← België

ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091102.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 02 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091102.2 Rolnummer: 2008/AR/0189 Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2010-01-28 Raadplegingen: 104 - laatst gezien 2026-07-02 20:31 Fiche - Uit de samenlezing met de artikelen 19 en 36 W.G.A. volgt dat het toepassingsgebied van art. 44,2° W.G.A. ratione temporis beperkt blijft tot de periode van voorlopige opschorting van betaling. - De materiële voorwaarde stelt dat het handelingen moet betreffen door de schuldenaar verricht tijdens de akkoordprocedure, met medewerking, machtiging of bijstand van de commissaris inzake opschorting. Het moet gaan om een actieve tussenkomst waarbij de commissaris inzake opschorting voorafgaand beslissingen neemt en daden stelt die gericht zijn op de totstandkoming van deze handeling waardoor de betrokken schuld ontstaat. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE - Gerechtelijk akkoord Vrije woorden: Gerechtelijk akkoord - Boedelschulden bij toepassing van art. 44,2° W.G.A. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 7 de BIS Kamer ________ Terechtzitting van 02-11 2009 samenvoeging van de zaken 2008/AR/189, 2008/AR/394, 2008/AR/882, 2008/AR/1577 en 2008/AR/1578 GEDEELTELIJK TUSSENARREST + BR I. In de zaak nr. 2008/AR/189 van : ------------------------------------------- C.V. STIBBE, advocatenassociatie, met kantoor te 1000 Brussel, Loksumstraat 25, Central Plaza, met ondernemingsnummer 0429.914.688 en ingeschreven in het register der burgerlijke vennootschappen onder nr. 666, appellante, hebbende als raadsman mr. Ann Verlaenen, advocaat met kantoor te 1083 Brussel, George Simpsonstraat 21, tegen

  1. Mr. I. F., advocaat met kantoor te , optredende in zijn hoedanigheid van curator ad hoc over het faillissement van de N.V. V.W.V., met maatschappelijke zetel te 8630 Veurne, Albert-I-laan 52, in staat van faillissement verklaard bij vonnis van 17.01.2003 en hiertoe aangesteld bij vonnis van 5 maart 2003 van de rechtbank van koophandel te Veurne, geïntimeerde q.q., in persoon verschijnende,
  2. Mr. J. D., advocaat met kantoor te , optredende in zijn hoedanigheid van curator ad hoc van de samengevoegde faillissementen van: - N.V. CONSTRUCTIEWERKHUIZEN G. V. W. & CO in vereffening, met maatschappelijke zetel te 8630 Veurne, Welvaartstraat 2, - N.V. V. W. INOX CONSTRUCT in vereffening, met maatschappelijke zetel te 8630 Veurne, Albert-I-laan 52, - N.V. V.W.V. HOLDING in vereffening, met maatschappelijke zetel te 8630 Veurne, Welvaartstraat 1, in staat van faillissement verklaard bij vonnis van 15.03.2000 en hiertoe aangesteld bij vonnis van 5 maart 2003 van de rechtbank van koophandel te Veurne, geïntimeerde q.q., in persoon verschijnende,
  3. N.V. KBC LEASE HOLDING, voorheen N.V. KBC LEASE en FIDISCO, met maatschappelijke zetel te 1831 Diegem, Kosterstraat 209 en thans te 3000 Leuven, Parijsstraat 52 en met ondernemingsnummer 0403.272.253, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Geert Daem, advocaat met kantoor te 1750 Lennik, Karel Keymolenstraat 22,
  4. de RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling van sociale zekerheid met maatschappelijke zetel te 1060 Brussel, Victor Hortaplein 11 en met ondernemingsnummer 0260.731.645, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Kurt Vanlerberghe, advocaat met kantoor te 8600 Diksmuide, Woumenweg 109,
  5. N.V. KBC BANK, met maatschappelijke zetel te 1080 Brussel, Havenlaan 2 en met ondernemingsnummer 0462.920.226, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Koen Baluwé, advocaat met kantoor te 8582 Outrijve, Molenstraat 59,
  6. J. B., wonende te ,
  7. D. B., wonende te , geïntimeerden, hebbende als raadsman mr. Sabine De Wispelaere, advocaat met kantoor te 8400 Oostende, Prinsenlaan 2,
  8. N.V. FORTIS BANK, met maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Warandeberg 3 en met ondernemingsnummer 0403.199.702, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Fernand George, advocaat met kantoor te 8630 Veurne, Zuidstraat 39, II. In de zaak nr. 2008/AR/394 van : ------------------------------------------- de RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling van sociale zekerheid met maatschappelijke zetel te 1060 Brussel, Victor Hortaplein 11 en met ondernemingsnummer 0260.731.645, appellante, hebbende als raadsman mr. Kurt Vanlerberghe, advocaat met kantoor te 8600 Diksmuide, Woumenweg 109, tegen
