id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 13 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091113.9 Rolnummer: 2008/AR/1865 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-03-11 Raadplegingen: 105 - laatst gezien 2026-07-02 20:36 Fiche UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID - Bevoegdheidsovereenkomsten Vrije woorden: Beroepsakte is niet nietig - geen inbreuk op de taalwet in de citaten in het frans zijn enkel een beperkte toelichting of een illustratie. Art 3 van de alg. verkoopvoorwaarden van de geïntimeerde zijn geldig en toepasselijk op de overeenkomst t.a.v appellant en geïntimeerde. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 9ter Kamer ________ Terechtzitting van 13 november 2009 ________ 2008/AR/1865 - In de zaak van: ARDICOR N.V., met maatschappelijke zetel te 8850 ARDOOIE, Wezestraat 8 c, appellante, hebbende als raadsman mr. VANDENBERGHE Koen, advocaat te 8800 ROESELARE, H. Horriestraat 44-46 tegen : MEYVAERT GLASS ENGENEERING N.V., met maatschappelijke zetel te 9000 GENT, Dok Noord 3, ingeschreven met KBO-nummer 0400.098.274, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. ONGENAE Thierry, advocaat te 1170 BRUSSEL, Brand Whitlocklaan 132 velt het hof het volgend arrest:
- Het hof heeft kennis genomen van het vonnis, gewezen op 23 mei 2008 door de rechtbank van koophandel te Gent, eerste kamer. De partijen werden, bij monde van hun raadslieden gehoord in openbare terechtzitting en in het Nederlands. Zowel de door hen regelmatig neergelegde conclusies als de overgelegde stukken werden ingezien.
- Door n.v. MEYVAERT GLASS ENGINEERING wordt de nietigheid van de beroepsakte opgeworpen overeenkomstig art. 40 van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, wijzende op 2 Franse passages of citaten op p. 12 onder nummer 10, zonder dat een vertaling is gevoegd noch de zakelijke inhoud ervan is weergegeven in het Nederlands, zijnde de verplichte procestaal in toepassing van art. 2 en 24 van de voormelde taalwet. De 2 kwestieuze citaten in de beroepsakte betreffen geen middelen, argumenten of feitelijke gegevens en behoren niet tot de in het debat gebrachte grieven, waarvan de geïntimeerde kennis moet kunnen nemen in de taal van de rechtspleging. Immers, het middel zelf ("Voor zoveel als nodig wijst appellante erop dat geïntimeerde, als handelaar, ertoe gehouden is, indien zij niet akkoord gaat met de uitvoeringstermijnen die haar zijn voorgelegd, zij verplicht is om te protesteren. Het gebrek aan enig protest in hoofde van geïntimeerde bewijst zelfs de overeenkomst.") wordt in het Nederlands geformuleerd en wordt vervolgens enkel toegelicht of geïllustreerd met een reeks bevestigende letterlijke citaten uit rechtsleer en rechtspraak, waarvan 2 in het Frans (naderhand in latere conclusies eveneens vertaald weergegeven). Waar deze specifieke citaten enkel een beperkte toelichting of illustratie uitmaken van het middel of de grief, dat zelf in de juiste procestaal wordt aangevoerd, brengt dit geenszins de nietigheid van de beroepsakte mee. De in die zin geformuleerde exceptie faalt dan ook volkomen. Het hoger beroep werd tijdig en geldig ingesteld.
- Primordiaal punt van betwisting tussen partijen betreft de vraag over de al dan niet geldigheid en toepasselijkheid van art. 3 van de algemene verkoopvoorwaarden van n.v. MEYVAERT GLASS ENGINEERING (betreffende de op 13-27 januari 2006 tussen partijen gesloten onderaannemingovereenkomst voor het maken en plaatsen door n.v. MEYVAERT GLASS ENGINEERING van vitrines, verticale beglazing met bijhorende openingssystemen in opdracht van algemeen aannemer n.v. ARDICOR, dit als onderdeel van de aan deze laatste opgedragen renovatiewerken aan het legermuseum te Brussel met als opdrachtgever het ministerie van defensie te Brussel). Het betreffende art. 3 van de algemene verkoopvoorwaarden van n.v. MEYVAERT GLASS ENGINEERING bepaalt: "Tenzij uitdrukkelijk schriftelijk is overeengekomen, zijn de door de verkoper opgegeven leveringstermijnen slechts benaderend en verbinden zij de verkoper niet. Overschrijding van de leveringstermijn, om welke reden ook, geeft de koper nooit recht op enige schadevergoeding of niet nakoming van enige verplichting welke voor hem uit de overeenkomst voortvloeit. Alle werken en leveringen