← België

ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091008.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 08 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091008.2 Rolnummer: 2006/RK/42 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-10-30 Raadplegingen: 78 - laatst gezien 2026-07-02 20:22 Fiche UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Bewijs (gerechtelijk recht) - Deskundigenonderzoek - Ereloon Vrije woorden: Begroting kosten en ereloon van deskundigen: op gepaste wijze begroot. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 11de ter Kamer ________ Terechtzitting van 08 oktober 2009 ________ na tussenarresten van 13.03.2008, 05.06.2008, 09.04.2009 en 10.09.2009 ________ 2006/RK/42 - In de zaak van: L. J-L., landbouwkundig ingenieur, wonende te ..............................................................., appellant, die bij de behandeling van het tussengeschil -ter terechtzitting van 01 oktober 2009- niet is verschenen en niemand voor hem, appellant van een beschikking op 22 december 2005 verleend in kort geding door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk, hebbende als raadsman mr. DEWEVER Ivan, advocaat te 8720 WAKKEN, Kasteeldreef 9, tegen: V. B. L., bediende, wonende te .................................................................., geïntimeerde, die bij de behandeling van het tussengeschil -ter terechtzitting van 01 oktober 2009- niet is verschenen en niemand voor haar, hebbende als raadsman mr. SEGERS Kathleen, advocaat te 8790 WAREGEM, Felix Verhaeghestraat 5, velt het hof het volgend arrest: Ter beoordeling is een tussengeschil tot begroting van de staat van kosten en ereloon van deskundigen in de beroepsprocedure tegen de beschikking die op 22 december 2005 werd verleend door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk. Het hof heeft kennis genomen van de door dit hof gewezen tussenarresten van 13 maart 2008, 5 juni 2008, 9 april 2009 en 10 september

  1. Wat betreft de relevante feiten, de procedurevoorgaanden en de vorderingen wordt kortheidshalve verwezen naar deze tussenarresten. Bij tussenarrest van 5 juni 2008 werden de dames H. D. B. en N. V. H., psychologen, als deskundigen aangewezen met een nader omschreven opdracht. De totale kostprijs van het deskundigenonderzoek werd geraamd op 1.400 EUR. Er werd gezegd voor recht dat die kosten van het deskundigenonderzoek door beide partijen elk voor de helft zouden voorge-schoten worden. Elke partij diende haar helft te consigneren ter griffie of bij de kredietinstelling die partijen gezamenlijk zouden kiezen en dit binnen de maand na de uitspraak van desbetreffend arrest. Er werd nog gezegd dat ogenblikkelijk een voorschot van 700 EUR zou worden vrijgegeven om de eerste kosten van de deskundigen te dekken. Bij brief van 15 juli 2009, neergelegd ter griffie van het hof op 1 september 2009, verzocht deskundige mevrouw N. V. H. het hof om de eindafrekening van het psychologisch onderzoek te willen begroten. Het is niet duidelijk of kopie van dit verzoek tot begroting aan de raadslieden van de partijen werd overgemaakt. Inmiddels was de gerechtelijke bemiddeling lopend, zoals overigens nog steeds. Op de pleitzitting van 3 september 2009 was enkel het aspect verlenging van de gerechtelijke bemiddeling aan de orde. In het laatste tussenarrest van 10 september 2009 werd daarover recht gedaan. Over het tussengeschil diende nog afzonderlijk te worden beslist, na kennisgeving aan de partijen van het verzoek van de deskundige overeenkomstig art. 973 § 2 Ger.W. De partijen, hun raadslieden en de deskundigen werden dientengevolge overeenkomstig art. 973 § 2 Ger.W. bij (ge-rechts)brief van 16 september 2009 verzocht om te verschijnen in raadkamer van de 11de ter kamer op 1 oktober 2009 om 12.30 uur. Bij faxschrijven van 28 september 2009 lieten de deskundigen het hof weten, wegens hun agenda, onmogelijk op de geplande zitting te kunnen aanwezig zijn. Opnieuw blijkt niet dat de raadslieden van de partijen daarvan in kennis werden gesteld. De zaak werd ter terechtzitting van 1 oktober 2009 in raadkamer behandeld in aanwezigheid van substituut-procureur-generaal Chantal LANSSENS De partijen, alhoewel behoorlijk opgeroepen, verschenen niet en niemand voor hen. De deskundigen, alhoewel behoorlijk opgeroepen, verschenen niet ter terechtzitting en niemand voor hen. De dossiers van de rechtspleging werden ingezien. beoordeling Het definitief deskundigenverslag werd bij brief van 10 maart 2009 ter griffie van het hof neergelegd op 12 maart
