id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 18 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091118.16 Rolnummer: 2009-AR-1961 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2011-11-07 Raadplegingen: 96 - laatst gezien 2026-07-02 20:38 Fiche De mogelijkheid voor de rechter om de voorlopige tenuitvoerlegging toe te staan zit vervat in artikel 1398, eerste lid, Ger. W.. Dit neemt niet wet dat de uitvoerbaarheid bij voorraad een uitzonderingsmaatregel is die slechts in geval van bijzondere omstandigheden kan worden toegekend. Zij vormt immers een uitzondering op het algemeen beginsel van de schorsende kracht van de gewone rechtsmiddelen (artikel 1397 Ger. W.). De uitvoerbaarheid bij voorraad is er in het bijzonder op gericht de dilatoire manoeuvers van onwillige schuldenaars tegen te gaan door de schuldeiser toe te laten snel te bekomen wat hem verschuldigd is. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Beginselen (gerechtelijk recht - algemene beginselen) Vrije woorden: Procedure - uitvoerbaarheid bij voorraad - bijzondere omstandigheden - criterium Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 12 Kamer ________ Terechtzitting van 18 november 2009 TUSSENARREST over de uitvoerbaarheid bij voorraad samenvoeging der zaken met nrs. o 2009/AR/1961 o 2009/AR/1962 o 2009/AR/1963 behandeling ten gronde dd. 9-11-2011 om 10.30 h. - In de zaak met het rolnummer 2009/AR/1961 van: nv SPANO, met zetel te 8780 Oostrozebeke, Ingelmunstersteenweg 229, met ondernemingsnr. 0402.755.480, appellante tegen het vonnis van de rechtbank van koophandel te Kortrijk, op tegenspraak gewezen door de eerste kamer dd. 7-5-2009, oorspronkelijk verwerende partij in de zaak nr. 880/2008, hebbende als raadslieden mr. LIEVENS Jozef en mr. GOOSSENS Wim, beiden advocaat te 8500 Kortrijk, Pres. Kennedypark 37 tegen : bvba DECRUY-F. , met zetel te 8830 Hooglede, Lepelstrtaat 3 A, met ondernemingsnr. 0435.377.669, geïntimeerde, oorspronkelijk eisende partij in de zaak nr. 880/2008, hebbende als raadsman mr. D'HOOGHE Paul, advocaat te 8800 Rumbeke, Hoogstraat 15 en - In de zaak met het rolnummer 2009/AR/1962 van: nv DEKAPLY, met zetel te 9320 Erembodegem, Nachtegaalstraat 10, met ondernemingsnr.: 0424.133.191, appellante tegen het vonnis van de rechtbank van koophandel te Kortrijk, op tegenspraak gewezen door de eerste kamer dd. 7-5-2009, oorspronkelijk verwerende partij in de zaak met rolnr.: 879/2008, hebbende als raadslieden mr. LIEVENS Jozef en mr. GOOSSENS Wim, beiden advocaat te 8500 Kortrijk, Pres. Kennedypark 37 tegen : bvba DECRUY-F., met zetel te 8830 Hooglede, Lepelstraat 3 A, met ondernemingsnr. 0435.377.669, geïntimeerde, oorspronkelijk eisende partij in de zaak met rolnr. 879/2008, hebbende als raadsman mr. D'HOOGHE Paul, advocaat te 8800 Rumbeke, Hoogstraat 15 en - In de zaak met het rolnummer 2009/AR/1963 van: nv SPANOLUX, met zetel te 6690 Vielsalm, Zoning Industriel Burtonville, met ondernemingsnr.: 0456.573.456, appellante tegen het vonnis van de rechtbank van koophandel te Kortrijk, op tegenspraak gewezen door de eerste kamer dd. 7-5-2009, oorspronkelijk verwerende partij in de zaak met rolnr.: 881/2008, hebbende als raadslieden mr. LIEVENS Jozef en mr. GOOSSENS Wim, beiden advocaat te 8500 Kortrijk, Pres. Kennedypark 37 tegen : bvba DECRUY-F., met zetel te 8830 Hooglede, Lepelstraat 3 A, met ondernemingsnr. 0435.377.669, geïntimeerde, oorspronkelijk eisende partij met rolnr.: 881/2008, hebbende als raadsman mr. D'HOOGHE Paul, advocaat te 8800 Rumbeke, Hoogstraat 15 velt het hof het volgend arrest. Het Hof nam kennis van het vonnis gewezen op 7 mei 2009 door de eerste kamer van de rechtbank van koophandel te Kortrijk in de zaak met A.R. nrs. 879/2008, 880/2008 en 881/2008, waartegen door de nv Spano (hierna "Spano" genoemd), de nv Spanolux (hierna "Spanolux" genoemd) en de nv Dekaply (hierna "Dekaply" genoemd) bij afzonderlijke verzoekschriften neergelegd ter griffie van het hof op 15 juli 2009 hoger beroep werd ingesteld. Deze zaken zijn alhier gekend onder de A.R. nrs. 2009/AR/1961, 2009/AR/1962 en 2009/AR/