gebeuren op risico van de koper. Elk vervoer geschiedt op kosten en risico van de koper.". N.v. ARDICOR zet uiteen dat partijen "dwingende" uitvoeringstermijnen zouden zijn overeengekomen: deze zouden bepaald zijn in haar e-mail en planning d.d. 19 mei 2006 en zouden niet in vraag gesteld en/of geprotesteerd zijn door n.v. MEYVAERT GLASS ENGINEERING, wat volgens haar de overeenkomst bewijst. Het antwoord van n.v. MEYVAERT GLASS ENGINEERING bij e-mail d.d. 4 juni 2006, waarin zij zou hebben toegegeven niet op tijd te worden bevoorraad door de leverancier van profielen, bevestigt volgens n.v. ARDICOR de laattijdige uitvoering. Volgens haar staat aldus de niet nakoming van de contractuele verplichtingen vanwege n.v. MEYVAERT GLASS ENGINEERING vast, met recht op schadevergoeding overeenkomstig de boete opgelegd door de opdrachtgevende overheid wegens overschrijding van de uitvoeringstermijn. Minstens dient volgens n.v. ARDICOR te worden vastgesteld dat, waar de oplevering voorzien was op 19 juni 2006, hoe dan ook elke redelijke termijn zou zijn overschreden door n.v. MEYVAERT GLASS ENGINEERING door de werken pas 4 maanden later (nl. in oktober 2006) af te ronden en waardoor zij zonder meer gehouden zou zijn tot schadevergoeding. Art. 3 van de algemene verkoopvoorwaarden van n.v. MEYVAERT GLASS ENGINEERING is volgens n.v. ARDICOR niet toepasbaar in de contractuele relatie tussen partijen, nu aldus daarvan werd afgeweken bij voormeld akkoord op geschrift gesteld, zijnde volgens haar een bijkomende/aparte overeenkomst inzake uitvoeringstermijnen. N.v. ARDICOR meent dat het kwestieuze art. 3 enkel van toepassing kan zijn op verkoopovereenkomsten, niet op een aanneming zoals in deze, waarin geen sprake zou zijn van een "levertermijn" doch van een "uitvoeringstermijn". Art. 3 van de algemene verkoopvoorwaarden van n.v. MEYVAERT GLASS ENGINEERING is volgens n.v. ARDICOR nietig omdat het de opgenomen verbintenis betreffende de vooropgestelde uitvoeringstermijn zou teniet doen en iedere zin of betekenis aan deze verbintenis zou ontnemen. N.v. ARDICOR kan in dit standpunt geenszins worden gevolgd. In de onderaannemingovereenkomst waarbij n.v. MEYVAERT GLASS ENGINEERING vitrines levert en plaatst wordt expliciet verwezen naar de toepassing van de algemene verkoopvoorwaarden van n.v. MEYVAERT GLASS ENGINEERING. Het hanteren van de woorden "verkoop" en "verkoper" terwijl het in deze een aanneming betreft ontneemt geenszins de rechtsgeldigheid en toepasbaarheid van deze voorwaarden, die nadrukkelijk door partijen in hun contractuele relatie werden opgenomen. De aldus toepasselijke clausule van art. 3 waarbij n.v. ARDICOR afstand heeft gedaan van schadevergoeding voor het niet nakomen van de termijn door n.v. MEYVAERT GLASS ENGINEERING, bevestigt enkel dat wordt overeengekomen dat de opgegeven leveringstermijnen slechts benaderend zijn en niet bindend. Daarbij wordt tevens voorzien dat de partijen uitdrukkelijk schriftelijk anders kunnen overeenkomen. Één en ander doet geenszins de overeenkomst iedere zin of betekenis verliezen: Immers, opdat er in deze sprake zou zijn van bindende of dwingende termijnen moet dit uitdrukkelijk schriftelijk worden overeengekomen, zoniet zijn de opgegeven termijnen benaderend en niet bindend. Dit is een uitdrukkelijk overeengekomen afwijking van het beginsel in handelszaken volgens hetwelk overeenkomsten stilzwijgend tot stand kunnen komen. Er is dan ook geenszins sprake van een nietig exoneratiebeding: de contractvrijheid laat partijen toe tot dergelijke inhoudelijke beperking van hun overeenkomst (wat betreft de aard en sanctionering van de termijnen); deze beperking doet geen afbreuk aan enige bepaling van dwingend recht of van openbare orde en houdt evenmin enige aantasting in van het voorwerp van de overeenkomst (zijnde het maken en plaatsen door n.v. MEYVAERT GLASS ENGINEERING van vitrines, verticale beglazing met bijhorende openingssystemen). Wanneer enige termijn essentieel voorwerp van de overeenkomst zou hebben uitgemaakt, dan diende dit dan ook aldus uitdrukkelijk te worden bepaald in de overeenkomst, wat hier niet het geval is, integendeel. N.v. ARDECOR meent onterecht in haar toegezonden e-mail en planning d.d. 19 mei 2006 en het antwoord van n.v. MEYVAERT GLASS ENGINEERING bij e-mail