← België

ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091109.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 09 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091109.8 Rolnummer: 2007/AR/2057 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2010-01-28 Raadplegingen: 106 - laatst gezien 2026-07-02 20:34 Fiche - Contractueel beschikt de gemeente over een voorkooprecht in geval de verkrijger van een gesubsidieerde industriegrond de grond wenst te verkopen. In geval de gemeente dit voorkooprecht niet uitoefent, is de verdere vervreemding contractueel onderworpen aan de goedkeuring van de gemeente. Wettelijk, noch contractueel is het de gemeente verboden deze goedkeuring te verlenen onder voorwaarde van het betalen van een vergoeding aan de gemeente, nu deze vergoeding het gemeentelijk beleid inzake industriegronden ondersteunt. - Dergelijke contractuele voorwaarde is te onderscheiden van artikel 46 Faill.W.. - De vordering van de gemeente tot betaling van een dergelijke vergoeding is een boedelschuld. UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GEMEENTE - Algemeen (gemeente) Vrije woorden: Schuld van of in de boedel - Gesubsidieerde bouwgrond gelegen in industriegebied - Toepassing contractuele voorwaarden door de verkopende overheid. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 7de Kamer ________ Terechtzitting van 9 november 2009 ________ 2007/AR/2057 - In de zaak van: GEMEENTE STEKENE, vertegenwoordigd door haar College van Burgemeester en Schepenen, met kantoren gevestigd te 9190 Stekene, Gemeentehuis, Stadionstraat 2, Woonst kiezende bij haar raadsman, Mter. AERTS Paul, wonende te 9000 GENT, Coupure 5, appellante, hebbende als raadsman mr. AERTS Paul, advocaat te 9000 GENT, Coupure 5, tegen:

  1. D'H. L. , en P. F., , beiden met kantoor gevestigd te , in hun hoedanigheid van cura-toren over het faillissement van NV DELIREINE, met zetel gevestigd te 9190 Stekene, Zavelstraat 23, KBO nr. 0438.637.166, hiertoe aangesteld bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde van 10 juni
  2. eerste geïntimeerden, in persoon, (uw referte: LDH/KVR/435.946)
  3. DEXIA BANK BELGIE N.V., met maatschappelijke zetel te 1000 BRUSSEL, Pachecolaan 44, ingeschreven met KBO-nummer 0403.201.485, tweede geïntimeerde, vrijwillig tussenkomende partij, hebbende als raadsman mr. VANES Dirk, advocaat te 2000 ANTWERPEN, Italiëlei 203 Bus 3, (uw referte: SE 78.3921) velt het hof het volgend arrest: I Bestreden beslissing - Rechtspleging in hoger beroep
  4. Het hoger beroep is ingesteld bij verzoekschrift van 20 augustus 2007, tegen het vonnis van de rechtbank van koophandel te Den-dermonde (06/1983/A) van 25 juni 2007, zesde kamer. Het is tijdig en regelmatig naar de vorm. Een akte van betekening wordt niet voorgelegd. Voor het eerst in graad van beroep vordert de nv Dexia Bank België (hierna "Dexia") vrijwillig te mogen tussenkomen in het geding tussen de gemeente Stekene en de curator over het faillissement van de nv Delireine Het Hof heeft artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken in acht genomen. De procedure gebeurde op tegenspraak. II Overblijvende betwisting - Feiten - Procedure in eerste aan-leg
  5. De overblijvende betwisting betreft de vraag of de vordering van de gemeente Stekene tot betaling van een vergoeding wegens het voortijdig verder verkopen van een onroerend goed, dat zij eerder aan de gefailleerde verkocht, een schuld van of in de boedel vormt.
