← België

ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091015.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 15 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091015.2 Rolnummer: 2008/AR/1732 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-11-03 Raadplegingen: 100 - laatst gezien 2026-07-02 20:26 Fiche De echtgenoot die de toepassing vordert van artikel 1488 B.W. laat een zakelijke aanspraak gelden. De rechtsvordering is onderworpen aan een verjaringstermijn van 30 jaar. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) Vrije woorden: Echtscheiding - boedelbeschrijving - eed - heling - art. 1448 B.W. - verjaring Tekst van de beslissing UITTREKSEL VAN ARREST Hof van beroep te Gent 11b Kamer ________ Terechtzitting van 15 oktober 2009 - In de zaak met het rolnummer 2008/AR/1732 van: V. H. A., arbeidster, wonende in .........................................................................., maar woonstkeuze doende bij haar raadsman, mr. De Hauw Edward, hierna nader vermeld, appellante tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Oudenaarde, op tegenspraak gewezen door de 1e kamer bis dd. 26-11-2007, oorspronkelijk eiseres, hebbende als raadsman mr. DE HAUW Edward, advocaat te 9700 Oudenaarde, Voorburg 3 tegen : D. R., restauranthouder, wonende te ..................................................., maar blijkens de appelakte woonst kiezende bij zijn raadsman, mr. Ali Heerman, hierna nader vermeld, geïntimeerde, oorspronkelijk verweerder, hebbende als raadsman mr. HEERMAN Ali, advocaat te 9700 Oudenaarde, Einestraat 34 velt het hof het volgend arrest.

  1. 1.
  2. Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van dit Hof op 30 juni 2008, heeft appellante tijdig en regelmatig naar de vorm hoger beroep ingesteld tegen een vonnis dat op 26 november 2007 werd uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Oudenaarde, eerste bis kamer, en waarbij de vordering vervallen werd verklaard door verjaring. 1.
  3. De conclusies, die de partijen tijdig hebben neergelegd - respectievelijk op 25.03.2009 en op 29.01.2009 - nemen volgens artikel 748 bis Ger.W de vorm aan van syntheseconclusies en vervangen voor de toepassing van artikel 780 eerste lid 3° Ger.W. de gedinginleidende akte en de vorige conclusies. Het Hof stelt evenwel vast dat de conclusies die appellante op 25.03.2009 neerlegde, niet beantwoorden aan de in artikel 744, tweede lid Ger. W gestelde eisen. Om de eis en de middelen van appellante te kennen moet het volstaan de syntheseconclusies te lezen. Deze conclusies zijn in werkelijkheid opgemaakt als repliekconclusies en bevatten geen eisen en middelen. 1.
  4. Waar de eerste rechter de vordering van appellante als verjaard heeft beschouwd, wordt nagegaan over welke vordering hij heeft beslist. De vordering was bij vrijwillige verschijning ingeleid op basis van een uiteenzetting in een proces-verbaal van vrijwillige verschijning. Daarin vorderde appellante de veroordeling van geïntimeerde tot betaling aan appellante van 372.833,13 EUR meer de intresten van 25 april 1995 en de kosten. Op 20 februari 1995 kwam er een echtscheiding tussen partijen tot stand door de overschrijving van een echtscheidingsvonnis in de registers van de burgerlijke stand, dat ten overstaan van appellante bij verstek was gewezen. Appellante werd op 16 januari 1995 ambtshalve afgeschreven voor ............., waar ze verbleef. Appellante houdt voor dat ze onwetend was van de werkzaamheden van vereffening en verdeling die door boedelnotaris P. H. werden uitgevoerd. Op 12 september 1995 werd de staat van vereffening en verdeling opgemaakt en op 24 oktober 1995 werd een proces-verbaal opgemaakt waaruit blijkt dat er geen zwarigheden waren en dat de vereffening werd gesloten. De boedelbeschrijving van 25 april 1995 had gediend als basis voor de vereffening en verdeling. Nadat appellante een strafklacht met burgerlijke partijstelling had gedaan, volgde een strafrechtelijke uitspraak ten overstaan van de beklaagde R. D. Bij arrest d.d. 16 maart 2006 van het Hof van Beroep te Gent werd de strafvordering vervallen verklaard wegens verjaring maar op burgerlijk gebied werd het bestreden vonnis bevestigd, waarin aan appellante 1 EUR morele schadevergoeding werd toegekend op grond van een bewezen gebleven valse eed bij de boedelbeschrijving. Het bedrag waarvan op basis van artikel 1448 B.W. de betaling werd gevorderd, betreft de waarde van de verborgen gehouden goederen volgens appellante. Er volgde in de latere conclusies van 30.05.2007 een uitbreiding van de vordering. Appellante breidde haar vordering uit met de tegenwaarde van het onroerend goed te ......................, met dien verstande dat ze ondergeschikt vroeg een nieuwe notaris aan te stellen met als opdracht een aanvullende staat van vereffening en verdeling op te maken. 1.