d.d. 4 juni 2006 (waarin deze heeft medegedeeld niet op tijd te worden bevoorraad door de leverancier van profielen) een afwijkende schriftelijke overeenkomst tot dwingende termijnen te kunnen begrijpen. Uit deze correspondentie tussen partijen kan niet worden besloten dat tussen hen bindende termijnen werden overeengekomen in afwijking van de algemene voorwaarden. Het is niet omdat n.v. ARDICOR daarbij zelf termijnen voorop stelt, dat op enige wijze blijkt dat n.v. MEYVAERT GLASS ENGINEERING ooit zou hebben aanvaard dat deze bindend/dwingend zouden zijn, laat staan dat, zoals contractueel vereist, dit uitdrukkelijk schriftelijk zou zijn overeengekomen. Nu iedere schadevergoeding voor overschrijding van termijnen contractueel uitgesloten is, dient niet te worden ingegaan op de vraag of de vertraging al dan niet redelijk of verantwoord was. Nergens blijkt trouwens dat er sprake zou zijn van enige vertraging en boetes te wijten aan n.v. MEYVAERT GLASS ENGINEERING: Integendeel, uit de door haar als stuk 5 voorgebrachte mededeling d.d. 2 mei 2007 vanwege het opdrachtgevend bestuur (leidend ambtenaar E. VANHOOREN) blijkt minstens dat zij er alles aan gedaan zou hebben om de door de overheid opgelegde termijnen te eerbiedigen en wel dermate dat deze heeft bevestigd dat de boetes die zij aan n.v. ARDICOR oplegt geen uitstaans zouden hebben met de door n.v. MEYVAERT GLASS ENGINEERING uitgevoerde werken. Één en ander wijst er minstens op dat de beweerde vertragingen andere oorzaken moeten hebben gekend en wat de onderhavige - niet objectief gestaafde noch aannemelijk gemaakte - beweringen dienaangaande vanwege n.v. ARDICOR ten zeerste in twijfel trekt. N.v. ARDICOR bewijst overigens niet concreet dat de beweerde boete op zich inmiddels daadwerkelijk zou zijn opgelegd door het opdrachtgevend bestuur en effectief zou zijn betaald. De voorgebrachte (door n.v. ARDICOR echter niet nader toegelichte) correspondentie ter zake, waarin sprake is van intrekking (dossier/ARDICOR, stukken 34 en 35), wijst veeleer op het tegendeel. Het oordeel van de eerste rechter dat er geen grond is tot enige compensatie is aldus en in die zin te bevestigen.
- Door n.v. ARDICOR wordt de betwisting herhaald betreffende de in art. 5 van de algemene verkoopvoorwaarden van n.v. MEYVAERT GLASS ENGINEERING voorziene schadevergoeding voor vertraging in de betaling van de facturen/MEYVAERT (door de eerste rechter beperkt tot 10 % van de hoofdsom). N.v. ARDICOR houdt voor dat zij terecht de betalingen zou hebben opgeschort en dat dit niet te wijten zou zijn aan haar nalatigheid of slechte wil. N.v. ARDICOR kan ook in dit standpunt niet worden gevolgd. Uit de door n.v. ARDICOR als stuk 21 voorgebrachte correspondentie tussen partijen blijkt een op 17 oktober 2006 tussen hen tot stand gekomen akkoord over de vrijmaking van in deze derdenbeslagen gelden, waarbij als voorwaarde gold dat voor zover het bedrag van 51.049,00 EUR uiterlijk op 30 november 2006 wordt betaald door n.v. ARDICOR, er geen conventionele interesten en schadebeding zou worden aangerekend. N.v. ARDICOR bewijst nog steeds niet dat zij deze voorwaarde heeft nageleefd, zodat geen afstand van het schadebeding kan worden aangenomen. Gelet op de hogere overwegingen is n.v. MEYVAERT GLASS ENGINEERING dan ook gerechtigd op schadevergoeding voor vertraging in de betaling van haar facturen. Het oordeel van de eerste rechter, die deze schadevergoeding i.t.v. art. 1231 B.W. passend en evenwichtig heeft herleid tot 10 %, is aldus in die zin te bevestigen. Alle anders luidende conclusies worden verworpen als ongegrond, niet dienend en/of irrelevant. OP DEZE GRONDEN, HET HOF, recht doende op tegenspraak, Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep ontvankelijk; Wijst het hoger beroep af als ongegrond; Bevestigt aldus het vonnis d.d. 23 mei 2008; Verwijst n.v. ARDICOR in de kosten van het hoger beroep, op heden nuttig te bepalen in hoofde van n.v. MEYVAERT GLASS ENGINEERING op de (niet betwiste) basisrechtsplegingsvergoeding t.b.v. 2.000,00 EUR; Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, NEGENDE ter KAMER, zitting houdende in burgerlijke zaken, van 13 november
- Aanwezig: Luc Thabert, Raadsheer wn. Voorzitter Kurt Goossens, griffier Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div