  6. De voorliggende zaak heeft betrekking op een onroerend goed, gelegen te . Dit perceel vormt lot uit van de zone voor ambachtelijke bedrijven "Kleine Akker", volgens het verdelingsplan, goedgekeurd door de gemeente Stekene bij gemeenteraadsbesluit van 12 no-vember
  7. Dit lot nummer 5 wordt op 2 augustus 1989 verkocht aan de CV Vlewa, goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van 31 augustus
  8. (Onder meer) bij toepassing van artikel 32 § 1 van de wet van 30 december 1970 betreffende de economische toepassing bevatten de verkoopsvoorwaarden onder meer de volgende clausules. "
  9. Het is aan de kopers en hun rechtsopvolgers uitdrukkelijk verboden de aangekochte grond en de daarop ingerichte gebouwen te vervreemden binnen een termijn van twintig jaar te rekenen van het verlijden der notariële akte van ver-koop, zonder uitdrukkelijke en schriftelijke toelating van de gemeenteraad van Stekene. Bij overtreding van deze verplichting zullen de kopers of hun rechtsopvolger gehouden zijn aan het verkopende bestuur een forfaitaire schadevergoeding te betalen gelijk aan tweemaal de waarde van het verkochte goed, op de dag van de overtreding. Onder deze waarde wordt verstaan de marktwaarde, zoals die door het bestuur van registratie en domeinen aanvaard of betaald wordt.
  10. Overeenkomstig artikel 32 van de wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie zal de gemeente - verkoopster de grond kunnen terugkopen ingeval de kopers of hun rechtsopvolgers de aangegeven activiteiten staken of ingeval dat zij de andere voorwaarden tot gebruik niet naleven. Op voorwaarde dat de gemeente - verkoopster hiermede instemt zullen de kopers of hun rechtsopvolgers het goed kunnen wederverkopen in welk geval in de akte van wederverkoop alle in deze akte vermelde clausules moeten worden vermeld.
  11. De terugkoop voorwerp van de onder punt 4 vermelde clausule zal geschieden tegen de prijs van de eerste verkoop door de gemeente - verkoopster, aangepast overeenkomstig de schommelingen van het door de regering bekend gemaakte indexcijfer van de consumptieprijzen. De infrastructuur en de gebouwen, met uitzondering van het materiaal en de outillage die de kopers of hun rechtsopvolgers toebehoren en die op de grond zijn gelegen worden teruggekocht tegen de verkoopwaarde. Indien de verkoopwaarde echter hoger ligt dan de kostprijs zoals deze in de boekhouding werd opgenomen, verminderd met de inzake belasting aangenomen afschrijvingen, zal de terugverkoop tegen deze laatste prijs geschieden. De verkoopwaarde en de aldus bepaalde kostprijs worden door de ontvanger der registratie en domeinen vastgesteld.
  12. Bovendien zal bij het verstrijken van de in artikel 3 bepaalde termijn van 20 jaar of wanneer de kopers of hun rechtsopvolgers voor het verstrijken van dezelfde termijn gemachtigd worden het goed te verkopen, het verkrijgend bestuur voor elke andere liefhebber een voorkeurrecht genieten om het pand aan dezelfde voorwaarden als deze geboden door de liefhebber in te kopen. ...". De notariële akte van verkoop van 17 oktober 1989 bevat de bovenstaande bepalingen. In de zitting van 21 mei 1991 beslist de gemeenteraad aan de cv Vlewa toelating te verlenen voor een totale overdracht van de terreinen van Vlewa met alle daarop aanwezige opstallen aan de nv Pat's Kippenfilets in oprichting. Deze laatste wordt erop gewezen dat zij alle voorwaarden, aangehecht aan de notariële akte van 17 oktober 1989, moet naleven. De nv Pat's Kippenfilets wijzigt later haar benaming in de nv Delireine. Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde van 10 juni 2004 wordt de nv Delireine failliet verklaard. Notaris Vercauteren uit Beveren-Waas brengt per brief van 21 februari 2006 de gemeente Stekene op de hoogte van de openbare verkoop van het industriegebouw op en met grond dat voorheen het lot uitmaakte van de ambachtelijke zone "Kleine Akker". Het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Stekene beslist op 20 maart 2006 het recht van voorkoop niet uit te oefenen maar een bedrag te vorderen van euro 130.745,
  13. De gemeenteraad bekrachtigt dit in de zitting van 28 maart
  14. Bij de verkoop wordt dit bedrag ingehouden. De curator kondigt onmiddellijk aan het bedrag terug te vorderen op grond van artikel 46 van de Faillissementswet. Op 28 augustus 2006 dagvaardt de curator de gemeente om te horen zeggen dat de vordering die zij stelt een vordering in en niet van de boedel is.