  9. Mr. J. D., advocaat met kantoor te , optredende in zijn hoedanigheid van curator ad hoc van de samengevoegde faillissementen van: - N.V. CONSTRUCTIEWERKHUIZEN G. V. W. & CO in vereffening, met maatschappelijke zetel te 8630 Veurne, Welvaartstraat 2, - N.V. V. W. INOX CONSTRUCT in vereffening, met maatschappelijke zetel te 8630 Veurne, Albert-I-laan 52, - N.V. V.W.V. HOLDING in vereffening, met maatschappelijke zetel te 8630 Veurne, Welvaartstraat 1, in staat van faillissement verklaard bij vonnis van 15.03.2000 en hiertoe aangesteld bij vonnis van 5 maart 2003 van de rechtbank van koophandel te Veurne, geïntimeerde q.q., in persoon verschijnende,
  10. Mr. I. F., advocaat met kantoor te , optredende in zijn hoedanigheid van curator ad hoc over het faillissement van de N.V. V.W.V., met maatschappelijke zetel te 8630 Veurne, Albert-I-laan 52, in staat van faillissement verklaard bij vonnis van 17.01.2003 en hiertoe aangesteld bij vonnis van 5 maart 2003 van de rechtbank van koophandel te Veurne, geïntimeerde q.q., in persoon verschijnende,
  11. N.V. KBC LEASE HOLDING, voorheen N.V. KBC LEASE en FIDISCO, met maatschappelijke zetel te 1831 Diegem, Kosterstraat 209 en thans te 3000 Leuven, Parijsstraat 52 en met ondernemingsnummer 0403.272.253, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Geert Daem, advocaat met kantoor te 1750 Lennik, Karel Keymolenstraat 22,
  12. N.V. KBC BANK, met maatschappelijke zetel te 1080 Brussel, Havenlaan 2 en met ondernemingsnummer 0462.920.226, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Koen Baluwé, advocaat met kantoor te 8582 Outrijve, Molenstraat 59,
  13. DE BELGISCHE STAAT, FOD Financiën, in de persoon van de Ontvanger der Directe Belastingen Brugge 2, met kantoren te 8000 Brugge, G. Vyncke-Dujardinstraat 4, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Pierre Debra, advocaat met kantoor te 8630 Veurne, Duinkerkestraat 33,
  14. J.B., wonende te ,
  15. D.B., wonende te , geïntimeerden, hebbende als raadsman mr. Sabine De Wispelaere, advocaat met kantoor te 8400 Oostende, Prinsenlaan 2,
  16. N.V. FORTIS BANK, met maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Warandeberg 3 en met ondernemingsnummer 0403.199.702, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Fernand George, advocaat met kantoor te 8630 Veurne, Zuidstraat 39,
  17. C.V. STIBBE, advocatenassociatie, met kantoor te 1000 Brussel, Loksumstraat 25, Central Plaza, met ondernemingsnummer 0429.914.688 en ingeschreven in het register der burgerlijke vennootschappen onder nr. 666, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Ann Verlaenen, advocaat met kantoor te 1083 Brussel, George Simpsonstraat 21, III. In de zaak nr. 2008/AR/882 van : --------------------------------------------- Mr. I.F., advocaat met kantoor te , optredende in zijn hoedanigheid van curator ad hoc over het faillissement van de N.V. V.W.V., met maatschappelijke zetel te 8630 Veurne, Albert-I-laan 52, in staat van faillissement verklaard bij vonnis van 17.01.2003 en hiertoe aangesteld bij vonnis van 5 maart 2003 van de rechtbank van koophandel te Veurne, appellant q.q., in persoon verschijnende, tegen
  18. Mr. J.D., advocaat met kantoor te , optredende in zijn hoedanigheid van curator ad hoc van de samengevoegde faillissementen van: - N.V. CONSTRUCTIEWERKHUIZEN G. V.W. & CO in vereffening, met maatschappelijke zetel te 8630 Veurne, Welvaartstraat 2, - N.V. V.W. INOX CONSTRUCT in vereffening, met maatschappelijke zetel te 8630 Veurne, Albert-I-laan 52, - N.V. V.W.V. HOLDING in vereffening, met maatschappelijke zetel te 8630 Veurne, Welvaartstraat 1, in staat van faillissement verklaard bij vonnis van 15.03.2000 en hiertoe aangesteld bij vonnis van 5 maart 2003 van de rechtbank van koophandel te Veurne, geïntimeerde q.q., in persoon verschijnende,
