← België

ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091015.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 15 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091015.8 Rolnummer: 2008/RK/270 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-12-11 Raadplegingen: 84 - laatst gezien 2026-07-02 20:25 Fiche Artikel 747 § 2 Ger. Wetb. heeft niet de strekking dat een partij, die nalaat binnen de eerste haar toegekende termijn een conclusie te nemen, noodzakelijk het recht verbeurt om in een daarop volgende termijn conclusies te nemen, maar deze conclusies kunnen wel, indien de wederpartij het vordert, uit de debatten worden geweerd als sanctie voor de eventuele deloyale proceshouding van de partij die een termijn overslaat. Waar de wederpartij niet meer kon antwoorden op de enige, in de tweede termijn genomen conclusies, is het nemen van conclusies in deze tweede termijn deloyaal. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Behandeling van de zaak - Conclusie - Termijnen Vrije woorden: Art. 747 § 2 - termijn overslaan - deloyale proceshouding - wering uit de debatten Tekst van de beslissing HOF VAN BEROEP TE GENT *** 1e kamer *** terechtzitting van 15 oktober 2009 2008/RK/270 in de zaak van:

  1. K. L., bediende, eerste appellant, en zijn echtgenote:
  2. B. E., lerares, tweede appellante, beiden samenwonende te ........................................, en hebbende als raadsman mr. VAN DER JEUGHT Stefan, advocaat te 9400 NINOVE, Stationsstraat 48 tegen:
  3. V. G. H., landbouwer, wonende te ................................................, eerste geïntimeerde,
  4. U. R., wonende te ......................................, tweede geïntimeerde,
  5. V. G. E., wonende te .........................................., derde geïntimeerde,
  6. B. M., landbouwer, wonende te ........................................................, vierde geïntimeerde,
  7. F. M., loonwerker, wonende ..............................................., vijfde geïntimeerde,
  8. S. C., arbeider, wonende te ......................................., zesde geïntimeerde, allen hebbende als raadsman mr. MARTENS Dirk, advocaat te 9040 SINT-AMANDSBERG, Antwerpsesteenweg 360 wijst het hof het volgend arrest: Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van dit hof op 08.10.2008 hebben L. K. en E. B. hoger beroep ingesteld tegen een beschikking op 24.09.2008 op tegenspraak gewezen door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde, zetelend in kortgeding. De partijen werden gehoord in openbare terechtzitting en de neergelegde conclusies en stukken werden ingezien. voorgaanden
  9. Appellanten zijn eigenaars van een woning te ........................... Geïntimeerden zijn eigenaars van landbouwpercelen die slechts kunnen worden bereikt via een losweg, met een breedte volgens titel van drie meter, gelegen tussen het erf van appellanten enerzijds en dat van de echtgenoten P.-G. anderzijds. Tot augustus 2008 was enkel het erf van appellanten afgesloten met een Bekaert-draad, zodat geïntimeerden zonder probleem met hun landbouwvoertuigen de achtergelegen percelen konden bereiken. Eind augustus maakten de echtgenoten P.-G. aanstalten om ook rond hun perceel een afsluiting te plaatsen. Dit zou tot gevolg hebben dat de breedte van de losweg tot drie meter zou worden beperkt en geïntimeerden, naar zij verklaren, niet meer met hun landbouwvoertuigen en -machines door konden. Geïntimeerden stelden daarvoor minstens 4,25 meter breedte nodig te hebben.
  10. Eerste geïntimeerde, H. V. G., ging bij exploot van 29.08.2008 over tot dagvaarding in kortgeding van zowel appellanten als de echtgenoten P.-G.. De vordering strekte ertoe te zeggen voor recht dat de werken aan de afsluiting van de losweg gelegen te 9300 Aalst, ..................., tussen de percelen gekend onder huisnummer 127 en 129, dienen ongedaan gemaakt te worden en het perceel in zijn oorspronkelijke staat dient hersteld te worden, zulks onder verbeurte van een dwangsom van 250,00 euro per dag vertraging. De overige geïntimeerden kwamen vrijwillig tussen in het geding en stelden dezelfde vordering als H. V. G.
  11. Bij de bestreden beschikking van 24.09.2008 werd de vordering ontvankelijk verklaard en werd voor recht gezegd dat de werken aan de afsluiting van de losweg gelegen te 9300 Aalst, ............. tussen de percelen onder het huisnummer 127 en 129 ongedaan dienden te worden gemaakt en desgewenst op verzoek van de respectieve eigenaars dienden te worden verplaatst, telkens op de gezamenlijke kosten van de eisende partijen, ten einde er een gezamenlijke breedte van vier meter te bereiken "met het oog op de thans te oogsten gewassen". De kosten werden bij de grond van de zaak gevoegd.
  12. Met hun hoger beroep beogen appellanten het teniet doen van de bestreden beschikking, de afwijzing van de initiële vordering ten hunne opzichte en de veroordeling van geïntimeerden tot de gedingkosten. De echtgenoten P.-G. berustten in de beschikking en kwamen met geïntimeerden een voorlopige regeling overeen. beoordeling
  13. Appellanten vragen de wering uit de debatten van de enige conclusies van geïntimeerden neergelegd ter griffie op 25.06.