  15. De eerste rechter zei voor recht dat de schuldvordering van de gemeente Stekene een schuldvordering is in en niet van de boedel. Hij verleende voorbehoud om de in te dienen vordering in de massa te betwisten. III Grieven - Voorwerp van het hoger beroep
  16. De gemeente Stekene tekent beroep aan met drie grieven. 1) ten onrechte oordeelde de eerste rechter dat de gemeente niet over een wettelijke rechtsgrond beschikte voor het vorderen van een forfaitaire geldsom; 2) ten onrechte oordeelde de eerste rechter dat het terugkooprecht ex artikel 32 van de wet van 30 januari 1970 betreffende de economische expansie "onverenigbaar zou zijn met de gemeenschappelijke markt"; 3) ten onrechte heeft de eerste rechter toepassing gemaakt van artikel 46 Faill.W.. Zelfs indien dit artikel van toepassing zou zijn, dan moet dit op een andere manier gebeuren.
  17. De curatoren wijzigen hun vordering in graad van beroep. Deze wijziging is van die aard dat het om een (impliciet) incidenteel hoger beroep gaat. Zij vragen het hoger beroep toelaatbaar, maar ongegrond te verklaren. Verder vorderen zij in hoofdorde voor recht te zeggen dat de gemeente Stekene geen vordering heeft ten aanzien van het faillissement nv Delireine, niet als boedelschuld en evenmin als schuld in de massa. Ondergeschikt vragen de curatoren te zeggen voor recht dat de vordering van euro 130.745,47, die appellante vordert, wegens wederverkoop van het onroerend goed van de gefailleerde, moet worden aangezien als een schuldvordering in de boedel en niet als een schuldvordering van de boedel.
  18. Dexia vraagt - haar vrijwillige tussenkomst toelaatbaar en gegrond te verklaren; - het hoger beroep van de gemeente Stekene ongegrond te verklaren; - te zeggen voor recht dat 1) de gemeente Stekene geen vordering heeft ten aanzien van het faillissement nv Delireine; 2) haar rechten als eerst ingeschreven hypothecaire schuldeiser van het faillissement van de nv Delireine op de opbrengst van de verkoop van het onroerend goed, niet kunnen aangetast worden of voorbij gestoken worden door de eventuele aanspraken van de gemeente Stekene; 3) ondergeschikt, de gemeente Stekene niet de titularis is van een boedelschuld. IV Beoordeling Op de volgende gronden hervormt het Hof de bestreden beslissing Het verzoek tot vrijwillige tussenkomst van de nv Dexia Bank België is toelaatbaar
  19. De gemeente Stekene roept artikel 812, lid 2 juncto artikel 1042 Ger. Wb. in om de ontoelaatbaarheid van het verzoek tot tussenkomst in hoger beroep van de nv Dexia Bank België te horen uitspreken. In hoofdorde vraagt Dexia het hoger beroep ongegrond te verklaren en dus het bestreden vonnis te horen bevestigen. Hiermee vordert zij geen veroordeling. Voor het overige blijven haar middelen en argumentatie binnen de perken van het hoger beroep, nu de curator in graad van beroep het voorbehoud met betrekking tot de betwisting over de opname, dat door de eerste rechter was verleend, wenst uit te putten. Ook het middel met als doel voor recht te horen zeggen dat de aanspraken van de gemeente Stekene de rechten van Dexia niet kunnen aantasten of primeren blijft binnen de perken van de betwisting over de aard van de schuldvordering van de gemeente Stekene en de (eventuele) gedeeltelijke rangregeling. Op grond hiervan wordt Dexia toelating verleend om in de debatten tussen te komen. De gemeente Stekene heeft een schuldvordering in het faillissement van de nv Delireine
