niet in rekening werd gebracht. Deze creditnota dient in mindering van de hoofdsom gebracht te worden; - derhalve is Lebbe International nog verschuldigd: 39.105,28 NGL - 285,00 NGL - 10.489,50 NGL = 28.330,78 NGL of 12.855,95 EUR, meer de wettelijke rente.
- Lebbe International vraagt het bestreden vonnis te vernietigen, de aanvankelijke hoofdeis af te wijzen als ongegrond, minstens daarvan de intresten te beperken tot de kantonnementsdatum. Zij vordert verder: - de veroordeling van Schmalbach tot betaling van 37.951,27 EUR, meer de vergoedende rente aan het wettelijke tarief sedert 1.1.1994 en de gerechtelijke rente vanaf de uitspraak; - te zeggen voor recht dat compensatie van toepassing is op de hoofdeis en de tegeneis en de partij met het grootste nadelig saldo daartoe te veroordelen; - ondergeschikt te zeggen voor recht dat beide eisen elkaar minstens geheel provisioneel compenseren en in dat geval een deskundige aan te stellen met als opdracht haar totale schade te begroten, op grond van een tegensprekelijk onderzoek van de boekhoudkundige en contractuele stukken, en met aanvaarding van het principe dat de schade aan de geleverde deksels vaststaat als volgt: 587.871 stuks van 58 diameter, 72.360 stuks van 70 mm diameter, 105.339 stuks van 77 mm diameter; - zo nodig en verder ondergeschikt haar te machtigen tot het bewijs met alle middelen, getuigen inbegrepen, van het feit dat bij de controle door ingenieur Moros op 28 februari/1 maart 1994 van de deksels in de fabriek in Peru, geen rekening werd gehouden met conform de plaatselijke wet onderwijl vernietigde andere deksels, die echter ook gebrekkig waren. Lebbe International argumenteert onder andere, verwijzend naar de briefwisseling tussen de partijen en naar rechtspraak, dat zij tijdig heeft geprotesteerd omtrent de gebrekkige kwaliteit van de deksels, zodat het vervolgens aan Schmalbach is te bewijzen dat zij zich correct heeft gedragen en conform heeft geleverd, wat zij niet doet. Zij wijst erop dat haar niets kan worden verweten in verband met de vaststellingen van de gebreken of het ontbreken van de nodige vaststellingen. Ter staving van de omvang van de gebreken, verwijst Lebbe International naar rapporten van Soconsa. Zij stelt een getuigenverhoor voor, indien er ter zake twijfel zou bestaan. Schmalbach vraagt het vonnis te bevestigen en Lebbe International te veroordelen tot de gerechtskosten. Zij is van oordeel dat de bewijslast omtrent de gebreken bij Lebbe International ligt en dat zij daarin faalt. Indien de "rechtbank" de argumentatie van Lebbe International zou volgen, dan meent Schmalbach dat de schade enkel kan worden begroot op 1,00 EUR provisioneel. Zij verzet zich tegen een deskundigenonderzoek. Beoordeling I. VORDERING VAN SCHMALBACH TEGEN LEBBE INTERNATIONAL
- De vordering van Schmalbach strekt tot betaling van een factuur van 21.7.1993, opgesteld door White Cap, betaalbaar aan Schmalbach, betreffende de levering van bokaaldeksels met diameter 58 mm. Blijkens de factuur is de levering gebeurd op 20.7.
- De eerste rechter heeft hiervan een bedrag van 4.759,92 EUR afgetrokken, zijnde een schadebedrag dat door Schmalbach werd aanvaard in verband met niet conform geleverde bokaaldeksels. Deze aftrek wordt thans door Schmalbach niet betwist. De factuur betreft een levering door White Cap en is betaalbaar aan Schmalbach. Dat de in de factuur aangerekende bokaaldeksels geleverd zijn, wordt door Lebbe International niet betwist. Lebbe International weigert echter deze factuur te betalen, omwille van gebreken, waarmee deksels, die in de loop van 1993 en 1994 geleverd werden door White Cap, behept waren. In dit verband stelt zij ook de tegeneis.
- De eerste rechter oordeelde dat de contractuele relatie tussen partijen beheerst wordt door het Verdrag van de Verenigde naties van 11 april 1980 inzake Internationale Koopovereenkomsten betreffende roerende zaken (hierna in het kort "Weens Koopverdrag" genoemd). Hiertegen wordt door geen van de partijen enige grief geformuleerd, zodat het geschil aan de hand van het Weens Koopverdrag dient beoordeeld te worden.
