← België

ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091030.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 30 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091030.5 Rolnummer: 2005/AR/3063 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-02-22 Raadplegingen: 275 - laatst gezien 2026-07-02 20:31 Fiche Een verandering van staat of wijziging van hoedanigheid blijft zonder gevolg zolang daar geen kennis is van gegeven. Een hoger beroep in de verkeerde hoedanigheid en zonder hervatting van geding is niet-ontvankelijk. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID - Regeling bevoegdheidsgeschillen - Procedure - In hoger beroep GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Hervatting geding Vrije woorden: Hervatting geding - omvorming vennootschap-art 815 Ger.w.-ontvankelijkheid hoger beroep PVBA - NV - omvorming Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 9e kamer ________ terechtzitting van 30-10-2009 na tussenarrest d.d. 19.10.2007 2005/AR/3063 in de zaak van: BARISEAU N.V., met maatschappelijke zetel te 8501 HEULE, Moorseelsestraat 152, ingeschreven met KBO-nummer 0422.289.104, appellante van de bestreden vonnissen van 29 mei 2001 en van 6 september 2005, beide van de vijfde kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk, hebbende als raadsman mr. VERRAES Stephane, advocaat te 8930 MENEN, Fabiolalaan 43 tegen: 1. DE MEESTERE N.V. (voor DE MEESTERE N.V. met ondernemingsnummer 0405.330.435), gedinghervattende partij, met maatschappelijke zetel te 8501 HEULE, Stijn Streuvelslaan 45, ingeschreven met KBO-nummer 0472.154.828, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. LETERME Bernard, advocaat te 8500 KORTRIJK, Engelse wandeling 2 FO1,L 2. ASPHALTEX N.V., met maatschappelijke zetel te 8501 HEULE, Mellestraat 244, ingeschreven met KBO-nummer 0406.229.862, geïntimeerde niet meer inzake na tussenarrest d.d. 19.10.2007, hebbende als raadsman mr. DEMEESTERE Rik, advocaat te 8560 GULLEGEM, Bissegemstraat 61 3.1. S. M- wonende te ............., 3.2. S. L., wonende te .........................., geïntimeerden niet meer inzake na tussenarrest d.d. 19.10.2007, in hun hoedanigheid van rechtsopvolgers van wijlen Scherpereel Poly, hebbende als raadsman mr. BEELE Stefaan, advocaat te 8500 KORTRIJK, President Kennedypark 26 A velt het Hof het volgend arrest: Het hoger en incidenteel beroep zijn nog steeds gericht tegen de bestreden vonnissen van 29 mei 2001 en van 6 september 2005 van de 5e Kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk. Het Hof, thans anders samengesteld en voor wie de debatten en conclusies werden hernomen, heeft de partijen opnieuw gehoord in openbare terechtzitting, bij monde van hun respectieve raadslieden en in het Nederlands. De neergelegde conclusies en de regelmatig overgelegde stukken werden ingezien. 1. Het hof verwijst vooreerst naar zijn tussenarrest van 19 oktober 2007 waarin alle belanghebbende, alsdan gekende feitelijke en juridische antecedenten werden uiteengezet, evenals de over en weer gestelde vorderingen van partijen. De thans in hoofdzaak nog te beoordelen vordering van BARISEAU jegens DE MEESTERE strekkende tot het bekomen van herstellende schadevergoeding en de in dit verband naar voor gebrachte betwistingen hebben nog steeds betrekking op door BARISEAU aangevoerde stabiliteitsaantastende gebreken aan een reeds in 1969 op het bedrijfsgebouw van BARISEAU aangebrachte plat roofingdak door ASFALTEX als onderaannemer van DE MEESTERE, volgens een concept van architect Poly SCHERPEREEL. De gedinginleidende dagvaarding met betrekking tot deze vordering in herstellende schadevergoeding werd betekend op 22 januari 1979 (op de valreep vóór het verstrijken van de 10 jarige garantietermijn van art. 2270 -1792-B.W.) ten verzoeke van de pvba BARISEAU, met zetel te Kortrijk, Menesteenweg 19 aan de toenmalige pvba ATELIER DE MEESTERE. In de regel (en tenzij nadere verduidelijking nodig