  20. De curator q.q. en Dexia zijn van oordeel dat de gemeente Stekene niet over een schuldvordering in, laat staan van de massa beschikt omdat zij wettelijk, noch contractueel over een rechtsgrond daartoe beschikt. De contractuele bepalingen uit de notariële akte van 17 oktober 1989, gevoegd bij de goedkeuring van de gemeenteraad in mei 1991, zijn volgens deze argumentatie niet tegenstelbaar aan derden. Daargelaten de vragen of de dagvaarding en de libellering ervan een gerechtelijke bekentenis vormt in hoofde van de curator dat de gemeente over een schuldvordering beschikt en of het voorbehoud dat de eerste rechter verleende om de schuldvordering in de massa te betwisten, rechtsgeldig is, oordeelt het Hof het volgende. De overeenkomst als rechtsgrond voor de voorliggende vordering
  21. De hiervoor geciteerde contractuele clausules 3 tot 6 moeten samen gelezen worden, nu de bijzondere voorwaarden één geheel vormen, en dit samen met de overeenkomst. Ten onrechte isoleert de curator bepaalde onderdelen van het beding in zijn argumentatie. Eveneens ten onrechte kwalificeert de curator het beding onder pa-ragraaf 3 van de voorwaarden als een vervreemdingsverbod zonder meer. De gemeente heeft als voorwaarde bij de verdere vervreemding van het goed opgelegd dat de toestemming van de gemeente vereist is, in geval het goed vervreemd wordt binnen de twintig jaar na de notariële akte, dit is vóór 16 oktober
  22. Wordt deze voorwaarde niet gerespecteerd en wordt verkocht zonder dat er toestemming is gevraagd en / of verkregen, dan moet de (ver)koper een schadevergoeding betalen. Dezelfde clausule als clausule 3 is een tweede keer opgenomen in de vierde bijzondere voorwaarde. Daaruit, uit de libellering van de derde voorwaarde en uit de inhoud van de twee voorwaarden blijkt duidelijk de bedoeling van de gemeente Stekene om grondspeculatie tegen te gaan en om te voorkomen dat particulieren zich zouden verrijken ten koste van de openbare financiën. Als verkoper heeft de gemeente zich contractueel het recht voorbehouden verder minstens gedeeltelijk mee te bepalen wat met de door haar verkochte grond gebeurt. Dit is legitiem en kadert in het grond- en industrieel beleid dat zij binnen haar gemeente wenst te voeren. De grond is bezwaard met een terugkooprecht van de gemeente en met een verzwaring van de prijs in geval van verder verkopen zonder toestemming van de gemeente binnen de twintig jaren na de initiële verkoop. Beide modaliteiten zijn met elkaar verbonden en dienen een gemeenschappelijk doel. Het terugkooprecht van de gemeente is eigenlijk een recht van voorkoop in hoofde van de gemeente. De verdere vervreemding, in geval de gemeente haar recht van voorkoop of terugkoop niet uitoefent, is onderworpen aan het verkrijgen van een goedkeuring van de gemeente. De sanctie op het niet vragen en / of verkrijgen van de goedkeuring en het toch vervreemden, bestaat uit een schadevergoeding. Deze bijzondere contractuele voorwaarden, gedurende 20 jaar verbonden aan de grond en opgenomen in de authentieke verkoopakte, zijn tegenstelbaar aan derden, ook aan de samenlopende schuldeisers en ook aan de bevoorrechte schuldeisers, zoals Dexia, die in deze zaak een hypothecaire inschrijving in eerste rang heeft. Er is geen rechtsgrond op basis waarvan dit niet zo zou zijn. Artikel 7 van de Hypotheekwet is niet geschonden. Het goed behoort (mede met de rest van om het vermogen van de gefailleerde) tot het onderpand van de schuldeisers. Het feit dat het goed belast is met een voorwaarde, die bij schending financieel gesanctioneerd wordt, doet het goed niet uit het onderpand verdwijnen. Het loutere feit dat een faillissement is tussengekomen voor de termijn van 20 jaar verstreek, doet de contractuele voorwaarde van toestemming in geval van vroegtijdige wederverkoop niet teniet. De curator is gebonden door de rechtstoestand van het actief dat hij aangetroffen heeft.