  19. N.V. KBC LEASE HOLDING, voorheen N.V. KBC LEASE en FIDISCO, met maatschappelijke zetel te 1831 Diegem, Kosterstraat 209 en thans te 3000 Leuven, Parijsstraat 52 en met ondernemingsnummer 0403.272.253, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Geert Daem, advocaat met kantoor te 1750 Lennik, Karel Keymolenstraat 22,
  20. N.V. KBC BANK, met maatschappelijke zetel te 1080 Brussel, Havenlaan 2 en met ondernemingsnummer 0462.920.226, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Koen Baluwé, advocaat met kantoor te 8582 Outrijve, Molenstraat 59,
  21. DE BELGISCHE STAAT, FOD Financiën, in de persoon van de Ontvanger der Directe Belastingen Brugge 2, met kantoren te 8000 Brugge, G. Vyncke-Dujardinstraat 4, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Pierre Debra, advocaat met kantoor te 8630 Veurne, Duinkerkestraat 33,
  22. J.B., wonende te ,
  23. D.B., wonende te , geïntimeerden, hebbende als raadsman mr. Sabine De Wispelaere, advocaat met kantoor te 8400 Oostende, Prinsenlaan 2,
  24. N.V. FORTIS BANK, met maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Warandeberg 3 en met ondernemingsnummer 0403.199.702, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Fernand George, advocaat met kantoor te 8630 Veurne, Zuidstraat 39,
  25. C.V. STIBBE, advocatenassociatie, met kantoor te 1000 Brussel, Loksumstraat 25, Central Plaza, met ondernemingsnummer 0429.914.688 en ingeschreven in het register der burgerlijke vennootschappen onder nr. 666, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Ann Verlaenen, advocaat met kantoor te 1083 Brussel, George Simpsonstraat 21,
  26. de RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling van sociale zekerheid met maatschappelijke zetel te 1060 Brussel, Victor Hortaplein 11 en met ondernemingsnummer 0260.731.645, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Kurt Vanlerberghe, advocaat met kantoor te 8600 Diksmuide, Woumenweg 109, IV. In de zaak nr. 2008/AR/1577 van : ----------------------------------------------- J.B., wonende te , appellant, hebbende als raadsman mr. Sabine De Wispelaere, advocaat met kantoor te 8400 Oostende, Prinsenlaan 2, tegen
  27. Mr. I.F., advocaat met kantoor te , optredende in zijn hoedanigheid van curator ad hoc over het faillissement van de N.V. V.W.V., met maatschappelijke zetel te 8630 Veurne, Albert-I-laan 52, in staat van faillissement verklaard bij vonnis van 17.01.2003 en hiertoe aangesteld bij vonnis van 5 maart 2003 van de rechtbank van koophandel te Veurne, geïntimeerde q.q., in persoon verschijnende,
  28. Mr. J.D., advocaat met kantoor te , optredende in zijn hoedanigheid van curator ad hoc van de samengevoegde faillissementen van: - N.V. CONSTRUCTIEWERKHUIZEN G. V.W. & CO in vereffening, met maatschappelijke zetel te 8630 Veurne, Welvaartstraat 2, - N.V. V.W. INOX CONSTRUCT in vereffening, met maatschappelijke zetel te 8630 Veurne, Albert-I-laan 52, - N.V. V.W.V. HOLDING in vereffening, met maatschappelijke zetel te 8630 Veurne, Welvaartstraat 1, in staat van faillissement verklaard bij vonnis van 15.03.2000 en hiertoe aangesteld bij vonnis van 5 maart 2003 van de rechtbank van koophandel te Veurne, geïntimeerde q.q., in persoon verschijnende,
  29. N.V. KBC LEASE HOLDING, voorheen N.V. KBC LEASE en FIDISCO, met maatschappelijke zetel te 1831 Diegem, Kosterstraat 209 en thans te 3000 Leuven, Parijsstraat 52 en met ondernemingsnummer 0403.272.253, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Geert Daem, advocaat met kantoor te 1750 Lennik, Karel Keymolenstraat 22,
  30. de RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling van sociale zekerheid met maatschappelijke zetel te 1060 Brussel, Victor Hortaplein 11 en met ondernemingsnummer 0260.731.645, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Kurt Vanlerberghe, advocaat met kantoor te 8600 Diksmuide, Woumenweg 109,
  31. N.V. KBC BANK, met maatschappelijke zetel te 1080 Brussel, Havenlaan 2 en met ondernemingsnummer 0462.920.226, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Koen Baluwé, advocaat met kantoor te 8582 Outrijve, Molenstraat 59,
  32. DE BELGISCHE STAAT, FOD Financiën, in de persoon van de Ontvanger der Directe Belastingen Brugge 2, met kantoren te 8000 Brugge, G. Vyncke-Dujardinstraat 4, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Pierre Debra, advocaat met kantoor te 8630 Veurne, Duinkerkestraat 33,