- De partijen werden ter openbare terechtzitting gehoord in hun middelen en conclusies. De overgelegde stukken werden ingezien. Blijkens de conclusies door de bvba Decruy-F (hierna "D......." genoemd) neergelegd in de drie zaken op 20 oktober 2009, werd het bestreden vonnis betekend op 26/6/2009 aan Spano, op 29/6/2009 aan Dekaply en op 5/8/2009 aan Spanolux. De hoger beroepen ingesteld bij afzonderlijke verzoekschriften neergelegd op 15/7/2009, zijn derhalve tijdig en regelmatig naar de vorm. Zij zijn eveneens ontvankelijk, althans in de mate zij betrekking hebben op de door de eerste rechter toegekende uitvoerbaarheid bij voorraad. I. antecedenten Onderhavig geschil houdt verband met (schade)vergoedingen waarop Decruy als handelsagente meent gerechtigd te zijn t.a.v. Spano, Dekaply en Spanolux, met wie zij op 29/10/2004 handelsagentuurovereenkomsten had afgesloten en die op 21/11/2007 door de respectieve principalen werden beëindigd. Decruy vorderde in eerste aanleg, samen met F....... D......en W..... D..........., welke thans niet meer in de beroepsprocedure werden betrokken, als volgt : de veroordeling van Dekaply tot betaling van 21.004,60 euro (opzegvergoeding), 14.893,81 euro (uitwinningsvergoeding), 31.506,90 euro (bestellingen in uitvoering), 7.466,74 euro (tekorten uit het verleden) en 100.000,00 euro (bijkomende schadevergoeding), meer rente; ondergeschikt de aanstelling van een deskundige (zaak met A.R. nr. 879/2008); de veroordeling van Spano tot betaling van 107.155,68 euro (opzegvergoeding), 162.467,35 euro (uitwinningsvergoeding), 107.155,68 (bestellingen in uitvoering), 33.116,10 euro (tekorten uit het verleden) en 100.000,00 euro (bijkomende schadevergoeding) meer rente; ondergeschikt de aanstelling van een deskundige (zaak met A.R. nr. 880/2008); de veroordeling van Spanolux tot betaling van 121.818,42 euro (opzegvergoeding), 196.445,32 euro (uitwinningsvergoeding), 121.818,42 euro (bestellingen in uitvoering), 47.942,10 euro (tekorten uit het verleden) en 120.000,00 euro (bijkomende schadevergoeding), meer rente; ondergeschikt de aanstelling van een deskundige (zaak met A.R. nr. 881/2008). Door Dekaply, Spano en Spanolux werden in de onderscheiden procedures ook telkens tegenvorderingen geformuleerd strekkende tot vergoeding voor de schade die zij geleden hebben door de (beweerde) ernstige tekortkomingen van Decruy alsook tot terugbetaling van teveel gefactureerde bedragen (Spanolux) en uit hoofde van gemiste compensaties van commissies (Dekaply). In de drie inleidende dagvaardingsexploten vorderde D.......telkenmale "Het te vellen vonnis uitvoerbaar bij voorraad te horen verklaren niettegenstaande alle verhaal en zonder borgstelling." In haar conclusies in de drie procedures neergelegd op 17/11/2008 breidde zij deze vordering uit met een vraag tot uitsluiting van het kantonnement, hoewel zij in haar vorige conclusies neergelegd op 15/7/2008 haar initiële vordering herhaalde. In hun syntheseconclusie in de drie zaken neergelegd op 15/1/2009 betwistten Spano, Spanolux en Dekaply de gevorderde uitvoerbaarbaarheid bij voorraad erop wijzende dat dit een uitzonderingsmaatregel betrof die enkel kon worden toegestaan indien