  23. Verder verwerpt het Hof de stelling van de curator dat de gemeente ofwel haar recht van terugkoop kon uitoefenen, ofwel het niet kon uitoefenen, zonder het recht te hebben een modaliteit te bedingen. In geval de gemeente haar terugkooprecht of voorkooprecht niet uitoefende, aldus de curator, had zij het recht niet om de uitoefening van de mogelijkheid om niet terug te kopen afhankelijk te maken van de betaling van een vergoeding. Het is evenwel niet zo dat de gemeente het recht om niet terug te kopen afhankelijk maakt van de betaling van een vergoeding. Zij maakt in deze zaak het verlenen van haar toestemming in geval van wederverkoop binnen de twintig jaar na de oorspronkelijke verkoop door de gemeente afhankelijk van het betalen van een vergoeding. De vraag rijst of de gemeente, in geval zij om de toestemming tot verdere verkoop verzocht werd voor 16 oktober 2007 - wat in deze zaak het geval is, wettig kon beslissen haar recht tot terugkoop / voorkoop niet uit te oefenen en haar toestemming afhankelijk te maken van een voorwaarde. Deze voorwaarde bestaat in deze zaak dan uit het betalen van een geldsom. Principieel is er geen juridisch bezwaar dat de gemeente haar toestemming onderhevig maakt aan het betalen van een vergoeding. In de mate de gemeente binnen de grenzen van de wet en de algemene rechtsbeginselen blijft bij het bepalen van de vergoeding kan zij een dergelijke voorwaarde opleggen. Geen enkele wettekst, noch de overeenkomst bepalen dat de gemeente enkel kan instemmen of niet instemmen. Zij kan rechtsgeldig haar toestemming van een voorwaarde afhankelijk maken. Omgekeerd is het niet zo dat uit de afwezigheid van een contractuele clausule, waarin bepaald wordt dat de gemeente haar toestemming tot wederverkoop afhankelijk kan maken van een voorwaarde, moet besloten worden dat de gemeente niet over de vereiste rechtsgrond beschikt om een voorwaarde op te leggen. Geen der partijen werpt op, laat staan dat zij aantonen, dat de voorwaarde (en dus de gevraagde vergoeding) uit het bevestigde besluit van het College van Burgemeester en Schepenen de (grond)wet en / of de beginselen van behoorlijk bestuur, die de gemeente moet respecteren, zou schenden. Geen enkele partij voert verder aan, laat staan toont aan dat de vergoeding disproportioneel zou zijn en dat het bedrag de doelstelling van de gemeente, namelijk grondspeculatie tegen gaan, doorkruist of miskent.
  24. De authentieke akte van verkoop, met de hoger genoemde contractuele bedingen, vormt geen overeenkomst in de zin van artikel 46 Faill.W.. Deze overeenkomst was reeds lang voor het faillissement beëindigd. De gefailleerde had met betrekking tot het onroerend goed geen verbintenissen meer die op het ogenblik van het faillissement nog moesten uitgevoerd worden en waarover de curator kon beslissen deze al dan niet verder te zetten. Enkel in geval van verkoop, zoals ten deze na het faillissement, in het kader van het realiseren van het actief, dient de bijzondere voorwaarde gerespecteerd te worden. Het gaat dan wel om een nieuwe overeenkomst van verkoop van het onroerend goed, die tot stand komt na het faillissement. Het bestaan van een voorwaarde in een overeenkomst staat niet gelijk met een overeenkomst waaraan door het vonnis van faillietverklaring geen einde is gemaakt in de zin van artikel 46 Faill.W..
