← België

ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091119.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 19 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091119.6 Rolnummer: 2008/AR/2066 Rechtsgebied: Familierecht Invoerdatum: 2010-02-09 Raadplegingen: 86 - laatst gezien 2026-07-02 20:39 Fiche Zo het huwelijk reeds ontbonden is op grond van een schuldloze echtscheidingsgrond (art. 229 nieuw B.W.) diende de rechter die zich nadien diende uit te spreken over de oorspronkelijke tegenvordering tot echtscheiding op grond van schuld, deze zonder voorwerp te verklaren. Ten gevolge van het in kracht van gewijsde getreden echtscheidingsvonnis op grond van onherstelbare ontwrichting worden alle gevolgen van deze ontbinding beheerst door de nieuwe echtscheidingswet die er de grondslag van vormt. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - ECHTSCHEIDING (NIEUW) - Onherstelbare ontwrichting Vrije woorden: Echtscheiding - ontbinding van het huwelijk op grond van onherstelbare ontwrichting - gevolg voor de oorspronkelijke tegenvordering op grond van fout of feitelijke scheiding Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 11 Kamer ________ Terechtzitting van 19 november 2009 ________ Echtscheiding Beperkt beroep Tegenvordering ongegrond 2008/AR/2066 - In de zaak van: M. S., wonende te .........................................., appellante, hebbende als raadsman mr. DE BUSSCHER Jan, advocaat te 8000 BRUGGE, Witteleertouwersstraat 7 tegen : B. P., wonende te ............................................., geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. DEKERSGIETER Jan, advocaat te 8000 BRUGGE, Tempelhof 68 velt het hof het volgend arrest: Kennis werd genomen van het op 23 juni 2008 door de tweede kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge uitgesproken vonnis, waartegen de appellante, bij gebrek aan tegenspraak en een ambtshalve op te werpen exceptie, tijdig en regelmatig hoger beroep heeft ingesteld, bij verzoekschrift ter griffie neergelegd op 7 augustus

  1. Bij het bestreden vonnis heeft de eerste rechter alle strijdige en meeromvattende besluiten verwerpend als ongegrond,niet dienend of overbodig: - vastgesteld dat de hoofdvordering tot echtscheiding van de appellante zonder voorwerp geworden is; - de tegenvordering tot echtscheiding van de geïntimeerde toelaatbaar en gegrond verklaard en de echtscheiding tussen de partijen uitgesproken in het nadeel van de appellante; - de appellante veroordeeld tot de kosten van het geding, aan de zijde van de geïntimeerde in de mate als gevorderd en gerechtvaardigd, begroot op 0,00 EUR, de rechtsplegingsvergoedingen gecompenseerd zijnde gelet op de gewezen hoedanigheid van de partijen, en bepaald dat de kosten van uitvoering van het uitgesproken vonnis ten laste van de appellante zijn en eisbaar zullen zijn nadat het uitgesproken vonnis kracht van gewijsde zal hebben verkregen. Bij haar laatste beroepsconclusies streeft de appelante het teniet doen van het bestreden vonnis na, waarbij zij vordert dat het hof, dienaangaande opnieuw beslissend, de oorspronkelijke tegenvordering tot echtscheiding van de geïntimeerde zou afwijzen als ongegrond bij gebrek aan voorwerp, minstens als niet bewezen, met veroordeling van de geïntimeerde tot alle kosten van het geding met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 1.200 EUR. Bij zijn laatste beroepsconclusies besluit de geïntimeerde tot de afwijzing van het hoger beroep als ongegrond. Subsidiair, voor zoveel als nodig, vraagt hij machtiging tot het leveren van het bewijs door alle middelen van recht, inzonderheid getuigen, van zijn bijkomende grief dat de appellante een overspelige relatie met een andere man heeft, Tenslotte vraagt hij de verwijzing van de appellante in de kosten van het hoger beroep, aan zijn zijde nader begroot op 1.200 EUR rechtsplegingsvergoeding. Op de openbare terechtzitting van 22 oktober 2009 heeft de appellante verduidelijkt dat haar hoger beroep beperkt blijft tot de beslissing van de eerste rechter over de oorspronkelijke tegeneis tot echtscheiding van de geïntimeerde. De partijen worden verder gehoord in hun middelen en besluiten, waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad werd genomen. B E S P R E K I N G