  5. De eerste rechter oordeelde dat er door appellante geen weerlegging gebeurde van de argumentatie van geïntimeerde dat het hier gaat om een persoonlijke rechtsvordering tot vergoeding van schade op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid zodat er toepassing dient gemaakt te worden van artikel 2262 bis §1 2° lid B.W. Hij stelde dat appellante reeds in maart 2000 volledig op de hoogte was van de door haar thans voorgehouden zaken en dat vanaf dan de termijn van vijf jaar begon te lopen. Aangezien de vordering slechts zeven jaar later ingesteld werd, werd beslist dat de vordering verjaard is.
  6. De eis is gesteund op artikel 1448 B.W. waarvan de toepassing leidt tot een verlies door de echtgenoot die enig goed uit het gemeenschappelijk vermogen heeft weggemaakt of verborgen gehouden van zijn aandeel in het goed en niet tot een schadevergoeding. In artikel 2262 bis §1 B.W. waar het gaat om de persoonlijke rechtsvorderingen die verjaren door verloop van tien jaren, wordt in het tweede lid een afwijking voorzien voor rechtsvorderingen tot vergoeding van schade op grond van buitencontactuele aansprakelijkheid (verjaringstermijn vijf jaar). Bij de omschrijving van de uitzonderingscategorie wordt duidelijk gewag gemaakt van aanspraken tot schadevergoeding. Op basis van dit niet onbelangrijk gegeven dat in aanmerking genomen wordt bij de beperkende interpretatie van de uitzonderingsregel van het tweede lid, wordt geoordeeld dat de vordering van appellante door de eerste rechter, die de vordering aanzag als een persoonlijke vordering, verkeerdelijk is ondergebracht in de uitzonderingscategorie van het tweede lid van artikel 2262 bis §1 tweede lid B.W. (De nieuwe verjaringswet 5 jaar later, Caroline LEBON, NJW 2003 p 838). De echtgenoot die de toepassing vordert van artikel 1448 B.W. - een artikel dat in het burgerlijk wetboek is ondergebracht onder Boek III, Titel V Huwelijksvermogenstelsels, Hoofdstuk II Wettelijk stelsel, afdeling 5 Ontbinding van het wettelijks stelsel, §5 verdeling - laat evenwel geen persoonlijke aanspraak gelden maar een zakelijke aanspraak. Deze echtgenoot wil hem meer bepaald het geheelde goed doen toebedelen met uitsluiting van de andere echtgenoot, de gesanctioneerde echtgenoot. Het gaat dus om een aanspraak van de titularis van een zakelijk recht om het genot van zijn recht in rechte op te eisen. Zakelijke rechten (jus in re) worden traditioneel omschreven als die rechten die aan een titularis een onmiddellijke heerschappij over een zaak verschaffen. Het Hof besluit dat krachtens artikel 2262 B.W., de rechtsvordering van appellante onderworpen is aan een verjaringstermijn van 30 jaar, die in casu nog niet is verstreken aangezien de ontbinding van het huwelijksstelsel en de goedkeuring van de vereffeningsstaat dateren van respectievelijk 1 april 1993 van 24 oktober
  7. (..............................................) OP DIE GRONDEN, HET HOF, recht doende op tegenspraak, gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; Verklaart het beroep ontvankelijk en reeds in bepaalde mate gegrond; Doet het bestreden vonnis teniet en opnieuw recht doende, verklaart de vordering van appellante ontvankelijk en reeds grotendeels ongegrond; (.......................................................) Stelt de zaak vast op de openbare terechtzitting van DONDERDAG 30 september 2010 om 9.30 uur; Reserveert de uitspraak nopens de kosten. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van Beroep te Gent, ELFDE BIS-KAMER, zetelend in burgerlijke zaken, op heden 15-10-
  8. Aanwezig: - P. De Buck, voorzitter; - B. De Wilde, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.