- Lebbe International heeft het uitvoerig over de tijdigheid van haar protest, overeenkomstig de artikelen 38 en 39 van het Weens Koopverdrag. Deze artikelen leggen de koper de plicht op de zaken binnen een, gelet op de omstandigheden zo kort mogelijke termijn te keuren of te doen keuren, en de verkoper binnen een redelijke termijn nadat hij de niet-conformiteit van de geleverde goederen heeft ontdekt of behoorde te ontdekken, hiervan in kennis te stellen, met opgave van de aard van de niet-conformiteit. Het hof stelt evenwel vast dat de eerste rechter nergens in het vonnis het verweer of de tegenvordering van Lebbe International heeft afgewezen op grond van de laattijdigheid van de keuring of het protest, doch enkel op basis van het ontbreken van enig bewijs van de niet-conformiteit, in de mate deze niet door Schmalbach werd aanvaard. Ook Schmalbach vraagt in haar conclusies nergens de afwijzing van het verweer of de tegeneis van Lebbe International op grond van de toepassing van artikel 38 of 39 van het Weens Koopverdrag. De motivering van de eerste rechter en het antwoord van Schmalbach situeren zich op het vlak van de bewijslast en de bewijslevering.
- De door het Weens Koopverdrag opgesomde mogelijke sancties in geval de verkoper zijn verbintenissen niet nakomt, bijvoorbeeld door gebrekkige goederen te leveren, zijn de exceptie van niet-uitvoering (art. 71), de ontbinding van de overeenkomst (art. 49, 1)), de uitvoering in natura (art. 46, 1), de prijsvermindering (art. 50) en/of de schadevergoeding (art. 45, 1), b)). Als verweer tegen de hoofdvordering doet Lebbe International beroep op de exceptie van niet uitvoering, dit ingevolge de gebrekkige levering van deksels met een diameter van 58 mm, 70 mm en 77 mm. Volgens Lebbe International rust op Schmalbach de bewijslast van de conformiteit van de leveringen, zodat Schmalbach slechts aanspraak zou kunnen maken op de betaling van de factuur, voor zover zij aantoont dat de talrijke leveringen waarover zij zich beklaagt, geen gebreken vertoonden. Dit verweer kan niet worden bijgetreden. 4.
- Artikel 53 van het Weens Koopverdrag bepaalt dat de koper verplicht is de koopprijs te betalen en de zaken in ontvangst te nemen, een en ander in overeenstemming met de eisen van de overeenkomst en het verdrag. Zoals reeds vermeld, wordt niet betwist dat de goederen, waarvan betaling wordt gevorderd en die gefactureerd zijn in de factuur van 21.7.1993, daadwerkelijk zijn geleverd. Deze factuur heeft enkel betrekking op deksels, met een diameter van 58 mm, die geleverd werden op 20.7.
- Het gaat om een hoeveelheid van tweemaal 219.200 deksels, samen 438.400 deksels. Aangezien deze deksels geleverd zijn, is Lebbe International gehouden tot betaling van de factuur, tenzij zij kan bewijzen dat deze deksels gebrekkig waren. De bewijslast hiervan rust op Lebbe International, wat voortvloeit uit artikel 71, 1) Weens Koopverdrag, dat bepaalt dat een partij slechts de nakoming van haar verplichtingen mag opschorten, indien na het sluiten van de overeenkomst blijkt dat de andere partij een wezenlijk deel van haar verplichtingen niet zal nakomen ten gevolge van hetzij een ernstig tekortschieten van haar vermogen om dat deel van haar verplichtingen na te komen, of van haar kredietwaardigheid, hetzij haar gedrag bij de voorbereiding van de nakoming van de ingevolge de overeenkomst op haar rustende verplichtingen, dan wel bij de nakoming. Derhalve moet de tekortkoming van de verkoper blijken, wat impliceert dat, wanneer de koper voorhoudt dat de verkoper tekort komt aan een wezenlijk deel van zijn verplichtingen, de koper dit moet bewijzen. In het kader van het Weens Koopverdrag is het de koper, op wie de bewijslast van de niet-conformiteit rust (vgl. DE GROOT, S., "Non-conformiteit volgens het Weens Koopverdrag", T.P.R., 1999, p. 650-651; VAN HOUTTE, H., ERAUW, J. en WAUTELET, P., "Het Weens Koopverdrag", 1997, p. 138-139). Hieruit volgt dat Lebbe International het verkeerd voor heeft waar zij stelt dat, éénmaal zij voldaan heeft aan haar keuringsplicht en protestplicht, het vervolgens aan Schmalbach toekomt te bewijzen dat zij zich wel correct heeft gedragen en conform heeft geleverd. De koper dient niet enkel de koopwaar binnen een zo kort mogelijke termijn te keuren en binnen redelijke termijn te protesteren, doch, wil hij één van de sancties, zoals voorzien in het Weens Koopverdrag toepassen, dan moet hij, wanneer de koopwaar geleverd is, het bewijs van de niet-conformiteit leveren. 4.