  14. Bij beschikking van 27.11.2008 werden de conclusietermijnen, bij toepassing van artikel 747 §2 Ger.W., als volgt bepaald: geïntimeerden dienden hun conclusies neer te leggen en toe te zenden aan appellanten uiterlijk op 29.01.2009, appellanten konden antwoorden tegen uiterlijk 16.04.2009 en geïntimeerden hadden nog een termijn van wederantwoord tegen uiterlijk 25.06.
  15. Geïntimeerden hebben dus geen gebruik gemaakt van de eerste conclusietermijn, maar enkel van de tweede hen toegekende termijn. Artikel 747 §2 Ger.W. heeft niet de strekking dat een partij die nalaat binnen de eerste haar toegekende termijn een conclusie te nemen, noodzakelijk het recht verbeurt om in een daaropvolgende termijn conclusies te nemen, maar deze conclusies kunnen wel, indien de wederpartij het vordert, uit de debatten worden geweerd als sanctie voor de eventuele deloyale proceshouding van de partij die een termijn overslaat. Terzake heeft de omstandigheid dat geïntimeerden enkel van de tweede hen toegekende termijn gebruik hebben gemaakt, tot gevolg dat appellanten niet meer hebben kunnen antwoorden op deze (enige) conclusies van geïntimeerden. In die omstandigheden is het alsnog concluderen in de tweede termijn deloyaal en dienen de conclusies van geïntimeerden uit de debatten te worden geweerd, zoals gevorderd door appellanten.
  16. Uit de neergelegde stukken blijkt - en tijdens pleidooien werd bevestigd - dat geïntimeerden, in afwachting van de beslissing in de bodemprocedure, na de bestreden beschikking tot een voorlopig akkoord zijn gekomen met P.-G., waardoor zij terug via de losweg met hun landbouwmachines, ook deze met een breedte van drie meter, hun achterliggende gronden kunnen bereiken. Er is dan ook op vandaag geen hoogdringendheid meer voorhanden die het nemen of het bevestigen van een maatregel in kortgeding verantwoordt.
  17. Appellanten voeren terecht aan dat er geen reden was om hen in de huidige kortgedingprocedure te betrekken. De vordering die geïntimeerden voor de kortgedingrechter hebben gesteld strekte ertoe te horen zeggen voor recht "dat de werken aan de afsluiting van de losweg (..) dienen ongedaan gemaakt te worden en het perceel in zijn oorspronkelijke staat dient hersteld te worden", dit onder verbeurte van een dwangsom. Vermits de werken die geïntimeerden aldus ongedaan gemaakt wensten te zien, de werken betroffen die de echtgenoten P.-G. aan het uitvoeren waren, valt niet in te zien waarom ook appellanten mee werden gedagvaard in dit kortgeding. De omstandigheid dat appellanten wél met reden mee werden betrokken in het bodemgeschil, waarin geïntimeerden een recht van uitweg (art. 682 B.W.) vorderen, doet er niet aan af dat er geen reden was om hen, gelet op de vordering die daarin werd gesteld, in het kortgeding te betrekken. Ook het feit dat in de dagvaarding in kortgeding gewag werd gemaakt van het beweerdelijk scheefzakken van de afsluiting van appellanten en het overwoekeren van planten aan hun zijde van de losweg, kan geen verklaring bieden voor het betrekken van appellanten in de kortgedingprocedure, vermits deze beweringen geen enkel verband hielden met de vordering die in kortgeding werd gesteld, nl. het ongedaan maken van de werken aan de afsluiting P.-G..
  18. Vermits appellanten onterecht in het kortgeding werden betrokken, staat niets eraan in de weg dat nu reeds wordt beslist dat de kosten van de kortgedingprocedure gevallen aan de zijde van appellanten ten laste dienen te worden gelegd van geïntimeerden. Vermits geïntimeerden zich als één procespartij hebben gemanifesteerd en samen slechts één enkele vordering hebben gesteld, kunnen appellanten geen aanspraak maken op een rechtsplegingsvergoeding ten aanzien van elk van de geïntimeerden, doch slechts op één rechtsplegingsvergoeding (per aanleg) ten aanzien van de geïntimeerden gezamenlijk. Nu de vordering niet in geld waardeerbaar is en geen afwijking wordt gevraagd van het basisbedrag, bedraagt de rechtsplegingsvergoeding per aanleg 1.200,00 euro. OP DIE GRONDEN, HET HOF, recht doende op tegenspraak, gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en als volgt gegrond. Stelt vast dat er op vandaag geen hoogdringendheid meer voorhanden is die het opleggen of bevestigen van de gevorderde maatregel verantwoordt. Veroordeelt geïntimeerden tot de gedingkosten in beide aanleggen gevallen aan de zijde van appellanten. Begroot deze als volgt: - rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg: 1.200,00 euro; - rolrecht hoger beroep: 139,00 euro; - rechtsplegingsvergoeding hoger beroep: 1.200,00 euro. Aldus gewezen door de EERSTE KAMER van het hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken, samengesteld uit: D. FLOREN, raadsheer-wnd. voorzitter, B. WYLLEMAN, raadsheer, L. TAVERNIER, raadsheer, en uitgesproken door de raadsheer-wnd. voorzitter van de kamer in openbare terechtzitting op VIJFTIEN OKTOBER TWEEDUIZEND EN NEGEN, bijgestaan door D. VAN DEN DRIESSCHE, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.