← België

ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091116.11

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 16 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091116.11 Rolnummer: 2007/AR/3029 Rechtsgebied: Intellectuele eigendom Invoerdatum: 2010-02-01 Raadplegingen: 116 - laatst gezien 2026-07-02 20:36 Fiche · Geen inbreuk op art. 2.20.1.a, b en c BVIE want : o Geen verwarringsgevaar o Zowel visueel, auditief als conceptueel een verschil tussen het merk en het betwiste teken · Geen inbreuk op de WHPC Auteursrecht : er zijn voldoende verschillen tussen het teken van Bouw Techniek Compakta en Belgian Tile Centre opdat er namaak voorhanden zou zijn. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INTELLECTUELE RECHTEN - Auteursrecht en Naburige rechten - Auteursrecht - Algemeen Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 7de Kamer ________ Terechtzitting van 16 november 2009 ________ Merkenrecht WHPC 2007/AR/3029 - In de zaak van: BOUW TECHNIEK COMPAKTA N.V., met maatschappelijke zetel te 9270 LAARNE, Heirweg 196, ingeschreven met KBO-nummer 0439.304.882, appellante, hebbende als raadsman mr. VAN HOOF Jan, advocaat te 1820 PERK, G. de Ribaucourtplein 3, tegen: BELGIAN TILE CENTRE N.V., met maatschappelijke zetel te 9880 AALTER, Knokkeweg 23/1A, ingeschreven met KBO-nummer 0860.811.850, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. GHEKIERE Alain, advocaat te 8870 IZEGEM, Brugstraat 21, velt het hof het volgend arrest: I Bestreden beslissing - Rechtspleging in hoger beroep 1. Het hoger beroep is ingesteld bij verzoekschrift van 20 december 2007 tegen het vonnis van de voorzitter van de rechtbank van koophandel te Gent (07/2019/A) van 30 november 2007, die zitting nam zoals in kort geding. Het is tijdig en regelmatig naar de vorm. Een akte van betekening wordt niet voorgelegd. Het Hof heeft artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken in acht genomen. De procedure gebeurde op tegenspraak. II Overblijvende betwisting - Feiten - Procedure in eerste aanleg 2. De overblijvende betwisting betreft de vragen of: 1) het beeldmerk "BTC" van Bouw Techniek Compacta geschonden is door het teken "BTC" van Belgian Tile Centre; 2) Belgian Tile Centre een inbreuk begaat op de artikelen 94/2,3° en 94/3 van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken, de voorlichting en de bescherming van de consument, zoals achteraf gewijzigd (hierna WHPC). 3. De eerste rechter zette de feiten correct uiteen, zodat het Hof verwijst naar de randnummers 5 tot 15 van het bestreden vonnis. Enkel voor een vlotte lezing van wat volgt, herhaalt het Hof het volgende. Bouw Techniek Compakta is sedert 1995 houder van een nog steeds geldig en actueel Benelux beeldmerk voor de klassen 1, 2, 3, 19 en 37 (stukken 1 en 2 van haar dossier - niet betwist door Belgian Tile Centre). In het beeldmerk komen de letters "BTC" voor onder twee schuine strepen, die een dak suggereren. De bovenste lijn van de T steekt uit boven de B en de C. De nv Belgian Tile Centre wordt op 29 september 2003 opgericht. Deze onderneming gebruikt als handelsbenaming "BtC", gevolgd door Belgian Tile Centre. De "t" is groter dan de andere letters, maar niet in kapitaal geschreven. Op 16 september 2004 ontvangt Bouw Techniek Compakta een fax, waarin de afzender vraagt of de Belgian Tile Centre een nieuwe firma is van Bouw Techniek. Op 22 juni 2005 maant Bouw Techniek het Belgian Tile Centre aan om het gebruik van het teken "BtC" onmiddellijk stop te zetten. Deze