bijzondere omstandigheden dit verantwoordden en dat deze bijzondere omstandigheden door D........ niet werden aangetoond. Na samenvoeging van de drie zaken verklaarde de eerste rechter de hoofdvorderingen van D....... F....... en D........W...... ontvankelijk doch ongegrond en de hoofdvorderingen van de bvba Decruy-F ontvankelijk en deels gegrond, met afwijzing van het meergevorderde. De tegenvorderingen van Dekaply en Spano werden als ongegrond afgewezen en de tegenvordering van Spanolux werd gedeeltelijk toegekend, met afwijzing van het meergevorderde. Hij veroordeelde : Dekaply om te betalen aan D....... het bedrag van 21.004,60 euro (opzegvergoeding) en het bedrag van 14.893,81 euro (uitwinningsvergoeding), meer de vergoedende rente vanaf 28/1/2008 tot datum van dagvaarding en vanaf die datum de gerechtelijke rente aan de wettelijke rentevoet tot aan de dag van de betaling, alsook tot betaling van 6.095,87 euro en 1.370,87 euro uit hoofde van achterstallige commissielonen, meer de moratoire rente vanaf 18/12/2007 tot datum dagvaarding en vanaf die datum de gerechtelijke rente aan de wettelijke rentevoet tot aan de dag van de betaling; Spano om te betalen aan D...... het bedrag van 107.155,68 euro (opzegvergoeding) en het bedrag van 162.467,35 euro (uitwinningsvergoeding) meer de vergoedende rente vanaf 28/1/2008 tot datum van dagvaarding en vanaf die datum de gerechtelijke rente aan de wettelijke rentevoet tot aan de dag van de betaling, alsook tot betaling van 15.512,10 euro en 17.604,00 euro uit hoofde van achterstallige commissielonen meer de moratoire rente vanaf 18/12/2007 tot datum dagvaarding en vanaf die datum de gerechtelijke rente aan de wettelijke rentevoet tot aan de dag van de betaling; Spanolux om te betalen aan D........ het bedrag van 121.818,42 euro (opzegvergoeding) en het bedrag van 196.445,32 euro (uitwinningsvergoeding) meer de vergoedende rente vanaf 28/1/2008 tot datum van dagvaarding en vanaf die datum de gerechtelijke rente aan de wettelijke rentevoet tot aan de dag van de betaling, alsook tot betaling van 20.796,23 euro en 27.145,87 euro uit hoofde van achterstallige commissielonen, meer de moratoire rente vanaf 18/12/2007 tot datum van dagvaarding en vanaf die datum de gerechtelijke rente aan de wettelijke rentevoet tot aan de dag van de betaling. D...... om te betalen aan Spanolux het bedrag van 110.672,13 euro meer de vergoedende rente vanaf 21/11/2007 tot aan de dagvaarding en vanaf die datum de gerechtelijke rente telkens aan de wettelijke rentevoet tot aan de dag van de betaling. Met betrekking tot de (deels) toegekende hoofdvordering van D....... en de (deels) toegekende tegenvordering van Spanolux sprak de eerste rechter de gerechtelijke compensatie uit. Hij deed eveneens uitspraak over de gedingkosten en besloot het vonnis als volgt : "Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad". Zowel Spano, Dekaply als Spanolux tekenden hiertegen hoger beroep aan en vorderden in eerste instantie de opheffing van de uitvoerbaarheid bij voorraad, en verder de gedeeltelijke vernietiging van het bestreden vonnis, de afwijzing van de vorderingen van D....... als ontoelaatbaar, onontvankelijk, minstens als ongegrond en de toekenning van hun oorspronkelijke tegenvorderingen. Op de inleidingszitting op 16/9/2009 werd de zaak verdaagd naar de zitting van 21/10/2009 met het oog op de behandeling van de vorderingen tot opheffing van de uitvoerbaarheid bij voorraad en teneinde de partijen toe te laten hieromtrent schriftelijk standpunt in te nemen. Partijen hebben dit gedaan bij conclusies neergelegd op respectievelijk 20/10/2009 (Spano, Dekaply en Spanolux) en