  1. is)worden de thans nog betrokken en inzake zijnde partijen hierna kortweg aangeduid als BARISEAU enerzijds en DE MEESTERE anderzijds. Met het tussenarrest van 19 oktober 2007 voormeld werd reeds grotendeels recht gedaan over de in deze instantie hangende vorderingen en gevoerde betwistingen tussen de partijen en werd(en): - de hoger en incidentele beroepen toelaatbaar verklaard; - het incidenteel beroep van de consorten SCHERPEREEL (zijnde de rechtsopvolgers van de inmiddels overleden architect) gegrond verklaard waar door de eerste rechter recht werd gedaan over de vrijwaringvordering (regresvordering) van DE MEESTERE tegen hen; dienvolgens het bestreden vonnis van 6 september 2005 desbetreffend teniet gedaan en opnieuw recht doende, deze vordering afgewezen als onontvankelijk; - het hoger en incidenteel beroep verder ongegrond verklaard in zoverre door de eerste rechter recht werd gedaan over de overige vorderingen, met uitzondering echter van het gevorderde in de verhouding tussen BARISEAU enerzijds en DE MEESTERE anderzijds; dienvolgens het bestreden vonnis bevestigd (in de mate dat het recht deed over de overige vorderingen andere dan de vrijwaringvordering van DE MEESTERE tegen de consorten SCHERPEREEL waarover hiervoor reeds werd gehandeld en de verhouding tussen BARISEAU en DE MEESTERE waarover thans nog recht dient te worden gedaan); - BARISEAU verwezen in de gedingkosten van deze instantie, gevallen en nader begroot aan de zijde van ASPHALTEX; - DE MEESTERE verwezen in de gedingkosten van deze instantie, gevallen en nader begroot aan de zijde van de consorten SCHERPEREEL; - vooraleer recht te doen over het gevorderde in de verhouding tussen BARISEAU en DE MEESTERE de debatten ambtshalve heropend opdat deze partijen eerst gevolg zouden geven aan het gevraagde onder punt 4.c. van de redengeving, waarin meer in het bijzonder gevraagd werd om de verkoopakte van het bedrijfsgebouw in kwestie alsmede het huurcontract dat BARISEAU nadien heeft afgesloten met de nieuwe eigenaar voor te leggen en om te concluderen over de impact ervan en de gevolgen, zo op de toelaatbaarheid van de vordering als op de grond/omvang van de gevorderde schadevergoeding, evenals om alle stukken in verband met de uitgevoerde en betaalde herstellingen door BARISEAU betrekkelijk het dak in kwestie over te leggen, dit bij voorkeur in een overzichtstabel geklasseerd per jaartal, onder verwijzing naar de erop betrekking hebbende stukken en betalingsbewijzen. 2.a. In conclusies neergelegd ter griffie van het hof na de bevolen heropening der debatten vordert BARISEAU nog steeds de inwilliging van haar vordering zoals door het hof beschreven in punt 3.a. van het tussenarrest van 19 oktober 2007, maar thans enkel lastens DE MEESTERE (en waarbij enkel het bedrag aan gevorderde rente van voorheen euro 25.648,69 werd opgetrokken naar euro 26.125,49). 