laatste betwist de aanmaning op 12 juli 2005. Partijen schrijven over en weer in juli en augustus 2005. Daarna valt de zaak stil, tot Bouw Techniek Compakta op 26 juli 2007 dagvaardt zoals in kort geding voor de voorzitter van de rechtbank van koophandel te Gent. 4. De eerste rechter oordeelde dat het teken geen inbreuk maakte op het merkenrecht van huidige appellante, de oorspronkelijke eiser. Ook een schending van de toepasselijke artikelen van de WHPC achtte hij niet bewezen. De tegenvordering wegens tergend en roekeloos geding werd eveneens afgewezen. III Grieven - Voorwerp van het hoger beroep 5. Bouw Techniek Compakta formuleert geen grieven tegen het eerste vonnis. Zij wijst op inbreuken op het Benelux Verdrag inzake Intel-lectuele Eigendom, de WHPC en de handelsbenaming. 6. Belgian Tile Centre vraagt het hoger beroep ontoelaatbaar, minstens ongegrond te verklaren. Bij conclusie stelt zij incidenteel beroep in en vraagt de tegenpartij te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van euro 1.250 wegens tergend en roekeloos geding. Subsidiair vraagt zij een overbruggingstermijn toe te staan en de vraag tot publicatie van de beslissing af te wijzen. IV Beoordeling Het principaal en incidenteel hoger beroep zijn toelaatbaar 7. Belgian Tile Centre ontwikkelt het middel van ontoelaatbaarheid van het principaal hoger beroep niet, dat zij nochtans in het dispo-sitief van haar conclusie vermeldt. Het gaat derhalve blijkbaar om een stijlformule en niet om een echt middel, zodat het Hof er niet verder op in gaat. De toelaatbaarheid van het incidenteel hoger beroep wordt niet betwist. Ambtshalve zijn geen middelen van ontoelaatbaarheid te ontwikkelen, tegen het principaal hoger beroep, noch tegen het incidenteel hoger beroep. Beide beroepen zijn bijgevolg toelaatbaar. Het merkenrecht Toepasselijk recht 8. Artikel 2.20. van het Beneluxverdrag inzake de Intellectuele Eigendom van 25 februari 2005 (hierna "BVIE") bepaalt het volgende: "Beschermingsomvang. 1. Het ingeschreven merk geeft de houder een uitsluitend recht. Onverminderd de eventuele toepassing van het gemene recht betreffende de aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad kan de merkhouder op grond van zijn uitsluitend recht iedere derde die niet zijn toestemming hiertoe heeft verkregen, het gebruik van een teken verbieden : a. wanneer dat teken gelijk is aan het merk en in het economisch verkeer gebruikt wordt voor dezelfde waren of diensten als die waarvoor het merk is ingeschreven;. b. wanneer dat teken gelijk is aan of overeenstemt met het merk en in het economisch verkeer gebruikt wordt voor dezelfde of soortgelijke waren of diensten, indien daardoor bij het publiek verwarring kan ontstaan, inhoudende het gevaar van associatie met het merk; c. wanneer dat teken gelijk is aan of overeenstemt met het merk en in het economisch verkeer gebruikt wordt voor waren of diensten, die niet soortgelijk zijn aan die waarvoor het merk is ingeschreven, indien dit merk bekend is binnen het Benelux-gebied en door het gebruik, zonder geldige reden, van het teken ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken uit of afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk; d. wanneer dat teken gebruikt wordt anders dan ter onderscheiding van waren of diensten, indien door gebruik, zonder geldige reden, van dat teken ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken uit of afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk. ... 2. Voor de toepassing van lid 1 wordt onder gebruik van een merk of een overeenstemmend teken met name verstaan: a. het aanbrengen van het teken op de waren of op hun verpakking; b. het aanbieden, in de handel brengen of daartoe in voorraad hebben van waren onder het teken; c. het in- en uitvoeren van waren onder het teken; d. het gebruik van het teken in stukken voor zakelijk gebruik en in reclame.". Artikel 9.1