  33. D.B., wonende te , geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Sabine De Wispelaere, advocaat met kantoor te 8400 Oostende, Prinsenlaan 2,
  34. N.V. FORTIS BANK, met maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Warandeberg 3 en met ondernemingsnummer 0403.199.702, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Fernand George, advocaat met kantoor te 8630 Veurne, Zuidstraat 39,
  35. C.V. STIBBE, advocatenassociatie, met kantoor te 1000 Brussel, Loksumstraat 25, Central Plaza, met ondernemingsnummer 0429.914.688 en ingeschreven in het register der burgerlijke vennootschappen onder nr. 666, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Ann Verlaenen, advocaat met kantoor te 1083 Brussel, George Simpsonstraat 21, V. In de zaak nr. 2008/AR/1578 van : ----------------------------------------------- D.B., wonende te , appellant, hebbende als raadsman mr. Sabine De Wispelaere, advocaat met kantoor te 8400 Oostende, Prinsenlaan 2, tegen
  36. Mr. I.F., advocaat met kantoor te , optredende in zijn hoedanigheid van curator ad hoc over het faillissement van de N.V. V.W.V., met maatschappelijke zetel te 8630 Veurne, Albert-I-laan 52, in staat van faillissement verklaard bij vonnis van 17.01.2003 en hiertoe aangesteld bij vonnis van 5 maart 2003 van de rechtbank van koophandel te Veurne, geïntimeerde q.q., in persoon verschijnende,
  37. Mr. J.D., advocaat met kantoor te , optredende in zijn hoedanigheid van curator ad hoc van de samengevoegde faillissementen van: - N.V. CONSTRUCTIEWERKHUIZEN G. V.W. & CO in vereffening, met maatschappelijke zetel te 8630 Veurne, Welvaartstraat 2, - N.V. V.W. INOX CONSTRUCT in vereffening, met maatschappelijke zetel te 8630 Veurne, Albert-I-laan 52, - N.V. V.W.V. HOLDING in vereffening, met maatschappelijke zetel te 8630 Veurne, Welvaartstraat 1, in staat van faillissement verklaard bij vonnis van 15.03.2000 en hiertoe aangesteld bij vonnis van 5 maart 2003 van de rechtbank van koophandel te Veurne, geïntimeerde q.q., in persoon verschijnende,
  38. N.V. KBC LEASE HOLDING, voorheen N.V. KBC LEASE en FIDISCO, met maatschappelijke zetel te 1831 Diegem, Kosterstraat 209 en thans te 3000 Leuven, Parijsstraat 52 en met ondernemingsnummer 0403.272.253, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Geert Daem, advocaat met kantoor te 1750 Lennik, Karel Keymolenstraat 22,
  39. de RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling van sociale zekerheid met maatschappelijke zetel te 1060 Brussel, Victor Hortaplein 11 en met ondernemingsnummer 0260.731.645, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Kurt Vanlerberghe, advocaat met kantoor te 8600 Diksmuide, Woumenweg 109,
  40. N.V. KBC BANK, met maatschappelijke zetel te 1080 Brussel, Havenlaan 2 en met ondernemingsnummer 0462.920.226, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Koen Baluwé, advocaat met kantoor te 8582 Outrijve, Molenstraat 59,
  41. DE BELGISCHE STAAT, FOD Financiën, in de persoon van de Ontvanger der Directe Belastingen Brugge 2, met kantoren te 8000 Brugge, G. Vyncke-Dujardinstraat 4, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Pierre Debra, advocaat met kantoor te 8630 Veurne, Duinkerkestraat 33,
  42. J.B., wonende te , geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Sabine De Wispelaere, advocaat met kantoor te 8400 Oostende, Prinsenlaan 2,
  43. N.V. FORTIS BANK, met maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Warandeberg 3 en met ondernemingsnummer 0403.199.702, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Fernand George, advocaat met kantoor te 8630 Veurne, Zuidstraat 39,
  44. C.V. STIBBE, advocatenassociatie, met kantoor te 1000 Brussel, Loksumstraat 25, Central Plaza, met ondernemingsnummer 0429.914.688 en ingeschreven in het register der burgerlijke vennootschappen onder nr. 666, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Ann Verlaenen, advocaat met kantoor te 1083 Brussel, George Simpsonstraat 21, velt het Hof volgend arrest : Partijen werden gehoord ter openbare terechtzitting in hun middelen en conclusies, alsook werden hun stukken ingezien. Het Openbaar Ministerie bracht schriftelijk advies uit, waarna de partijen de mogelijkheid kregen tot repliek.