2.b. In conclusies neergelegd ter griffie van het hof na de bevolen heropening der debatten vordert DE MEESTERE dat het hof: - het hoger beroep afwijst als onontvankelijk, minstens ongegrond en onbewezen; - ondergeschikt, voor het geval het hof het hoger beroep van BARISEAU ontvankelijk verklaart: - recht doende op haar incidenteel beroep: - in hoofdorde: het vonnis a quo nietig verklaart in zoverre het de vordering van BARISEAU, een niet rechtsgeldig tussengekomen procespartij, ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond verklaarde; dienvolgens doende wat de eerste rechter had moeten doen, desnoods de zaak tot zich trekkende, opnieuw wijzende, de vordering van BARISEAU afwijst als onontvankelijk; - ondergeschikt: voor het geval het hof het hoger beroep van BARISEAU toelaatbaar en ontvankelijk verklaart; zegt voor recht dat DE MEESTERE gerechtigd is op schadevergoeding (wegens procesrechtelijke fraude) overeenstemmend met het bedrag in hoofdsom, intresten en gerechtskosten waarop BARISEAU zou gerechtigd zijn en zegt voor recht dat, na gerechtelijke compensatie, BARISEAU en zijzelf elkaar niets meer verschuldigd zijn; - uiterst ondergeschikt: haar incidenteel beroep tegen het bestreden vonnis dat haar veroordeelde tot betaling van het bedrag van euro 3.894,26 ontvankelijk en gegrond verklaart, dit deel van het vonnis teniet doet en opnieuw recht doende zegt voor recht dat zij geen fout beging door de dakconstructie zoals ontworpen door de architect uit te voeren en zij derhalve niet aansprakelijk is voor welke schade ook die BARISEAU zou geleden hebben; ondergeschikt zegt voor recht dat BARISEAU minstens voor 1/3 verantwoordelijk is voor haar eigen schade en het bedrag waartoe zij werd veroordeeld dienvolgens herleidt tot euro 2.596,17; - BARISEAU verwijst in de nader aan haar zijde begrote gedingkosten van de beide instanties. 3.a. In conclusies neergelegd ter griffie van het hof op 18 januari 2006 heeft nv DE MEESTERE uiteengezet dat zij de rechtsopvolger is van de nv DE MEESTERE met KBO nr. 0405.330.435 en dat zij in die hoedanigheid het geding hervat. Zij vervolgt -onder verwijzing naar de door haar desbetreffend overgelegde stukken 18 en 19, waaronder het splitsingsvoorstel van 23 maart 2000 en de publicatie in de bijlage tot het Belgisch Staatsblad van 30 juni 2000 van de notariële akte inzake buitengewone algemene vergadering van 5 juni 2000- dat haar rechtsvoorgangster op 5 juni 2000 werd ontbonden en gesplitst door de oprichting van twee nieuwe vennootschappen: Nv DEMETAL Nv DE MEESTERE In de titulatuur van het tussenarrest van 19 oktober 2007 werd door het hof melding gemaakt van deze gedinghervatting, en voor zoveel als nodig wordt aan de nv DE MEESTERE hiervan nog eens expliciet akte gegeven in het dictum van onderhavig arrest. 3.b. Aan de partijen wordt vooreerst akte verleend van de afstand ter terechtzitting van de opgeworpen excepties die verband houden met de wijze van mededeling van stukken (laattijdige en/of onvolledige mededeling). 4. Na de heropening van de debatten en naar aanleiding van het opvragen door het hof van de akte eigendomsovergang van het kwestieuze onroerend bedrijfsgebouw, voorzien van het gebrekkige dak, heeft DE MEESTERE uit de haar door BARISEAU medegedeelde aanvullende stukken achterhaald dat partij BARISEAU een ingreep onderging die kan vergeleken worden met wat voor haar, DE MEESTERE, hiervoor werd uiteengezet onder punt 3.a. van onderhavig arrest, maar dan zoveel jaren eerder (reeds in 1981) en waarvan aan haar, DE MEESTERE, nooit eerder zelfs maar mededeling werd gedaan. Het enige wat heel misschien een indicatie had kunnen zijn van een gewijzigde hoedanigheid in hoofde van partij BARISEAU was de wijziging in de loop van het geding van het inschrijvingsnummer in het handelsregister te Kortrijk (van nr. 13.239 naar nr. 100.545) (maar dit is niet opgevallen en dan nog had deze wijziging van handelsregisternummer op zich absoluut geen duidelijke relevantie inzake een wijziging van hoedanigheid gelet op wat in de in navolgende §en wordt aangehaald uit de notariële akte van 31 december 1981 van notaris Frederic Maelfait i.v.m. het verder toegestane gebruik van het oude handelsregisternummer 