  1. a)en
  2. b)van de Verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad van 20 december 1993 inzake het Gemeenschapsmerk (Pb. L 011 van 14/01/1994) (hierna EMVO) bevat nagenoeg dezelfde bepaling. Geen inbreuk op artikel 2.20.1, littera a BVIE 9. Het teken dat Belgian Tile Centre gebruikt, namelijk de letters "BtC" in italic, waarbij de "t" uitsteekt boven de B en de C, samen met de aanduiding "Belgian Tile Centre" en vaak maar niet steeds op een achtergrond van tegels, verschilt te zeer van het beeldmerk van Bouw Techniek Compakta, zoals hierna gereproduceerd, om te kunnen spreken van een inbreuk op artikel 2.20.1.a BVIE. Er is geen sprake van een identiek teken voor identieke goederen en diensten. De vraag is of er een inbreuk is op de overige litterae van dit artikel van het BVIE. Enkele beginselen met betrekking tot artikel 2.20.1.b BVIE 10. De eerste vraag die rijst, is of de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende consument het beeldmerk "BTC" en de tekens "BtC", al dan niet met "Belgian Tile Centre" verwart. Het is de vraag of de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende consument door het gebruik van "BtC-Belgian Tile Centre" van oordeel is dat de diensten afkomstig zijn van Bouw Techniek Compakta. Met andere woorden is het de vraag of de herkomstfunctie van het beeldmerk "BTC" in het gedrang is gebracht en er dus verwarring is (H.v.J., Canon Kabushiki Kaisha contre Metro-Goldwyn-Mayer Inc., C-39/97, 29 september 1998, http://curia.europa.eu; H.v.J., Lloyd Schuhfabrik Meyer, C-342/97, 22 juni 1999, http://curia.europa.eu; H.v.J., Philips/Remington, 18 juni 2002, http://curia.europa.eu; Benelux Gerechtshof, A 98/3, Brouwerij Haacht/Grandes Sources belges, 2 oktober 2000; Bene-lux Gerechtshof, A 98/5, Marca Mode/Adidas, 7 juni 2002; Brussel, American Standard/Ideal Standard, 29 juin 2000). Het bestaan van verwarringsgevaar in de geest van het publiek moet globaal beoordeeld worden, rekening houdend met de pertinente elementen van de zaak (H.v.J., C-171/06 P, 15 maart 2007, T.I.M.E Art / Deviniec Développement Innovation Leclerc SA / BHIM, randnummer 33, http://curia.europa.eu; I.R. D.I. 2007, afl. 3, 282; H.v.J., C 342/97, 22 juni 1999, Lloyd Schuhfabrik Mey-er, http://curia.europa.eu, nr. 18; H.v.J., C 251/95, 11 november 1997, Puma / Sabel, www.europa.eu.int/, nr. 22). Het verwarringsgevaar moet naar de visuele, auditieve en conceptuele gelijkenissen tussen merk en teken beoordeeld worden, waarbij rekening gehouden wordt met de onderscheidende en dominante elementen (H.v.J., C-171/06 P, 15 maart 2007, T.I.M.E Art / Deviniec Développement Innovation Leclerc SA / BHIM, rand-nummer 34, http://curia.europa.eu; I.R. D.I. 2007, afl. 3, 282). De globale beoordeling van het verwarringsgevaar hangt af van met name de volgende factoren: de bekendheid, de reputatie van het merk, de overeenstemming tussen het teken en het merk en de mate van soortgelijkheid tussen de diensten (of waren) (Considerans 10 van de reeds genoemde Merkenrichtlijn; H.v.J., C 251/95, 11 november 1997, Puma / Sabel, www.europa.eu.int/; r.o. nr. 22; H..v.J., Canon, 29 september 