op 20 en 21/10/2009 (D......). Bij conclusie neergelegd in de drie zaken op 20/10/2009 vorderen Spano, Spanolux en Dekaply benevens de opheffing van de uitvoerbaarheid bij voorraad, eveneens de vrijgave van de door hen gekantonneerde bedragen, inclusief rente en toebehoren. Aangezien het vermogen tot kantonnement in het bestreden vonnis niet werd uitgesloten waren Spano, Dekaply en Spanolux onder bedreiging van uitvoering immers overgegaan tot het kantonneren van de sommen waartoe zij respectievelijk veroordeeld waren. D....... van haar kant vraagt de vorderingen van Spano, Dekaply en Spanolux m.b.t. de schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad en de teruggave van de gekantonneerde gelden af te wijzen als ontoelaatbaar, onontvankelijk, minstens als ongegrond. Het debat voor deze kamer van het hof is thans enkel beperkt tot het verzoek van Spano, Dekaply en Spanolux tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad en de teruggave van de gekantonneerde bedragen. II. samenvoeging Alle appellanten dringen aan op de samenvoeging van de zaken in graad van hoger beroep; D....... verzet zich hiertegen aangezien het om afzonderlijke overeenkomsten en afzonderlijke feiten gaat. Het hof gaat op dit verweer niet in. Aangezien de drie hoger beroepen gericht zijn tegen hetzelfde bestreden vonnis, en de onderscheiden zaken ook reeds door de eerste rechter werden samengevoegd, dienen ook in graad van hoger beroep de drie zaken om proceseconomische redenen te worden samengevoegd. Het louter feit dat het drie afzonderlijke handels-agentuurovereenkomsten betreft - weliswaar met telkens D........als handelsagent - doet hieraan geen afbreuk. Dat de appellanten hierbij zouden ontsnappen aan een driedubbele rechtsplegingsvergoeding, zoals D...... voorhoudt, is een argument ten gronde dat de samenvoeging niet in de weg staat. III. beoordeling
- Op grond van artikel 1402 Ger. W. kunnen de rechters in hoger beroep in beginsel de tenuitvoerlegging van de vonnissen niet verbieden of doen schorsen, zulks op straffe van nietigheid. In het licht van de cassatiearresten van 1 april 2004 (R.W. 2004-05, 1422) en 1 juni 2006 (R.W. 2008-09, 1282; RABG 2006/18, p. 1362) kan hiervan in uitzonderlijke omstandigheden worden afgeweken in geval van een onregelmatigheid van de uitvoerbaarverklaring, inzonderheid wanneer de voorlopige tenuitvoerlegging niet werd gevorderd en er ultra petita werd geoordeeld, wanneer de voorlopige tenuitvoerlegging niet door de wet is toegestaan of wanneer de beslissing is tot stand gekomen met miskenning van het recht van verdediging. Het is hierbij niet zonder belang op te merken dat de motiveringsplicht van rechterlijke uitspraken, zoals vervat in artikel 149 van de Grondwet, een onderdeel van het recht van verdediging uitmaakt (J. Laenens, K. Broeckx, D. Scheers, P. Thiriar, Handboek Gerechtelijk Recht, tweede editie, Intersentia 2008, p. 470 nr. 1019). Blijkens de voorliggende conclusies bestaat de betwisting tussen de partijen erin in hoeverre de eerste rechter zijn motiveringsplicht en zodoende het recht van verdediging heeft geschonden. D....... heeft de uitvoerbaarheid bij voorraad expliciet gevorderd in de onderscheiden inleidende dagvaardingsexploten van 13/3/2008 (Dekaply) en 18/3/2008 (Spano en Spanolux), weliswaar zonder de vordering nader te motiveren. Spano, Dekaply als Spanolux daarentegen hebben deze vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging uitdrukkelijk en gemotiveerd betwist in hun respectieve synthesebesluiten neergelegd voor de eerste rechter op 15/1/2009 aanvoerende dat 1) de uitvoerbaarheid bij voorraad een uitzonderingsmaatregel