  25. De curator q.q., noch eventueel Dexia, hebben het bestuurlijk beroep uitgeput tegen de beslissing van de gemeenteraad, waarbij de beslissing tot het vorderen van een vergoeding door het college van burgemeester en schepenen bevestigd werd. Minstens tonen zij niet aan dat zij in beroep gingen bij de hogere overheid. Verder vorderen deze partijen niet dat toepassing gemaakt wordt van artikel 159 G.W., laat staan dat zij een onwettigheid zouden aanvoeren met het oog op de toepassing van dit artikel. Ambtshalve en op basis van de gegevens die partijen meedeelden, onderkent het Hof geen reden voor de toepassing van dit artikel. Er moet dan ook van uitgegaan worden dat de beslissing van de gemeenteraad rechtsgeldig is en blijft bestaan.
  26. Alle overige middelen en argumenten, die partijen ter zake ontwikkelen, zijn niet relevant en worden om die reden niet verder onderzocht en beantwoord door het Hof.
  27. Op grond van het voorgaande besluit het Hof dat de gemeente Stekene over een rechtsvordering beschikt. Het impliciet incidenteel hoger beroep en de vordering tot tussenkomst zijn ongegrond met betrekking tot dit onderdeel. De gemeente Stekene heeft een vordering van de massa
  28. De gemeente Stekene kwalificeert het bedrag dat zij vordert als een schadebeding. Volgens haar is dit een accessorium van het zakelijk eigendomsrecht (het eigendomsrecht van het onroerend goed of desgevallend de opbrengst van de verkoop), dat niet zelfstandig kan bestaan. De bijzaak volgt het statuut van de hoofdzaak en om die reden kan haar vordering niet in de massa terecht komen, aldus de gemeente.
  29. Artikel 74 Hyp.W. bepaalt dat zij die op een onroerend goed enkel een recht hebben dat opgeschort is door een voorwaarde, of in bepaalde gevallen kan worden ontbonden, of vatbaar is voor vernietiging, slechts een hypotheek kunnen toestaan die aan dezelfde voorwaarden of aan dezelfde vernietiging onderworpen is. De contractuele voorwaarde waarmee het onroerend goed bezwaard is, van een gemeentelijke toestemming bij verkoop van het goed, toestemming die onderhevig kan gemaakt worden aan het betalen van een geldelijke vergoeding, opdat de gemeente haar grondbeleid kan realiseren, kan gekwalificeerd worden als een ontbindende voorwaarde. De hypotheekhouder is gebonden door deze voorwaarde.
  30. Zelfs indien geoordeeld zou worden dat artikel 74 Hyp.W. niet van toepassing is en er met andere woorden er een ontbindende, noch een opschortende voorwaarde voorhanden is in deze zaak, dan nog geldt het volgende. Het voorliggende probleem betreft niet zozeer een klassiek probleem van rangregeling tussen schuldeisers, dan wel van de waarde van het onroerend goed dat buiten de faillissementsboedel door de eerste hypothecaire schuldeiser of door de curator q.q. in haar opdracht verkocht wordt. Ook de vordering van de gemeente blijft buiten de faillissementsboedel, net als de vordering van de eerste hypothecaire schuldeiser. Daarover gaat de betwisting in essentie niet. De nv Dexia Bank had als eerste hypothecaire schuldeiser zelfstandig en los van de curator kunnen beslissen het bedrijfspand te verkopen. In dat geval was zij rechtstreeks met de verkoopsvoorwaarden geconfronteerd geweest en had zij ofwel de beslissing van de gemeenteraad moeten aanvechten, ofwel de vergoeding opgelegd door de gemeente Stekene van de verkoopprijs moeten aftrekken, ofwel deze bijkomende vergoeding doorrekenen naar koper. Als separatist had zij de gevolgen van de juridische en feitelijke toestand van het onroerend goed moeten dragen. Geen enkele rechtsgrond rechtvaardigt dat de gevolgen van het feit dat het goed contractueel met bijkomende voorwaarden bezwaard is, doorgeschoven worden naar en ten laste gelegd worden van de schuldeisers (en dus in de massa terecht komen). Ook het feit dat Dexia ervoor gekozen heeft om een mandaat te geven aan de curator q.q. om het goed te gelde te maken, vormt