  45. Bij verzoekschrift, neergelegd op 21 januari 2008, heeft de CV STIBBE hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 3 oktober 2007 op tegen-spraak gewezen door de rechtbank van koophandel te Veurne (A/01/00190). Bij verzoekschrift, neergelegd op 13 februari 2008, heeft de R.S.Z. hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 3 oktober 2007 op tegenspraak gewezen door de rechtbank van koophandel te Veurne (A/01/00190). Bij verzoekschrift, neergelegd op 28 maart 2008, heeft mr. I.F. q.q. curator FL. V.W.V. hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 3 oktober 2007 op tegenspraak gewezen door de rechtbank van koophandel te Veurne (A/01/00190). Bij verzoekschrift, neergelegd op 13 juni 2008, heeft J.B. hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 3 oktober 2007 op tegenspraak gewezen door de rechtbank van koophandel te Veurne (A/01/00190). Bij verzoekschrift, neergelegd op 13 juni 2008, heeft D.B. hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 3 oktober 2007 op tegenspraak gewezen door de rechtbank van koophandel te Veurne (A/01/00190). Feiten en procedure in eerste aanleg
  46. Bij vonnis van 22 september 1999 stond de rechtbank van koophandel te Veurne aan de NV CONSTRUCTIEWERKHUIZEN G. V.W. & C°, de NV V.W. INOX CONSTRUCT en de NV V.W.V. HOLDING (hierna: "V.W.") de voorlopige opschorting van betaling toe voor een periode van 6 maanden, dus tot 22 maart
  47. De groep V.W. was leverancier van materialen en toebehoren voor slachthuizen en slagerijen. Accountant J. D. L. werd als commissaris inzake opschorting benoemd. De raden van bestuur van de vennootschappen onder gerechtelijk akkoord behielden hun volledige bestuursbevoegdheid. Bij verzoekschrift, neergelegd op 28 januari 2000, vroeg de commissaris inzake opschorting machtiging om een gedeeltelijke overdracht van de onderneming te realiseren in het kader van art. 41 W.G.A. Bij vonnis van 10 februari 2000 keurde de rechtbank het concrete voorstel tot gedeeltelijke overdracht van de onderneming aan de NV SWAENEHOF en een nog op te richten vennootschap (samen: "de groep C.') goed. Bij verzoekschrift, neergelegd op 21 februari 2000 vroeg de commissaris inzake opschorting aan de rechtbank om de voorlopige opschorting te beëindigen en hem te bevelen tot bijeenroeping der algemene ver-gaderingen met de ontbinding van de vennootschappen op de agenda, dit overeenkomstig art. 24 W.G.A. Bij beslissingen van de buitengewone algemene vergaderingen van de drie vennootschappen V.W. van 22 februari 2000 werden zij ontbonden en werden telkens twee vereffenaars aangesteld. Bij verzoekschriften, neergelegd op 22 februari 2000, zijn de NV FORTIS BANK, de NV KBC BANK en de R.S.Z. vrijwillig tussengekomen met het verzoek tot faillietverklaring van de groep V.W.. Op 29 februari 2000 richtte de groep C. als vooropgestelde nieuwe vennootschap (in het kader van de overname) de NV V.W.V. op. Bij vonnis van 15 maart 2000 werden de drie vennootschappen V.W. in vereffening failliet verklaard met samenvoeging van de boedels, waarbij mrs. P. L., K. V. en D. W. als curatoren werden aangesteld.
  48. Bij verzoekschrift, neergelegd op 12 februari 2001, verschenen de NV V.W.V. en de curatoren van V.W. vrijwillig. De NV V.W.V. vorderde betaling lastens de curatele van 179.974,54 EUR in hoofdsom als boedelschuld wegens prestaties verricht tijdens het gerechte-lijk akkoord en conform art. 44, 2° W.G.A. Bij verzoekschrift, neergelegd op 30 maart 2001, kwam de NV KBC LEASE vrijwillig tussen. Ook zij vorderde betaling lastens de curatele van 12.391,68 EUR in hoofdsom als boedelschuld. Haar schuldvordering be-treft huurgelden die op basis van diverse leasingcontracten vervielen tijdens de voorlopige opschorting. Bij verzoekschrift, neergelegd op 25 april 2001, kwam de R.S.Z. vrijwillig tussen. Zij vorderde betaling lastens de curatele van 1.088.837,75 EUR in hoofdsom als boedelschuld. Haar schuldvordering betreft R.S.Z. bijdragen die vervielen en opeisbaar geworden zijn tijdens de voorlopige opschorting. Bij verzoekschrift, neergelegd op 7 mei 2001, kwam de NV KBC BANK vrijwillig tussen. Zij verzette zich als belanghebbende (hypothecaire + pandhoudende schuldeiser) tegen de erkenning van de schuldvordering van de NV V.W.V. als boedelschuld. Bij verzoekschriften, neergelegd op resp. 13 en 15 november 2001, kwamen J.B. en D.B. vrijwillig tussen. Ook zij vorderden betaling lastens de curatele van hun schuld-vorderingen als ex-werknemers, te beschouwen als boedelschuld. Bij verzoekschrift, neergelegd op 26 februari 2002, kwam de NV FORTIS BANK vrijwillig tussen. Zij verzette zich als belanghebbende (hypothecaire + pandhoudende schuldeiser) tegen de erkenning van de schuldvordering van de NV V.W.V. als boedelschuld. Bij verzoekschrift, neergelegd op 18 maart 2002, kwam de CV STIBBE, advocaten-associatie, vrijwillig tussen. Ook zij vorderde betaling lastens de curatele van 19.307,71 EUR in hoofdsom als boedelschuld bij toe-passing van art. 44, 2° W.G.A. Haar schuldvordering betreft kosten en erelonen voor juridische prestaties tijdens de voorlopige opschorting. Bij verzoekschrift, neergelegd op 7 juni 2002, kwam de Ontvanger der Directe Belastingen te Brugge II vrijwillig tussen. Hij vorderde betaling lastens de curatele van 196.763,07 EUR in hoofdsom als boedelschuld bij toepassing van art. 44, 2° W.G.A. Zijn schuldvordering betreft een belastingschuld op basis van aanslagen in de bedrijfsvoorheffing m.b.t. de lonen die werden uitbetaald aan de werknemers tijdens de voorlopige opschorting.