is die slechts in uitzonderlijke omstandigheden kan toegestaan worden en 2) D......., op wie de bewijslast rust, deze bijzondere omstandigheden niet aantoont. Dit is een gemotiveerde betwisting, hetgeen betekent dat het debat omtrent de gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad voor de eerste rechter op tegensprekelijke wijze werd gevoerd. De eerste rechter heeft evenwel op deze door Spano, Dekaply en Spanolux voorgebrachte verweerargumenten niet geantwoord : de overweging onder punt 7 van het bestreden vonnis over de grond van de zaak (folio 04753) die luidt als volgt : "D.......-F vordert dat het tussen te komen vonnis uitvoerbaar zou verklaard worden bij voorraad, niettegenstaande elk verhaal en zonder borg en met uitsluiting van kantonnement. De uitvoerbaarheid bij voorraad kan worden toegestaan ..." (eigen onderlijning door het hof), houdt geen motivering in omtrent de reden waarom de uitvoerbaarheid kan toegestaan worden in weerwil van het verweer gevoerd door de oorspronkelijke verwerende partijen. Overeenkomstig artikel 149 van de Grondwet is elk vonnis met redenen omkleed. Deze motiveringsverplichting, welke onderdeel uitmaakt van het recht van verdediging en grondwettelijk is vastgesteld, is van openbare orde. Een beslissing waarbij een vordering wordt aangenomen zonder dat passend geantwoord wordt op een regelmatig bij conclusie voorgedragen verweer van de tegenpartij, is niet regelmatig met redenen omkleed (vgl. CASS. 16 februari 1984, Arr. Cass. 1983-84, 752). Welnu, door het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, zonder op enigerlei wijze het verweer van de verwerende partijen te ontmoeten en te beantwoorden, voldeed de eerste rechter niet aan de hem door artikel 149 van de Grondwet opgelegde motiverings-verplichting en is het bestreden vonnis op dit punt aangetast door een schending van het recht van verdediging. In tegenstelling tot wat D........ voorhoudt, is dit inhoudelijk niet in strijd met het arrest van het Hof van Cassatie van 1 juni 2006 (zie hoger), aangezien de onderliggende problematiek verschillend is : in onderhavig geschil is er een expliciete en geargumenteerde betwisting van de vordering tot uitvoerbaarverklaring, hetgeen niet het geval was in de situatie welke het Hof van Cassatie in voormeld arrest heeft beoordeeld. Wanneer het Hof van Cassatie in voormeld arrest oordeelde dat een gebrek aan motivering van de eerste rechter ter zake diens beslissing tot voorlopige tenuitvoerlegging geen schending uitmaakt van het recht van verdediging, dan is zulks te begrijpen vanuit de situatie dat er door de oorspronkelijk verweerder aldaar geen verweer hieromtrent werd gevoerd, dit in tegenstelling tot onderhavige situatie waarin door de verwerende partijen wel een verweer werd gevoerd.
- Gelet op de weerhouden schending van het recht van verdediging in zoverre de uitvoerbaarheid bij voorraad zonder welkdanige motivering in weerwil van het door de verwerende partijen ingeroepen verweer werd toegekend, moet het bestreden vonnis in deze mate teniet worden gedaan. Dit betekent dat de oorspronkelijke vordering van D...... tot uitvoerbaarbaarheid bij voorraad opnieuw ter beoordeling voorligt. Gelet op het belang en de hoedanigheid in hoofde van Spano, Dekaply en Spanolux, wiens verweer door de eerste rechter ongemotiveerd werd afgewezen, is hun vordering tot opheffing van de uitvoerbaarheid bij voorraad, ontvankelijk. De mogelijkheid voor de rechter om de voorlopige tenuitvoerlegging toe te staan zit vervat in artikel 1398, eerste lid, Ger. W. Dit neemt niet weg dat de uitvoerbaarheid bij voorraad een uitzonderingsmaatregel is die slechts