13.239 van de oude pvba BARISEAU door de nieuwe nv BARISEAU) BARISEAU heeft immers een notariële akte medegedeeld, verleden op 31 december 1981 door notaris Frederic Maelfait, met standplaats te Harelbeke waar ter buitengewone algemene vergadering van de pvba BARISEAU (toen eigenlijk genaamd volgens deze notariële akte de pvba AUTOBEDRIJF B. BARISEAU) werd beslist tot: I. SPLITSING VAN DE VENNOOTSCHAP door inbreng van de geheelheid van haar actief en passief vermogen: deels in een op te richten naamloze vennootschap onder de benaming nv BARISEAU en deels in een op te richten naamloze vennootschap onder de benaming nv BELY. De inbreng in de nv BARISEAU ... omvatte: I. ACTIEF: - vastliggend: 2.172.000 frank (thans euro 53.842,47) - voorraden: 16.945.000 frank (thans euro 420.055,57) - debiteuren: 10.708.000 frank (thans euro 265.444,38) - beschikbaar: 259.000 frank (thans euro 6.420,44) - overlopende rekeningen: 877.000 frank (thans euro 21.740,26) De cliënteel en de goodwill, het voordeel van de inschrijving in het handelsregister van Kortrijk onder nummer 13.239 op naam van de pvba AUTOBEDRIJF B. BARISEAU , het voordeel van in uitvoering zijnde contracten. Deze goederen worden geschat op 30.961.000 frank (thans euro 767.503,14) II. PASSIEF: - langlopende schulden: 2.920.000 frank (thans euro 72.384,91) - kortlopende schulden: 23.196.000 frank (thans euro 575.013,82) - overlopende schulden: 432.000 frank (thans euro 10.709,00) Dit passief wordt geschat op 26.548.000 frank (thans euro 658.107,72) Zodat een netto actief overblijft van 4.413.000 frank (thans euro 109.395,41) En, in het algemeen, alle goederen die de pvba AUTOBEDRIJF B. BARISEAU toebehoren en die niet worden ingebracht bij de oprichting van de nv BELY. Indien de vennootschap AUTOBEDRIJF B. BARISEAU later belastingen zou moeten dragen, die tot op heden nog niet werden gevorderd, zal de vennootschap nv BARISEAU deze volledig ten hare laste nemen met uitzondering van de belasting met betrekking op onroerende goederen. Als vergoeding voor deze inbreng worden aan de vennootschap AUTOBEDRIJF B. BARISEAU in vereffening 9000 volledig afbetaalde aandelen van de op te richten vennootschap nv BARISEAU verstrekt, die zullen worden omgewisseld in verhouding van één aandeel pvba AUTOBEDRIJF B. BARISEAU voor één aandeel nv BARISEAU. De inbreng in de nv BELY... omvatte: ACTIVA STAD KORTRIJK
  2. a)DE BOUWWERKEN EN ONROERENDE ELEMENTEN DOOR BESTEMMING OF INLIJVING VAN EEN GARAGE, gelegen op grond aan de Doornstraat, nummer 17, bekend op het kadaster sectie A, nummer 25/L/3; Deze grond toebehorend aan de heer Bernard Bariseau wordt verhuurd aan de pvba AUTOBEDRIJF B. BARISEAU en dit volgens akte van huurovereenkomst verleden voor notaris Callens op 20 juli 1968. De grond waarop deze garage is gelegen zal ingebracht worden door de heer Bernard Bariseau eenmaal de nv BELY is opgericht, en dit ter gelegenheid van een kapitaalsverhoging
  3. b)EEN WOONHUIS met afhankelijkheden, gelegen aan de Meensesteenweg, nummer 25, bekend op het kadaster sectie A, nummer 25/M/2, met een inhoudsgrootte van 1a 20ca
  4. c)EEN WOONHUIS met afhankelijkheden, gelegen aan de Meensesteenweg, nummer 31, bekend op het kadaster sectie A, nummer 25/G/3, met een inhoudsgrootte van 3a 27ca Deze onroerende goederen gezamenlijk een geschatte waarde hebbend van 9.693.000 frank (thans euro 240.283,19) PASSIVA De lasten en hypothecaire schulden die deze goederen bezwaren worden ingebracht in de nv BARISEAU. Indien de vennootschap pvba AUTOBEDRIJF B. BARISEAU later belastingen zou moeten dragen, die tot op heden nog niet werden gevorderd, zal de vennootschap nv BELY deze die betrekking hebben op voormelde