- Bij de beoordeling van de exceptie van niet-uitvoering kan geen rekening gehouden worden met de klachten in verband met de deksels met een diameter van 70 mm of 77 mm, noch met deze met een diameter van 58 mm, die niet tot het voorwerp van de factuur van 21.7.1993 behoren. De factuur, waarvan Schmalbach betaling vordert, heeft immers slechts betrekking op een gedeelte van alle in de loop van 1993 geleverde deksels van 58 mm. Er wordt niet aangetoond dat de overeenkomst, waarop de factuur van 21.7.1993 betrekking heeft, onafscheidelijk verbonden is met de andere overeenkomsten, waarop andere facturen betrekking hebben, zodat klachten in verband met de andere leveringen, niet kunnen ingeroepen worden om de betaling van de factuur van 21.7.1993 te weigeren. 4.
- Lebbe International toont verder niet aan dat White Cap betreffende de levering van de goederen, die op 21.7.1993 zijn gefactureerd, wezenlijk tekort gekomen is aan haar verplichtingen. 4.3.
- Uit een fax van White Cap dd. 13.12.1993 blijkt dat zij betreffende een klacht van Lebbe International in een brief van 29.3.1993 in verband met de deksels van 58 mm, een compensatie heeft toegestaan voor een hoeveelheid van 27.400 deksels. White Cap heeft nooit erkend dat een grotere hoeveelheid beschadigd was, noch dat een gedeelte van de op 20.7.1993 geleverde deksels gebrekkig was. 4.3.
- Lebbe International beweerde in een brief van 1.12.1993 dat er een "benaderende stock" van 587.871 verworpen deksels was. Nochtans strookt dit niet met haar schadeberekening (haar stuk B1), waarin zij het heeft over een "gemiddelde" weigering van 5,05 %" op een totaal van 3.558.730 deksels met een diameter van 58 mm. Dit zou neerkomen op een totaal van ongeveer 180.000 gebrekkige deksels. Lebbe International bewijst niet dat van de 3.558.730 geleverde deksels 5,05% of meer gebrekkig was. De memoranda van haar eigen klant uit Peru, die op louter eenzijdige wijze opgave deed van het aantal gebrekkige deksels, heeft ten aanzien van Schmalbach geen bewijswaarde, vermits de klant van Lebbe International niet als een onafhankelijke partij kan beschouwd worden. Omtrent het aantal gebrekkige deksels van 58 mm is nooit een tegensprekelijke vaststelling gebeurd en evenmin heeft Lebbe International daaromtrent een ernstige poging ondernomen om een tegensprekelijke vaststelling mogelijk te maken. Het hof verwijst dienaangaande naar haar overwegingen hierna bij de bespreking van de tegeneis. 4.3.
- Lebbe International erkent een tolerantie van 2%, wat betekent dat een beschadiging van 2% per massa deksels, aanvaardbaar is, zodat, zelfs wanneer een aantal deksels gebrekkig was, dit nog niet betekent dat de leverancier op wezenlijke wijze is tekort geschoten aan zijn verplichtingen. Lebbe International bewijst niet dat, wat de levering van 20.7.1993 betreft, waarop de factuur van 21.7.1993 betrekking heeft, een deel van de geleverde deksels, laat staan meer dan 2% gebrekkig was. Bovendien toont zij niet aan dat, zelfs indien ongeveer 5% van de levering gebrekkig was, dit te beschouwen is als een wezenlijke tekortkoming. Artikel 25 van het Weens Koopverdrag bepaalt dat een tekortkoming wezenlijk is, indien zij leidt tot zodanige schade voor de andere partij dat haar in aanmerkelijke mate wordt onthouden wat zij uit hoofde van de overeenkomst mag verwachten. Lebbe International toont niet aan dat aan deze voorwaarde is voldaan wanneer er slechts een percentage van 5% gebrekkig was.
- In zover het hoger beroep betrekking heeft op de vordering van Schmalbach, is deze bijgevolg als ongegrond af te wijzen.