1998, C-39/97, r.o. nr. 17; H.v.J., nr. C 342/97, 22 juni 1999, Lloyd Schuhfabrik Meyer, http://curia.europa.eu, r.o. nr. 19). Het gewicht dat bij de beoordeling van het verwarringsgevaar aan de visuele, fonetische en begripsmatige elementen van het merk en het teken wordt toegekend kan variëren naargelang van de objectieve omstandigheden waarin het merk op de markt kan worden gebruikt. Het aandachtsniveau van de gemiddelde consument kan variëren naargelang van de categorie van diensten waarover het gaat. Het inbreuk makende teken moet in principe vergeleken worden met het gedeponeerde merk. 11. De tweede vraag die rijst, is de vraag naar de soortgelijkheid van waren en diensten. Ook hier geldt het verwarringsrisico met betrekking tot de herkomst als doorslaggevend criterium. Er is soortgelijkheid als het relevante deel van het publiek zich kan vergissen in de herkomst van de betrokken waren of diensten (Canon, 29 september 1998, C-39/97, reeds geciteerd). De aard, de bestemming en het gebruik van de goederen of diensten, maar ook het concurrerend, dan wel complementair karakter ervan, zijn van belang. 12. In derde instantie rijst de vraag naar de sterkte van het beeldmerk BTC, nu de beschermingsomvang mee daarvan afhankelijk is. Het verwarringsgevaar is des te groter naarmate de onderscheidingskracht van het merk sterker is (H.v.J., C 251/95, 11 november 1997, Puma / Sabel, reeds geciteerd; H..v.J., Canon, 29 september 1998, C-39/97, reeds geciteerd). Bij zwakke merken met een gering onderscheidend vermogen moet een grotere overeenstemming en / of een grotere soortgelijkheid bestaan om tot een inbreuk te besluiten. Het tijdstip van beoordeling is dat waarop de beweerde merkinbreuk begon (H.v.J., Levi-Strauss/Casucci, 27 april 2006, http://curia.europa.eu). Concrete beoordeling met betrekking tot artikel 2.20.1.b BVIE 13. Bouw Techniek Compakta registreerde haar merk voor: - klasse 1: kleefstoffen voor industriële doeleinden - klasse 2: verven, vernissen, lakken, kleurstoffen - klasse 3: reinigingsmiddelen - klasse 19: bouwmaterialen, niet van metaal; asfalt, pek en bitumen - klasse 37: bouw, reparatie, installatiewerkzaamheden, vochtbestrijding in gebouwen; inzetten van glas; bruggenbouw, wegenbouw, spoorwegbouw; bestraten, vloer- en pleisterwerk; reinigen en in stand houden van gebouwen. Belgian Tile Centre verkoopt tegels en toebehoren, nodig om de tegels te plaatsen. Er wordt niet aangetoond dat zij zelf ook de werken uitvoeren. Bijgevolg is er geen soortgelijkheid voor de klassen 1, 2, 3 en 37, die allen op andere waren en diensten slaan dan wat Belgian Tile Centre biedt. Wat klasse 19 betreft, is er wel soortgelijkheid, nu Belgian Tile Centre tegels en hulpmaterialen verkoopt, wat valt onder de noemer van de bouwmaterialen. Het zijn concurrerende waren. 14. Belgian Tile Centre argumenteert dat het "BtC" steeds gebruikt samen met "Belgian Tile Centre", wat het onderscheidend vermogen vergroot en het verwarringsgevaar doet afnemen, volgens haar. Bouw Techniek Compakta levert geen tegenbewijs van dit feit. Op de stukken 7 tot 11 en 14 tot 15 die zij bijbrengt, staan steeds de beide vermeldingen, namelijk "BtC" en "Belgian Tile Centre". Het gedeponeerde beeldmerk van Bouw Techniek Compakta omvat zowel de letters BTC met erboven het gesuggereerde dak, als "Bouw Techniek Compakta" eronder. Voor zover relevant, gebruikt zij zelf ook nagenoeg steeds de letters samen met haar naam, zoals blijkt uit de stukken die ze neerlegt. Globaal beoordeeld is er zowel