  2. De berekening van het honorarium van de deskundigen en de onkostennota werden in bijlage aan dat verslag gevoegd en bedroegen in het totaal 2.308,82 EUR, waarvoor een provisie werd ontvangen van 700 EUR. Er werd in fine van voormelde brief gevraagd het saldo van 1.608,82 EUR via de griffie te voldoen. Het is te dezen niet betwist dat de gedetailleerde staat van kosten en ereloon van de deskundigen is opgesteld zoals voorgeschreven door art. 990 Ger.W. De partijen hebben weliswaar niet gehandeld overeenkomstig art. 991 § 1 Ger.W. Vermits de partijen niet binnen de in §1 bedoelde termijn hun instemming hebben betuigd, hebben de deskundigen overeenkomstig artikel 973, §2, beroep gedaan op de rechter teneinde de kosten en het ereloon te laten begroten. Artikel 991, §2, tweede en derde lid Ger.W. bepaalt dat de rech-ter het bedrag vaststelt van de kosten en het ereloon onverminderd eventuele schadevergoeding en intresten. Hij houdt hoofdzakelijk rekening met de zorgvuldigheid waarmee het werk werd uitgevoerd, de nakoming van de vooropgestelde termijnen en de kwaliteit van het geleverde werk. Alhoewel de partijen daartoe ruimschoots de mogelijkheid hadden, blijkt de staat van kosten en ereloon van de deskundigen te dezen niet te zijn betwist. De partijen verschenen trouwens niet ter terechtzitting, zij werden evenmin vertegenwoordigd door een raadsman. Rekening houdend met de wettelijke criteria en de -impliciete- instemming van de partijen ter zake, hebben de deskundigen hun staat van kosten en ereloon naar het oordeel van het hof in de gegeven omstandigheden op gepaste wijze begroot. Van het geconsigneerd bedrag van 1.400 EUR werd de helft reeds vrijgegeven in het tussenarrest van 5 juni
  3. Het past ook de andere helft, hetzij 700 EUR, vrij te geven con-form art. 991bis, eerste lid Ger.W. Wat betreft het uiteindelijke saldo van 908,82 EUR kunnen de deskundigen overeenkomstig art. 991bis, tweede lid Ger.W. een rechtstreekse betaling van de partijen in ontvangst nemen, nu het toegekende voorschot ontoereikend was. Er dienen naar aanleiding van dit tussengeschil geen gedingkosten begroot te worden. Immers zijn wettelijk geen kosten voor-zien voor dit soort tussengeschillen. OM DEZE REDENEN HET HOF, recht doende bij verstek; gelet op art. 24 Wet 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; recht doende na de tussenarresten van 13 maart 2008, 5 juni 2008, 9 april 2009 en 10 september 2009; verklaart het verzoek toelaatbaar en als volgt gegrond; begroot de staat van kosten en ereloon van deskundigen N. V. H. en H. D. B., aangesteld ingevolge tussenarrest van 5 juni 2008 van deze kamer, definitief op 2.308,82 EUR, met dien verstande dat daarop reeds een voorschot van 700 EUR werd be-taald; begroot derhalve het saldo van de nog verschuldigde staat van kosten en ereloon op 1.608,82 EUR; verstaat dat de rest van het ter griffie geconsigneerd voorschot ten bedrage van 700 EUR onmiddellijk wordt vrijgegeven ter aanzuivering van voormeld saldo; verklaart het resterend saldo van voormelde staat, hetzij 908,42 EUR, uitvoerbaar tegen beide partijen, ieder voor de helft; verstaat echter dat over de uiteindelijke toebedeling van deze gerechtskosten zal worden geoordeeld bij de eindbeslissing in toepassing van art. 991 § 3 Ger.W.; stelt vast dat er geen gedingkosten te begroten zijn nopens dit tussengeschil. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, elfde ter kamer, zetelende in burgerlijke zaken, op acht oktober tweeduizend en negen. Aanwezig: mevrouw Sabine De Bauw raadsheer, wn. kamervoorzitter; de heer Lodewijk Langelet griffier Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.