  49. Bij vonnis van 17 januari 2003 werd de NV V.W.V. failliet verklaard, waarbij mrs. K. V. en D. W. als curatoren werden aangesteld. Bij vonnissen van 5 maart 2003 werden resp. mr. I.F. (voor het faillissement van de NV V.W.V.) en mr. J.D. (voor het faillissement van de drie vennootschappen V.W.) aangesteld als curatoren ad hoc. Bij tussenvonnis van 30 juni 2004 stelde de eerste rechter een prejudiciële vraag aan het Arbitragehof (thans Grondwettelijk Hof): --- Schendt art. 44 W.G.A., aldus geïnterpreteerd dat schulden aangegaan gedurende de akkoordprocedure, niet bij toepassing van art. 44, 2° W.G.A. als boedelschulden van het faillissement kunnen worden beschouwd, indien de akkoordprocedure eerst aanleiding geeft tot of gevolgd wordt door de in vereffeningstelling van de schuldenaar (rechtspersoon), en pas nadien overgaat in een faillissementsprocedure, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet ? --- Bij het vonnis a quo van 3 oktober 2007 oordeelde de eerste rechter: - Wijst de vorderingen af in zoverre mr. I.F. q.q. curator ad hoc FL. NV V.W.V. en de vrijwillig tussenkomende partijen NV KBC LEASE, R.S.Z., F.O.D. FINANCIEN, B., B. en CV STIBBE, betaling vorderen van hun schuldvordering als boedelschuld conform art. 44, 2° W.G.A. ; - Heropent de debatten om partijen toe te laten hun vordering verder te specificeren, nl. opname te vorderen in het bevoorrecht dan wel gewoon passief van het faillissement en om mr. I.F. q.q. en mr. J.D. q.q. toe te laten duidelijkheid te verstrekken nopens de door deze laatste ingeroepen schuldvergelijking ; - Verwijst de zaak naar de bijzondere rol en houdt de gedingkosten aan. Procedure in hoger beroep
  50. Voor de uitgebreide middelen en argumenten van partijen in hoger beroep, wordt verwezen naar hun beroepsakten en de conclusies. Beoordeling
  51. Gelet op de samenhang, dienen de zaken met de rolnummers 2008/AR/0189, 2008/AR/0394, 2008/AR/0882, 2008/AR/1577 en 2008/AR/1578 te worden samengevoegd.
  52. Bij beslissingen van de buitengewone algemene vergaderingen van de drie vennootschappen V.W. van 22 februari 2000 werden zij ontbonden en werden telkens twee vereffenaars aangesteld. Deze ontbinding deed een vereffeningsboedel ontstaan, gekenmerkt door discontinuïteit en gericht op liquidatie. De bestuursraden van de groep V.W. kozen toen vrijwillig om een einde te maken aan het regime van de voorlopige opschorting van betaling dat hen eerder op eigen verzoek was toegestaan. De ontbinding van de rechtspersoon overeenkomstig art. 45 W.G.A. werd in casu niet gevolgd, gezien het bijeenroepen van de algemene ver-gaderingen op 22 februari 2000 niet op initiatief van de commissaris inzake opschorting is gebeurd (zelfs zonder zijn medeweten) en zonder beslissing van de rechtbank daartoe. Eenmaal tot vrijwillige ontbinding was beslist, kon er geen sprake meer zijn van gerechtelijk akkoord, dat essentieel gericht is op financiële sanering van de onderneming en haar economisch herstel. De enige uitzondering, zijnde de mogelijkheid van gehele of gedeeltelijke overdracht van de onderneming (art. 41 W.G.A.), was in casu op 22 februari 2000 niet meer aan de orde gezien dergelijke overdracht reeds eerder was gerealiseerd. Bij vonnis van 15 maart 2000 werden de drie vennootschappen V.W. in vereffening failliet verklaard met samenvoeging van de boedels. Tussen het einde van de voorlopige opschorting ingevolge vrijwillige ontbinding met vereffening op 22 februari 2000 en het vonnis van faillietverklaring op 15 maart 2000, waren de drie vennootschappen V.W. in vereffening en ontstond een vereffeningsboedel.
  53. Door het faillissement ontstaat een nieuwe samenloop die moet onder-scheiden worden van die welke ontstond bij de invereffeningstelling en een schuld van de vereffeningsboedel is geen schuld van de faillissements-boedel (Antwerpen, 20 december 2001, R.W. 2003-2004, 349 ; Gent, 21 februari 2001, T.B.H. 2002, 319). Voor de schuldvorderingen van de NV V.W.V. (mr. I.F. q.q.) kan gesteld worden dat deze pas zijn ontstaan nadat de vennootschappen V.W. op 22 februari 2000 ontbonden en vrijwillig in ver-effening gesteld werden. Pas op 29 februari 2000 werd de NV V.W.V. door de groep C. opgericht. De prestaties van deze vennootschap werden geleverd in opdracht en voor rekening van de vereffenaars. De facturen van de NV V.W.V. werden geadresseerd aan "V.W. in vereffening". Het gaat dus niet om schulden die werden aangegaan tijdens het gerechtelijk akkoord met instemming van de commissaris inzake opschorting ex art. 44, 2° W.G.A. Ze komen niet in aanmerking als boedelschulden van het faillissement.