visueel, auditief als conceptueel een verschil tussen het merk en het betwiste teken. Auditief is "btc" identiek, maar beide worden aangevuld, hetzij door "Bouw Techniek Compakta", hetzij door "Belgian Tile Centre", wat een belangrijk auditief verschil impliceert. Visueel is het merk, zoals gedeponeerd (stuk 2 van het dossier van appellante) sterk verschillend van het teken dat Belgian Tile Centre gebruikt. Dit is het geval zowel wanneer deze laatste een achtergrond van tegels gebruikt, als wanneer zij dit niet doet. Algemene vormgeving, lettertype en kleurgebruik zijn verschillend. Ook conceptueel is er een globaal verschil. "BTC" is inderdaad dominant aanwezig in het beeldmerk van appellante en is ook een belangrijk element van het teken van geïntimeerde. Dit doet evenwel geen afbreuk aan wat hiervoor geoordeeld werd. In geval het rapport van Graydon (stuk 6 van het dossier van appellante) in aanmerking genomen wordt en niet het briefpapier, de factuur, het bestelformulier van Belgian Tile Centre, dan blijkt dat de letters "BTC" aangevuld worden door "Visiblia Belux". Ook met deze gecombineerde tekens is het globaal auditief, visueel en conceptueel verschil voldoende om geen verwarring te stichten. Bouw Techniek Compakta brengt een bestelling bij die aan haar gericht wordt, onder de naam "BTC", die eigenlijk voor de Belgian Tile Centre bestemd is (stuk 12). Verder blijkt uit een e-mail van 20 april 2006 dat iemand met Bouw Techniek contact opnam voor een afspraak, terwijl deze persoon op zoek was naar Casa Blanca nv (stuk 13 van hetzelfde dossier). Deze laatste is de hoofdaandeelhouder van Belgian Tile Centre nv en geen partij in dit geding. Tenslotte legt Bouw Techniek, om concrete verwarring te bewijzen, een fax voor van iemand die vraagt of Belgian Tile Centre het nieuwe bedrijf is van de zaakvoerder van Bouw Techniek Compakta. Het Hof beschikt met betrekking tot dit laatste stuk over geen enkel gegeven over de afzender van deze fax, de band met appellante en haar zaakvoerder en de omstandigheden waarin de fax tot stand kwam. Dit laatste stuk, maar ook de eerste twee zijn niet voldoende om te besluiten dat de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende consument door het gebruik van "BtC-Belgian Tile Centre" van oordeel is dat de diensten afkomstig zijn van Bouw Techniek Compakta. Het kan in de twee voorbeelden nog steeds gaan om een verstrooid iemand, die minder dan gemiddeld geïnformeerd was en niet voldoende omzichtig en oplettend. Er zijn dan ook niet voldoende aanwijzingen dat de herkomstfunctie van het merk van Bouw Techniek Compakta, zoals gedeponeerd, geschonden is. Bouw Techniek Compakta werpt op dat "BTC Compaktacol" en "BTC Compaktaflex" tot haar topproducten behoren, die "gekend [zijn] door elke professionele tegelzetter" (p. 2 van haar synthese-conclusie). Dit is evenwel niet relevant in het kader van het beoordelen van de merkinbreuk. Daarbij moet het merk, zoals gedeponeerd, beoordeeld worden. Zoals reeds geschreven gaat het om het beeldmerk "twee schuine strepen, die een dak suggereren, eronder de letters BTC en daaronder Bouw Techniek Compakta". 