onroerende goederen ten hare laste nemen. Als vergoeding voor deze inbreng worden aan de vennootschap pvba AUTOBEDRIJF B. BARISEAU in vereffening 9000 volledig afbetaalde aandelen van de op te richten vennootschap nv BELY verstrekt, die zullen worden omgewisseld in verhouding van één aandeel pvba AUTOBEDRIJF B. BARISEAU voor één aandeel nv BELY. II. VERVROEGDE ONTBINDING VAN DE VENNOOTSCHAP. De vergadering beslist de vervroegde ontbinding van de pvba AUTOBEDRIJF B. BARISEAU en haar liquidatie vanaf heden III. BENOEMING VAN EEN VEREFFENAAR De vergadering beslist een vereffenaar te benoemen en stelt aan voor dit ambt: de heer Bernard Bariseau...die aanvaardt IV. MACHTIGING ...Inzonderheid mag de vereffenaar het actief en passief vermogen van de vennootschap inbrengen bij wijze van splitsing zoals herhaald in de eerste beslissing. Hij zal de 9000 aandelen van de op te richten nv BARISEAU verdelen tussen de aandeelhouders van de pvba AUTOBEDRIJF B. BARISEAU in verhouding van een aandeel pvba AUTOBEDRIJF B. BARISEAU voor één aandeel nv BARISEAU, en de 9000 aandelen van de op te richten nv BELY in verhouding van één aandeel pvba AUTOBEDRIJF B. BARISEAU voor één aandeel nv BELY. De vereffenaar wordt ontslagen inventaris op te maken en mag zich aan de boeken van de vennootschap houden... V. OPSCHORTENDE VOORWAARDE De voorgaande beslissingen werden genomen onder de opschortende voorwaarde van de verwezenlijking van de splitsing door de oprichting van de nv BARISEAU en de oprichting van de nv BELY.... (het hof wijst erop dat de cursivering en de onderlijning in de hiervoor aangehaalde akte van zijn hand zijn) In de hiervoor onder punt 4. aangehaalde akte van 31 december 1981 van notaris Frederic Maelfait leest het hof de beslissing ter buitengewone algemene vergadering tot splitsing van de pvba BARISEAU door inbreng van de algeheelheid van haar actief en passief vermogen in enerzijds de nieuw op te richten nv BARISEAU en anderzijds de nieuw op te richten nv BELY evenals de daarbij eveneens genomen beslissing tot ontbinding en vereffening van de pvba BARISEAU, zodat beslist werd om deze laatste vennootschap niet veel langer nog te laten voortbestaan (zelfs niet als holding of houdstermaatschappij van aandelen). Anderzijds leest het hof in deze akte eveneens dat in de nv BELY weliswaar de onroerende goederen werden ingebracht, uitgezonderd de eraan klevende lasten en hypothecaire schulden die in de nv BARISEAU werden ingebracht (met weerom de uitzondering van de op deze onroerende goederen betrekking hebbende nog ongekende belastingen die door de nv BELY zouden worden gedragen). Uit de hierboven in punt 4. uit de notariële akte van 31 december 1981 in onderlijnd cursief aangehaalde restclausule blijkt dat alle goederen van de pvba BARISEAU die niet werden ingebracht in de nv BELY werden ingebracht in de nv BARISEAU, derhalve ook de goederen, zoals de hier aan de orde zijnde schuldvordering in herstellende schadevergoeding, die reeds in rechte was gevorderd door de pvba BARISEAU en waaromtrent derhalve reeds een procedure aanhangig was gemaakt en die niet in de akte van 31 december 1981 voormeld noch anderszins blijkt te zijn overgedragen aan de nv BELY. 5. Partij DE MEESTERE werpt terecht op (onder verwijzing naar en overlegging van het arrest van het Hof van Cassatie van 4 januari 2008 (nr. F.06.0066.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080104.3/1)) dat een splitsing van vennootschap, zoals de bvba BARISEAU te dezen onderging ingevolge de beslissingen genomen bij buitengewone algemene vergadering, vervat en vastgelegd in de notariële akte van notaris Frederic Maelfait van 31 december 1981 en in het kader waarvan de nv BARISEAU (en eveneens de nv BELY) nieuw werd(