in geval van bijzondere omstandigheden kan worden toegekend. Zij vormt immers een uitzondering op het algemeen beginsel van de schorsende kracht van de gewone rechtsmiddelen (artikel 1397 Ger.W.). Aangezien de voorlopige tenuitvoerlegging door D........ wordt gevorderd, rust de bewijslast omtrent de bijzondere omstandigheden bijgevolg op haar. Hierbij dient voor ogen te worden gehouden dat de uitvoerbaarheid bij voorraad er in het bijzonder op gericht is de dilatoire manoeuvers van onwillige schuldenaars tegen te gaan door de schuldeiser toe te laten snel te bekomen wat hem verschuldigd is (zie E. DIRIX & K. BROECKX, Beslag, APR 2001, nr. 340 p. 214). Als reden ter ondersteuning van haar vordering tot toekenning van de uitvoerbaarheid bij voorraad voert D..... aan dat in een snel veranderende sector als de houthandel een goed draaiend bedrijf door foute beslissingen of een verkeerde prijspolitiek snel ten onder kan worden gericht en dat er in twee jaren (procedureverloop tot aan de pleitdatum) veel kan gebeuren. Dit is inderdaad een economisch risico dat evenwel op elk bedrijf rust en waarmee elk bedrijf, groot of klein, moet rekening houden bij het uitstippelen van haar ontwikkelings-strategie. Dit motief werd ongetwijfeld ingegeven door de huidige economische crisis, doch maakt op zich geen bijzondere omstandigheid uit, waaruit kan afgeleid worden dat Spano, Dekaply en Spanolux zich aan hun verplichtingen zouden onttrekken of dat hun solvabiliteit zou zijn aangetast. Weliswaar wijst D...... erop dat het meer dan twee maanden heeft geduurd vooraleer de noodzakelijke bedragen werden gekantonneerd, doch gelet op de hoegrootheid van de toegekende bedragen, komt dit het hof geenszins alarmerend voor. Dat het kantonnement er pas gekomen is nà dreiging van een gedwongen tenuitvoerlegging, bewijst al evenmin dat de solvabiliteit van de drie bedrijven-schuldenaar in het gedrang zou zijn. Wanneer Spano, Dekaply en Spanolux zich verzetten tegen de uitvoerbaarheid bij voorraad, is dit een rechtmatige uitoefening van hun recht en betekent dit niet, zoals D...... voorhoudt, dat dit verzet uitsluitend zou zijn ingegeven door de vrees de boekhouding al te negatief te zien evolueren. D...... legt geen enkel stuk voor waaruit blijkt dat de financiële positie van haar schuldenaars dermate slecht evolueert dat moet gevreesd worden voor de aantasting van hun solvabiliteit en van hun mogelijkheden om de bedragen waartoe zij veroordeeld zijn, ingeval van een bevestiging van het bestreden vonnis, te betalen. Het schrijven dd. 14/9/2009 uitgaande van dhr. J....-M..... B..... i.v.m. de solvabiliteit van de drie vennootschappen (zie st. 5 bundels appellanten) spreekt dit trouwens tegen : hieruit blijkt een ruime solvabiliteitsratio van 40,99% voor Spano, 51,46% voor Dekaply en 62,96% voor Spanolux, hetgeen, rekening houdende met het feit dat een coëfficiënt van 33% aangeeft dat de vennootschap zich qua financiële onafhankelijkheid in de veiligheidszone bevindt, behoorlijk goed is. De groep Spano-Invest, waarvan de voormelde vennootschappen deel uitmaken, heeft een solvabliteitcoëfficiënt van 42,21%. D....... trekt de (bewijs)waarde van deze coëfficiënten in twijfel voorhoudende dat hierin ten onrechte de achtergestelde leningen opgenomen zijn : dit is juist, maar dit maakt de coëfficiënten daarom niet minder geloofwaardig omdat, zoals dhr. B...... schrijft, deze achtergestelde leningen dicht aanleunen bij "eigen kapitaal" : dit betreffen immers leningen verstrekt door personen (aandeelhouders e.a..) die een groot vertrouwen in de vennootschap hebben en zodoende bereid zijn om hun schuldvorderingen uit leningen achter te stellen op de (lopende schulden) van de venootschap. Spano beschikte in 2008 over een eigen vermogen van 49.810.390 euro tegenover 48.275.840 euro in