- Gezien de bevestiging van het bestreden vonnis wat de hoofdeis betreft, is er geen reden om te zeggen dat de intresten beperkt zijn tot de kantonnementsdatum, aangezien dit de uitvoering van het bevestigde vonnis betreft en een eventueel geschil daaromtrent dan via de daartoe geëigende procedure dient opgelost te worden. II. TEGENVORDERING VAN LEBBE INTERNATIONAL TEGEN SCHMALBACH
- De tegenvordering van Lebbe International strekt ertoe vergoeding van de schade te bekomen, die zij beweert geleden te hebben ingevolge de gebrekkige levering van bokaaldeksels: zij heeft het over 587.871 deksels van 58 mm, 72.360 deksels van 70 mm en 105.339 deksels van 77 mm. Zoals reeds opgemerkt is het aan Lebbe International het bewijs van de niet-conformiteit te leveren. Uit de fax van 13.12.1993 van White Cap blijkt dat deze laatste: - voor een hoeveelheid van 27.400 deksels van 58 mm heeft gecrediteerd; - voor een hoeveelheid van 66.825 deksels van 70 mm heeft gecrediteerd. Daarnaast heeft White Cap naar aanleiding van een plaatsbezoek in Peru op 28.2.1994 en 1.3.1994 een bijkomende creditering van 10.489,50 NGL betreffende een hoeveelheid van 22.500 deksels van 70 mm aanvaard. Het is dit bedrag dat door de eerste rechter van de eis van Schmalbach in mindering is gebracht.
- Zoals reeds vermeld, komt het aan Lebbe toe het bewijs van de niet-conformiteit te leveren. Lebbe International bewijst niet dat zij meer schade heeft geleden dan de bedragen, die reeds gecrediteerd zijn en door de eerste rechter in mindering zijn gebracht van de vordering van Schmalbach. 2.
- Vooreerst stelt het hof vast dat de bewering van Lebbe International omtrent het aantal afgekeurde deksels, namelijk 587.871 deksels van 58 mm, 72.360 deksels van 70 mm en 105.339 deksels van 77 mm, niet strookt met haar schadeberekening (stuk B1), waarin beweerd wordt dat er van de 3.558.730 aangekochte deksels van 58 mm een "gemiddelde" weigering van 5,05% was, van de 983.700 deksels van 70 mm een "gemiddelde" weigering van 19,01% en van de 354.400 deksels van 77 mm een "gemiddelde" weigering van 15,00%. Deze tegenstrijdigheid brengt reeds de geloofwaardigheid van Lebbe International ernstig in het gedrang. 2.
- Als bewijs van haar schadeberekening steunt Lebbe International zich op de erkenning van de gebreken door White Cap, de tegensprekelijke vaststelling op 28 februari en 1 maart 1994, en de rapporten van haar klant Soconsa uit Peru. 2.2.
- Zoals hiervoor reeds opgemerkt heeft White Cap problemen erkend in verband met een aantal deksels, waarvoor zij telkens een creditnota opstelde of waarvoor door de eerste rechter reeds een bedrag in mindering van de hoofdvordering is gebracht. Dit bewijst echter niet dat een groter aantal deksels gebrekkig was. 2.2.
- Voor haar berekening steunt Lebbe International zich op eenzijdige rapporten van haar klant Soconsa uit Peru. Deze rapporten hebben echter geen tegensprekelijk karakter, terwijl er evenmin enige garantie is dat deze op een objectieve wijze zijn opgesteld. Er kan bijgevolg geen bewijswaarde aan deze rapporten gekoppeld worden. Ook haar stuk B1, waarin Lebbe haar schade berekend heeft, is een louter eenzijdig stuk, dat door geen objectieve documenten wordt gestaafd. 2.2.
- Ter gelegenheid van de tegensprekelijke vaststelling op 28 februari 1994 en 1 maart 1994 werden 25 kartons met 22.500 gebrekkige deksels van 70 mm vastgesteld, waarvoor door de eerste rechter een vermindering van de hoofdeis werd toegepast. Ten onrechte houdt Lebbe International voor dat de vertegenwoordiger van White Cap, de heer M., zou geweigerd hebben andere kartons te openen. Er waren immers geen andere kartons te inspecteren. In haar brief van 22.6.1994 beweerde Lebbe International integendeel dat de heer M. geen andere kartons had aangetroffen omdat "de wetgeving in Peru verplicht tot vernietiging van de onder het terugtrekkingssysteem ingevoerde deksels na een periode van 1 jaar". Ook thans beweert Lebbe International dat de gebrekkige deksels werden vernietigd omdat zij anders volgens de wetgeving van Peru op de gebrekkige en onbruikbare deksels invoertaks en BTW diende te betalen. Van dit alles levert zij echter niet het minste bewijs, noch van de vernietiging, noch van de vernietiging omwille van de gebreken. 2.2.