  5. en)opgericht, eigenlijk een wijziging van hoedanigheid inhoudt die tot de hervatting van het geding noopt. Waar bij een fusie van vennootschappen er een ogenblikkelijke ontbinding van de vennootschap plaatsgrijpt zonder dat daarna nog de vereffening van de vennootschap plaats moet vinden is dat bij onderhavige splitsing niet het geval. De splitsing te dezen van de pvba BARISEAU gebeurde onder opschortende voorwaarde van de oprichting van twee nieuwe vennootschappen, waarbij de oude pvba BARISEAU weliswaar in ontbinding werd gesteld, maar met de noodzaak van een vereffening en zonder dat deze ontbinding bij splitsing echt genoodzaakt is (de pvba had immers ook als holding en niet zozeer alleen met het oog op haar vereffening kunnen blijven voortbestaan). De nv BARISEAU heeft bovendien niet de algeheelheid en algemeenheid van het actief en passief van de vroegere pvba BARISEAU ontvangen en zij is derhalve geenszins als de voortzetting noch de algehele rechtsopvolger van de pvba BARISEAU te beschouwen. Pvba en nv BARISEAU zijn twee onderscheiden rechtspersonen die naast elkaar hebben bestaan. Er is een wijziging van hoedanigheid opgetreden, de partij pvba BARISEAU die het geding oorspronkelijk heeft ingesteld bleef niet dezelfde. Gedinghervatting moest derhalve te dezen gebeuren, wegens wijziging van hoedanigheid zoals voormeld, maar deze gedinghervatting is niet gebeurd en de raadsman van BARISEAU heeft op vraag van het hof ter zitting of er te dezen gedinghervatting noodzakelijk was uitdrukkelijk gesteld dat er geen hervatting van geding werd/zou worden gedaan (cf. zittingsblad zitting van 9 oktober 2009) DE MEESTERE stelt daarbij verder op correcte wijze (onder verwijzing naar en overlegging van het arrest van het Hof van Cassatie van 6 december 2007 (nr.C.06.0092.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071206.2)) dat de gedinghervatting niet impliciet kan gebeuren maar dat degene die het geding namens een rechtsvoorganger hervat in een neergelegde akte dient te verklaren, dit is tot uiting te brengen dat hij het geding wegens de rechtsopvolging hervat. Dergelijke gedinghervatting is in hoofde van de nv BARISEAU nooit gebeurd. Blijkens de hiervoor onder punt 4. aangehaalde akte van 31 december 1981 van notaris Frederic Maelfait genoot de nv BARISEAU na haar oprichting nog ‘het voordeel van de inschrijving in het handelsregister van Kortrijk onder nummer 13.239 op naam van de pvba AUTOBEDRIJF B. BARISEAU' Het latere nieuwe handelsregisternummer 100.545 viel derhalve niet samen met of indiceerde alleszins niet noodzakelijkerwijze de te dezen tussengekomen wijziging van hoedanigheid bij de partij BARISEAU. Krachtens art. 815 Ger.W. blijft een verandering van staat of de wijziging van de hoedanigheid zonder gevolg zolang daarvan geen kennis is gegeven. In de eerste aanleg werd steeds recht gedaan jegens de pvba BARISEAU zoals omgevormd naar nv BARISEAU maar waarbij niets werd gezegd over en ook niet werd gedacht aan een wijziging van hoedanigheid, welke wijziging van hoedanigheid zich zoals reeds eerder aangegeven evenmin ergens duidelijk en ondubbelzinnig te verstaan gaf. De rechter in de eerste aanleg (in de rechtbank van koophandel te Kortrijk en later na verwijzing de rechter in de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk) heeft derhalve steeds recht gedaan jegens de pvba BARISEAU of de omvorming ervan naar nv, zonder enige gedachte aan een wijziging van hoedanigheid in hoofde van de pvba BARISEAU, die hij niet kende noch redelijkerwijze kon kennen. Dit blijkt duidelijk uit de titulatuur van het tussenvonnis van 24 oktober 