  54. Op de bovenvermelde prejudiciële vraag, gesteld bij tussenvonnis van 30 juni 2004 door de eerste rechter, antwoordde het Arbitragehof (thans Grondwettelijk Hof) bij arrest van 22 juni 2005 dat schulden aangegaan gedurende de akkoordprocedure bij toepassing van art. 44, 2° W.G.A. als boedelschulden van het faillissement kunnen worden aanzien, wanneer de schuldenaar zowel tijdens als na het beëindigen van de akkoordprocedure failliet wordt verklaard, mits er een nauwe band bestaat tussen de failliet-verklaring en het mislukken van de akkoordprocedure. In casu kan aangenomen worden dat deze nauwe band tussen het mis-lukken van het gerechtelijk akkoord en het faillissement bestond. Dit blijkt tevens uit de overwegingen sub B.2.
  55. en sub B.2.3.2° van het arrest van 22 juni 2005 van het Arbitragehof (thans Grondwettelijk Hof). De korte tussenperiode van 22 dagen situatie van vrijwillige vereffening, doet hieraan géén afbreuk.
  56. De eigenlijke bedoeling en draagwijdte van art. 44 W.G.A. bestaat er in om de positie van de schuldeisers te bepalen ingeval de schuldenaar failliet wordt verklaard: "Indien de schuldenaar failliet wordt verklaard in de loop van de akkoord-procedure, komen de schuldeisers die in de opschorting betrokken zijn hierin op voor het deel dat zij nog niet ontvangen hebben, en komen, onverminderd de rechten bedoeld in het volgende lid, in samenloop met de nieuwe schuldeisers. Handelingen door de schuldenaar tijdens de akkoordprocedure verricht met medewerking, machtiging of bijstand van de commissaris inzake opschorting, worden bij faillissement beschouwd als handelingen van de curator, waarbij de schulden gedurende de akkoordprocedure aangegaan gelden als boedelschulden van het faillissement." De oorspronkelijke schuldeisers (in de opschorting betrokken partij) komen in samenloop met de nieuwe schuldeisers bij faillissement. De ratio legis voor deze nieuwe categorie boedelschulden bij faillissement was dat de wederpartijen moesten aangemoedigd worden om verder te contracteren met de schuldenaar tijdens het gerechtelijk akkoord en de continuïteit van de onderneming een kans te geven. Een restrictieve interpretatie dringt echter zich op, want art. 44 W.G.A. schept een nieuwe categorie van boedelschulden en vormt een manifeste uitzondering op de algemene regelen die de samenloop van schuldeisers beheersen. De promotie van een gewone schuldeiser tot een boedelschuldeiser ver-schaft hem een uiterst preferente positie en doorbreekt manifest de paritas-regel (zie DIRIX, E., Gerechtelijk akkoord en onverschuldigde betaling, noot onder Antwerpen, 10 april 2003, R.W. 2002-2003, 1675). Art. 44, 2° W.G.A. vormt een belangrijke uitzondering op het principe van de niet-overname van boedelschulden van de ene situatie van samenloop naar de volgende (voor dit principe: zie o.a. Antwerpen, 22 april 1996, R.W. 1996-1997, 712). Het doorschuiven van boedelschulden tussen verschillende collectieve procedures is onmogelijk buiten een expliciete wettekst in deze zin. De door art. 44, 2° W.G.A. bepaalde uitzondering bevat een temporele en een materiële voorwaarde: 10.
  57. Uit een samenlezing met de artikelen 19 en 36 W.G.A. volgt dat het toe-passingsgebied van art. 44, 2° W.G.A. ratione temporis beperkt blijft tot de periode van voorlopige opschorting van betaling (Cass., 5 maart 2007, www.juridat.be ; Cass., 8 september 2006, www.juridat.be ; Luik, 9 september 2004, J.L.M.B. 2005, 878). 10.