- De eventuele moeilijkheid om een tegensprekelijke expertise uit te lokken doet niets af aan de bewijslast van Lebbe International en de gevolgen van het ontbreken van een tegensprekelijke expertise. Het ontbreken van de nodige tegensprekelijke vaststellingen kan niet aan White Cap worden verweten, aangezien het integendeel aan Lebbe International toekwam de nodige initiatieven te nemen. Zij heeft dit echter nooit gedaan. Het was integendeel White Cap, die naar aanleiding van de brief van 1.12.1993 van Lebbe International, waarin zij het aantal afgekeurde deksels opgaf, in een fax van 13.12.1993 het voorstel deed een controleur ter plaatse te sturen om zich van één en ander te vergewissen. Dat de vaststelling vervolgens slechts op 28 februari en 1 maart 1994 heeft plaatsgevonden is niet aan White Cap te wijten, maar wel aan het feit dat Lebbe International pas met fax van 31.1.1994 het inspectieadres meedeelde en vervolgens de vertegenwoordiger van Lebbe International in Peru, de heer C., pas vanaf 16.2.1994 bereikbaar was (zie fax van White Cap dd. 7.2.1994 en de fax van Lebbe International van dezelfde datum, waarin zij meedeelde dat de heer C. niet in Peru was en slechts op 16.2.1994 naar Peru zou terugkeren). Op dat ogenblik konden slechts 25 kartons gebrekkige deksels worden vastgesteld.
- Op het verzoek van Lebbe International gemachtigd te worden door middel van getuigen, meer bepaald de heer C., het bewijs van één en ander te leveren, kan niet worden ingegaan, om de volgende redenen: - de heer C. vertegenwoordigde de belangen van Lebbe International in Peru, zodat er geen enkele garantie van objectiviteit van diens verklaring is; - bovendien zou een loutere verklaring van de heer C., erin bestaande dat bij de controle door ingenieur M. geen rekening werd gehouden met de conform de plaatselijke wet vernietigde andere deksels, die ook gebrekkig waren, onvoldoende zijn als bewijs, nu dit opnieuw een loutere bewering zou zijn, die niet kan worden gestaafd met objectieve stukken; - de inhoud van een plaatselijke wet is geen feitelijkheid, die door getuigen kan worden bewezen; - er is geen enkele aanwijzing dat de heer C. getuige is geweest van een vernietiging van deksels, laat staan van het aantal ervan; - ten slotte is er dermate lange tijd verstreken sedert het ontstaan van de betwisting in 1993 dat hierdoor de waarheidsgetrouwheid van de getuigenis eveneens sterk gehypothekeerd zou worden. Evenmin kan worden ingegaan op het verzoek van Lebbe International tot aanstelling van een deskundige, omdat er thans, 15 of 16 jaar na de feiten, geen nuttige vaststellingen meer kunnen gedaan worden, wat overigens bevestigd wordt door de bewering van Lebbe International zelf dat de gebrekkige deksels vernietigd werden ingevolge de douane- en btw-reglementering in Peru.
- Het hoger beroep van Lebbe International betreffende de tegeneis is bijgevolg eveneens ongegrond. III. GERECHTSKOSTEN De eerste rechter heeft correct geoordeeld over de gerechtskosten. Gezien de ongegrondheid van het hoger beroep, vallen alle gerechtskosten in hoger beroep ten laste van Lebbe International. Schmalbach begroot haar gerechtskosten in hoger beroep op 1.100,00 EUR rechtsplegingsvergoeding, waaromtrent geen betwisting wordt gevoerd. OP DEZE GRONDEN, HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep ontvankelijk, doch ongegrond, Bevestigt het bestreden vonnis in zijn beschikkingen; Verwijst de bvba Lebbe International Agencies in de kosten van de beroepsinstantie, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze te haren laste vallen, en aan de zijde van Schmalbach-Lubeca A.G. te begroten op 1.100,00 EUR rechtsplegingsvergoeding; Onverminderd de toepassing van artikel 1024 Ger. W. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van Beroep te Gent, TWAALFDE KAMER, zetelend in burgerlijke zaken, op heden 7-10-
- Aanwezig: - A. Van de Putte, raadsheer, wn. voorzitter; - E. Dursin, raadsheer; - G. Danneels, raadsheer; - B. De Wilde, griffier. Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240606.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.