15. Wat onder randnummer 14 geoordeeld werd, is des te meer het geval, nu Bouw Techniek Compakta niet aantoont dat haar beeld-merk een sterk merk is. Zij brengt zelfs geen begin van bewijs hiervan bij. Geen inbreuk op artikel 2.20.1, littera c BVIE 16. Ondergeschikt, voor zover er geen soortgelijkheid is, beroept Bouw Techniek Compakta zich op artikel 2.20.1, littera c BVIE. Bouw Techniek Compakta beperkt zich tot de bewering dat Belgian Tile Centre een ongerechtvaardigd voordeel trekt uit het beeldmerk of afbreuk doet aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk. Zij brengt evenwel geen enkel bewijs bij. Het stuk 11 waarnaar zij verwijst is een brief tussen geïntimeerde en haar leverancier, hier niet in zake. Er valt niet in te zien hoe dit stuk een bewijs van het middel en de argumentatie vormt. Geen inbreuk op artikel 2.20.1, littera d BVIE 16. Gesteld dat dit artikel al van toepassing zou zijn, dan nog wordt verwezen naar wat hiervoor, en met name onder randnummer 16, geoordeeld werd. Conclusie met betrekking tot het merkenrecht van Bouw Techniek Compakta 17. Op grond van het voorgaande is een inbreuk niet bewezen. Dit onderdeel van de vordering wordt afgewezen. Geen inbreuken op de WHPC 18. Bouw Techniek Compakta beroept zich in haar conclusie van 28 februari 2008 op de artikelen 23,8° en 93 WHPC. Sedert 1 december 2007 gaat het om respectievelijk de artikelen 94/2, 3° en 94/3 WHPC. 19. Ter ondersteuning van haar middel met betrekking tot de schending van artikel 94/2, 3° WHPC verwijst Bouw Techniek Compakta opnieuw naar de verwarring die Belgian Tile Centre zou zaaien door het gebruik van haar teken op haar gebouw, in reclame, bestelbons en briefwisseling. Wat hiervoor geoordeeld werd met betrekking tot het merk, kan hier als herhaald beschouwd worden, nu Bouw Techniek Compakta geen nieuwe elementen toevoegt tot bewijs van haar stelling. 20. Ook met betrekking tot de beweerde inbreuk op artikel 94/3 WHPC kan verwezen worden naar wat hiervoor omtrent de beweerde merkinbreuk geoordeeld werd. Bouw Techniek Compakta brengt geen enkel element bij waaruit zou blijken dat Belgian Tile Centre een daad stelt, die strijdig is met de eerlijke handelsgebruiken, door de manier waarop zij "BtC - Belgian Tile Centre" hanteert. Een loutere bewering is niet voldoende. Ook de bewering dat Belgian Tile Centre enkel "BtC" zou gebruiken, is onvoldoende onderbouwd door stukken. Er zijn integendeel uitsluitend stukken aanwezig, die aantonen dat "BtC" gevolgd wordt door "Belgian Tile Centre" in de eigen communicatie van Belgian Tile Center. Stuk 15 van het dossier van appellante gaat niet uit van Belgian Tile Center en zij is er ook niet verantwoordelijk voor, zodat hiermee geen bewijs van een schending geleverd wordt. 21. Ook dit onderdeel van de vordering wordt als ongegrond verworpen. Geen inbreuk op de handelsnaam van Bouw Techniek Compakta (artikel 8 van het Unieverdrag van Parijs) 22. In tegenstelling tot wat Bouw techniek Compakta argumenteert is de handelsbenaming van partijen niet identiek. Waar appellante vaker "BTC" alleen gebruikt, is dit onvoldoende bewezen in hoofde van Belgian Tile Centre, zoals hiervoor reeds werd geoordeeld. Eveneens werd hiervoor al geoordeeld dat het verwarringsgevaar niet bewezen is en dat de stukken die de actuele verwarring zouden moeten bewijzen, dit niet doen (zie randnummer 14 van dit arrest). Het is niet bewezen dat de gemiddeld onderlegde en oplettende consument of aannemer in verwarring gebracht kan worden door het teken van Belgian Tile Centre. 