hiervoor geen rechtsgrond. Er anders over oordelen zou voor gevolg hebben dat de behandeling van het onroerend goed en van de hypothecaire schuldeiser verschilt naargelang de hypothecaire schuldeiser zelf het onroerend goed verkoopt, dan wel dit door de curator q.q. laat doen. Voor een dergelijk onderscheid en verschillende behandeling bestaat geen rechtsgrond. De contractuele voorwaarde van voorafgaande goedkeuring en een mogelijke bijkomende vergoeding teneinde het grondbeleid van de gemeente te realiseren, is onlosmakelijk verbonden met het onroerend goed en de verkoop er van. Dit heeft voor gevolg dat de (rechts)persoon die de opbrengst geniet, ook de eventuele lasten dient te dragen. De gemeente Stekene heeft dan ook geen vordering in de massa. Zij heeft een vordering van de massa, in die zin te begrijpen dat haar vordering een last is op de opbrengst van het onroerend goed bij het te gelde maken ervan door de curator q.q.. Dat door niemand bestuurlijk beroep werd aangetekend tegen de beslissing van de gemeenteraad en dat de bijkomende financiële last niet toegevoegd werd aan de koopprijs, verandert niets aan het voorgaande. Gelet op het voorgaande is evenmin relevant het feit dat de curator het onroerend goed niet gebruikt en verkocht heeft in het kader van het goed beheer en het te gelde maken van het actief van het faillissement. Er is geen sprake van een vordering van nà de samenloop, die door een positieve handeling van de boedelbeheerder en in het belang van een deugdelijk beheer werden veroorzaakt. Dit is niet voldoende om te oordelen dat de schuld dan automatisch een schuld in de massa vormt. De voorliggende zaak betreft immers een andere hypothese van een boedelschuld, zoals hiervoor uiteen gezet. Ten overvloede maakt het Hof nog de volgende analogie. Indien het onroerend goed, waarop Dexia een hypotheek eerste rang kan laten gelden, bezwaard zou zijn door milieuvervuiling, dan zou Dexia als hypothecaire schuldeiser ook de eventuele lasten dienen van te dragen, desgevallend de nodige stappen dienen te ondernemen.
  31. Alle overige middelen en argumenten van partijen worden, gelet op het voorgaande, verworpen en niet verder beantwoord. Kosten
  32. Op grond van de artikelen 1042, 1017 en 1022 Ger. Wb. wordt tweede geïntimeerde tot betaling van de kosten veroordeeld. De basisvergoeding voor de hoofdvordering bedraagt euro 5.000, die enkel aan de appellante verschuldigd is. Het impliciete incidenteel hoger beroep kadert in het hoofdberoep, zodat er geen aparte rechtsplegingvergoeding voor wordt toegekend. OP DIE GRONDEN, het hof, Het hoger principaal en incidenteel beroep zijn toelaatbaar, maar niet gegrond. Het Hof: - verleent de nv Dexia Bank België akte van haar vordering tot tussenkomst; - hervormt het bestreden vonnis; - zegt voor recht dat de gemeente Stekene over een vordering van de massa beschikt voor een bedrag van euro 130.745,47, in die zin te begrijpen dat dit bedrag een last vormt bij het te gelde maken van het onroerend goed voor de eerste hypothecaire schuldeiser, de nv Dexia Bank België; - wijst voor het overige alle partijen van hun vorderingen af; - veroordeelt tweede geïntimeerde, de nv Dexia Bank België tot betaling van de kosten, bepaald als volgt: appellante: eerste aanleg: rechtsplegingvergoeding: euro 364,40 hoger beroep: rolrecht: euro 186,00 rechtsplegingvergoeding hoofdvordering: euro 5.000,00 Aldus gewezen door de zevende kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit: Pieter Vanherpe, raadsheer, waarnemend kamervoorzitter, Geneviève Vanderstichele, raadsheer, Geert De la Ruelle, raadsheer, bijgestaan door Kristoffel Goossens, griffier en uitgesproken door de kamervoorzitter in openbare terechtzitting op maandag negen no-vember tweeduizend en negen. Kristoffel Goossens Geert De la Ruelle Geneviève Vanderstichele Pieter Vanherpe Rep.nr. 2009/ Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.