1991 van de eerste kamer van de rechtbank van koophandel te Kortrijk waar sprake is van de naamloze vennootschap "BARISEAU", voorheen P.V.B.A., met zetel te 8500 Kortrijk, Meensesteenweg 19; ingeschreven in het handelsregister te Kortrijk onder nr. 13.239. Het handelsregisternummer 13.239 wordt hier uitdrukkelijk door de rechter in de rechtbank van koophandel te Kortrijk met de nv BARISEAU als omgevormde pvba BARISEAU geassocieerd en wanneer de rechter in de eerste aanleg te Kortrijk nog later geconfronteerd werd met het handelsregisternummer 100.545 diende hij daar zomaar geen wijziging van hoedanigheid achter te gaan zoeken. De nv BARISEAU heeft in de eerste aanleg eerst nog geconcludeerd zonder enig handelsregisternummer te vermelden om dan jaren later ineens het handelsregisternummer 100.545 in conclusies te vermelden. Nooit werd daarbij zelfs maar melding gedaan van enige gewijzigde hoedanigheid. Er werd door partij BARISEAU, tegen de stukken in, zelfs in de beroepsakte, gedaan alsof en geconcludeerd alsof indertijd (eind van de jaren 1960) door de nv BARISEAU zou zijn gecontracteerd met DE MEESTERE. Wanneer de nv BARISEAU haar beroepsakte neerlegde ter griffie van het hof werd daarin en in de appelconclusies tot en met het tussenarrest van 19 oktober 2007 evenmin enige duidelijke melding gemaakt van enige gewijzigde hoedanigheid, evenmin werd gezegd dat de nv BARISEAU hoger beroep instelde als rechtsopvolger van de pvba BARISEAU. Wanneer het hof in het tussenarrest van 19 oktober 2007 het hoger beroep van BARISEAU toelaatbaar verklaarde beschouwde het hof dat hoger beroep, iets anders was niet te zijner kennis noch kon dit te zijner kennis zijn, als het hoger beroep van de in een nv omgevormde pvba BARISEAU, zelfde partij ten aanzien van wie in de eerste aanleg de bestreden vonnissen waren gewezen en waarvan het hof aannam dat deze vennootschap aldus omgevormd in nv bestond en hoedanigheid en belang had om hoger beroep in te stellen tegen de jegens haar uitgesproken bestreden vonnissen. In zoverre pas na de heropening van de debatten de voormelde gewijzigde hoedanigheid voor het eerst aan de orde gekomen is en gebleken is en in zoverre de nv BARISEAU dan pas voor het eerst lijkt te willen doen aannemen dat zij als rechtsopvolgster van en na wijziging van hoedanigheid van de vroegere pvba BARISEAU naar nv BARISEAU hoger beroep zou hebben in gesteld en dat zij de meerdere veroordeling aldus en in die hoedanigheid van DE MEESTERE zou willen nastreven kan het hof daar geen gevolg aan geven. Waar de nv BARISEAU als rechtsopvolgster van en na wijziging van hoedanigheid van de vroegere pvba BARISEAU: - nergens hervatting van geding heeft gedaan, - geen hoger beroep in die hoedanigheid heeft ingesteld - en nu zij in dergelijke hoedanigheid eigenlijk ook nooit heeft geconcludeerd noch gevorderd kan het hof alleen maar vaststellen dat deze nv BARISEAU als rechtsopvolgster van en na wijziging van hoedanigheid van de vroegere pvba BARISEAU eigenlijk geen partij in zake is en dat haar hoger beroep en de daarin ter herbeoordeling aangeboden oorspronkelijke vordering eigenlijk in haren hoofde aldus en in die hoedanigheid niet ontvankelijk zijn. Het incidenteel beroep van DE MEESTERE is derhalve gegrond waar het om het teniet doen verzoekt van de door het bestreden vonnis van 6 september 2005 lastens haar uitgesproken veroordeling jegens partij BARISEAU want deze nv BARISEAU die lastens haar over een vordering kon beschikken in de hoedanigheid van rechtsopvolgster van en na wijziging van hoedanigheid van de vroegere pvba BARISEAU was nooit in zake. Al het overige door DE MEESTERE gevorderde is van geformuleerde subsidiaire aard en kan hier niet verder aanbod komen. 