23. Dit onderdeel wordt eveneens verworpen als ongegrond. Geen inbreuk op het auteursrecht van Bouw Techniek Compakta 24. In één zin werpt Bouw Techniek op dat haar teken auteursrechtelijke bescherming geniet "en het gebruik door geïntimeerde hierop een namaak is. artikel 95 WHPC is ook om die reden van toepassing. ..." (p. 9 bovenaan van de syntheseconclusie van appellante). Zonder verder in te gaan op het auteursrecht van Bouw Techniek Compakta op haar beeldmerk of op een niet nader gespecificeerd onderdeel ervan, oordeelt het Hof dat er voldoende verschillen zijn tussen het teken dat het beeldmerk vormt en het teken dat Belgian Tile Centre gebruikt opdat er geen namaak voorhanden is. Er wordt verwezen naar wat hiervoor over het onderscheid tussen merk en teken geoordeeld werd, waarbij dit oordeel voor zover nodig veranderd wordt naar het auteursrecht. 25. Ook dit onderdeel van de vordering is ongegrond en wordt verworpen. Overige middelen en argumenten 26. Gelet op al het voorgaande worden alle overige middelen en argumenten van partijen, zoals bijvoorbeeld met betrekking tot de geografische spreiding van merk en teken, niet verder onderzocht en beoordeeld. Het incidenteel hoger beroep is ongegrond 27. Het instellen van een vordering, of van hoger beroep tegen een vonnis waardoor men zich gegriefd voelt, is een recht, dat slechts wordt misbruikt en ontaardt in een ongeoorloofde handeling die tot schadevergoeding aanleiding geeft, indien het roekeloos, met kwade wil of te kwader trouw wordt uitgeoefend. De roekeloosheid kan worden afgeleid uit de lichtzinnigheid waarmee de vordering of het hoger beroep werd ingesteld en waarvan ieder normaal zorgvuldig en bezonnen persoon zich zou hebben onthouden. Een vordering of een hoger beroep is tergend wanneer ze voortvloeit uit kwaad opzet of hatelijkheid ten aanzien van de tegenpartij. De loutere vaststelling dat een vordering of een hoger beroep ongegrond is en dat de appellant zich vergist heeft, verleent aan deze vordering of aan dit hoger beroep geen tergend of roekeloos karakter. Belgian Tile Centre toont evenmin aan op welke wijze Bouw Techniek Compakta haar recht zou misbruikt hebben. Ook het feit dat deze laatste twee jaar gewacht heeft tussen de laatste briefwisseling en de dagvaarding is in deze zaak geen bewijs van een rechtsmisbruik. Deze termijn kan er evenzeer op wijzen dat Bouw Techniek gepoogd heeft verder bewijzen te verzamelen om haar dossier te onderbouwen. Het feit dat zij daar niet in geslaagd is, impliceert geen misbruik van recht. 28. Het hoger incidenteel beroep is ongegrond. Kosten 29. Op grond van de artikelen 1042, 1017 en 1022 Ger. Wb. wordt appellante tot betaling van de kosten veroordeeld. De basisvergoeding voor de hoofdvordering, een niet in geld waardeerbare vordering, bedraagt euro 1.200. De basisvergoeding voor de tegenvordering wordt niet apart begroot en toegekend, nu deze tegenvordering de verdediging tegen de hoofdvordering niet werkelijk te boven en te buiten gaat. OP DIE GRONDEN, het hof, Het hoger principaal en incidenteel beroep zijn toelaatbaar, maar beide ongegrond. Het Hof: - bevestigt het bestreden vonnis; - verwerpt alle vorderingen, middelen en argumenten; - veroordeelt appellante tot betaling van de kosten, bepaald als volgt: geïntimeerde: hoger beroep: rechtsplegingsvergoeding hoofdvordering: euro 1.200 Aldus gewezen door de zevende kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit: Pieter Vanherpe, raadsheer, waarnemend kamervoorzitter, Geneviève Vanderstichele, raadsheer, Geert De la Ruelle, raadsheer, bijgestaan door Kristoffel Goossens, griffier en uitgesproken door de kamervoorzitter in openbare terechtzitting op maandag zestien no-vember tweeduizend en negen. Kristoffel Goossens Geert De la Ruelle Geneviève Vanderstichele Pieter Vanherpe Rep.nr. 2009/ Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.