  58. De materiële voorwaarde stelt dat het handelingen moet betreffen door de schuldenaar verricht tijdens de akkoordprocedure, met medewerking, machtiging of bijstand van de commissaris inzake opschorting. De effectieve betrokkenheid van de commissaris inzake opschorting wordt opgelegd als garantie voor de ernst, de echtheid, de eerlijkheid en de even-wichtigheid van de gestelde handelingen. Het moet gaan om een actieve tussenkomst waarbij de commissaris inzake opschorting voorafgaand beslissingen neemt en daden stelt die gericht zijn op de totstandkoming van deze handeling waardoor de betrokken schuld ontstaat (Cass., 4 februari 2005, R.W. 2004-2005, 1301 ; Luik, 18 januari 2007, T.B.H. 2008/4, 328). Een loutere kennis van bepaalde handelingen in hoofde van de commis-saris inzake opschorting volstaat niet om te spreken van handelingen die met zijn bijstand, medewerking of machtiging werden gesteld. Evenmin volstaat hiertoe de loutere voortzetting van de handelsactiviteiten van de onderneming (Antwerpen, 15 februari 2007, Juridat). In casu slagen de vijf appellanten en de NV KBC LEASE HOLDING (op incidenteel hoger beroep) niet hun bewijslast dat de commissaris inzake opschorting voorafgaand actieve daden van medewerking, machtiging of bijstand heeft verleend m.b.t. de totstandkoming van hun resp. schuld-vorderingen. Bij vonnis van 22 september 1999 stond de rechtbank van koophandel te Veurne aan de drie vennootschappen V.W. de voorlopige opschorting van betaling toe voor 6 maanden en J. D. L. werd als commissaris inzake opschorting benoemd. De raden van bestuur van de vennootschappen onder gerechtelijk akkoord behielden hun volledige bestuursbevoegdheid en hebben de handels-activiteiten van de onderneming tijdelijk gewoon voortgezet, zonder machtiging nodig te hebben van de commissaris inzake opschorting. Het vermoeden dat de commissaris inzake opschorting hiermee heeft ingestemd, volstaat niet als bewijs van actieve tussenkomst (Cass., 4 februari 2005, R.W. 2004-2005, 1301). Het persoonlijk oproepen van de commissaris inzake opschorting en/of een getuigenverhoor van de ge-wezen bedrijfsleiders is dan ook niet opportuun. De eerste rechter heeft derhalve terecht geoordeeld dat het géén boedel-schulden van het faillissement zijn. Het vraagstuk nopens de verhouding tussen enerzijds boedelschuldeisers conform art. 44, 2° W.G.A. en anderzijds bijzonder bevoorrechte schuld-eisers, is in casu dan ook niet aan de orde. Deze problematiek werd overigens reeds beoordeeld in een arrest van 11 oktober 2004 van deze kamer van dit Hof (R.W. 2005-2006, 109): de boedelschuldeiser heeft slechts voorrang op de "separatist" wanneer het kosten betreft die tot voordeel hebben gestrekt van het onderpand van deze laatste, of noodzakelijk waren voor de tegeldemaking of bewaring van dit onderpand.
  59. Mr. J.D. q.q. liet het vonnis a quo aan de NV KBC LEASE HOLDING betekenen op 27 mei 2008 (zijn stuk 2). Deze partij tekende "incidenteel hoger beroep" aan bij conclusie, neergelegd op 2 juni
  60. Dit incidenteel hoger beroep is ontvankelijk, doch ongegrond vermits ook de vordering van de NV KBC LEASE HOLDING tot betaling van haar schuldvordering als boedelschuld ongegrond is op basis van bovenstaande overwegingen.
  61. Het tussenvonnis a quo van 3 oktober 2007 oordeelde tevens: - Heropent de debatten om partijen toe te laten hun vordering verder te specificeren, nl. opname te vorderen in het bevoorrecht dan wel gewoon passief van het faillissement en om mr. I.F. q.q. en mr. J.D. q.q. toe te laten duidelijkheid te verstrekken nopens de door deze laatste ingeroepen schuldvergelijking ; - Verwijst de zaak naar de bijzondere rol en houdt de gedingkosten aan. In hoger beroep hebben partijen dit onderdeel (nog) niet verder uitgewerkt. Gelet op de evocatie van de volledige zaak ingevolge het hoger beroep, dient ook dit onderdeel door het Hof beoordeeld te worden. OM D E Z E R E D E N E N H E T H O F: Rechtdoende op tegenspraak ; Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken ; Gelet op het schriftelijk advies van het Openbaar Ministerie ; Voegt de zaken met de rolnummers 2008/AR/0189, 2008/AR/0394, 2008/AR/0882, 2008/AR/1577 en 2008/AR/1578 samen ; Verklaart de principale hogere beroepen ontvankelijk, doch ongegrond ; Verklaart het incidenteel hoger beroep van de NV KBC LEASE HOLDING ontvankelijk, doch ongegrond ; Bevestigt het bestreden vonnis waar alle vorderingen, waarbij betaling wordt gevorderd lastens mr. J.D. q.q. als boedelschulden conform art. 44, 2° W.G.A., worden afgewezen ; Trekt voor het overige de zaak aan zich ; Stelt vast dat de zaak nog niet in staat is waar alle partijen hun vordering nog verder kunnen actualiseren, inzonderheid opname vorderen in het bevoorrecht of gewoon passief van het faillissement ; Verwijst de zaak voor dit laatste onderdeel naar de bijzondere rol ; Houdt de gedingkosten aan ; Aldus gewezen door de zevende bis kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit Frank Deschoolmeester, alleenrechtsprekend raadsheer bijgestaan door Achiel Ferdinande, griffier en uitgesproken door de alleenrechtsprekend raadsheer in openbare terecht-zitting op twee november tweeduizend en negen. Repertorium nr. 2009/ A. Ferdinande F. Deschoolmeester Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.