  2. Er bestaat geen betwisting over het feit dat ten tijde van het bestreden vonnis het huwelijk van de partijen reeds ontbonden was. Het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, tweede kamer, uitgesproken op 31 december 2007 heeft immers op verzoek van de appellante de echtscheiding tussen de partijen op grond van onherstelbare ontwrichting overeenkomstig art. 229§3 B.W. uitgesproken, en dit vonnis is nadien, ten gevolge van de betekening ervan op 22 januari 2008 ten verzoeke van de appellante aan de geïntimeerde, bij gebrek aan het instellen van een rechtsmiddel na verloop van één maand in kracht van gewijsde getreden;
  3. Aangezien het huwelijk van de partijen reeds ontbonden is op basis van een nieuwe - schuldloze - echtscheidingsgrond (art. 223§3 B.W.) diende de eerste rechter die zich nadien diende uit te spreken over de oorspronkelijke tegenvordering tot echtscheiding op grond van schuld, deze zonder voorwerp te verklaren, hetgeen hij ten onrechte niet heeft gedaan. Het uitspreken achteraf van de echtscheiding op tegeneis - op grond van fout (of van feitelijke scheiding) kan aan de verbreking van de huwelijksband door echtscheiding immers niets veranderen noch toevoegen, omdat ten gevolge van het in kracht van gewijsde getreden echtscheidingvonnis op grond van onherstelbare ontwrichting alle gevolgen van deze ontbinding beheerst worden door de nieuwe echtscheidingswet die er de grondslag van vormt. Eén en ander vormt het onvermijdelijk gevolg van het feit dat de wetgever met ingang van 1 september 2007 een nieuwsoortige echtscheidingsgrond heeft ingevoerd met andere consequenties op het vlak van de onderhoudsuitkering na echtscheiding. Volledigheidshalve dient opgemerkt dat het subsidiair in deze instantie door de geïntimeerde geformuleerd bewijsaanbod met betrekking tot een bijkomende echtscheidingsgrief evenmin nog voorwerp heeft. De andersluidende of meeromvattende besluiten van de partijen zijn ongegrond, ter zake niet dienstig of overbodig. De verwijzing van de geïntimeerde naar het (verder) samen behandelen van procedures tussen dezelfde partijen én op grond van de oude én op grond van de nieuwe echtscheidingswetgeving is alleszins niet relevant in de gegeven omstandigheid waar het huwelijk van de partijen reeds ontbonden is op grond van het huidig art. 229§3 B.W.
  4. Nu zowel de oorspronkelijke hoofdvordering tot echtscheiding als de tegenvordering tot echtscheiding zonder voorwerp zijn, komt het passend voor om elk van de partijen te veroordelen tot de helft van de kosten in de beide instanties, met dien verstande dat de respectieve rechtsplegingsvergoedingen steeds worden gecompenseerd, gelet op hun gewezen hoedanigheid van echtgenoten. OP DEZE GRONDEN, HET HOF, recht doende op tegenspraak, Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep toelaatbaar, en ten gronde beslissend, Doet het bestreden vonnis teniet voor zover het heeft beslist over de oorspronkelijke tegenvordering tot echtscheiding van de geïntimeerde en over de kosten. Beslist dienaangaande opnieuw, en verklaart oorspronkelijke tegenvordering tot echtscheiding van de geïntimeerde niet gegrond. Bevestigt het bestreden vonnis voor zover bestreden voor het overige. Verwijst de beide partijen elk in de helft van de kosten van de procedure in de beide instanties - niet te begroten bij gebrek aan opgave door de appellante en de geïntimeerde - met dien verstande dat de respectieve rechtsplegingsver-goedingen worden gecompenseerd. Aldus gewezen door de ELFDE KAMER, van het Hof van beroep te Gent, zetelend in burgerlijke zaken, samengesteld uit: Alexander Deene, raadsheer wn. voorzitter, Linda Tavernier, raadsheer, Nadia De Turck, raadsheer, en uitgesproken door de raadsheer wn. voorzitter van de kamer in openbare terechtzitting van 19 november 2009, bijgestaan door Kurt Goossens, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.