6. Als de in het ongelijk gestelde partij wordt de nv BARISEAU verwezen in alle kosten van de beide instanties, zowel aan haar zijde gevallen en geen nadere begroting behoevend als gevallen aan de zijde van DE MEESTERE. Wat de rechtsplegingvergoeding van de eerste aanleg betreft begroot DE MEESTERE deze op de som van euro 342,09 die kan worden toegekend en wat de rechtsplegingvergoeding in deze instantie van hoger beroep betreft wordt het basistarief toegekend van euro 7.000,00, bepaald volgens art. 2 van het KB van 26 oktober 2007 (tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingvergoeding bedoeld in art. 1022 Ger.W. en tot vaststelling van inwerkingtreding van de artikelen 1 tot 13 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van de advocaat), geen wettige redenen aangehaald zijnde noch bewezen voorhanden te zijn om van dit basistarief af te wijken. Alle anders en meer gevorderde en alle andere middelen afwijzend als niet aan de orde, niet relevant en niet van aard zijnde om tot een andersluidende beslissing te moeten leiden. Om deze redenen, het hof, recht doende op tegenspraak en met toepassing van art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken. Geeft voor zoveel als nodig akte aan nv DE MEESTERE van haar gedane gedinghervatting, zoals reeds nader werd vermeld in de titulatuur van het tussenarrest van 19 oktober 2007; Geeft akte aan de partijen van hun afstand ter terechtzitting van 9 oktober 2009 van de opgeworpen excepties die verband houden met de wijze van mededeling van stukken (laattijdige en/of onvolledige mededeling). Zegt voor recht dat wanneer het hof in het tussenarrest van 19 oktober 2007 het hoger beroep van nv BARISEAU toelaatbaar verklaarde, zij alsdan dat hoger beroep beschouwde als het hoger beroep van een in nv omgevormde pvba BARISEAU. Verklaart het incidenteel beroep van nv DE MEESTERE gegrond als volgt. Doet het bestreden vonnis van 6 september 2005 teniet in zoverre het enige veroordeling van nv DE MEESTERE jegens de nv BARISEAU heeft uitgesproken in hoofdsom, intresten en kosten. Opnieuw recht doende, zegt voor recht dat in zoverre nv BARISEAU voor het eerst na de heropening van de debatten lijkt te willen doen aannemen dat zij als rechtsopvolgster van en na wijziging van hoedanigheid van de vroegere pvba BARISEAU hoger beroep zou hebben ingesteld en de veroordeling aldus en in die hoedanigheid van DE MEESTER wil nastreven, deze nv BARISEAU als rechtsopvolgster van en na wijziging van hoedanigheid van de vroegere pvba BARISEAU eigenlijk niet als partij in zake is en dit nooit was zodat dezes hoger beroep en de daarin ter herbeoordeling aangeboden oorspronkelijke vordering eigenlijk in haren hoofde aldus en in die hoedanigheid niet ontvankelijk zijn. Verwijst partij BARISEAU in de gedingkosten van de beide instanties, zo aan haar zijde gevallen maar niet te begroten als gevallen aan de zijde van DE MEESTERE en begroot op euro 342,09 rechtsplegingvergoeding eerste aanleg en euro 7.000,00 rechtsplegingvergoeding hoger beroep. Aldus gewezen door de negende kamer van het Hof van beroep te Gent, recht doende in burgerlijke zaken, samengesteld uit: De heer H. Verhaest Kamervoorzitter, Mevrouw M. Beerens Raadsheer, De heer A. Colpaert Raadsheer, en uitgesproken door de Kamervoorzitter van de kamer in openbare terechtzitting op dertig oktober tweeduizend en negen, bijgestaan door Mevrouw M. Vercruysse Griffier. Gerelateerde publicatie(
  6. s)citeert: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071206.2 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080104.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.