- In 2008 beliep het eigen vermogen van Spanolux 56.451.084 euro en dat van Dekaply 9.519.642 euro. Het betreffen bijgevolg voldoende solide bedrijven voor wie de uitvoering van de veroordelingen, ingeval van een gehele of gedeeltelijke bevestiging van het bestreden vonnis, niet problematisch zal zijn. Hun hoger beroepen kunnen bovendien geenszins als dilatoir bestempeld worden gelet op de ernstige betwistingen tussen de partijen omtrent de onderscheiden vorderingen van D........ Trouwens niets belet D....... over te gaan tot bewarende maatregelen ter vrijwaring van haar schuldvorderingen. Overeenkomstig artikel 1414 Ger. W. geldt elk vonnis, zelfs al is het niet uitvoerbaar, niettegenstaande verzet of hoger beroep, als toelating om bewarend beslag te leggen voor de uitgesproken veroordelingen, tenzij anders is beslist, wat hier niet het geval is. In het licht van de voorgaande overwegingen en vaststellingen komt de vordering tot uitvoerbaarheid bij voorraad ongegrond voor, nu D...... faalt in de op haar rustende bewijslast omtrent de bijzondere omstandigheden die een uitzondering op het beginsel van de schorsende kracht van de gewone rechtsmiddelen kunnen rechtvaardigen. Het bestreden vonnis dient derhalve op dit punt te worden hervormd. Op de vorderingen tot vrijgave van de gekantonneerde bedragen, inclusief renten en toebehoren - vorderingen die D....... los van de argumenten inzake de opheffing van de voorlopige tenuitvoerlegging niet ernstig heeft betwist - kan eveneens worden ingegaan. OP DEZE GRONDEN HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken, Voegt de zaken gekend onder A.R. nrs. 2009/AR/1961, 2009/AR/1962 en 2009/AR/1963 samen; Verklaart de hoger beroepen van de nv Spano, de nv Dekaply en de nv Spanolux ontvankelijk, althans in de mate deze betrekking hebben op de in het bestreden vonnis toegekende uitvoerbaarheid bij voorraad; Rechtdoende omtrent de vorderingen tot opheffing van de uitvoerbaarheid bij voorraad : Doet het bestreden teniet in zoverre het uitvoerbaar bij voorraad werd verklaard en opnieuw wijzende : Verklaart de vorderingen van de nv Spano, de nv Dekaply en de nv Spanolux op dit punt ontvankelijk en gegrond; Verklaart het bestreden vonnis dienvolgens niet uitvoerbaar bij voorraad; Beveelt de vrijgave aan de nv Spano, de nv Dekaply en de nv Spanolux van de door hen in uitvoering van het bestreden vonnis gekantonneerde bedragen, inclusief rente en toebehoren; En toepassing makend van artikel 1068, eerste lid, van het gerechtelijk wetboek : Bepaalt de rechtsdag voor de behandeling van de zaak ten gronde op woensdag 9 november 2011 om 10.30 uur voor de twaalfde kamer van het Hof van Beroep te Gent (pleitduur : 90 minuten). Bepaalt de conclusietermijnen als volgt : voor nv Spano, nv Dekaply en nv Spanolux : tegen uiterlijk 30 april 2010 voor de bvba Decuy-F : tegen uiterlijk 30 september 2010 voor nv Spano, nv Dekaply en nv Spanolux : tegen uiterlijk 31 maart 2011 voor de bvba Decruy-F : tegen uiterlijk 31 augustus 2011 Zegt dat de laatste conclusies van een partij de vorm aannemen van syntheseconclusies; Houdt alle verdere beslissingen alsook de uitspraak omtrent de kosten aan. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van Beroep te Gent, TWAALFDE KAMER, zetelend in burgerlijke zaken, op heden 18-11-
- Aanwezig: - A. Van de Putte, raadsheer, wn. voorzitter; - E. Dursin, raadsheer; - G. Danneels, raadsheer; - B. De Wilde, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div